Vijftig jaar Mensenrechten

Body: 
De universitaire vredesdagen staan dit jaar in het teken van 'deuniversaliteit van mensenrechten'. Via lezingen, eententoonstelling en een essaywedstrijd vraagt Studium Generale zichaf - samen met het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM)van de juridische faculteit - óf die Mensenrechten wel vooriedereen, altijd en overal gelden. Zijn sommige rechtenfundamenteler dan andere? Worden mensenrechten bepaald doorverschillen in culturen, religies en economische omstandigheden? Isde vijftig jaar geleden overeengekomen 'Universele Verklaring' eenwesters instrument om 'onze' waarden en normen op te dringen aanandere culturen?

Op 13 oktober beginnen de lezingen (in de Senaatszaal van hetAcademiegebouw, vanaf dan iedere dinsdag om 20.00 uur) en deexpositie in het Bestuursgebouw met tekeningen van Jos Collignon,Tom Janssen, Len Munnik en Stefan Verwey met als thema'Mensenrechten'. Voorafgaand aan die Vredesdagen publiceert hetU-blad - hieronder - de 'winnende' bijdrage van de essay-wedstrijddie als thema droeg: 'Verbeter de wereld, begin bij de ander'.

De vraag die Studium Generale, SIM en U-blad aan de lezersvoorlegde was: "Als wij horen dat in Iran een journalist dedoodstraf opgelegd krijgt vanwege 'staatsondermijnendeactiviteiten' hebben wij toch de plicht Iran te wijzen op deuniversele geldigheid van mensenrechten en actief in de bres tespringen voor de rechten van deze journalist? Verbeter de wereld,begin bij de ander!

Hebben wij daar wel het recht toe? Moeten we ons niet eerderbezig houden met mensenrechten in eigen huis? Zoals met het rechtvan Iraanse vluchtelingen om in Nederland asiel te zoeken en hierbescherming te vinden, of met sociaal-economische mensenrechtenzoals het recht op huisvesting, werk en bestrijding van armoede, ofmet het recht van iedere burger om gevrijwaard te blijven vandiscriminatie op grond van ras, kleur, geslacht, taal,godsdienst?"


Recht op respect.

Onverbeterlijke wereldverbeteraars waren we vroeger. "Verbeterde wereld en begin bij de wereld!" was de leus. De structuren vande maatschappij, daar zat hem het grote kwaad; omver er mee! Ik haddan ook als laatste stelling bij mijn proefschrift, zo'n twintigjaar geleden: "Het naleven van de uitspraak 'Verbeter de wereld,begin bij jezelf' is alleen in het belang van degenen die er welbij varen dat de wereld niet verbetert."

Mijn overbuurvrouw, moeder van een een tiental al uitwonendekinderen,practiserend rooms-katholiek in klassieke stijl, sprak mijberispend toe. Dat ik toch beter moest weten met die uitspraak,over verbeter de wereld en begin bij jezelf, want die was gedaandoor de bekende pater Zus-of-Zo die een mentaliteits-verandering opgang probeerde te brengen onder de vrome rooms-katholieken aan heteind van de vorige eeuw, die zelfgenoegzaam zaten te wachten totIets of Iemand de wereld voor hen in orde zou maken.

De tijden waren dus veranderd, en daarmee de context waaraanuitspraken hun betekenis ontlenen.

En nu, in een postmoderne tijd waarin de grote verhalen nietmeer deugen, Universele Verklaringen alleen maar historie lijken ende maatschappij niet meer maakbaar is, mogen we reflecteren over"Verbeter de wereld, begin bij de ander".

Welke ander?

Een klein verhaal dan maar, uit deze tijd, met weer een heelandere context.

