‘Studenten melden elk griepje bij studieadviseur’

Body: 

Sinds de invoering van het bindend studieadvies en de daaropvolgende aanscherping, trekken studenten veel eerder aan de bel bij hun studieadviseur. Zelfs bij wissewasjes als een griepje, want stel je voor dat je daardoor het eerste jaar niet overleeft!

Sinds de invoering van het bindend studieadvies en de daaropvolgende aanscherping, trekken studenten veel eerder aan de bel bij hun studieadviseur. Zelfs bij wissewasjes als een griepje, want stel je voor dat je daardoor het eerste jaar niet overleeft!

Dat blijkt uit een rondgang van DUB langs studieadviseurs. Met ingang van dit collegejaar moet iedere student van de Universiteit Utrecht in het eerste jaar minimaal 45 studiepunten oftewel zes van de acht vakken halen om naar het tweede jaar te mogen doorstromen. Het bindend studieadvies (bsa) was voorheen gesteld op 37,5 of zelfs 30 punten. Een aantal faculteiten had de verhoging al eerder doorgevoerd, zoals Geesteswetenschappen, waar sinds september 2011 alle opleidingen een bsa van 45 ects hebben.

Studieadviseur Corine de Gee van de bèta-opleidingen Informatica en Informatiekunde, ziet een toename van het aantal studenten dat zich bij haar meldt, volgens haar vermoeden toe te schrijven aan het bsa. Ook de studieadviseurs van Geesteswetenschappen hebben het sinds de invoering van een bsa (37,5 ects in 2006) drukker gekregen, geven ze in een gezamenlijke reactie aan. “Studenten melden zich sneller bij ons met problemen sinds de invoering van het bsa. Dat is gunstig omdat we er dan ook nog iets aan kunnen doen. Maar dat zorgt wel voor meer mail en aanloop van studenten die alle griepjes bij de studieadviseur melden en stressen dat ze mogelijk daardoor het bsa niet halen.” De werkdruk wordt er niet hoger door, zeggen ze, omdat de adviseurs daar slim mee omgaan door studenten met een mailtje terug uit te nodigen voor het inloopspreekuur.  

Ook docenten van Geesteswetenschappen voelen de gevolgen van het bsa, zeggen de studieadviseurs. “Studenten zetten hen bij de inzage van het tentamen soms onder druk, om er op die manier tienden van punten bij te sprokkelen om zo het bsa toch te halen.” Ook zouden docenten het drukker krijgen in de laatste onderwijsperiode van het academisch jaar, omdat de eindresultaten vroeg binnen moeten zijn. (zie kader)

Toch meldt Geesteswetenschappen dat de studiedruk onder eerstejaars niet is toegenomen. Verscheidende faculteiten geven dat aan, zoals Geowetenschappen. Volgens de adviseurs daar zorgt de duidelijkheid van een bsa juist voor rust bij studenten, omdat ze weten waar ze aan toe zijn. “En studenten die niet geschikt zijn voor de studie vallen na het eerste jaar uit. Dus zijn er minder problemen in het tweede en derde jaar”, meldt Franca Geerdes, studieadviseur bij Aardwetenschappen.  

Cristel Teusink van Diergeneeskunde voegt daar aan toe dat een goed begeleidingssysteem een boel druk van de ketel haalt. “Bsa-voorlichting tijdens de introductie en gesprekken met een studieadviseur en examencommissie geven duidelijkheid voor studenten en overzicht voor studieadviseurs en examencommissies. Studenten melden tijdig persoonlijke of medische omstandigheden en vragen bij de studieadviseur hulp bij het verbeteren van prestaties.”

Alle adviseurs noemen als oplossing voor de eventuele problemen een goede begeleiding en tijdige doorverwijzing naar geschikte cursussen of de studentenpsycholoog. Adviseur Jos Bierbooms (Sociale Geografie & Planologie) die vertelt dat het tutorsysteem van zijn opleiding veel opvangt in het eerste jaar, gaat nog een stapje verder en bespiegelt het fenomeen bsa. “Het bsa laat studenten beseffen dat ze meteen moeten presteren. Aan de ene kant is dat een goed plan. Aan de andere kant werkt een bsa niet selectief; het zijn niet per se de slechtste en zeker niet de minst gemotiveerde studenten die het niet halen. En andersom zijn er studenten die wel het bsa halen en niet geschikt zijn voor de opleiding.”

Bierbooms constateert dat de meeste studenten die het bsa niet halen nog niet rijp genoeg zijn om te studeren. Ook is er volgens Bierbooms een aantal studenten dat voor 1 februari stopt met de opleiding, uit angst om het bsa niet te halen. Daarom heeft de studieadviseur een andere oplossing. “Een hoger collegegeld na vier jaar werkt veel beter, dan kunnen ook de laatbloeiers hun studie met goed gevolg doorlopen. Die langstudeerboete was echt zo gek nog niet.”

Tijdspad bsa

Wanneer krijg je een voorlopig bindend studieadvies? En wanneer is het advies definitief? De precieze aanpak verschilt per opleiding, maar doorgaans gaat het als volgt:

Einde tweede blok:
eerste formele meetpunt, waarna je een tussentijds advies krijgt. Je krijgt een negatief, positief of een twijfeladvies. Een negatief tussenadvies krijg je als je geen studiepunten hebt, maar dat komt zelden voor. Daarna volgt een gesprek met de tutor.

Voorjaar:
Nog twee gesprekken met de tutor (niet alleen over bsa).

Tweede helft juli:
De opleiding stuurt studenten een brief met de bsa-uitslag: positief of negatief. -Studenten die met een herkansing (in augustus) alsnog een positief bsa kunnen krijgen, ontvangen een voorlopig advies.

Studenten met een negatief bindend studieadvies hebben tot 1 augustus de tijd om een hoorzitting aan te vragen bij de examencommissie om bijzondere omstandigheden te bepleiten (en zo een aangehouden advies af te dwingen). Die hoorzitting vindt plaats in de laatste week van augustus (na de herkansingen van periode 4).

Studenten met een negatief bsa mogen zich – afhankelijk van de opleiding -  gedurende drie of vier jaar niet meer bij dezelfde opleiding aan de Universiteit Utrecht inschrijven.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail