Opinie: Onderzoek is zeker niet eenduidig

'Een laptopverbod lost het verkeerde probleem op'

Laptop in collegezaal. Foto: 123rf
Foto's: 123rf, DUB

Zo nu en dan komt het idee weer voorbij: the pen is mightier than the keyboard. In twee recente artikelen op dit platform (hier en hier) wordt beschreven hoe docenten studenten vragen hun laptops in de tas te houden. De kop van het eerste artikel windt er geen doekjes om: “wetenschappelijk bewezen beter”. Bij zo’n stevige stelling gaat mijn onderwijskundige pet op: klopt die claim eigenlijk wel?

Het argument voor laptopvrij onderwijs bestaat uit twee beweringen die door elkaar lopen. Eén: pen en papier leidt tot betere verwerking. Twee: laptops zorgen voor afleiding. Die twee worden samengeperst tot één conclusie: laptops eruit. Maar wat zegt onderzoek?

Wat doe je met je notities?
Er bestaan diverse meta-analyses over pen versus laptop. Drie daarvan (Allen et al., 2020Lau, 2022Flanigan et al., 2024) vinden een klein positief effect voor handschrift. Twee andere (Voyer et al., 2022Urry et al., 2021) vinden geen significant verschil. De meest recente vindt een effectgrootte van 0.248. Statistisch significant, maar erg klein: de overlap tussen beide groepen is ruim 85 procent.

Dat effect treedt bovendien vooral op wanneer studenten hun aantekeningen herlezen. Zonder herlezen wordt het verschil nog kleiner. Het gaat dus niet om pen of laptop, maar om wat je doet met je notities. De literatuur laat consistent zien dat de hamvraag is hoe je noteert, niet waarmee. Letterlijk overschrijven leidt tot oppervlakkiger verwerking. Dat gebeurt vaker op een laptop, maar het is geen eigenschap van het apparaat.

Wie verder graaft, stuit op nog een probleem. Een veelgeciteerd EEG-onderzoek van Van der Weel en Van der Meer (2024) wordt aangehaald als bewijs dat schrijven het leren bevordert, maar in die studie werden geen leeruitkomsten gemeten. Er werd hersenconnectiviteit vastgesteld, en de sprong naar “dus beter leren” is een aanname. Pinet en Longcamp (2025) waarschuwen dat meer breinactiviteit net zo goed belastend kan zijn voor het werkgeheugen.

Onderwijs is meer dan onthouden
Dan de vraag welke variabele we eigenlijk meten. De hoofdvariabele in vrijwel al deze studies is retentie: hoeveel onthoud je?. Retentie richt zich op het verleden: kun je herhalen wat je geleerd hebt? Transfer richt zich op de toekomst: kun je het toepassen? 

De pen-versus-laptop-studies meten vrijwel uitsluitend het eerste. Maar is onthouden altijd het doel van onderwijs? Soms wil ik een idee opdoen, een verband leggen, iets vastleggen om later op terug te komen. Die functies worden zelden meegenomen. In het DUB-panel brengt masterstudent Lester Prins een vergelijkbaar punt naar voren: hij heeft slides soms open staan om iets terug te kijken. Is dat afleiding, of een bewuste leerstrategie?

Zelfs als je het kleine effect accepteert, volgt daar niet uit dat laptops verboden moeten worden. Dat is een sprong van een individueel cognitief effect naar een collectieve gedragsregel. Meerdere panelleden in het DUB-artikel maken hetzelfde punt: onderwijswetenschapper Casper Hulshof noemt het betuttelend, innovatiewetenschapper Frank van Rijnsoever pleit voor cultuurverandering, pedagoog Kirsten Buist zou de keuze aan studenten laten.

Laptop in collegezaal. Foto: 123rf

Nuance verdwijnt, het label blijft
Hoogleraar Lars Tummers erkent dat de verschillen klein zijn. Tegelijkertijd zegt hij bewust een prikkelende stelling in te nemen, omdat dat beter werkt om mensen in beweging te krijgen. In een privégesprek erkende Tummers dat het te gemakkelijk kan zijn om de schuld bij het digitale te leggen, en in een vervolgpost op LinkedIn gaf hij ruimte aan meerdere perspectieven. Die openheid siert hem. Maar de publieke boodschap die beklijft, is vaak de eerste: laptops eruit.

Als je als wetenschapper je stelligheid groter maakt dan je bewijs, creëer je het risico dat mensen beleid gaan voeren op basis van die stelling. Prikkelende stellingen krijgen bereik, maar het zijn ook die stellingen die beklijven en beleid vormgeven. De nuance verdwijnt, het label blijft. Dit is zelfs op politiek niveau zichtbaar. Het kabinet koos onlangs voor een adviesleeftijd van 15 jaar voor sociale media, terwijl de wetenschappers uitkwamen op 13 jaar. Onderzoeker Ina Koning schreef dat deze leeftijden “een politieke keuze” zijn. Dat is het mechanisme waar ik me zorgen over maak, ook bij het laptopdebat.

