Elke docent krijgt Ius Promovendi

Tijd dat universiteiten een nieuw promotiestelsel krijgen

Promotiesysteem. Foto: Shutterstock
Foto: Shutterstock

Stel je voor: het concept 'promotietraject' bestaat nog helemaal niet. Er is nog geen beleid over hoe we promovendi laten promoveren. We kunnen vanaf scratch beginnen. Hoe zouden we dat promotiesysteem dan vormgeven? En zouden we dan uitkomen bij het systeem dat we nu hebben? 

We zouden moeten beginnen met ons afvragen waar een promotie toe dient. Voordat ik terugkwam naar Utrecht, heb ik een paar jaar op Imperial College in Londen gewerkt. Als beginnend docent mocht ik gelijk een promovendus begeleiden – niets gedoe met Ius Promovendi daar. Ik hoefde maar één ding te doen: naar een verplichte cursus over 'het waarom van promovendi'.

Want waarom zijn er eigenlijk promovendi? Ik kan me de cursus nog goed herinneren. Er was een heel levendige discussie over wat nou eigenlijk het doel is van al die promovendi. Zijn ze er om het onderzoek te dragen? Zijn ze er als 'labhandjes', onmisbaar om experimenten te doen of om de archieven door te spitten? Zijn ze er om de volgende generatie wetenschappers uit te selecteren? Zijn ze er om ons onderwijs te ondersteunen? Zijn ze er om als hoog-specialistische kenniswerkers de professionele arbeidsmarkt op te gaan? Zijn ze er om de sociaal-academische status van de promotor te verhogen? Of zijn ze er zodat de universiteiten promotiepremies kunnen binnenhalen?

Als beginnend begeleider heb ik die discussie toen ontzettend waardevol gevonden. Maar in Nederland heb ík zo’n gesprek nog nooit gevoerd. Ik verwacht dat we er ook niet uitkomen. Dat het antwoord iets wordt als “een beetje van dit alles.” 

Het promotietraject stoelt nog steeds op een meester-gezel verhouding

Er zijn aspecten aan het Nederlandse promotiesysteem waar we als universiteiten trots op kunnen zijn. Bijvoorbeeld dat onze promovendi volwaardige werknemers zijn, met de bijbehorende arbeidsvoorwaarden. In weinig andere landen bouwen promovendi pensioen op en hebben ze recht op ouderschapsverlof. 

Maar waar de institutionele inbedding van promovendi heel vooruitstrevend is, is de supervisie nogal ouderwets. Om niet te zeggen middeleeuws.

Want daar schuurt het wat mij betreft het meest. Dat het promotietraject nog steeds stoelt op een meester-gezel-verhouding. De promovendus onder de hoede van de alwetende promotor - de meester van het gilde. Waarom houden we daar zo aan vast? Deze middeleeuwse structuur past toch niet bij de manier waarop we jonge wetenschappers willen opleiden? De begeleiding zou je, als je van scratch begint, toch niet op deze manier organiseren?

Het gaat – terecht – veel over sociale veiligheid als we het over promovendi hebben. Universiteiten proberen extra waarborgen en veiligheidssystemen in het promotieproces in te bouwen. Maar hoe kan een systeem gestoeld op een meester-gezel-relatie nou ooit sociaal veilig worden? Als er uiteindelijk één iemand gatekeeper is en bepaalt wanneer een proefschrift “af” is?

Iedereen Ius Promovendi

Vanwege de Brexit kwam ik in 2017 vanuit Londen terug naar Utrecht - met een persoonlijke ERC beurs. Hierop kon ik een promovendus aanstellen, met wie ik drie jaar lang prima heb samengewerkt. Totdat diegene op een gegeven moment aan me vroeg: “Heb ik nu genoeg om te promoveren?” Het enige dat ik kon zeggen was dat ik vond van wel, maar dat ik daar niet over ging. Daarvoor moest diegene bij de promotor zijn – ik had immers nog geen Ius. En die promotor, die had zich er nooit echt tegenaan bemoeid. Was wel co-auteur op alle papers, en was netjes aanwezig bij de jaargesprekken, maar hield zich verder afzijdig. 

Ik voelde me onmachtig dat ik op één van de belangrijkste momenten in het promotietraject van die promovendus niet het gezag had om te zeggen dat het werk af was. Terwijl het 100 procent ons project was. Sindsdien ben ik groot voorstander van ‘Iedereen Ius’. Zoals in Londen en in Sydney, waar ik daarvoor werkte. Zoals eigenlijk bijna overal.

