Deep Dive

De toekomst is onzeker, waarom zou je dan de hoop opgeven?

Glass illustratie.jpg
Illustratie: Ivana Smudja

Wat is hoop eigenlijk? Dat is een vraag die op veel manieren beantwoord kan worden. Zo schrijft universitair hoofddocent Jaap Bos in DUB: “Hoop is een levend organisme dat voor je zingt, een metgezel, een bondgenoot, groter dan jij.” Hoe poëtisch ook, ik kan er weinig mee. Ook niet met de psychologische definitie die hoop ziet als ‘cognitief-motivationeel construct’ waar Bos zich tegen verzet’.

Ik ben op zoek naar een definitie die mij meer houvast geeft. Die vind ik in het Algemeen Nederlands Woordenboek (ANW). Het definieert hoop als “het verlangen dat iets werkelijkheid zal worden”. Wie verlangt naar een bepaalde toekomst, heeft hoop. Wie hopeloos is, heeft dat verlangen niet.

De DeepDive-vraag van onze lezers wordt zo een vraag naar verlangen. Hiermee kan ik mijn zoektocht vervolgen naar antwoorden op de vraag: “Hoe kunnen we hoopvol blijven over de toekomst?”

Zijn we vrij om te hopen?

Volgens de definitie van het ANW lijkt het antwoord simpel: blijf gewoon verlangen! Dat kun je gewoon doen, daar is weinig voor nodig. In eerste instantie lijken we ook vrij om te verlangen. Maar is dat echt zo? Kunnen we ook overgehaald worden om te verlangen? Of overtuigd worden om te hopen? Of juist om daarmee te stoppen? 

Ik geef een voorbeeld.

Nederland heeft als doel in 2050 klimaatneutraal te zijn, maar – laten we hem Teun noemen -  gelooft niet dat we dit gaan halen. Hoewel Teun denkt dat het fijn zou zijn als Nederland in 2050 klimaatneutraal zou zijn, hij verlangt er niet meer naar. Hij is de hoop verloren.

Een uitnodiging om 'gewoon' weer te verlangen, is dus niet genoeg om Teun over te halen. Misschien dat wat positieve feitjes hem nog over de streep kunnen trekken,

“Wist je dat de productie van zonne-energie sinds 2010 73% goedkoper is geworden doordat er zoveel meer opgewekt word?” Je zou het kunnen proberen. En als dat niet werkt, probeer dan een van de andere klimaatlichtpuntjes uit de DUB-column van hoogleraar klimaatfysica Erik van Sebille. Zoals positievere voorspellingen van klimaatverandering, het verbod op sommige schadelijke chemicaliën en toenemende efficiëntie van brandstofgebruik in de industrie.

Maar geven deze feiten hoop? Wordt Teun weer hoopvol van positieve weetjes?

Het antwoord op die vraag lijkt me: "Nee, niet noodzakelijk". Een scepticus als Teun, heeft vast minder vrolijke feiten bij de hand. En hij zal niet bang zijn die te gebruiken om zijn hopeloosheid te onderstrepen! Zo ontstaat dan een vuurgevecht van feiten. En als die op tafel liggen, wat dan? Wie wint er? Hebben we nog hoop op een klimaatneutraal 2050 of niet? 

Deze situatie doet denken aan een klassiek voorbeeld: Is het glas halfvol of halfleeg? De feiten zijn duidelijk: het glas is tot de helft gevuld. Toch is het daarmee niet halfvol of halfleeg. Zo is het ook met hoop. Hoopvol zijn hangt niet af van feiten, maar van de mens die kan blijven verlangen.

Zonder onzekerheid geen hoop

Even terug naar de definitie van hoop “het verlangen dat iets werkelijkheid zal worden". Met de focus op ‘zal'. Dit woord laat zien dat hoop toekomstgericht is. En wat we weten is dat die toekomst onzeker is. Juist die onzekerheid maakt hoop mogelijk. Wie weet wat de toekomst brengt, heeft geen boodschap aan hoop. Zonder onzekerheid geen hoop.

Hoe onzeker is de toekomst? Neem opnieuw het voorbeeld van het klimaat. Het doel is een klimaatneutraal Nederland. Het is niet zo dat we er op het aller-, allerlaatst achter gaan komen of dit doel werkelijkheid wordt. Door feiten te combineren met aannames maken we voorspellingen. Die kunnen erg gedetailleerd zijn. Hoe dichter we bij het voorspelde moment komen, hoe groter de kans dat die voorspelling uitkomt.

