In totaal negen stolpersteine voor UU’ers bij Academiegebouw
Vijf UU-studenten krijgen op dodenherdenking struikelsteen op Domplein
De vijf studenten van de Universiteit Utrecht die herdacht worden met een struikelsteen zijn Trui van Lier, Truus van Lier, Kees van Lier, Isaac Cohensius en Wim Eggink (zie kader).
Stolpersteine zijn messing steentjes waarmee slachtoffers van het nationaal-socialisme rond en tijdens de Tweede Wereldoorlog worden herdacht. Ze moeten worden aangevraagd bij Stichting Stolpersteine. Dat heeft onder meer docent Duits Doris Abitzsch gedaan. Zij is mede-initiatiefnemer van het project ‘Stolpersteine: slachtoffers van het nationaalsocialisme zichtbaar maken’, een vak in het kader van community engaged learning. De studenten die deelnamen aan dit project hadden zich verdiept in de levens van de verzetsstrijders en hebben deze vijf voorgedragen voor een struikelsteen.
Eerder al werden op het Domplein struikelstenen gelegd voor verzetsman en student kunstgeschiedenis Jacques Bol, de Joodse hoogleraar Sociologie Jacob van Gelderen die zichzelf van het leven beroofde, letterenstudent Henny Mimi de Vries en geneeskundestudent Marianne Helena Blazer die in Auschwitz omkwamen.
“Studenten en wetenschappers werden geconfronteerd met onderdrukking, vervolging en de keuze tussen meebuigen of verzet bieden tegen het naziregime”, aldus Abitzsch. “Velen verloren hun academische carrière, toekomst en zelfs hun leven. Het is belangrijk dat we hun verhalen blijven vertellen en de herinnering aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog levend houden, zodat we ons bewust blijven van de gevaren van haat en intolerantie.”
Logische plek
Het Academiegebouw op het Domplein is een logische plek voor het plaatsen van de struikelstenen. In het Academiegebouw, tegenover de ingang van de Aula, bevindt zich immers het universitair oorlogsmonument met daarop de namen van 169 studenten en medewerkers die in de periode 1940-1945 zijn omgekomen. Bovendien verwijst ook het Hermesbeeldje in de gang richting Aula naar de oorlog. Dat beeldje stond voor en tijdens de oorlog in de kamer waar de centrale studentenadministratie was opgeslagen. Om te voorkomen dat die gegevens in handen van de bezetter zouden vallen en studenten dus gemakkelijk traceerbaar waren voor de Arbeitseinsatz, heeft in 1942 een aantal studenten die administratie in brand gestoken. Een deel van het Hermesbeeldje is daarbij gesmolten. Na de oorlog werd dit beeldje symbool voor dergelijke verzetsdaden.
De stolpersteine liggen naast de muur van het Academiegebouw vlakbij de ingang van het Pandhof.
De bedoeling van het project ‘Stolpersteine’ is om mensen te laten stilstaan bij de verstrekkende gevolgen van uitsluiting. De eerste Utrechtse Stolpersteine werden door kunstenaar Gunter Demnig in 2010 gelegd bij het Centraal Israëlitisch Weeshuis op Nieuwegracht 92. Inmiddels liggen er meer dan 250 struikelstenen in Utrecht; zoals aan de Frans Halsstraat 19 voor de Joodse hoogleraar Hermann Jordan. Verspreid over Europa liggen er meer dan 115.000.
Met de vijf nieuwe stenen worden herdacht:
Trui van Lier (1914 - 2002 ) studeerde in Utrecht eerst Geschiedenis maar stapte over naar Rechten. Zij was actief lid van studentenvereniging UVSV maar stopte met haar studie om de ‘kinderbewaarplaats’ Kindjeshaven aan de Prins Hendriklaan te kunnen runnen, waar ook Joodse kinderen tussen 0 en 7 jaar tijdelijk konden onderduiken. De kinderen werden door studenten uit het verzet gebracht, en later weer doorgeplaatst naar meer permanente onderduikadressen. Haar werk was des te gevaarlijker, omdat het in Utrecht Oost wemelde van de Duitsers en NSB’ers. Niettemin heeft Trui met de crèche, samen met haar rechterhand Jet Berdenis van Berlekom zo’n 150 Joodse kinderen het leven weten te redden. Onlangs verscheen er over haar een biografie die in Dub besproken is. Ze overleefde de oorlog en werd 88 jaar.
