tatort

Body: 
Meteen als je het Domplein op loopt valt het op. Overal staan fietsen. De statige Graaf van Nassau, die anders vanaf zijn sokkel de wacht houdt op het plein, ziet zichzelf gedegradeerd tot fietsenstandaard.

De gele dwarsfluiter

Zelden is het zo druk geweest in de Aula van het Academiegebouw. Een snelle som; alle stoelen, twee keer dertien rijen van zeven stoelen, zijn bezet. Plus twee keer drie rijen op het podium. Dat zijn 32 rijen van zeven, en daar komt nog eens een groep van ongeveer 60 man bij, die verspreidt door de zaal op de grond zit. Zelden is het in de anders zo koude zaal, zo benauwd geweest.

Aan het woord is Midas Dekkers, bioloog, columnist, radiomaker, et cetera. Vanaf de andere kant van de zaal zie je alleen zijn hoofd - grote snor, woest opspringend haar. Hij komt net boven het spreekgestoelte uit.

Hij spreekt. In theorie is opvoeding het centrale thema van deze Studium Generale-lezing, maar in de praktijk ouwehoert Dekkers zich een slag in de rondte over alles dat hij zelf lukraak ter sprake brengt. Zo zit de dierenwereld makkelijk in elkaar. "Als je iets ziet dat kleiner is dan jij, dan eet je het op. Zie je iets dat groter is dan jij, dan ren je er voor weg en zie je iets dat even groot is, dan paar je ermee. En als het dan niet protesteert dan is het een vrouwtje."

Je zou ongeveer hetzelfde kunnen zeggen van bepaalde Utrechtse etablissementen laat op de avond.

Dekkers: "De grootst mogelijke druiloren in de biologenwereld zijn vogelaars. Dit zijn mannen die zich aan de zondagochtendwip onttrekken, om met verrekijker door het bos te sluipen op zoek naar kleine, fluitende beestjes. Laat je je dan een keer ompraten en ga je met ze mee het bos in, dan zeggen ze niet: 'Kijk! Een gele dwarsfluiter!' Nee, ze zeggen heel minzaam: 'Zo zo, de gele dwarsfluiter is vroeg dit jaar'. Dat soort klootzakken zijn het! Dood moeten ze!"

Nu lijkt het heel knap dat die vogelaars al die vogeltjes uit hun hoofd kennen, zegt meester Midas, maar in werkelijkheid bestaan hier gidsen voor. Die beschrijven alles over de vogeltjes; van hun overwinterplaats tot hun lokroep. "Dat zal dan wel betekenen dat er ergens in het heelal een uitgever is, die precies zo'n gids over de mens heeft. 'De Mens: één tot twee meter lang. Krijgt nul tot twaalf jongen. Eet vlees, groente en patat. Afscheidsgroet is een eentonig Doei.'"

Zo gaat Dekkers nog wel even door. Het publiek vindt het allemaal geweldig. Midas lijkt één boodschap te hebben; de mens kan zich van alles in zijn hoofd halen, maar wij zijn net zulke primaten als die in Artis. Zijn de oraties van de vogelaars niet dezelfde als de lokroep van de gele dwarsfluiter? Er valt niet veel aan toe te voegen.