Tv-programma De Monitor ontdekte dat het arbeidsmarktperspectief van psychologiestudenten minder rooskleurig is dan in de voorlichting wordt verteld.

‘Psychologie is helemaal geen beroepsopleiding’

Body: 

Moet Psychologie de instroom van nieuwe studenten beperken nu blijkt dat de banen voor afgestudeerden niet voor het oprapen liggen? Nee, zegt onderwijsdirecteur Liesbeth Woertman. “Wij zijn een algemeen vormende opleiding. Onze studenten komen overal terecht.”

Moet Psychologie de instroom van nieuwe studenten beperken nu blijkt dat de banen voor afgestudeerden niet voor het oprapen liggen? Nee, zegt onderwijsdirecteur Liesbeth Woertman. “Wij zijn een algemeen vormende opleiding. Onze studenten komen overal terecht.”

Universiteiten laten de collegebanken volstromen met de werklozen van morgen. En misleiden aankomende studenten met onjuiste cijfers over hun latere baankansen. Het was niet mals wat tv-programma De Monitor onlangs allemaal op tafel legde. Reden voor een interview met hoogleraar Liesbeth Woertman, als onderwijsdirecteur verantwoordelijk voor de opleiding Psychologie van de Universiteit Utrecht.

Met veel belangstelling tv gekeken?
“Met gemengde gevoelens. Ik vind het jammer en onterecht dat de psychologieopleidingen zo negatief neergezet worden. De makers vertelden niet het hele verhaal.”

Wat ontbrak er aan de uitzending?
“Het leek alsof psychologie de enige opleiding is waar de arbeidsmarktcijfers niet klopten. Maar die rekenfout is gemaakt bij álle universitaire opleidingen. Daardoor krijgen mensen een eenzijdig beeld: alsof alleen psychologie het zo vreselijk slecht doet.”

“Daarnaast deugt het frame van het programma niet. Wij zijn helemaal geen beroepsopleiding. Wij zijn een brede, algemeen vormende bachelor psychologie. Het klopt dat er voor klinische psychologen weinig werk is, maar dat probleem hebben sociaal psychologen, of arbeids- en organisatiepsychologen niet. Onze studenten komen overal terecht; ze worden journalist, beleidsmedewerker of gaan werken bij een softwarebedrijf. Goede studenten vinden altijd hun plek.”

Toch verwachten veel studenten dat ze later als psycholoog aan de slag kunnen.
“We bedienen verschillende doelgroepen. Je hebt studenten die zich gewoon in algemene zin willen ontwikkelen. Die hadden ook geschiedenis of filosofie kunnen kiezen. Daar leren je ook denken, reflecteren en beter schrijven. Maar we hebben ook studenten die klinisch psycholoog willen worden. Daarin lijken we weer meer op de studie farmacie, die apothekers opleidt. Vroeger kwam het merendeel van de studenten binnen met het idee om klinisch psycholoog te worden. Dat is nu aan het kantelen, onder andere door de opkomst van de neuropsychologie. We kunnen nu echt in de hersenen kijken.”

“Ik ontken niet dat het klassieke psychologische traject ontzettend verstopt zit. Klinisch psychologen moeten na de master nog een twee- of driejarige opleiding tot specialist volgen. En voor die vervolgopleidingen zijn minder plekken dan mensen die ze willen. Dat is een probleem. Aan de andere kant: dat tekort op opleidingsplekken is niks nieuws. Het is altijd zo geweest dat je gewoon erg goed moet zijn om psycholoog te worden.”

Moet er een studentenstop komen voor de klinische afstudeerrichtingen?
“Dat is formeel aan de minister. Voor de klinische richtingen valt er wel wat te zeggen voor selectie. Ik geloof dat we in Nederland de hoogste psychologendichtheid ter wereld hebben. De capaciteit kan dus wel beperkt worden.”

Naar aanleiding van de uitzending van De Monitor gaan nu stemmen op om de instroom ook op bachelorniveau te beperken.
“Ja, ik las dat de minister een arbeidsmarktfixus overweegt. Dan vraag ik me af: wat is dan die arbeidsmarkt in deze tijden van digitalisering, globalisering en internationalisering? Dat vraag ik me oprecht af. De wereld is zo in beweging en er verdwijnt zoveel werk op dit moment. Ik zou niet weten hoe de arbeidsmarkt er over zes jaar uit ziet. Dat hele lineaire denken, zo van: wij leiden studenten op voor de arbeidsmarkt, is zo behoudend en traditioneel. Ik denk dat het veel nuttiger is om studenten op te leiden die mee kunnen bouwen aan die nieuwe wereld. Dat betekent: kritisch leren denken, goed leren argumenteren, kop en kont leren scheiden. De samenleving heeft daar meer aan dan dat ik ze opleid tot hele smalle psychologen.”

U bent dus tegen een numerus fixus voor psychologie?
“Nee, ik ben vóór een numerus fixus. Niet vanwege de arbeidsmarkt, maar omdat ik de kwaliteit van onderwijs hoog wil houden. Ik vind het onverstandig om elke vwo-scholier zonder beperking toe te laten. Ik was afgelopen najaar daarom ook tegen de beslissing om de numerus fixus af te schaffen. Voor komend studiejaar vrees ik dat we veel meer eerstejaars krijgen. Hoe groter we worden, hoe lastiger het is om iedereen dezelfde kant op te krijgen. Uit onderzoeken blijkt ook dat mensen beter functioneren in groepen die niet te groot zijn, liefst niet groter dan 200. Wordt de groep groter, dan weet je niet meer waartoe je behoort en voel je je onveilig en anoniem.”

Dus u zal niet ontevreden zijn dat er nu in Den Haag weer gesproken wordt over een numerus fixus.
“Inderdaad. In die zin was ik helemaal niet ontevreden met de uitzending van De Monitor. Ik ben benieuwd wat de minister gaat doen.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail