Discussie over promotiestelsel UU (2)

Promotiestelsel: Verbouwen nodig, herbouwen niet

Promotiesysteem. Foto: 123rf
Foto 123rf

Het Nederlandse promotiestelsel moet radicaal worden herbouwd, betoogt Erik van Sebille in zijn opiniebijdrage op DUB Tijd dat universiteiten een nieuw promotiestelsel krijgen.

Hij wil 
1) de meester-gezelrelatie afschaffen 
2) het proefschrift vervangen door een portfolio 
3) een verplichte stage buiten de wetenschap voor promovendi invoeren 
4) de promotiepremie schrappen 

Dat zijn ingrijpende voorstellen. Maar voordat we gaan slopen, is het de vraag: wat willen we eigenlijk dat een promotietraject is? Die vraag stelt Van Sebille zelf ook. Hij ziet het vooral als een ontwikkeltraject. In dit stuk betoog ik dat het huidige stelsel zo gek nog niet is. Met gerichte verbouwingen kan het stelsel beter functioneren, maar een grondige herbouw is niet nodig.

Ons hybride promotiestelsel 

Volgens artikel 7.18 van de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) is het proefschrift een “proeve van bekwaamheid tot het zelfstandig beoefenen van de wetenschap”. Nederland kent een zogenoemd hybride stelsel om promovendi tot dit proefschrift te brengen. Het uitvoeren van onderzoek wordt gecombineerd met persoonlijke ontwikkeling. Hiervoor krijg je doorgaans vier jaar de tijd, mét een werknemersstatus — internationaal gezien een luxepositie. Daarmee lijkt het sterk op een specialistisch traineeship, waarin leren-door-wetenschap-te-doen centraal staat. Het is het samenspel van onderzoek uitvoeren en persoonlijke ontwikkeling dat ervoor zorgt dat Nederlandse promovendi zich ontwikkelen tot zelfstandige wetenschappers. 

De WHW is opvallend stil als het gaat om de definitie van wat wetenschap precies is. Die invulling laat de wet over aan de universiteiten, die sterk nadruk leggen op het uitvoeren van onderzoek. 

Andere taken van de wetenschap, zoals het geven van onderwijs en het realiseren van maatschappelijke impact, krijgen minder aandacht. Voor onderwijstaken wordt vaak ongeveer 10 procent van de aanstelling ingeruimd. Impact wordt doorgaans beschouwd als een bijproduct van onderzoek, in plaats van als een zelfstandige dimensie van academisch werk. 

Dat is ten onrechte, want gepromoveerden zijn onze toekomstige universitaire docenten. Ook vraagt de samenleving steeds meer om werkbare oplossingen vanuit de wetenschap voor grote problemen. Laten we daarom kijken naar hoe we uitvoering en persoonlijke ontwikkeling kunnen moderniseren.

Als promovendus doe je grote hoeveelheid onderzoekservaring op

De financiering van promoties in Nederland is gestoeld op het uitvoeren van onderzoek. Geldverstrekkers als NWO en de European Research Council verstrekken projectfinanciering, waarin de promovendus specifieke onderzoeksvragen meekrijgt binnen de context van een groter maatschappelijk of wetenschappelijk probleem. Als promovendus voer je het project uit. Dat is vaak een grote uitdaging, omdat de onderzoekspraktijk doorgaans weerbarstiger is dan een papieren onderzoeksvoorstel.

Het systeem stelt je in staat om wetenschappelijk relevant onderzoek te doen: je wordt geïntroduceerd in internationale onderzoeksnetwerken en mag meeschrijven aan internationale publicaties. Daarmee doe je als promovendus een grote hoeveelheid onderzoekservaring op. Dit komt tot uiting in een proefschrift, waarin je je bevindingen rapporteert. De druk om tot een volwaardig onderzoeksproefschrift te komen, leidt er echter toe dat onderwijs en impact als afleiding gezien worden in plaats van als kerntaken.  

Promoveren als ontwikkeltraject

Het andere onmisbare aspect van promoveren is persoonlijke ontwikkeling. Dit richt zich deels op vakinhoudelijke verdieping, bijvoorbeeld via (inter)nationale training schools. Daarnaast is er veel nadruk op bredere academische vaardigheden zoals verantwoord onderzoek, schrijven, presenteren, time management of onderwijs geven. Deze onderdelen versterken het leren-door-te-doen bij het uitvoeren. 

