Officieel geen UU-student
CvB: pre-masterstudenten krijgen geen kiesrecht
UU-studenten kunnen jaarlijks stemmen tijdens de verkiezingen voor de Universiteitsraad en hun faculteitsraad. Ook kunnen ze deelnemen aan de medezeggenschap door zich verkiesbaar te stellen. Dat geldt allemaal niet voor de zo’n zevenhonderd pre-masterstudenten van de Universiteit Utrecht (UU). Zij mogen niet stemmen en plaatsnemen in de raden. Twee pre-masterstudenten schreven vlak voor de Universiteitsraadsverkiezingen in 2025 in een opiniestuk in DUB dat zij zich hierdoor “buitengesloten” voelen.
Ook Vuur-studentleden van de Universiteitsraad Dewi van Onselen en Amber Ipenburg vinden het oneerlijk dat pre-masterstudenten niet mogen meedoen aan de medezeggenschap en dienden in november een nota (met solis-id) in. Daarin vragen ze het College van Bestuur (CvB) om het Kiesreglement aan te passen en pre-masterstudenten passief en actief kiesrecht te geven.
Volgens de studentleden worden pre-masterstudenten op de universiteit als “volwaardige” student beschouwd. Van Onselen en Ipenburg schrijven in de nota: “Zij ontvangen een UU-studentnummer, hebben toegang tot alle universitaire gebouwen, maken gebruik van sportvoorzieningen, studie- en studentenverenigingen en de universitaire bibliotheek, en volgen onderwijs dat inhoudelijk en organisatorisch gelijkwaardig is aan dat van bachelor- en masterstudenten.”
De studentleden vrezen dat pre-masterstudenten zich buitengesloten voelen van de UU-gemeenschap als zij niet mogen meedoen aan de verkiezingen en de medezeggenschap minder representatief is als de universiteit deze groep studenten structureel uitsluit als potentieel raadslid.
Geen echte student
Ondanks de bezwaren van de studentleden, heeft het CvB besloten om pre-masterstudenten geen kiesrecht te geven. In een nota (met solis-id) legt het bestuur uit dat een pre-masterstudent officieel geen student is van een geaccrediteerde opleiding, maar student bij een schakelprogramma. Daardoor is het niet wettelijk verplicht om hen kiesrecht te geven. Het CvB spreekt in zijn nota ook niet van pre-masterstudenten, maar van ‘pre-masters’.
Pre-masterstudenten zijn volgens het CvB “slechts gericht op het behalen van een beperkt aantal studiepunten”. Deze groep is daarom “slechts tijdelijk of marginaal” op de universiteit. “Niet elke pre-master heeft dan ook in dezelfde mate kennis van de universitaire omgeving of een vergelijkbare binding met de universitaire gemeenschap als reguliere studenten.”
Daarnaast vreest het CvB een precedentwerking voor andere groepen die momenteel contractonderwijs volgen en geen kiesrecht hebben, zoals deelnemers van cursussen van Onderwijs voor Professionals . Door alleen studenten van een geaccrediteerde opleiding kiesrecht te geven, kan “versnippering van de medezeggenschap” worden voorkomen, zegt het CvB. “Een uitbreiding van het kiesrecht naar aanvullende, tijdelijke of afwijkend gepositioneerde groepen kan afbreuk doen aan de overzichtelijkheid en effectiviteit van het medezeggenschapsstelsel.”
Reactie van Vuur-leden
Studentleden Van Onselen en Ipenburg zeggen in een schriftelijke reactie “teleurgesteld” te zijn in het besluit van het CvB. “Voor ons was deze nota een relatief eenvoudig initiatief, waarvan we ons oprecht afvroegen wat daartegen ingebracht zou kunnen worden.”
Ze hebben weinig begrip voor de argumenten van het CvB om pre-masterstudenten geen kiesrecht te geven. “Met name het argument dat het toekennen van stemrecht aan pre-masterstudenten de medezeggenschap zou verwateren, vinden wij onbegrijpelijk. De Universiteitsraad vertegenwoordigt de gehele UU-populatie. Juist het uitbreiden van stemrecht naar een grotere groep binnen die populatie zou de medezeggenschap versterken en legitimeren, in plaats van verzwakken.”
De studentleden vinden daarnaast dat het CvB voorbijgaat aan hun argumenten waarom het toekennen van kiesrecht aan pre-masterstudenten belangrijk is voor de universiteit. “Het voelt alsof het belang van onze nota niet volledig wordt ingezien, en er spreekt ook weinig waardering uit, terwijl wij ons juist inzetten voor hetzelfde gezamenlijke doel: de UU een mooier plekje maken.”
Het onderwerp wordt maandag 9 februari behandeld in een commissievergadering van de Universiteitsraad.
Complimenten aan Dewi van Onselen en Amber Ipenburg voor hun enorme inzet. En wat een wanvertoning van het CvB, waarbij ze kijken naar de letter, in plaats van de geest van de wet. Minimaal vier Nederlandse universiteiten hebben pre-masters al geëmancipeerd betreffende het kiesrecht. Pure onwil.