Tegenwicht tegen verschraling

‘Samenwerking met defensie kan ook redding zijn’

De Prinses van Oranje ontvangt de eenheidspatch Groep Luchtmacht Reserve uit handen van commandant kolonel Martine Verhulst.
Foto: ministerie van Defensie

Bedreigt intensievere samenwerking tussen defensie en de universiteiten de academische vrijheid? De alarmbellen van wetenschappers en studenten die menen van wel klinken steeds luider. Zo stellen verontruste stemmen dat ‘de krijgsmacht de collegezaal is binnengestapt’ en de ‘kritische denkruimte’ van de universiteit ‘militariseert.’ 

Medewerkers van de Universiteit Leiden organiseerden onlangs een bijeenkomst met de titel ‘Bolwerk van oorlog. Overleeft de universiteit militarisering?’ Aanleiding voor deze omineuze verwijzing naar het Leidse motto Praesidium libertatis (Bolwerk van vrijheid), vormt het lanceren van een minor in samenwerking met defensie. Vergelijkbare samenwerkingsinitiatieven doen het debat ook in Utrecht en andere Nederlandse kennisinstellingen aanzwellen [link, link en link].

Een open dialoog om zowel de mogelijkheden als valkuilen van samenwerking af te wegen is broodnodig, waarin ook de stem van critici ruim baan hoort te krijgen. Toch is het een vergissing om alle vormen van universitair-militaire samenwerking categorisch te veroordelen. Integendeel, intensievere samenwerking met defensie kan de academische vrijheid zelfs versterken. 

Fundamenteel en kritisch onderzoek afgeknepen
Academische vrijheid houdt in dat ‘medewerkers aan wetenschappelijke instellingen in vrijheid hun wetenschappelijk onderzoek kunnen doen, hun bevindingen naar buiten kunnen brengen en onderwijs kunnen geven.’ In Nederland staat ze onder grote druk, niet in de laatste plaats omdat de overheid vooral toegepaste kennisontwikkeling wil financieren. Dat gaat in toenemende mate ten koste van fundamenteel en kritisch onderzoek dat zich niet, of niet onmiddellijk, uitbetaalt in economisch gewin of technologisch voordeel, bijvoorbeeld ten behoeve van militaire slagkracht. 

Uiteraard is het in een stelsel van publieke financiering legitiem dat de overheid enige sturing geeft op strategische thema’s en maatschappelijke behoeften, en daarmee de academische vrijheid begrenst. Bovendien is Nederland de laatste plaats waar de koopmansgeest zich zodanig laat bedwingen dat  idealen van Bildung en kennis omwille van kennis zelf ooit voorop komen te staan. Dat vormt echter geen rechtvaardiging voor de disproportionele mate waarin fundamenteel en kritisch onderzoek, en het daarop gebaseerde onderwijs, inmiddels zijn afgeknepen in het Nederlandse stelsel. 

Wie dacht dat het regeerakkoord hier verlichting gaat brengen juicht te vroeg. Weliswaar gaan de voorgenomen investeringen van anderhalf miljard de structurele onderfinanciering van de sector te lijf, maar wel met de kanttekening dat de coalitiepartijen nóg meer praktijkgericht onderzoek verlangen, met een nóg snellere toepassing van kennis. Er is dan ook haast geboden bij het voornemen van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) om nieuwe uitgangspunten aan te bevelen voor de bekostiging van Nederlandse universiteiten, zodat het evenwicht onder de nieuwe regering niet nog verder uit zicht raakt. 

Inspirerend voorbeeld
Een van die uitgangspunten zou moeten zijn: laat de verschillende ministeries fors meer bijdragen aan de financiering van onderwijs en onderzoek dat direct ten goede komt van de sectoren waar zij beleidsverantwoordelijk voor zijn. Intensievere samenwerking tussen defensie en de universiteiten kan hier als inspirerend voorbeeld dienen. 

Het verdient navolging door een klimaatminister die forser wil investeren in onderzoek naar klimaatadaptatie, of een landbouwminister die landbouwinnovaties wil aanjagen. Uiteraard zal er binnen de defensiebegroting meer ruimte zijn voor zulke strategische investeringen in onderwijs en onderzoek. Andere ministeries beschikken immers niet over het royale geitenpaadje van Rutte, waardoor maar liefst anderhalf procent van de NAVO-norm van vijf procent van het nationaal inkomen ingezet kan worden voor uitgaven die de “weerbaarheid van de samenleving” versterken. 

Hoewel de toepassing ervan zal verschillen, kan met dit uitgangspunt de reguliere onderwijsbegroting sterker worden ingezet om de verschraling van ongebonden onderzoek en de afbraak van kleinere studies eindelijk te keren. Zo dwingen we niet alleen meer solidariteit af van de technische universiteiten, spekkopers in het huidige stelsel, richting de klassieke brede universiteiten waar de kwetsbare disciplines gehuisvest zijn. Het versterkt ook de financiële randvoorwaarden voor academische vrijheid. Projectmatige financiering voor strategische thema’s en maatschappelijke behoeften hoeft dan verhoudingsgewijs minder beslag te leggen op de onderwijsbegroting. 

