Nieuw overleg

Studentassistenten beoordelen toetsen; vakbonden onaangenaam verrast

student assistenten kijken examen na Foto: 123rf
Foto: 123rf

Studentassistenten worden onvoldoende beschermd tegen de verleiding om medestudenten ‘te matsen’. Ook verrichten ze taken waar ze nog helemaal niet aan toe zijn. Dat was twee jaar geleden de conclusie van een DUB-artikel dat veel opzien baarde.

Daarnaast bleken veel studentassistenten ook nog eens werkzaam binnen de eigen bachelor- of masteropleiding. En dat was volgens de destijds geldende regels helemaal niet toegestaan, achterhaalde onze verslaggever. Vrijwel niemand bleek hiervan op de hoogte.

Het artikel was een belangrijke prikkel voor de universiteit om de universitaire regeling voor de inhuur van studentassistenten tegen het licht te houden, zo bevestigt directeur Human Resources Aletta Huizenga. “Maar er waren meer signalen die erop wezen dat we betere afspraken moesten maken over de inzet van studentassistenten.”

Geen rol
In overeenstemming met de vakbonden werd begin dit jaar een nieuwe tekst opgesteld. Volgens een toelichting bij die nieuwe regeling kan een bachelorstudent nu wél binnen de eigen opleiding als studentassistent worden ingezet, maar het moet daarbij dan wel om ondersteunende werkzaamheden gaan. 

In die toelichting staat nu ook dat studenten geen rol mogen hebben bij de beoordeling van andere studenten. Volgens woordvoerder Gerwin van Schie hebben de vakbonden in het overleg met het UU-bestuur sterk aangedrongen op die bepaling. “Wij willen nu eenmaal niet dat studenten werk doen dat door docenten gedaan moet worden.”

Van Schie was dan ook verbaasd toen hij las hoe de faculteit Bètawetenschappen de aanpassing van de regeling heeft verwerkt in haar nieuwe beleid voor de inzet van studentassistenten. Daarin staat dat masterstudenten onder supervisie van een docent nog steeds werk van andere studenten mogen nakijken. De faculteit schrijft dat de masterstudenten gaan “adviseren over cijfers/beoordelingen”. Het nieuwe beleid is sinds dit voorjaar van kracht.

Veilige omgeving
Directeur HR Aletta Huizenga geeft aan dat er overleg is geweest met de faculteit Bètawetenschappen over deze werkwijze. “De formulering in de universitaire regeling is erg strikt. Het gaat er bij de toelichting vooral om dat onder alle omstandigheden een docent eindverantwoordelijk is voor de toetsing en voor de eindbeoordeling en dat er geen integriteits- en loyaliteitsconflicten kunnen ontstaan. Voor beide zaken zorgt de faculteit.” 

Vakbondsvertegenwoordiger Van Schie is resoluut: “Dit is naar mijn mening niet wat we hebben afgesproken met het UU-bestuur. Als de universiteit het graag zo wil dan zullen we de regeling opnieuw moeten bespreken.”

Vicedecaan Onderwijs van de faculteit Bètawetenschappen Bert Klein Gebbink reageert verbaasd als hij hoort over de kritiek van de bonden. Hij had niet eerder vernomen van de bezwaren. Ook volgens zijn faculteit past de werkwijze binnen de universitaire regeling, zolang de eindverantwoordelijkheid voor toetsing bij de examinator blijft en belangenconflicten worden voorkomen. 

Nakijksessie
Volgens Bert Klein Gebbink had Bètawetenschappen al besloten om het beleid omtrent studentassistenten tegen het licht te houden voordat de universitaire regeling werd veranderd. Er zijn nu volgens hem ook meer waarborgen ingebouwd in de wijze waarop studentassistenten betrokken worden bij toetsing. “Bij sommige opleidingen waren die er niet voldoende.”

