Minder vliegen is noodzaak

‘Maak het UU-reisbeleid strenger en handhaaf het ook’

Foto: Pixabay

Klimaatwetenschappers, ook van de UU, waarschuwen al lang voor de gevaren van de opwarming van de aarde. Ze verwachten een dystopische toekomst met massamigratie, oorlogen en hongersnoden, veroorzaakt door overstromingen, hittegolven, natuurbranden en stormen van een ongeëvenaarde intensiteit en frequentie. 

De UU wil studenten opleiden tot “verantwoordelijke burgers”, ook ten opzichte van ecologische duurzaamheid. Maar intussen vliegen we zelf, net als andere wetenschappers in rijke landen, fiks meer dan de gemiddelde wereldburger. Uit onderzoek blijkt echter dat meer vliegen niet noodzakelijk leidt tot betere wetenschap. 

Vliegen is een extreem milieuvervuilende bezigheid. Voor een individu is het de schadelijkste bijdrage aan klimaatverandering. Om bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van een retour San Francisco te compenseren moet je vijf jaar vegetarisch eten, of drie jaar met de fiets naar je werk als je daar 20 kilometer vandaan woont. 

Een visie is niet genoeg
Hoe kunnen wij ons gedrag in lijn brengen met onze kennis over de ecologische crisis? In concreto: hoe kunnen wij ons reisgedrag in lijn brengen met ons onderzoek en onderwijs? Hoe kunnen wij er ook zelf naar handelen? 

Als de UU streeft naar duurzaamheid, dan ligt het voor de hand om vliegen in te perken door middel van een UU-vliegbeleid. Zo belooft het Strategisch Plan van de UU om ‘groene mobiliteit’ te stimuleren en medewerkers te ‘helpen om voor de meest duurzame reisoptie te kiezen’. Er is reisbeleid dat stelt dat medewerkers de trein nemen op afstanden onder de 700km of 8 uur reizen, en in het algemeen zo min mogelijk moeten vliegen. 

Voor 2026 is de – niet al te hoog gestelde – ambitie om 10 procent minder te reizen, en bij de Universitaire Bestuursdienst 20 procent. Verder is het voor universiteiten binnenkort een Europese verplichting om hun CO2-uitstoot te registreren. Een morele vraag blijft: welk vliegbeleid is moreel te rechtvaardigen? 

Een visie is niet genoeg om tot resultaten te komen. Dat is juist op dit dossier duidelijk geworden. Het huidige UU-reisbeleid wordt bijna nergens gehandhaafd: wie naar Londen, Zürich of Marseille wil vliegen, kan dat doorgaans zorgeloos doen en krijgt de reis vergoed. Medewerkers die daarentegen met de trein willen reizen, krijgen geen hulp, maar moeten zichzelf een weg zien te banen door verschillende boekingssystemen, regels en uitzonderingen. 

Er bestaat geen rem, behalve een eventuele financiële, op transcontinentale vluchten. De UU-declaratiesystemen bieden geen volledig en nauwkeurig beeld van de CO2-uitstoot van zakelijke reizen, van reisbewegingen of van het type transportmiddelen. De doelen die de UU stelt rondom CO2-uitstoot en minder (vlieg)reizen blijken dus vooralsnog vooral papieren tijgers. 

Grote stap voorwaarts
Het is mogelijk om deze kloof tussen visie en implementatie te dichten. Voor half mei komt het CvB met een voorstel om het UU-reisbeleid te handhaven. Hier heeft de Universiteitsraad al in oktober 2024 om gevraagd

Zoals het CvB aan de Universiteitsraad geeft aangegeven in februari, is het belangrijk dat dit voorstel voorziet in:

  1. de goedkeuring voor onkostenvergoeding en de registratie van de reis voorafgaand aan de reis, in lijn met het UU-reisbeleid, 
  2. gebruiksvriendelijke procedures, 
  3. hulp aan medewerkers bij het boeken van treinreizen, en 
  4. de centrale administratie van CO2 uitstoot. 

