Onderwijsinstellingen moeten anderstaligen accommoderen
Studenten geweerd uit medezeggenschap om gebrekkig Nederlands

De twee studenten van Zuyd Hogeschool zijn afgelopen december verkozen als lid van de centrale medezeggenschapsraad (cmr). Maar ze zijn weggestuurd omdat ze niet in het Nederlands kunnen vergaderen.
Dat mag beslist niet, blijkt uit een juridisch advies van emeritus hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens. Op basis van nationaal en Europees recht mogen alle ingeschreven studenten zich kandidaat stellen voor de medezeggenschapsraad. En dan moet de onderwijsinstelling zorgen dat raadsleden hun werk kunnen doen, bijvoorbeeld via een tolk.
Het besluit is daarom teruggedraaid, maakte de hogeschool vrijdag bekend. Zoontjens boog zich over de kwestie op verzoek van Zuyd Hogeschool zelf. Het bestuur wilde graag het oordeel van een onafhankelijke deskundige over de kwestie.
Tolk
Voorzitter van de cmr Werner Eussen zegt blij te zijn met het advies. “Er moet gewoon een professionele tolk komen”, zegt hij. Volgens hem wilde het bestuur van Zuyd die eerst niet vergoeden en heeft de cmr er zelf geen budget voor.
Toch geeft Zoontjens ook de cmr en de verkiezingscommissie een veeg uit de pan. Die kunnen niet zomaar leden eruit gooien, anders wordt het te makkelijk om het democratische proces te verstoren. Eussen zegt in een reactie dat hij “naar eer en geweten heeft gehandeld, op basis van de regels die we beschikbaar hadden”.
De twee Italianen, Vito en Giuseppe, studeren international business en European studies. Ze zijn, volgens het persbericht van Zuyd, “blij met de uitkomst”.
Maar hoe zit het aan andere hogescholen en universiteiten? We peilden zestien hogescholen, waaronder vier kunsthogescholen, en veertien universiteiten.
Hogescholen
In het hbo mogen internationale studenten overal lid worden van de medezeggenschap, al komt het soms gewoonweg niet voor. De Hogeschool Leiden bijvoorbeeld heeft pas sinds vorig jaar een Engelstalige bachelor, en dat is ook nog eens een deeltijdopleiding. Dus is het Nederlands de voertaal in de centrale medezeggenschap en aan vertalingen of tolken is nog geen behoefte geweest.
Andere hogescholen vergaderen meestal in het Nederlands. Bij Saxion zit er een tolk bij, zodat ook internationals aan de gesprekken kunnen deelnemen. Bij de Hogeschool Utrecht is er soms behoefte aan een gebarentolk. Bij Fontys werken ze met vertaalapps of zogeheten buddy’s die helpen met de vertaling.
Toch lukt het niet overal. Bij Avans kwam er een buitenlandse student in de medezeggenschap. De vergaderstukken werden wel vertaald, maar de andere leden bleven Nederlands spreken. Er zijn diverse vertaalapps uitgeprobeerd, maar “uiteindelijk bleek een vertaling van gesproken Nederlands naar geschreven Engelse tekst helaas niet toereikend door de vertraging die er optreedt tijdens het vertaalproces”, laat de woordvoerder weten. “Daardoor kon de student helaas niet voldoende participeren.”
En bij de kunsthogescholen? Daar studeren veel studenten van buiten Nederland en spreken ze Engels in de medezeggenschap. Ze zijn er, zoals de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten het uitdrukt, playfully bilingual. Soms kunnen Nederlandstalige studenten of medewerkers het lastig vinden om hun punt in het Engels te maken en doen ze het in het Nederlands, legt de woordvoerder uit. Zo nodig vertaalt iemand anders het even.
Universiteiten
Playfully bilingual heet aan de universiteiten lingua receptiva, of receptieve meertaligheid of aan de Universiteit Utrecht luistertaal. Het idee is dat verstaan vaak makkelijker is dan spreken. Nederlanders verstaan goed Engels, maar drukken zich toch beter uit in hun moedertaal, terwijl internationale medewerkers vaak Engels spreken terwijl ze best goed Nederlands verstaan. Dan kun je Engels en Nederlands dus door elkaar heen gebruiken.
In Tilburg gaan ze ermee experimenteren, in Wageningen is de voertaal Nederlands, maar schakelen ze over op het Engels als iemand het niet begrijpt. In Utrecht, Nijmegen en Groningen werken ze met luistertaal. In Utrecht zijn de stukken voor de Universiteitsraad tweetalig en is er voor de internationale raadsleden een tolk.
Sommige universiteiten doen alles in het Engels, zoals de Erasmus Universiteit. Er zijn ook universiteiten waar ze in het Nederlands vergaderen, zoals Delft en de Universiteit van Amsterdam, maar dan zitten er tolken bij.
Alleen in Leiden werpen ze een barrière op voor internationale studenten die in de medezeggenschap willen zitten: zij moeten Nederlands op B1-niveau beheersen, oftewel ‘eenvoudig Nederlands’. Stukken worden er niet standaard vertaald. Het gebeurt alleen indien nodig.
Drempel?
Mag je van medezeggenschappers eisen dat ze Nederlands spreken? Volgens Zoontjens mag je die eisen stellen als studenten zich inschrijven, en niet pas daarna. Zeggen dat alles in het Nederlands moet, wordt sowieso moeilijk te verdedigen als je internationale studenten trekt met Engelstalige opleidingen, stelt de jurist.
Studenten kunnen nog niet verplicht worden om een cursus Nederlands te volgen, waarschuwt Zoontjens. In ieder geval niet totdat het wetsvoorstel Internationalisering in balans (de WIB) is aangenomen.
In de WIB staat dat onderwijsinstellingen hun buitenlandse studenten Nederlands moeten leren, legt Zoontjens in een telefonische reactie uit. Dat is nieuw. Tot nu toe hoefden ze alleen bij Nederlandse studenten de taalvaardigheid te verbeteren. Als de nieuwe wet geldt, vallen zulke taaleisen wel te verdedigen.
De WIB ligt nu in de Tweede Kamer, maar moet nog besproken worden.