Bachelorstudenten mogen volgens de nieuwe regels van de faculteit als studentassistent geen cijfers meer geven, en alleen worden ingezet bij het nakijken van kleine inleveropdrachten of om feedback te geven, bijvoorbeeld bij presentaties. 

Masterstudenten mogen dus wel cijfers geven. Maar dat moet in een gecontroleerde omgeving gebeuren, bijvoorbeeld in gemeenschappelijke nakijksessies waarbij iedereen samen met de docent in dezelfde ruimte zit. Docenten kunnen daarbij dan steekproeven nemen en mogelijke twijfelgevallen zelf beoordelen. 

Vakbondsvertegenwoordiger Van Schie is niet overtuigd. Al was het alleen maar omdat er in het facultaire beleid staat dat nakijken van summatieve toetsing door masterstudenten “bij voorkeur” dient te gebeuren in een gezamenlijke nakijk-sessie”. “Die woordkeuze maakt dat dit niet echt een regel is en dat er ook geen handhaving op mogelijk is.”  

Onderwijsvorm
Een vraag is waarom binnen de faculteit Bètawetenschappen studentassistenten vaak betrokken worden bij de toetsing. Volgens Klein Gebbink zijn er meerdere redenen. “Dat studentassistenten ook toetsen en opdrachten beoordelen, is een lange traditie bij onze faculteit. Studenten leren er immers ook altijd veel van. Het verlicht daarnaast de werkdruk.”

Van Schie: “Als je wilt dat studenten er iets van leren, maak er dan een onderwijsvorm van. Dan kunnen we het dáár over hebben. Hier gaat het om bijbaantjes. Het lijkt nu een manier te zijn om aan goedkope of goedkopere arbeid te komen.”

Het is een beeld dat de faculteit niet herkent. De functie van studentassistent is volgens de faculteit ooit in het leven geroepen voor de inzet bij onderwijs en onderzoek. "Dat gebeurt al lange tijd en hangt niet samen met het vervangen van docentfuncties."

Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.

Ik snap niet waarom de vakbonden zo erg tegen student-assistenten zijn.

In mijn ervaring (als student en student vertegenwoordiger) zijn studenten doorgaans positief over het gebruik van student-assistenten. Zij kunnen stof vaak goed uitleggen (soms beter dan stafleden, aangezien ze dichter bij de stof staan als student) en bij beta is nakijken doorgaans redelijk recht toe recht aan.
Student-assistenten maken het intensieve onderwijs mogelijk. Ja, je kan het zien als "goedkope arbeidskrachten". Dat gebeurt echter overal. Het is echt geen toeval dat de werkgroepen bij bijvoorbeeld rechten doorgaans niet worden geveven door hoogleraren.

Ik hoop dat de vakbond zich niet teveel verder gaat bemoeien met het mooie onderwijs met student-assistenten van de beta faculteit. Het gebruik van student assistenten brengen sommige moeilijkheden met zich mee, maar de faculteit en Bert Klein Gebbink zijn uitstekend in staat om daar mee om te gaan (en zoals Bert al benoemde, was de faculteit daar al mee bezig).

De stelling van DUB dat student-assistenten niet werkzaam zouden mogen zijn binnen de eigen opleiding lijkt me een onjuiste interpretatie van de regels. In het reglement staat dat de student-assistent mag worden ingezet voor: "werkzaamheden ... die overigens niet geacht kunnen worden deel uit te maken van de opleiding die de betrokkene volgt".
In de typische, en zeer waardevolle, situatie waar een hogere-jaars student een practicum of werkcollege begeleidt voor eerstejaars van de eigen opleiding maken die werkzaamheden evident geen deel uit van de opleiding van betrokkene.
Wat dan wel precies het belang is van genoemde regel is me niet geheel helder, maar de regel verbiedt in ieder geval dat je een student-aanstelling krijgt voor taken waar je binnen je studie ook al studiepunten voor kunt krijgen - dat lijkt me terecht.