Als kritiek op iedereen Ius hoor ik vaak: “maar we moeten promotoren toch eerst opleiden?” Tuurlijk; training is heel erg belangrijk. Maar waarom zou je als promotor-in-opleiding niet ook al de taken en verantwoordelijkheden van een promotor kunnen oppakken? Zo doen we dat bij docenten ook: docenten die in een BKO-traject zitten, geven al gewoon onderwijs. Ze worden gecoacht door een ervaren docent. Zo zouden promotoren-in-opleiding ook begeleiding van een ervaren promotor kunnen krijgen totdat ze hun basis-kwalificatie promotor hebben gehaald.

Zonder promovendi valt het onderzoek stil

Maar die hele discussie over Ius Promovendus is maar een onderdeel van de grotere vraag: wat ís een promotietraject eigenlijk? Of wat zou het moeten zijn? Laten we dat eens afpellen.

Veel beginnende promovendi denken dat een promotietraject een carrièrepad tot wetenschapper is. Maar daar waar de meeste promovendi werken, in de natural en life sciences, is dat in ieder geval grote onzin. Er zijn simpelweg veel te veel promovendi om allemaal wetenschapper te worden. Als het doel is om de volgende generatie wetenschappers te kweken, dan hebben we daar een behoorlijk inefficiënt proces voor ingericht.

Ooit sprak ik eens een collega in de VS, die daar bij een overheidslab werkte. Hij had als doel om tijdens zijn carrière twee promovendi te begeleiden: één om hem op te volgen en één als backup. Die collega zou het in het Nederlandse systeem, waar er constant druk is om meer promovendi te begeleiden, niet zo lang volhoude

Een andere insteek is de promovendus als uítvoerder van wetenschappelijk onderzoek. De promovendus die de tijd en ruimte heeft om helemaal op te gaan in het onderzoek – want die heeft immers nauwelijks bestuurswerk of onderwijstaken te doen. Zonder promovendi zou inderdaad heel veel onderzoek stilvallen. Of – in extremis doorgetrokken – de promovendus als labhandjes: als glorified pipetteerder, muizenverzorger, archivaris of interviewer. 

Hoewel velen van u, en ikzelf ook, daar een cringe van krijgen, is dat in ieder geval wel duidelijk. Dan is promoveren gewoon een baan. Dat verklaart de naar internationale maatstaven goede arbeidsomstandigheden van onze promovendi. Maar waarom verwachten we dan wel een proefschrift aan het eind? En waarom zit elke promovendus dan wel in een Graduate School?

Wie wil een hippe start-up inwisselen voor de starre universiteit

Nee, de meesten zullen een promotie-traject toch ook als een opleiding zien. De doctors-titel aan het eind is de grootste perk. Tenminste, dat denken de meesten. 

Toen ik mijn ouders vertelde dat ik wilde promoveren, raadde mijn vader dat af. Hij werkte in de IT, en vertelde dat bij zijn werkgever gepromoveerden op achterstand staan als ze solliciteren. Twintig jaar geleden hadden gepromoveerden daar het stigma van einzelgänger die veel te langzaam en gedetailleerd werkten. Het tegenovergestelde van waar ze bij dat bedrijf naar zochten.

Mijn vader is met pensioen, dus hij weet niet of de reputatie van gepromoveerden daar inmiddels beter is. Maar ik snap wel waar de ideeën in zo’n bedrijf vandaan komen. Promotieonderzoek is immers individualistisch, langzaam en gedetailleerd. Vast dat ze bij ASML of in de pharma-industrie wat van dat soort mensen kunnen gebruiken, maar het zijn nou niet bepaald de skills van de toekomst. 

En die wat logge reputatie hebben promovendi niet alleen bij de werkgevers. Ook veel getalenteerde studenten lijkt promoveren niets. Toen ik in 2017 terug in Utrecht was, met mijn ERC beurs om onderzoek te doen naar plastic vervuiling in de oceaan, ging ik gelijk op zoek naar promovendi. Ik was uitgenodigd voor een event van The Ocean Cleanup, de organisatie van Boyan Slat. Ik verwachtte daar wel wat goede stagaires tegen te komen. En dat was inderdaad zo – maar geen van allen wilde komen promoveren. Wie ik het ook vroeg, elke keer kreeg ik de reactie dat ze wel gek waren om de hippe start-up in te wisselen voor de starre universiteit.

En dat is een groot probleem. Talent komt ons niet meer aanwaaien. De informatica heeft er al langer last van dat de beste onderzoeksfaciliteiten niet bij universiteiten zitten maar in het bedrijfsleven. Dat gebrek aan state-of-the-art faciliteiten gaat in veel meer vakgebieden een probleem worden. Als je als student echt vooruitstrevend en impactvol onderzoek wil doen, dan ga je niet naar de universiteit.

Terug naar de tekentafel

En daarom moeten we de ópleiding van de promovendus vooropstellen in het promotie-traject. Dat is waar we als universiteiten het sterkst in zijn. Dat is onze edge.

Maar laten we dan vier zaken fundamenteel veranderen. Terug naar de tekentafel.