Dan het afleidingsargument. Dat kan kloppen. Maar als afleiding het probleem is, zit de crux in je onderwijsontwerp. De variabele is taakstructuur en didactiek, niet het apparaat. Hetzelfde probleem heb je met studenten die wegdromen. Een laptopverbod is dan symptoombestrijding.Risico van symptoombestrijding

Filosoof Floris van den Berg stelt in het DUB-panel dat PowerPoint niet het standaardformat voor een college zou moeten zijn. Dat sluit aan bij een bredere vraag: is het hoorcollege eigenlijk wel altijd een goede werkvorm? Kijk naar probleemgestuurd onderwijs aan de Universiteit Maastricht of het Connected Curriculum van University College Londen. In onderwijsvormen waar studenten actiever worden betrokken en meer betekenis ervaren, speelt het laptopprobleem minder. 

In toetsingsland kennen we het begrip consequentiële validiteit: welk gedrag lokt je ontwerp uit? Als je onderwijsvorm ertoe leidt dat studenten gaan scrollen, klopt er iets niet in de samenhang tussen je doelen, je toetsing en je opdrachten. Wie een afleiding wegneemt zonder de oorzaak aan te pakken, lost weinig op. Los je het dan op met een verbod, of door je onderwijs anders in te richten?

Dit is een ingezonden opiniestuk. Het standpunt in dit artikel is niet per definitie ook het standpunt van DUB.

Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.

Ik merk zelf heel erg dat de aantekeningen die ik op papier heb gemaakt ergens rondslingeren, in een kast liggen. Soms daarvoor al, maar zeker nadat het tentamen is gemaakt ben ik die kennis letterlijk kwijt.
Digitale aantekeningen heb ik jaren later nog steeds zo teruggevonden en kan ik vaak zo toepassen. Ik zou willen dat ik al mijn aantekeningen digitaal had gemaakt de afgelopen jaren.

De redenering van Barend Last steunt op een paar drogredenen:
1. Hij draait hier de bewijslast om. De relevante vraag is niet of de laptop aantoonbaar de schuld is van alle kwaad, maar of de aanwezigheid van de laptop een zinvolle bijdrage levert aan het onderwijsproces op dat moment.

2. Barend maakt de boodschapper verdacht: als je last hebt van afgeleide studenten moet je niet naar de laptop wijzen, maar gewoon beter onderwijs geven. Nu zullen de kinderen in Barends groep 3 ongetwijfeld aan zijn lippen hangen als hij iets vertelt, maar dat is niet altijd iedere docent gegeven.

Natuurlijk zullen studenten ook zonder laptop wel eens afgeleid zijn, ik zit ook wel eens uit het raam te staren, maar daar buiten is geen voortdurende stroom aan achterstallige social mediaberichten en andere verleidingen waar ik dringend mee moet interacteren. Schermen dicht blijft dus een goed idee als de laptop niet noodzakelijk is voor het onderwijsdoel op dat moment.

Dank voor jullie reacties, goed om de dialoog te blijven voeren!

@Bas: goed punt over bruikbaarheid op lange termijn. Of je je aantekeningen drie jaar later nog terugvindt en kunt toepassen, valt ook altijd buiten de scope van dit soort onderzoek. Het is daarmee geen argument tegen pen of voor laptop, maar wel een illustratie dat de meting smaller is dan de conclusie die eraan wordt opgehangen.

@Elwin: twee punten. Je schrijft dat ik de bewijslast omdraai. Ik zou zeggen dat ik hem precies op de plek leg waar hij thuishoort. Wie een bestaande praktijk wil beperken, moet onderbouwen waarom. Laptops zijn al decennia onderdeel van het academisch onderwijs. Het criterium "levert het een zinvolle bijdrage op dit moment" klinkt redelijk, maar bewijst te veel. Pennen leveren ook niet altijd een zinvolle bijdrage. Moeten die dan ook weg als studenten zitten te doodlen?

Je tweede punt raakt me meer, omdat het inhoudelijk langs mijn argument heen gaat. Ik schrijf niets over charismatische docenten of studenten die aan iemands lippen hangen. Mijn argument gaat over onderwijsontwerp: consequentiële validiteit, taakstructuur, de vraag of het hoorcollege als werkvorm nog doet wat het moet doen. Dat is geen persoonlijkheidskwestie en ook geen groep 3-concept (overigens verzorg ik meerdere keren per week interactieve colleges, meestal voor docenten!).

Overigens eindig je met "schermen dicht als de laptop niet noodzakelijk is voor het onderwijsdoel op dat moment". Daar ben ik het mee eens. Dat is alleen situationeel gebruik, geen hard verbod. En het legt verantwoordelijkheid bij waar die mijns inziens hoort.

"Levert laptop zinnige bijdrage aan onderwijs van dat moment?" lijkt me zinnige vraag als uitgangspunt en criterium. Dat je dat soort vraag ook over pennen kunt stellen (of over koffie, of een zonnebril) vind ik niet relevant omdat de zorgen vooral de laptop betreffen. En die zorgen gaan vooral over afleiding, waar het geciteerde onderzoek niet over gaat. Als het om afleiding draait, is aantrekkingskracht van de docent volgens mij wel een factor. Weegt die op tegen wat er ook op die laptop ook om aandacht vraagt?

If they ban submissions from brightspace, and digital submissions, and digital source searching, and all digitalizations, sure. Everything is done virtually in university education, so I do not get the ban.

Advertentie