Voorspellingen blijven onzeker

Zo probeert het IPCC, het VN-panel dat zich buigt over het klimaat, sinds 1990 te voorspellen hoeveel de aarde zal zijn opgewarmd in 2100. Dit doet de organisatie door wetenschappelijk onderzoek (het laatste rapport telt 66.000 referenties) en aannames te combineren om toekomstscenario’s te schetsen.

Detlef van Vuuren, hoogleraar Geowetenschappen aan de UU, stelde samen met zijn team de nieuwste IPCC-klimaatscenario’s op. Vijf jaar voor 2100 concluderen zij dat er geen rekening meer gehouden hoeft te worden met de meest positieve en negatieve voorspelling. De opwarming van de aarde beperken tot 1,5 graad is niet meer haalbaar. Maar ook het doemscenario dat 4 tot 6 graden opwarming voorspelt, wordt volgens het IPCC geen werkelijkheid.

Je kan je afvragen wat dit betekent voor hoop. Dat het meest waarschijnlijke scenario een positiever beeld schetst, kan zeker hoopgevend zijn. Maar belangrijker om te noteren: ook goede voorspellingen worden weleens bijgesteld. En er zit veel verschil tussen de mogelijke scenario’s. Dat laat zien dat ook met onze huidige voorspellingen de toekomst onzeker blijft. En dat ís een reden om hoopvol te zijn én een reden om de hoop niet te verliezen. Want zonder onzekerheid geen hoop toch?

Denk in kansen

We maken allemaal onze eigen toekomstscenario’s. Over klimaatverandering, over relaties, over carrière, enzovoorts. We denken een hoop te weten over wat komen gaat. Maar staan we wel genoeg stil bij hoe onzeker de toekomst eigenlijk is? En dus, al denk je op basis van de feiten dat de kans klein is dat we onze klimaatdoelen gaan halen, besef dat er een kans is! En besef dat het dat is: een kans! Al zijn voorspellingen zeker niet waardeloos, ze kunnen de toekomst niet vastleggen.

Wie hoopt dat de aarde niet meer dan 1,5 graad opwarmt, kan houvast vinden in de onzekerheid die de toekomst is. Je bent op de hoogte van de feiten, hebt de voorspellingen van het IPCC gelezen, en toch houd je hoop. De kans is misschien klein, maar de toekomst ligt niet vast! Waarom zou je de hoop opgeven als je niet in de toekomst kan kijken?

Als je de hoop opgeeft, dan krijgt teleurstelling juist grip op je

Je zou kunnen antwoorden dat je jezelf, door de hoop op te geven, beschermt tegen teleurstelling. Wie verlangt naar een bepaalde toekomst, stelt zich bloot aan de teleurstelling die wacht als deze gewenste toekomst geen werkelijkheid wordt. Als je de hoop opgeeft, dan krijgt de teleurstelling geen grip op je. Althans, dat zou je denken. In de realiteit werkt dit anders.

Onderzoek wijst uit dat hoopvolle chronisch zieken beter af zijn dan hun hopeloze lotgenoten. Hoop zorgt voor meer zelfvertrouwen en een betere levenskwaliteit. Hoopvolle mensen hebben ook een betere mentale weerbaarheid. Ze kunnen beter omgaan met tegenslagen. Onbeantwoorde hoop is zo’n tegenslag.

Daarom is dit een andere reden om hoopvol te blijven. Hoewel de hoop opgeven je lijkt te beschermen tegen teleurstelling, blijkt hoopvol blijven een beter middel tot dit doel. Dus wees voorzichtig met het opgeven van de hoop! Blijf verlangen!

Natuurlijk is het de kunst om de balans te vinden; te veel zware teleurstelling zal op de langere termijn ook de hoopvollen onder ons ongelukkig maken.

Advies

“Hoe kunnen we hoopvol blijven over de toekomst?”

Mijn advies: denk nog eens na over redenen om hoopvol te blijven. Erken dat de toekomst onzeker is! Blijf verlangen. Weet dat hoop weerbaar maakt! Samen met het besef dat we vrij zijn om hoopvol te blijven, kan dat al een heel deel van de oplossing zijn.

Dit artikel maakt deel uit van onze serie Deep Dive. Daarin bepalen lezers het onderwerp waarover DUB meer journalistieke producties zal maken. In deze editie kozen lezers voor de vraag: Hoe kunnen jongeren hoopvol blijven over de toekomst? Eerdere verhalen zijn hier te vinden.

Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.

Advertentie