Vorig jaar maakte ik met een groep een reis door Brazilië,georganiseerd door de Stichting Wederzijds, die tot doel heeft dereizigers kennis te laten maken met projecten waarin mensen engroepen van mensen hun eigen leven vorm proberen te geven, tegenhun regering, de heersende economie en de onderdrukking in. Mensendie hun wereld proberen te verbeteren en in hun eigen omgevingbegonnen zijn. Mensen die vakbonden oprichten, scholing verzorgen,vrouwengroepen starten, land bezetten. Een aantal van die mensen engroepen kende ik al langer, maar alleen uit correspondentie methen. Nu spraken we ter plaatse met hen, we bekeken hunlandbouwprojecten, aten hun eten, sliepen soms in hun bed, stakenhen een hart onder de riem, lieten incidenteel wat geld achter,hoorden hun klachten en boosheid en tragische verhalen aan,bewonderden hun zelfgebouwde huizen, bestudeerden hun kleineonderneminkjes, deelden hun vreugde en vierden feest met hen.

In het Noordoosten van Brazilië maakten we kennis metvrouwen die zich hadden ingezet voor Direitos Humanos,mensenrechten. Deze vrouwen hadden wat meer opleiding dan hetgemiddelde in de streek en ook meer initiatief: ze waren actief alsanimadora, wat zo veel wil zeggen dat ze sociale activiteitencoördineren van juist die groepen waarmee wij tijdens onzereis te maken hadden. Maar mensenrechten-activiteiten kregen hiereen onverwachte invulling: de vrouwen kwamen op voor respect enwaardigheid van mensen. Ze postten voor de deur van de plaatselijkegevangenis omdat elk moment een man vervroegd vrijgelaten konworden die zijn vrouw vreselijk mishandeld had; ze klaagden over destraatradio een arts aan die geweigerd had een vrouw bij eenmoeilijke bevalling te helpen. Deze vrouwen, al zo actiefinlandbezettingen, sociale woningbouwprojecten, scholing envrouwengroepen, zien de rechten van mensen als recht opgelijkwaardigheid in de verhoudingen van mensen tegenover elkaar.Natuurlijk: recht op een stukje land, recht op een eigen woning,recht op een plekje in de markt, maar ook: recht op respect. Dezemensen maken dus zelf wel uit wat hun rechten zijn. Mensenrechten:dat zou voor de mensen die het aangaat wel eens wat anders kunnenzijn dan wij denken!

En dan, bij nadere refelectie, blijkt dat hun wereld ook die vanons is. Hun wereld waarin zij de onderliggers en de uitgeslotenenzijn is ook de wereld van onze neo-liberale economie, onzeproductiemethode, onze import-beperkingen, onze levensstijl; onzebanken die daar fuseren en onze ondernemingen die daar hungrondstoffen weghalen. Dat zijn waarlijk geen kleine verhalen meer.Verbeter de wereld van de ander, maar denk ook na over die vanjezelf: zou dat de nieuwe invulling van het gezegde moetenzijn?

De naam van de stichting die de reis organiseerde suggereert dathet effect van onze contacten met deze mensen wederzijds zou kunnenzijn; maar na zo'n reis vraag je je af wat je daar te brengen hebt.Indrukken krijg je volop, schuldgevoel loop je snel genoeg op alsje daar gevoelig voor bent, vreugde en gemeenschapsgevoel krijg jevoor niks aangereikt. Maar hebben ze daar wat aan? Is hetwederzijds? En hebben wij hun wereld verbeterd?

Na onze thuiskomst kregen we een brief van Chic«o,gepensioneerd, maar nog hartstochtelijk actief in zijn vakbond vanlandarbeiders, in een stadje aan de rand van het Amazonegebied. Wehadden hem bezocht, zoals meerdere groepen vóór ons. Hijschreef: "We willen jullie bedanken voor het bezoek, de aandacht ende steun... Want om de sociale ongelijkheid en het onrecht tekunnen beëindigen hebben we mensen nodig zoals jullie die onssteeds weer vreugde brengen en hoop om door te kunnen gaan met dezestrijd, op zoek naar betere dagen. We weten dat we nooit alleenzullen zijn omdat jullie steun ons kracht geeft om te strijden ende hindernissen van het leven te overwinnen."

Dus: verbeter de wereld, begin maar. Waar, is niet belangrijk,àls je maar begint. Want er zijn anderen die hun wereld willenverbeteren, die opkomen voor hun rechten; je komt ze wel tegen. Enze zullen moed putten uit jouw pogingen en jij uit die van hen.

Bert Nederbragt, vakgroep Pathologie van defaculteit Diergeneeskunde