Daar hebben ook wetenschappers die het academische en publieke debat verrijken door pacifistisch gedachtegoed te rehabiliteren voordeel van. Op strategische grond doen zij er dus goed aan om zorgvuldig getoetste defensiesamenwerking door collega-wetenschappers niet te verfoeien. Een categorische afwijzing is bovendien moreel inconsistent, aangezien de academische vrijheid van die collega’s ook bescherming verdient. Zij zullen ongetwijfeld een wedervraag stellen: overleeft de universiteit, en de samenleving, antimilitarisme? Met een open uitwisseling van kennis en argumenten valt veel van elkaar te leren in dit debat, juist in de verwachting dat fundamentele verschillen van inzicht zullen voortduren. 

Dit is een ingezonden opiniestuk. Het standpunt in dit artikel is niet per definitie ook het standpunt van DUB.

Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.
Sara:

Ik volg deze logica niet. Waarom zou samenwerking met defensie betekenen dat andere ministeries ook meer in academisch onderzoek gaan financieren? Tot zover ik weet hebben de andere ministeries niet opeens miljarden extra om over de balk te smijten. Ik denk overigens ook dat een groot deel van de reden dat defensie zo veel interesse heeft in universiteiten is omdat het ze toegang biedt tot jonge mensen (die zich vaak in een kwetsbare financiële situatie bevinden). In principe een rijke voedingsbodem om te rekruteren dus. Ik zie ook niet waarom een influx van defensiegeld ervoor zou zorgen dat de rest van de onderwijsbegroting eerlijker verdeeld zou worden onder de verschillende disciplines. Tot zover ik weet wordt budget verdeeld door de staat op basis van aantal studenten/afgestudeerden, en wordt dat budget vervolgens verdeeld door het CvB. Het CvB is aangesteld door de RvT, en de RvT is weer aangesteld door het ministerie van OCW. Waarom zou het CvB dan andere prioriteiten hebben dan OCW? De KNAW heeft dan misschien domeinvoorzitters, maar dat betekent niet dat ze direct de belangen van hun domein vertegenwoordigen, of dat ze goede representatie van de academici binnen hun domein zijn, want hoe KNAW-leden worden verkozen is geen open, toegankelijk democratisch proces open tot alle academici. Ik probeer hiermee verder niks te zeggen over het bestuur van de KNAW, ik ben geen academicus, ik baseer dit oordeel enkel op haar structuur. Het is duidelijk dat 'onderzoek zonder direct economisch nut' geen prioriteit is voor het huidige kabinet, en de recente kabinetten daarvoor. Waarom zou een dergelijke verschuiving in financiering die trend dan doorbreken? Waarom zou solidariteit dan opeens uit de lucht komen vallen? En zou dit model er niet voor kunnen zorgen dat wetenschappers binnen technische sectoren die wél gewetensbezwaren hebben bij samenwerken met defensie zo verdrongen kunnen worden? FTM kwam twee dagen geleden nog met een verhaal over racisme binnen het leger. Is het geen reëel risico dat samenwerkingen met defensie deze cultuur met zich mee kunnen brengen, terwijl met name de technische universiteiten al vaak met dit soort cultuurproblemen kampen?
Ik vind het niet moreel inconsistent met het principe van academische vrijheid om tegen samenwerkingen met defensie te zijn, net zoals het niet moreel inconsistent is om tegen samenwerkingen met de fossiele industrie te zijn. Het ministerie van defensie heeft veel sterkere eigen belangen dan het ministerie voor infrastructuur en waterstaat, bijvoorbeeld. IenW beheert essentiële infrastructuur, terwijl de financiering van defensie sterk afhangt van de houding van de partijen tov haar 'noodzaak'. Defensie heeft dus een sterk belang om zichzelf te prioriteren, en belangenverstrengeling is hierdoor dus een veel reëler risico. Het lijkt me bijvoorbeeld sterk dat defensie ooit een onderzoek zou financieren waar uit zou blijken dat defensie minder geld nodig heeft. Daarnaast is de defensiesector internationaal ook een gigavervuiler (https://ceobs.org/estimating-the-militarys-global-greenhouse-gas-emissi…). Defensie heeft zelf ook een transparantieprobleem (https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2553523-zorgen-over-gebrek-aan-transpa…). Principiële afwijzing van samenwerkingen met defensie op deze grond lijken me dus niet moreel inconsistent.
Als laatste zou ik nog willen benadrukken dat we nu in een wereld leven waarin er (tenminste passieve) goedkeuring bestaat voor het bombarderen van universiteiten die banden hebben met het leger, omdat er geen enkele consequentie is geweest voor de Israëlische bombardementen op Iraanse universiteiten en academische instituten (na de scholasticide in Gaza waar ook tandloos op is gereageerd). Nederlandse universiteiten noch de Nederlandse staat hebben zich hiertegen uitgesproken, laat staan hier consequenties aan verbonden. In deze context brengen samenwerkingen met defensie ons dus allemaal in gevaar.
Er zijn hele redelijke eisen om samenwerkingen met Israëlische universiteiten te verbreken omdat ze dusdanig sterk verwoven zijn met het bezettingsleger, dat ze als instituut (in mijn ogen terecht) medeplichtig worden geacht aan genocide. Het Nederlandse leger pleegt geen genocide, maar heeft wel een sterk samenwerkingsverband met Israël, en is verantwoordelijk voor meerdere burgerbombardementen. Willen wij ons als universiteit daaraan verbinden? Ikzelf hoop van niet.

Advertentie