Truus van Lier (1921 – 1943) is het jongere nichtje van Trui. Zij studeerde ook Rechten en was eveneens lid van UVSV. Ze was al snel na aanvang van de oorlog actief in het verzet. Ze smokkelde wapens, bracht mensen naar onderduikadressen en nam in het geheim foto’s van vliegbasis Soesterberg. Ze is vooral bekend geworden met haar laatste verzetsdaad: de liquidatie op het Willemsplantsoen van de gevreesde NSB-hoofdcommissaris van politie, Gerardus Johannes Kerlen. Op die plek staat nu een standbeeld van haar. Vrij snel daarna werd ze in Haarlem opgepakt en afgevoerd naar concentratiekamp Sachsenhausen, waar ze werd gefusilleerd.
Cornelis (Kees) van Lier (1912-1940) studeerde Wis- en Natuurkunde in Utrecht. Hij was lid van het Utrechtsch Studenten Corps (USC) en bekleedde diverse bestuursfuncties. Voor de oorlog was hij assistent van de hoogleraar theoretische fysica. Tijdens de mobilisatie was hij sergeant bij de Motordienst van het Nederlandse leger. Op 19 januari 1940 trouwde hij met Bernardina Daamen, op 14 mei van datzelfde jaar beroofden ze zich allebei in Haarlem van het leven toen Nederland onder de voet werd geolpen door de Duitse bezetter. Kees was toen 27 jaar.
Isaac Cohensius (1910-1993) was kort voor zijn deportatie naar Polen in Utrecht afgestudeerd als arts. Hij werd als kampdokter te werk gesteld in de werkkampen rond Auschwitz. Zijn echtgenote werkte er als verpleegster maar werd al snel vermoord. Na de oorlog tekende Isaac een deel van zijn herinneringen aan het kamp op, die later uitgegeven werden onder de titel ‘Kampdokter’. Daarin verhaalt hij over de gebrekkige hygiëne, het slechte voedsel of de lijfstraffen in de kampen. Na de oorlog emigreerde hij naar Israël, waar hij op 82-jarige leeftijd overleed.
Wim Eggink (1920 - 1945) studeerde in de oorlogsjaren Geografie bij onder meer hoogleraar Louis Van Vuuren, die in 1941 rector magnificus werd en waarmee Eggink grote meningsverschillen had over hoe om te gaan met de bezetter. Maar met name met diens voorganger, rector Hugo Kruyt raakte hij in conflict toen deze na het buitensluiten van Joodse medewerkers en studenten door de Duitsers de universiteit gewoon draaiende wilde houden. Wim Eggink was preses van studievereniging Vugs. In 1941 richtte hij de verzetsgroep het Utrechtsch Studentencontact op, waarvan hij leider werd. Deze groep vond aansluiting bij het landelijke verzetsnetwerk de Raad van Negen. Eggink gaf het illegaal studentenblad Sol Iustitiae uit en werkte later mee aan de illegale bladen Ons Volk en het Parool. Uiteindelijk is Wim Eggink verraden en gearresteerd. Hij kreeg nog wel toestemming om te trouwen, maar werd daarna op transport naar het tuchthuis Hamelen gezet, waar hij in 1945 stierf. In het Vening Meineszgebouw hangt een portret van Eggink.
Andere activiteiten 4 mei herdenking
Tijdens de 4 mei-herdenking houdt universitair hoofddocent Bjorn Wansink in de Aula van het Academiegebouw een lezing, getiteld ‘Iedereen is op zoek naar een veilige plek. Met jongeren en kinderen in gesprek over crisis en conflict.’ Aansluitend is om 16.30 uur de kranslegging door college van bestuur en studenten van de Universiteitsraad.
Na afloop van de stedelijke kranslegging om 20 uur op het Domplein door burgemeester Sharon Dijksma is in de Aula van het Academiegebouw de jaarlijkse 4-meilezing georganiseerd door Studium Generale. Dit keer wordt die verzorgd door Jurriën Hamer, docent Ethiek en Politieke Filosofie. Hij onderzoekt in zijn lezing wat nodig is om onze vrijheden echt te realiseren. De lezing is van 20.30 tot 21.30 uur. Aanmelden is niet nodig.
Reacties
We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.