Onderwijswetenschapper Jeroen Janssen pleit voor een andere manier van toetsen. Foto: Lize Kraan

‘Behalve een coronacrisis, hebben universiteiten ook een toetscrisis’

Body: 

Omstreden software om fraude te voorkomen, stress bij docenten en tentamenroosteraars en onzekerheid bij studenten. Volgens onderwijswetenschapper Jeroen Janssen bewijst de huidige coronacrisis dat universiteiten zijn doorgeslagen in hun toetsdrift. “De energie die we stoppen in het geven van cijfers en het checken of er geleerd is, kunnen we veel beter in de ontwikkeling van onze studenten steken.”

Read in English

Sinds het uitbreken van de coronacrisis maken veel studenten hun tentamens niet op de wijze zoals ze dat gewend waren. Veel gaat nu online. Aanvankelijk konden grootschalige tentamens nog wel op locatie plaatsvinden, in de Jaarbeurs bijvoorbeeld. Maar een extra maatregel van het UU-bestuur sluit ook dit voorlopig uit, opnieuw een aanslag op het aanpassingsvermogen van studenten en docenten.

Volgens universitair hoofddocent en opleidingsdirecteur van Onderwijswetenschappen Jeroen Janssen is het hoog tijd voor bezinning. Meer dan zeshonderd toetsen organiseerde de Universiteit Utrecht in blok 1. Is al dat toetsen en al dat cijfers geven wel zo nodig?

Op Twitter sprak Janssen van een ‘toetscrisis’. In een artikel op de nieuwssite ScienceGuide riep hij samen met andere Utrechtse onderwijsspecialisten op lering te trekken uit de problemen die de coronacrisis veroorzaakt.

Wat is die toetscrisis die u waarneemt?
“In deze coronatijd blijkt dat universiteiten zichzelf helemaal vastzetten door de manier waarop ze toetsen. Vrijwel alle opleidingen zijn erop gericht om in elke afzonderlijke cursus heel precies vast te stellen of alle stof beheerst wordt. Daarvoor hebben we dan toetsen nodig, liefst meerdere per cursus. Nu studenten niet getoetst kunnen worden op de manier waarop we gewend zijn, moeten we allerlei draconische maatregelen nemen.

“Opleidingen grijpen nu bijvoorbeeld bij online toetsen op grote schaal naar surveillance software als proctoring, wat ik een vreselijk middel vind. Het is nogal wat om studenten software te laten installeren waarvan je niet heel precies weet wat die doet, nog afgezien wat het mentaal met studenten doet om te weten dat je tijdens een toets continue wordt gevolgd. Een alternatief zijn openboektentamens. Maar die zijn weer enorm bewerkelijk om na te kijken, met een nog hogere werkdruk voor docenten als gevolg.

“Er is opleidingen daarom heel veel aan gelegen om hun tentamens toch op de universiteit te kunnen houden. Dat heb ik zelf natuurlijk ook geprobeerd voor mijn opleiding, want dan hoef je niets aan te passen. Maar dat levert gezien vanwege de coronamaatregelen een gigantische roosterstress op. Bovendien neemt het ruimte in beslag die ook voor onderwijs gebruikt zou kunnen worden. Klaarblijkelijk kunnen we niet uit die modus van het ‘moeten toetsen’ komen.”

Waarom toetsen universiteiten zo veel?
“Dat heeft vooral te maken met controledrift; de kwaliteit van het hoger onderwijs moet gewaarborgd worden. Er zijn natuurlijk incidenten geweest met opleidingen die negatieve oordelen kregen van visitatiecommissies die moeten beoordelen of ze aan de normen voldoen. Of met hogescholen waarvan de waarde van het diploma werd betwijfeld. Toetsing is daardoor onder een vergrootglas komen te liggen. Het is vaak het belangrijkste speerpunt van visitatiecommissies en examencommissies.