Eén: weg met de meester-gezel relatie, en verbeter zo de sociale veiligheid. Niet meer afhankelijk zijn van maar één promotor. Waarom vinden we het volkomen normaal dat een MSc-programma uit een heel docentenkorps bestaat, maar een promotie maar één of twee examinatoren heeft? Waarom niet elk jaar een andere set supervisors, voor een ander deel van het leerproces?

En dan moeten we dus ook stoppen met het verschrikkelijke “mijn promovendi”. Je kunt als wetenschapper helemaal geen eigenaar zijn van de promovendi!

Twee: weg met het proefschrift. Maak er een portfolio van. En dan niet met uitsluitend wetenschappelijke hoofdstukken, maar biedt ook de mogelijkheden voor onderwijs-hoofdstukken en impact-hoofdstukken zoals white-papers of beleidstukken.

Drie: alle promovendi een verplichte stage buiten de wetenschap. Ooit heeft een promovendus uit mijn team drie maanden bij De Nationale DenkTank gezeten. Diegene heeft in die drie maanden meer over samenwerken, projectmanagement en verantwoordelijkheid geleerd dan in de vier jaar in mijn team.

Vier: weg met de promotiepremie. Dat is een perverse prikkel die de enorme instroom van promovendi in stand houdt. Ik ben vast niet de enige die weleens door iemand van het Research Support Office gevraagd is een postdoc-positie op een projectvoorstel om te zetten naar een promovendus-positie, ondanks dat een kortere postdoc veel logischer was in het projectvoorstel.

Ik ben heel blij dat ik hier sta, en daarvoor heb ik moeten promoveren. Maar om heel eerlijk te zijn: als ik in 2004 zou hebben geweten wat een promotietraject nou echt is, dan weet ik niet of ik eraan begonnen zou zijn. Te middeleeuws. Het promotiesysteem móet en kán beter!

Dit is een ingezonden opiniestuk. Het standpunt in dit artikel is niet per definitie ook het standpunt van DUB.

Login to comment

Reacties

We stellen prijs op relevante en respectvolle reacties. Reageren op DUB kan door in te loggen op de site. Dat kan door een DUB-account aan te maken of met je Solis-ID. Reacties die niet voldoen aan onze spelregels worden verwijderd. Lees eerst ons reactiebeleid voordat u reageert.

Wat een ontzettend goede column, en wat ben ik het hier ontzettend mee eens. Als we als universiteit echt de sociale veiligheid willen verbeteren is het aanpassen van het promotiestelsel waar we moeten beginnen.

Wanneer ergens in deze universiteit promotoren zoveel macht hebben als hier wordt gesuggereerd, dan is dat problematisch. Mijn ervaringen zijn anders. Promovendi hebben een dagelijkse begeleider, een of twee copromotoren en een formele promotor. Beslissingen worden in overleg genomen. Ius promovendi voor iedere medewerker met een Senior Kwalificatie Onderzoek lijkt me geen slecht idee. Elke medewerker het Ius reikt sterk naar Jacobse en Van Es’ “alle Nederlanders bij hun geboorte drs voor hun naam”.

Het gaat op veel plekken heus wel goed met de begeleiding van promovendi. Dus als bij jullie promovendi standaard 4 betrokken begeleiders hebben en alle beslissingen na overleg worden genomen dan is dat goed geregeld. Maar dat is echt niet overal op de UU zo en uiteindelijk is toch echt de formele promotor veantwoordelijk op dit moment; dat zal bij jullie ook zo zijn. Volgens mij pleit Erik van Sebille ook helemaal niet voor het Ius promovendi te geven aan elke medewerker; ik denk ook dat iedereen met een SKO Ius geven een mooie stap zou zijn

Zeer mee eens dat het promotiestelsel op de schop moet. Ius promovendi voor alle docenten bevrijdt promovendi èn docenten van een structureel pathologische afhankelijkheid van hoogleraren/ promotoren. Als hoogleraar voel ik me erg ongemakkelijk om promotor te zijn van promovendi die ik inhoudelijk niet of nauwelijks heb begeleid. Sinds een paar jaar kunnen UHD’s ius promovendi krijgen. Dat is een goed maar bescheiden begin. Dus, CvB: iedereen ius!

"And then we also need to stop with the dreaded phrase "my PhD students." As a researcher, you simply can't own your PhD candidates!"

I fully agree that you cannot "own" PhD candidates, but as regards language use: (PhD) students also talk about "my supervisor". The "my" is about a relationship (with mutual obligations), not ownership in either direction.
Should we also stop talking about "my mother", "my daughter", "my friend", "my neighbour"?
We can argue about how the relation between supervisors and (PhD) students should look like, but I don't think changing this bit of language use is a particularly useful starting point; there are far more substantial ones.

That said: interesting piece, food for thought.

Advertentie