Rector: ‘Beleid niet zo streng als het lijkt’

Universiteitsraad wil promotierecht voor alle UU-docenten

toga-hoogleraar-DUB
Foto DUB

Vorm het ius promovendi om tot een formeel opleidingstraject en geef alle gepromoveerde UU-medewerkers in vaste dienst het recht om hun promovendi als eerste promotor te begeleiden. Met dat voorstel kwam de U-raad deze week in een initiatiefnota.

Het verzoek past in een bredere roep om iets te doen aan de hiërarchische verhoudingen binnen de universiteit. De Jonge Akademie kwam drie jaar geleden al met een pleidooi met de titel ‘Iedereen Professor’ waar het promotierecht voor alle wetenschappers onderdeel van uitmaakte. 

DUB-columnist en hoogleraar Erik van Sebille pleitte recentelijk eveneens voor een versoepeling van het ius promovendi in het kader van een modernisering van het promotiestelsel. 

Volgens raadslid Eleni Braat bleek tijdens een rondgang binnen verschillende faculteiten dat het exclusieve karakter van het ius promovendi voor veel UU-medewerkers een pijnpunt is. Zij vinden het niet te verdedigen dat de dagelijkse begeleiding van promovendi door een universitaire docent of universitair hoofddocent plaatsvindt die niet de daarbij behorende formele bevoegdheden heeft. 

“Voldoende bekwaam”
In Nederland hadden van oudsher alleen hoogleraren het recht om promovendi de doctorstitel toe te kennen. Sinds een wetswijziging in 2017 kan dat recht ook aan andere wetenschappers worden toegewezen. De VSNU stelde daarna richtlijnen op met als uitgangspunt dat universiteiten zich ervan moesten verzekeren dat gegadigden “voldoende bekwaam” zijn. De Nederlandse universiteiten geven elk een eigen invulling aan die richtlijnen. 

Volgens de  leden van de Universiteitsraad is de UU nog steeds zeer selectief bij het toekennen van het promotierecht. Zij baseren zich onder meer op de voorwaarden die op de website staan. Daarin staat dat wetenschappers ruime ervaring moeten hebben als co-promotor van promotietrajecten die succesvol verliepen en op tijd werden afgerond. Afhankelijk van het vakgebied kan van gegadigden verwacht worden dat ze een belangrijke NWO- of ERC-onderzoeksbeurs hebben gekregen of dat ze in het bezit zijn van een senior kwalificatie onderzoek (skoz). 

Deze uitgangspunten zijn niet erg realistisch, vindt de U-raad. Bovendien wakkeren sommige eisen de onderlinge competitie tussen wetenschappers aan. En dat past niet bij het UU-beleid van Erkennen & Waarderen waarmee de UU juist de samenwerking tussen medewerkers wil bevorderen. 

De raadsleden komen daarom met het voorstel om alle universitair docenten en universitair hoofddocenten het promotierecht te geven. Wie daadwerkelijk een promovendus gaat begeleiden moet een trainingstraject volgen. Die werkwijze zou te vergelijken zijn met de basiskwalificatie onderwijs (bko), het traject dat universitair docenten aangeboden krijgen.

Lichter
Rector Wilco Hazeleger krijgt enige bedenktijd. Hij hoeft pas in de volgende raadscyclus in mei te reageren op het voorstel. Maar in een korte eerste reactie nuanceerde hij tijdens een vergadering met de raad deze week al enkele passages in de nota. Volgens hem kent het College van Promoties, waarin de rector en alle decanen zitting hebben, het promotierecht “best wel veel” toe. 

Naar de mening van de rector leiden de voorwaarden die op het internet zijn gepubliceerd tot een verkeerde perceptie en gaat het in de webteksten eerder om voorbeelden dan om harde eisen. In de regel is het tegenwoordig voldoende dat iemand kan aantonen te beschikken over inhoudelijke expertise in het eigen veld en over voldoende vlieguren als begeleider van een promotietraject. “Je ziet dat er echt wel lichter wordt omgegaan met het ius promovendi.”

Raadslid Eleni Braat vroeg daarop waarom de webteksten dan zo zijn geformuleerd. De indruk van veel medewerkers is mede daardoor dat het een zeer gewichtige procedure is. 

Hazeleger beloofde in de komende weken de “vrij oude” teksten nog eens onder de loep te nemen en ook nog eens te kijken naar de verschillen tussen faculteiten. Faculteiten geven op uiteenlopende manieren invulling aan het beleid, neemt de rector waar. Hij zei dat hij er bij faculteiten met veel promovendi al op had aangedrongen om voor meer medewerkers het promotierecht aan te vragen. "Voor de kwaliteit van de begeleiding kan het niet goed zijn als iemand twintig promovendi heeft."

Volgens de rector mag de raad ervan uitgaan dat er op termijn een aanpassing komt. Daarbij zal ook gekeken worden of er een koppeling gemaakt kan tussen het ius promovendi, het reguliere bevorderingsbeleid en de onderzoekskwalificatie onderzoek. "Daar zitten dubbelingen en we gaan kijken of we dat kunnen stroomlijnen.”

Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.

Het lijkt mij een enorme vooruitgang, en tevens een vereiste van "erkennen en waarderen", dat promotierecht niet van functie afhangt, maar van expertise (en ervaring - maar die eis stellen we nu bij hoogleraren ook niet, ook niet bij bijzonder hoogleraren).

FWIW - ik heb in mijn Rotterdamse oratie (uit 2009) geconcludeerd dat "rechtvaardigheid vereist dat het promotierecht opengesteld wordt voor niet-hoogleraren." Zie https://repub.eur.nl/pub/17475/Oratie%20Ingrid%20Robeyns.pdf pp. 12-14.

Mijn inziens hebben we als universitaire gemeenschap alleen maar te winnen indien we het promotierecht aan iedereen toekennen waarvan we kunnen verwachten dat die een geschikte promotor is - het geeft erkenning aan wie het werk doet en niet aan wie toevallig in die groep hoogleraar is, het motiveert de begeleiders en neemt (terechte) frustraties weg, het maakt op het symbolische domein de organisatie minder hiërarchisch, het vermijdt ongemakkelijke situaties waarbij een promotor eigenlijk geen expertise heeft op het gebied van het proefschrift, het zorgt dat de pro-forma-hoogleraren geen onterechte credits kunnen krijgen (waar die zich soms zelf zeer ongemakkelijk over voelen!), het brengt ons promotiestelsel meer in lijn met wat internationaal gangbaar is, enzovoort. Bovendien is het traject tot aanvraag van het Ius nu best tijdrovend, dus dat afschaffen kan weer tegen werkdruk helpen (of dat ook zo zal zijn, hangt ervan af hoe het nieuwe stelsel eruit zou zien; het Quorum bij promoties afschaffen zou ook erg helpen hierbij, want dat is ook een regel die in de praktijk niets toevoegt).
En ook niet onbelangrijk: het promotierecht moderniseren kost helemaal niets!

The Rector’s response does not address the issue. At UU, assistant professors cannot act as promotors.

Assistant professors are expected to acquire funding, recruit and supervise PhD students, and bring projects to completion, yet the formal role of promotor is assigned to someone else. In practice, the promotor does not need to be involved in the supervision, does not have to be a direct expert in the field, and does not bear clear consequences if problems emerge after the fact—the responsibility falls on the authors and the research team.

Given that the scientific quality is already assessed by the supervisors and the thesis committee, it is unclear what the promotor adds beyond formal sign-off. Given the clear costs in terms of fairness and incentives, it is hard to see why this system should be maintained.

Ik snap de goede bedoelingen maar heb toch bedenkingen bij het idee van promotierecht voor iedereen. Promotieonderzoek begeleiden is niet altijd gemakkelijk, en bovendien een grote verantwoordelijkheid: je kunt prille onderzoekscarrières maken en breken. Ik denk dat het daarom goed is dat iemand aantoonbaar ervaring moet hebben met zulke begeleiding voor diegene de eindverantwoordelijkheid over een promotietraject krijgt. Alleen een trainingstraject (wat sowieso een goed idee is) lijkt me daarvoor niet afdoende. De situatie die Farshid beschrijft, met inhoudelijk niet betrokken en ondeskundige promotoren die geen echte verantwoordelijkheid dragen herken ik niet (wat niet betekent dat het niet elders bestaat) en zou ook in het huidige systeem niet acceptabel zijn; dat is de verantwoordelijkheid van de decaan.

Advertentie