“Bovendien wordt toetsen gezien als een middel om studenten te activeren. Van inspanning leer je en met toetsen zorg je ervoor dat studenten aan het werk gaan: ze willen immers die toets halen. Dat is waar. Maar naar mijn idee zijn we daarin doorgeschoten. En dit is het moment om daar iets aan te doen.”

Minder toetsen, hoe doe je dat?
 “Ik vraag me af of het werkelijk nodig is om studenten voor elke cursus een cijfer te geven en om voor alle toetsen vast te stellen of een student die gehaald heeft of niet. Je ziet nu steeds meer opleidingen experimenteren met wat we ‘programmatisch toetsen’ noemen, bij de Utrechtse opleiding Diergeneeskunde bijvoorbeeld. Je neemt daarbij wel toetsen af, maar het is niet per se nodig om cijfers te geven. Aan het einde van een jaar bepaalt een opleiding op basis van een portfolio of een student voldoende progressie heeft geboekt.

“Zo’n systeem heeft naar mijn idee allerlei voordelen. In de eerste plaats is het dan helemaal niet zo erg als er een keer een toets uitvalt of als je een keer een andere toetsvorm moet gebruiken. Maar daarnaast stelt het je als opleiding of als docent in staat om veel meer aandacht te besteden aan het ontwikkelingsproces van studenten.

“Op dit moment zijn we veel tijd kwijt met verantwoorden waarom studenten het cijfer hebben gekregen dat ze hebben gekregen. En dat proberen we ook nog eens heel precies te doen, soms met twee cijfers achter de komma. Studenten doen bovendien vaak weinig meer met de feedback die ze op een toets krijgen. Ze hebben het vak immers gehaald en daar gaat het om.

“Ik zou al die energie van docenten veel liever naar voren halen, zodat ze tijdens de cursus wat meer tijd hebben om feedback te geven en daadwerkelijk te analyseren waar individuele studenten behoefte aan hebben. Dat is voor studenten veel leerzamer en het haalt ook een boel stress weg. Je wordt immers beter begeleid en daardoor ga je het vak gewoon halen.

“Deze manier van denken staat mijlenver van de manier waarop we op de universiteit op dit moment met toetsing omgaan, op álle universiteiten. En ook binnen mijn eigen opleiding, zeg ik er eerlijkheidshalve bij. Toch denk ik dat het mogelijk is om zo’n omslag te maken. Het is vooral belangrijk dat je een visie op onderwijs en toetsing ontwikkelt die laat zien hoe die twee met elkaar samenhangen. Als je kunt aantonen dat studenten met minder toetsing aan het einde van de studie de stof ook beheersen, hoeft er geen probleem te zijn. Ook niet voor de visitatiecommissie.”

In het artikel op ScienceGuide schrijft u dat dit hét moment is om veranderingen door te voeren …
“Door corona ziet iedereen nu de problemen die de huidige manier van toetsing met zich meebrengt. We kunnen na corona gewoon weer op de oude voet verder gaan, we kunnen ook dingen verbeteren. Dat gevoel begint wel te leven, krijg ik de indruk.

“Binnen mijn eigen opleiding zijn we nu kritisch aan het kijken naar ons toetsplan, we willen minder inzetten op die summatieve toetsing die vooral afvinkt of geleerd is wat geleerd moest worden naar een meer formatieve toetsing die dat leerproces centraal stelt. Je zult altijd wel iets van summatieve toetsing nodig hebben, maar we willen langzaam andere keuzes gaan maken. Toch is dit niet een verandering die je als individuele opleiding alleen voor elkaar krijgt. Daar moet je als universiteit voor kiezen.

“Binnen de groep senior fellows, de docenten met veel onderwijsexpertise die ook verantwoordelijk zijn voor het stuk op ScienceGuide, heb ik geopperd dat de UU het eigen onderwijsmodel maar weer eens tegen het licht moet houden. Daar begint het eigenlijk. Met de visie hoe je als universiteit onderwijs wilt geven en hoe de toetsing daarbij past.”

