‘Wegwerpdocent’ vs UU: Deed de docent wel of geen structureel werk?

Foto Pixabay

Marijn Scholte stapte dit voorjaar boos naar de rechter. De voormalig tijdelijk docent wil zijn baan terug en een vaste aanstelling afdwingen, zo vertelde hij in een groot interview met DUB. Het werk wat hij vier jaar lang deed, was structureel van aard en daar hoort een vast contract bij, betoogt zijn advocaat Twan Kersten. Dat het werk van Scholte structureel was, toont Kersten onder meer aan doordat er twee vacatures waren voor de baan die Scholte verliet. “Er is permanent behoefte aan docenten.” Hij betoogt dat de UU een slecht werkgever is. “Een docent is allang blij dat hij een baan heeft. Zo wordt een ongewenst systeem in stand gehouden.” 

De Universiteit Utrecht zegt dat Scholte geen recht heeft op een vast contract. Het werk dat hij deed was wél tijdelijk. Dit type docent is onder meer nodig om schommelde studentenaantallen op te vangen. Het is bovendien beleid dat de UU alleen vaste contracten geeft aan docenten die het geven van onderwijs combineren met het doen van onderzoek, zoals universitair docenten. Bovendien, zo zegt advocaat Sophie Wierenga-Heintz van de UU heeft de faculteit inmiddels al meer universitair docenten in dienst genomen zodat er minder gebruik gemaakt hoeft te worden van tijdelijke docenten. Een slecht werkgever is de UU ook niet, want er zijn geen “valse verwachtingen” gewekt.

Steun betuigen
Eén van de docenten die naar de rechtbank kwam om steun te betuigen aan Scholte is Luzia Heu. Zij heeft als universitair docent wel een vast contract bemachtigd in Utrecht. Maar volgens haar heeft iedereen last van de vele tijdelijke contracten. “Steeds weer moeten er nieuwe mensen ingewerkt worden. Dat zorgt voor een hogere belasting voor alle docenten”, meent ze.

Ook docent Jasper Steggink volgt de zaak op de voet. Hij zit naar eigen zeggen in hetzelfde schuitje als Scholte. Hij heeft drie contracten in drie jaar gehad en moest ook vertrekken bij de Universiteit Utrecht. “Ik wist toen ik begon dat ik een tijdelijk contract kreeg en zag het toen vooral als een mooie kans. Inmiddels zie ik welk systeem erachter zit en merk ik dat dit voor mij een doodlopende weg is”, zegt hij. Steggink hoopt dat de rechtszaak “structurele verandering” teweegbrengt.

Luider protest
De rechtszaak past in het steeds luider te horen protest van tijdelijke docenten in het land. Zij voelen zich wegwerpdocenten omdat ze na hard werken de laan uit worden gestuurd en hun heil bij een andere universiteit moeten zoeken omdat docenten bij de meeste universiteiten geen vaste aanstellingen krijgen. Zij leven van contract naar contract wat een onzeker bestaan oplevert.

Toch kunnen universiteiten niet zonder dit type docent die wordt ingezet als de studentenaantallen stijgen, vaste krachten ziek worden of zich tijdelijk volledig of meer gaan bezig houden met onderzoek. Utrecht heeft daarom besloten om deze docenten sinds 2019 een contract van vier jaar te geven. Dat moet de docent meer zekerheid bieden en de werkdruk verlagen voor de vaste staf die de docent moet werven en inwerken. “Een contract van vier jaar is wel een vooruitgang, maar niet meer dan dat”, zei Tim de Winkel van Actiegroep 0.7 in een verhaal in DUB over de wijze waarop tijdelijk docenten hun werk ervaren op de UU.

Inmiddels heeft de Universiteit van Amsterdam besloten een bepaald type docent wel een vast contract te geven. Leiden overweegt dit. De UU houdt vast aan haar beleid en zet in op het aannemen van meer docenten die ook onderzoek doen. Daartoe heeft de UU extra geld uitgetrokken. Maar: “Tijdelijke docenten blijven nodig”, zegt de UU in een statement en verwijst naar de “forse fluctuaties in de instroom van studenten bij de faculteit Sociale Wetenschappen” en “wisselingen in beschikbaarheid” van docent-onderzoekers die door het binnenhalen van onderzoeksbeurzen bijvoorbeeld tijdelijk minder onderwijs kunnen geven.

Het laatste woord is aan de rechter. Die vatte het geschil tussen Scholte en de UU bondig samen: “Is hier sprake van structurele werkzaamheden? De één zegt ‘ja’, de ander zegt ‘nee’. Zo simpel is het recht af en toe.” De uitspraak volgt op 3 augustus. 

Advertentie