Dank Elwin, voor de duidelijkheid: je verwijst naar de oude regeling. Om interpretatieverschillen daarover te voorkomen is de passage die jij aanhaalt in de nieuwe tekst van de regeling (link in artikel) verdwenen. Jouw faculteit zegt in nieuwe eigen facultaire regels dat bachelorstudenten alleen ondersteunende taken mogen verrichten. Wij zijn nog wel benieuwd wat dat op de werkvloer betekent? Het faculteitsbestuur stelt dat hogerejaars bachelorstudenten niet zelfstandig werkcollege mogen geven aan andere bachelorstudenten. Maar de vraag is dan waarschijnlijk wat 'zelfstandig' betekent.

Klopt, ik reageerde op de alinea hierboven waarin zonder meer gesteld wordt dat destijds (in 2023) de inzet van student-assistenten in de eigen opleiding verboden was. In het artikel van 2023 betwijfelde opleidingsdirecteur Barbara van den Berg al of die lezing van het reglement wel klopte, en m.i. had ze daarin gelijk.

Wat ik hier vooral wilde benadrukken is dat inzet van student-assistenten als 'hulpdocenten' in het onderwijs van de eigen opleiding voor alle partijen meerwaarde heeft, en dat dat zowel toen als nu gewoon toegestaan is. Het moet natuurlijk wel een assisterende rol blijven met een staflid als begeleider, achtervang en eindverantwoordelijke, goed om daar scherp op te blijven.

Bij de inzet van student-assistenten in het onderwijs is het belangrijk om niet uit het oog te verliezen dat opleidingen heel verschillend zijn en daarmee de taken van student-assistenten ook, zelfs als die op het eerste gezicht hetzelfde lijken te zijn.

Neem bijvoorbeeld het begeleiden van werkcolleges: dit is over het algemeen de plek waar studenten oefenen met de stof die in een hoorcollege is behandeld. Bij veel beta-vakken houdt dit in dat studenten in de werkcolleges hun begrip van de stof en bepaalde vaardigheden, zoals wiskunde or programmeervaardigheden, trainen door het maken van opdrachten. De werkcollegebegeleiders zijn er om te helpen om dingen nader uit te leggen als studenten vastlopen. Je kan deze vorm vergelijken met huiswerkbegeleiding (ook een typisch studentenbaantje). Om wel iedereen te kunnen helpen en studenten toch een enigszins rustige omgeving te bieden waar ze geconcentreerd kunnen werken heb je meerdere zalen waar hulp beschikbaar is; deze hulp wordt typisch door student-assistenten geboden. De opzet van deze werkcolleges is totaal anders dan werkcolleges waarin studenten trainen met de stof door onderlinge discussies, die strak geleid moeten worden en waar vaak de bijdrage van de individuele student aan de discussie meeweegt in hun beoordeling: deze vorm is inderdaad niet geschikt om zelfstandig door een student-assistent te laten begeleiden, zeker als er ook een wat meer subjectieve toetsingscomponent in zit.

Om het trainen van vaardigheden te stimuleren wordt er regelmatig gewerkt met inleveropgaven die studenten een aantal keer per periode, soms zelfs wekenlijks, verplicht moeten inleveren. Deze worden nagekeken en studenten krijgen feedback op dingen die ze fout doen. Vaak tellen deze opdrachten ook deels mee voor een cijfer, om zo de studenten te motiveren er ook serieus aan te werken. Ondanks dat de correctheid van een uitwerking van een opdracht vaak objectief is vast te stellen, kost nakijken en feedback geven op een grote hoeveelheid uitwerkingen veel tijd, en hiervoor worden ook student-assistenten ingezet. Met de huidige ontwikkelingen in de AI zullen we het mee laten tellen van huiswerkopgaven in een eindcijfer moeten heroverwegen, maar dat is een andere discussie.

Advertentie