Visitatiecommissie gematigd positief over wiskunde

Body: 
Het wiskundeonderwijs in Utrecht kan de toets der kritiek zonder veel moeite doorstaan. Wel moet de opleiding in tal van opzichten de puntjes meer op de i zetten. Dat is de kern van het voorlopige oordeel dat voorzitter Tijdeman van de commissie dinsdag voor een handjevol belangstellenden uitsprak.

Garanties. Dat was het woord dat in het verslag van de voorzitter met enige regelmaat viel te noteren. Hij zei er niet aan te twijfelen dat de studenten in zijn algemeenheid in Utrecht goed onderwijs krijgen, maar wat hij miste waren garanties waarop zij in geval van nood kunnen terugvallen. “De studenten boffen hier met de kwaliteit van de staf, maar bij gebrek aan duidelijk geformuleerde doelstellingen hebben wij niet kunnen toetsen of het onderwijsprogramma wel beantwoordt aan de door u zelf geformuleerde eindtermen.”

Een ander voorbeeld was wat Tijdeman betreft het feit dat nergens zwart op wit staat hoe de begeleiding van afstudeerprojecten van bachelorstudenten moet verlopen. “Wij hebben van een geval gehoord, waarin de student maar eens in de twee maanden contact met zijn begeleider had. Ongetwijfeld is dit een uitzondering, maar zou het niet goed zijn om een handboek te maken waarin staat aangegeven op hoeveel begeleiding studenten in zo’n geval aanspraak kunnen maken?”

Hoewel de commissie maar weinig zei over de inhoud van het onderwijs, toonde zij zich positief over de verbreding van het vakkenpakket. Zowel de major ‘wiskunde en toepassingen’ als de master ‘scientific computing’ kregen in dat verband waardering. De keuzevrijheid binnen het Utrechtse bama-systeem noemde Tijdeman een loffelijk streven, maar wat hij daarbij miste, was heldere voorlichting en goede begeleiding. “U heeft hier tutoren, studiebegeleiders en studiementors, maar voor de studenten zou het prettig zijn als u die complexe structuur wat doorzichtiger zou maken.”

Kritisch was de commissie over de geringe aandacht voor mondeling en schriftelijk rapporteren tijdens de opleiding. Met name alumni hadden dat node gemist. Ter illustratie van dit kritiekpunt wees Tijdeman op de bachelorscripties die hij onder ogen had gekregen. “Sommige daarvan kunt u maar beter aan niemand laten zien, niet vanwege de inhoud, maar vanwege het voorblad. Daarop ontbrak vaak de titel, de datum, de naam van de begeleider en de vermelding ‘Universiteit Utrecht’. Geef daar duidelijker richtlijnen voor en zet goede werkstukken op internet. Ook dat is een manier om u als wiskundigen aan de buitenwacht te presenteren,” aldus Tijdeman.

EH