Als het CvB hier inderdaad gevolg aan geeft, wordt dit een grote stap voorwaarts op weg naar groene mobiliteit. Hoe kunnen we er daarna voor zorgen dat dit voorstel ook wordt geïmplementeerd, in plaats van dat het blijft steken op een visie die afhankelijk is van vrijwillige naleving?

Tragedy of the Commons
Als we een grote stap willen maken met groene mobiliteit, mogen individuele bezwaren het collectieve belang niet blokkeren. Het is begrijpelijk dat sommige medewerkers vinden dat zij (transcontinentale) conferenties moeten bezoeken, dat ze er zo snel mogelijk willen komen, of dat ze geen extra moeite willen doen om een treinreis te plannen. Voor hen zijn dat logische keuzes. Voor managers en directeuren is het net zo begrijpelijk dat zij vervelende gesprekken en keuzes hierover liever mijden. 

Hier wringt precies het probleem van de tragedy of the commons: wat goed is en redelijk voelt voor het individu, leidt tot een ecologische ramp voor iedereen. Bovendien inspireert deze nadruk op de autonomie van de medewerker anderen tot hetzelfde gedrag (“als mijn collega de hele wereld overvliegt, maakt mijn vlucht niet uit”).

Juist het CvB zou, vanuit de visie te willen werken aan een betere wereld, oog moeten blijven houden voor het collectieve goed: ecologische duurzaamheid. Individuele omstandigheden van medewerkers moeten een rol spelen, maar mogen niet de visie uithollen. Daarom zou input van bestuurlijke lagen op de implementatie van het reisbeleid welkom zijn, maar instemming vragen legt alles lam. 

Een breed gedragen visie, zoals de plannen voor duurzaam reizen in het Strategisch Plan, betekent niet dat de implementatie ervan ook altijd breed gedragen zal zijn. Deze verwachting zou iedere stap blokkeren. De implementatie vraagt om veranderingen in gewoonten en procedures, aan gewenning. Medewerkers zullen bewuster moeten omgaan met zakelijke reizen, vooral met zeer vervuilende transcontinentale vluchten. Soms duurt een reis langer, soms wordt deze duurder, en soms kan iemand gewoon niet gaan. 

Beren van de weg
Veel medewerkers vinden dit logisch en reizen met plezier met de trein, en ook zo min mogelijk. Anderzijds zijn er medewerkers die weerstand voelen wanneer het beleid hen raakt. Juist in deze fase van implementatie is leiderschap van het CvB essentieel: wanneer de visie eenmaal breed gedragen wordt en vastligt, zijn keuzes, coördinatie en ook grenzen een normale en noodzakelijke vorm van goed bestuur. 

De UU kent succesvolle voorbeelden van implementatie van beleid op basis van een morele visie. Denk aan diversiteitsbeleid en Erkennen & Waarderen. Lang niet iedereen stond achter de manier waarop de visie werd uitgevoerd, maar het CvB bleef de rug rechthouden. Alle beren werden van de weg gehaald, omdat de morele visie belangrijker was dan de tegenstand van medewerkers.

Waarom is dit op deze dossiers wél gebeurd, maar nog niet rondom ons reisgedrag? Het is deze morele vasthoudendheid die wij hopen terug te zien in het voorstel van het UU-bestuur. Een duurzame universiteit komt er niet op basis van vrijwillige naleving. De implementatie van een helder en ambitieus UU-vliegbeleid is een stap in de duurzame richting.

Floris van den Berg is universitair docent Milieufilosofie bij de faculteit Geowetenschappen

Eleni Braat is universitair hoofddocent Politieke Geschiedenis bij de faculteit Geesteswetenschappen en lid van de Universiteitsraad

Dit is een ingezonden opiniestuk. Het standpunt in dit artikel is niet per definitie ook het standpunt van DUB.

Tags: duurzaam | reizen
Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.

Advertentie