Cursussen over impact worden ook aangeboden, maar zijn minder systematisch gekoppeld aan de dagelijkse (onderzoeks)praktijk, waardoor die beperkt effectief zijn. 

Begeleidingsteam moet gekwalificeerd zijn

Minstens even belangrijk is wat Van Sebille de meester-gezelrelatie noemt, al geef ik de voorkeur aan de term ‘begeleiding in teamverband’. Het team ondersteunt het leren-door-te-doen door het inhoudelijke debat te voeren, feedback te geven, mee te schrijven, mee te leven en de promovendus te helpen groeien als wetenschapper. Ik erken met Van Sebille dat hier het risico bestaat van ongewenste afhankelijkheden van bijvoorbeeld een promotor die alles bepaalt. Ik zou deze relatie met vaste begeleiders niet over boord zetten, omdat het begeleidingsteam als geheel een veilige haven vormt. 

Liever zie ik dat leden van een begeleidingsteam gekwalificeerd zijn om promovendi te begeleiden. In de praktijk betekent dit dat deze personen of beschikken over promotierecht, of in een traject daartoe zitten. Het maakt mij daarbij niet uit of teamleden hoogleraar, hoofddocent of iets anders zijn. Belangrijker is dat een constructieve rol kunnen spelen in de dagelijkse ontwikkeling van de kandidaat en de kwaliteit van een breed proefschrift waarborgen.

Verbouwen in plaats van herbouwen

Binnen het stelsel wordt een aanzienlijke hoeveelheid wetenschappelijk werk verricht. Dat draagt bij aan de rechtvaardiging van de relatief hoge kosten. Een promovendus met een aanstelling van 4 jaar kost bij NWO in totaal al snel 320.00 euro aan personeelskosten. Een volledige omvorming van het stelsel tot louter ontwikkeltraject ondermijnt die financiële rechtvaardiging, omdat het onderzoek in de knel kan komen. Daarom pas ik de voorstellen van Van Sebille zo aan dat zij het stelsel verbouwen in plaats van herbouwen.

1) Investeer in kwalitatief goede begeleidingsteams. Maak ius promovendi toegankelijk voor iedereen, dus ook hoogleraren, die aantoont daarvoor gekwalificeerd te zijn en op veilige en verantwoorde manier kan begeleiden. Hoogleraren krijgen dus niet automatisch een ius promovendi. 

2) Verbreed het proefschrift. Het schrijven van een monografie of van wetenschappelijke artikelen blijft de kern; zij vormen de toetssteen van wetenschappelijk onderzoek. Tegelijkertijd komt hierdoor veel kennis niet direct ten goede aan de samenleving. Daarom worden onderwijs en maatschappelijke impact een betekenisvol onderdeel van het proefschrift. 

3) Begeleiders volgen net als promovendi externe werkperiodes buiten de universiteit. Zo kunnen zij promovendi die impact willen maken, beter begeleiden. Bovendien verrijkt dit het onderwijs met praktijkervaring. We kunnen deze ontwikkeling stimuleren door maatschappelijke impact als (optioneel) criterium op te nemen in de kwalificatie voor het ius promovendi.

4) Maak de promotiepremie kleiner, maar schaf ‘m niet af. De promotiepremie geeft universiteiten een prikkel om promovendi als toekomstig onderzoeks-, onderwijs- en impacttalent op te leiden. Dat is broodnodig in Nederland. Het volledig afschaffen, zoals Van Sebille voorstelt, kan ertoe leiden dat onderzoekers vooral geld voor postdocs aanvragen, waarmee we toekomstige generaties tekort doen. 

5): Bonusvoorstel! Er komt meer ruimte in aanstellingen voor promovendi om zichzelf te ontwikkelen op het uitvoeren van onderwijs of het maken van impact. Dit allemaal in afstemming met geldverstrekkers en begeleiders. 

Deze voorstellen creëren een opleidingspad waarin promovendi worden gevormd tot evidence-informed wetenschappers die impact maken met onderzoek en onderwijs. Precies wat we nodig hebben. Het mooie is dat deze voorstellen grotendeels binnen het huidige stelsel kunnen worden gerealiseerd. Aan de slag dus! 

Dit is een ingezonden opiniestuk. Het standpunt in dit artikel is niet per definitie ook het standpunt van DUB.

Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.

Advertentie