Universiteiten gaan cijfers geven voor hun onderwijs

Body: 
Omdat de buitenwereld toch alleen maar denkt inranglijstjes en rapportcijfers, gaan de universiteiten vanafvolgend jaar zelf maar cijfers geven voor de kwaliteit van hunopleidingen.

Welke opleidingen verdienen een acht, welke een zesje en wiekrijgen er een dikke onvoldoende? Op die vragen krijgt een lezervan een visitatierapport geen antwoord. In zulke rapporten gevendeskundigen hun oordeel over de kwaliteit van bijvoorbeeld alleuniversitaire studies geneeskunde of pedagogiek. Dat doen zij metveel omhaal van woorden. In bijlagen worden deze teksten nog eenssamengevat in symbolen.

Bij buitenstaanders is echter de neiging om ranglijstjes op tewillen stellen en cijfers te geven groot. Elke nuance die dedeskundigen in hun oordeel hebben gestopt, vegen ze daarmee vantafel. Daarom vindt de VSNU, de vereniging van universiteiten diede visitaties organiseert, dat het tijd is voor een verandering. Devisitatiecommissies gaan nu zelf cijfers geven. Dan gebeuren ertenminste minder ongelukken.

Vanaf volgend jaar werken de beoordelaars met een checklist vanelf onderdelen en een scoretabel. De VSNU durft het niet aan om decijfers van alle onderdelen op de checklist op te tellen en hetgemiddelde te berekenen. Want telt een acht voor het aantalstudenten dat in één jaar zijn propedeuse haalt net zozwaar mee als een acht voor de kwaliteit van het personeel? De VSNUvindt van niet.

Met behulp van de cijfers kunnen buitenstaanders straks beteropleidingen met elkaar vergelijken. En dus ook ranglijstjesopstellen van top- en flopopleidingen. Dat laatste hebben deuniversiteiten overigens nog altijd liever niet. "Maar het is nietuit te sluiten", schrijft de VSNU, "dat anderen, bijvoorbeeld demedia, dat toch zullen doen."

Opleidingen kunnen de commissie ook vooraf met een specifiekevraag over hun studie benaderen. Ze krijgen dan advies 'op maat' ineen zogeheten management letter. Die wordt niet in hetuiteindelijke visitatierapport opgenomen, maar blijft geheim.

HOP, MtW