Nieuw overleg
Studentassistenten beoordelen toetsen; vakbonden onaangenaam verrast
Studentassistenten worden onvoldoende beschermd tegen de verleiding om medestudenten ‘te matsen’. Ook verrichten ze taken waar ze nog helemaal niet aan toe zijn. Dat was twee jaar geleden de conclusie van een DUB-artikel dat veel opzien baarde.
Daarnaast bleken veel studentassistenten ook nog eens werkzaam binnen de eigen bachelor- of masteropleiding. En dat was volgens de destijds geldende regels helemaal niet toegestaan, achterhaalde onze verslaggever. Vrijwel niemand bleek hiervan op de hoogte.
Het artikel was een belangrijke prikkel voor de universiteit om de universitaire regeling voor de inhuur van studentassistenten tegen het licht te houden, zo bevestigt directeur Human Resources Aletta Huizenga. “Maar er waren meer signalen die erop wezen dat we betere afspraken moesten maken over de inzet van studentassistenten.”
Geen rol
In overeenstemming met de vakbonden werd begin dit jaar een nieuwe tekst opgesteld. Volgens een toelichting bij die nieuwe regeling kan een bachelorstudent nu wél binnen de eigen opleiding als studentassistent worden ingezet, maar het moet daarbij dan wel om ondersteunende werkzaamheden gaan.
In die toelichting staat nu ook dat studenten geen rol mogen hebben bij de beoordeling van andere studenten. Volgens woordvoerder Gerwin van Schie hebben de vakbonden in het overleg met het UU-bestuur sterk aangedrongen op die bepaling. “Wij willen nu eenmaal niet dat studenten werk doen dat door docenten gedaan moet worden.”
Van Schie was dan ook verbaasd toen hij las hoe de faculteit Bètawetenschappen de aanpassing van de regeling heeft verwerkt in haar nieuwe beleid voor de inzet van studentassistenten. Daarin staat dat masterstudenten onder supervisie van een docent nog steeds werk van andere studenten mogen nakijken. De faculteit schrijft dat de masterstudenten gaan “adviseren over cijfers/beoordelingen”. Het nieuwe beleid is sinds dit voorjaar van kracht.
Veilige omgeving
Directeur HR Aletta Huizenga geeft aan dat er overleg is geweest met de faculteit Bètawetenschappen over deze werkwijze. “De formulering in de universitaire regeling is erg strikt. Het gaat er bij de toelichting vooral om dat onder alle omstandigheden een docent eindverantwoordelijk is voor de toetsing en voor de eindbeoordeling en dat er geen integriteits- en loyaliteitsconflicten kunnen ontstaan. Voor beide zaken zorgt de faculteit.”
Vakbondsvertegenwoordiger Van Schie is resoluut: “Dit is naar mijn mening niet wat we hebben afgesproken met het UU-bestuur. Als de universiteit het graag zo wil dan zullen we de regeling opnieuw moeten bespreken.”
Vicedecaan Onderwijs van de faculteit Bètawetenschappen Bert Klein Gebbink reageert verbaasd als hij hoort over de kritiek van de bonden. Hij had niet eerder vernomen van de bezwaren. Ook volgens zijn faculteit past de werkwijze binnen de universitaire regeling, zolang de eindverantwoordelijkheid voor toetsing bij de examinator blijft en belangenconflicten worden voorkomen.
Nakijksessie
Volgens Bert Klein Gebbink had Bètawetenschappen al besloten om het beleid omtrent studentassistenten tegen het licht te houden voordat de universitaire regeling werd veranderd. Er zijn nu volgens hem ook meer waarborgen ingebouwd in de wijze waarop studentassistenten betrokken worden bij toetsing. “Bij sommige opleidingen waren die er niet voldoende.”
Bachelorstudenten mogen volgens de nieuwe regels van de faculteit als studentassistent geen cijfers meer geven, en alleen worden ingezet bij het nakijken van kleine inleveropdrachten of om feedback te geven, bijvoorbeeld bij presentaties.
Masterstudenten mogen dus wel cijfers geven. Maar dat moet in een gecontroleerde omgeving gebeuren, bijvoorbeeld in gemeenschappelijke nakijksessies waarbij iedereen samen met de docent in dezelfde ruimte zit. Docenten kunnen daarbij dan steekproeven nemen en mogelijke twijfelgevallen zelf beoordelen.
Vakbondsvertegenwoordiger Van Schie is niet overtuigd. Al was het alleen maar omdat er in het facultaire beleid staat dat nakijken van summatieve toetsing door masterstudenten “bij voorkeur” dient te gebeuren in een gezamenlijke nakijk-sessie”. “Die woordkeuze maakt dat dit niet echt een regel is en dat er ook geen handhaving op mogelijk is.”
Onderwijsvorm
Een vraag is waarom binnen de faculteit Bètawetenschappen studentassistenten vaak betrokken worden bij de toetsing. Volgens Klein Gebbink zijn er meerdere redenen. “Dat studentassistenten ook toetsen en opdrachten beoordelen, is een lange traditie bij onze faculteit. Studenten leren er immers ook altijd veel van. Het verlicht daarnaast de werkdruk.”
Van Schie: “Als je wilt dat studenten er iets van leren, maak er dan een onderwijsvorm van. Dan kunnen we het dáár over hebben. Hier gaat het om bijbaantjes. Het lijkt nu een manier te zijn om aan goedkope of goedkopere arbeid te komen.”
Het is een beeld dat de faculteit niet herkent. De functie van studentassistent is volgens de faculteit ooit in het leven geroepen voor de inzet bij onderwijs en onderzoek. "Dat gebeurt al lange tijd en hangt niet samen met het vervangen van docentfuncties."
Ik snap niet waarom de vakbonden zo erg tegen student-assistenten zijn.
In mijn ervaring (als student en student vertegenwoordiger) zijn studenten doorgaans positief over het gebruik van student-assistenten. Zij kunnen stof vaak goed uitleggen (soms beter dan stafleden, aangezien ze dichter bij de stof staan als student) en bij beta is nakijken doorgaans redelijk recht toe recht aan.
Student-assistenten maken het intensieve onderwijs mogelijk. Ja, je kan het zien als "goedkope arbeidskrachten". Dat gebeurt echter overal. Het is echt geen toeval dat de werkgroepen bij bijvoorbeeld rechten doorgaans niet worden geveven door hoogleraren.
Ik hoop dat de vakbond zich niet teveel verder gaat bemoeien met het mooie onderwijs met student-assistenten van de beta faculteit. Het gebruik van student assistenten brengen sommige moeilijkheden met zich mee, maar de faculteit en Bert Klein Gebbink zijn uitstekend in staat om daar mee om te gaan (en zoals Bert al benoemde, was de faculteit daar al mee bezig).