Wat zouden studenten ervan vinden als ze meer getoetst worden op hun ontwikkeling in plaats van op hun cijfers?
“Ook van studenten vraagt het een andere mindset. Nu zijn ze helemaal gericht op het halen van toetsen. Die instelling is helemaal niet zo gemakkelijk te veranderen, ook omdat ze dat gewend zijn vanuit de middelbare school. Maar als je uitlegt dat ze betere begeleiding krijgen en dat het niet om een verkapte bezuiniging gaat, dan zien ze er wel de waarde van in.

“Een bezwaar dat studenten opwerpen is dat de toelatingsprocedures voor masters steeds selectiever zijn geworden. Ze willen met een hoog gemiddeld cijfer kunnen laten zien dat ze geschikt zijn. Dat is natuurlijk een terechte zorg.”

En de huidige toetscrisis treft óók studenten, zegt u?
“Natuurlijk. Toen Rotterdamse studenten kort na de zomer hun diploma moesten inleveren omdat tijdens hun laatste tentamen de internetverbinding korte tijd was weggevallen en ze niet konden bewijzen dat ze niet gefraudeerd hadden, kon ik daar met mijn hoofd niet bij. Dat was zo draconisch.

““Inmiddels is de universiteit teruggekomen op die beslissing, maar het was voor mij wel het ultieme bewijs dat we vastzitten in een paradigma dat bepaalt hoe we over toetsing denken, en dat moet gewoon veranderen.”

Toetsen in een crisis

Onderwijswetenschapper Jeroen Janssen vindt dat we in de toekomst op een andere wijze moeten gaan toetsen. Maar in hoeverre moeten we ons zorgen maken over het toetsen aan de UU op dit moment, tijdens de coronacrisis?

Janssen: “We kunnen voorlopig niet anders dan zo goed mogelijk ons examenreglement uitvoeren en doen wat we beloofd hebben. We willen natuurlijk niet dat studenten studievertraging oplopen. Je merkt overal dat iedereen daar zijn uiterste best voor doet.

“Het vervelende is alleen dat we oplossingen moeten kiezen die we anders niet gekozen zouden hebben. Opleidingen gaan nu bijvoorbeeld steeds vaker proctoring gebruiken. Dat doe ik in mijn opleiding niet, maar ik heb ook gemakkelijk praten want ik heb geen vakken van 1200 studenten. Onze docenten moeten wel andere toetsvormen bedenken waarbij we fraude proberen te beperken door de tijdsduur van tentamens te verkorten en plagiaatsoftware te gebruiken.”

We horen klachten van studenten, over proctoring, over minder tijd krijgen of over toetsvormen waarbij je niet terug kunt naar de vorige vraag. Dat moet toch allemaal invloed hebben …
“Je moet als opleiding goed in de gaten blijven houden of je echt aan het meten bent wat je wilt meten. Je wilt weten of een student de stof beheerst, maar misschien ben je tegelijkertijd aan het meten of een student tegen druk kan. Als dat laatste met het eerste gaat interfereren, dan komt de validiteit van de toets in gevaar. Dat wil je niet en het is ook niet eerlijk ten opzichte van je studenten. Maar het is een lastige balans tussen fraude tegengaan en goed toetsen, en ik zou niet durven zeggen dat er vakken zijn waarbij die balans de verkeerde kant opslaat. Daar heb ik eenvoudigweg geen zicht op.”

De toetsresultaten verschillen in ieder geval niet sterk van die van de pre-coronatijd laten opleidingen weten …
“Dat kun je misschien geruststellend noemen, maar er zijn zoveel onbekende variabelen. Studenten maken de toets in een andere setting, de toetsvorm is veranderd, de voorwaarden zijn anders. Misschien zijn we ook wel eenvoudigere toetsen gaan aanbieden en compenseert dat voor de stress die studenten ervaren. Ik weet het niet en het lastige van de afgelopen maanden was dat we het ook niet kunnen onderzoeken, er is geen controlegroep.”

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail