Foto: het jaarlijkse studentendictee van taalinstituut Babel en DUB in de aula van het Academiegebouw, dit jaar gepresenteerd door tv-maker Sophie van den Enk

‘Universiteiten moeten verantwoordelijkheid nemen voor schrijfvaardigheid’

Body: 

Ruim een derde van de Utrechtse studenten scoort een onvoldoende voor een taaltoets. Bijna emeritus-hoogleraar Leo Lentz en universitair hoofddocent Daniel Janssen zetten zich in voor beter schrijfonderwijs aan de universiteit. Tot hun frustratie met beperkt succes. “Leren schrijven gaat niet vanzelf.”

Zo’n drieduizend Utrechtse studenten namen de afgelopen twee jaar deel aan een taaltoets. De resultaten vielen niet mee. Ongeveer 35 procent van de eerstejaars studenten Rechten, Farmacie, Duits, Nederlands, Geschiedenis en Communicatie en Informatiewetenschappen slaagde er niet in om de toets met een voldoende af te ronden.

De toets was een onderdeel van het universitaire project ‘de taalvaardigheid van de UU-student’. Daarmee probeerden hoogleraar Tekstontwerp en Communicatie Leo Lentz en universitair hoofddocent Communicatie- en Informatiewetenschappen Daniel Janssen de afgelopen twee jaar samen met de deelnemende opleidingen de schrijfvaardigheid van studenten op een hoger plan te brengen. De toets gold als nulmeting.

Ter verdediging van de studenten zegt Janssen dat het een behoorlijk moeilijke toets was. “Je moest in een opdracht bijvoorbeeld niet één komma juist plaatsen, maar meteen meerdere.” “Aan de andere kant waren we nog heel coulant”, werpt Lentz tegen. “Studenten hoefden slechts zestig procent van de opdrachten juist te beantwoorden.”

Voorbeeld vraag uit taaltoets:toetsvoorbeeld5.jpg

Toevlucht tot commerciële bureaus
Toen Lentz enkele jaren terug met zijn projectvoorstel kwam, was de aandacht voor de gebrekkige taalvaardigheid van studenten groot. Universiteitshoogleraar Frits van Oostrom trok aan de bel en ook de Taalunie kwam met een alarmerend rapport.

Studenten in de U-raad constateerden dat veel afstudeerders naar commerciële bureaus stapten met problemen bij het schrijven van hun scriptie. Zij pleitten voor de oprichting van een universitair schrijfcentrum. Aan die wens kwam het universiteitsbestuur na enige scepsis tegemoet.

Maar de komst van dat centrum ontsloeg opleidingen niet van hun eigen verantwoordelijkheid, zo benadrukte rector Van der Zwaan. Leren schrijven moest vooral binnen de studie gebeuren. Het project van Lentz en Janssen moest laten zien hoe ze dat zouden kunnen doen.

Studenten doen uit zichzelf niets
De teleurstellende resultaten van de taaltoets bewijzen volgens Lentz en Janssen dat structurele aandacht voor schrijfvaardigheid vanuit de opleiding zélf inderdaad geen overbodige luxe is. Opvallend was ook dat studenten geen enkele vooruitgang boekten toen ze de toets aan het einde van hun eerste jaar nog eens maakten. Janssen: “Dat laat zien dat studenten niet vanzelf leren hoe ze moeten schrijven, zoals sommigen denken.”

Ook bleken studenten met tekortkomingen niet de noodzaak te zien om uit zichzelf actie te ondernemen. Zelfs als ze van een tutor de raad kregen een e-learning module te volgen, gebeurde er doorgaans weinig. Janssen: “Ze doen het gewoon niet. Als je dus wilt dat studenten beter gaan schrijven, dan zul je toch echt schrijfvaardigheidsonderwijs moeten geven.”

Uit een rapportage van het schrijfcentrum, dat inmiddels Skills Lab is gedoopt, bleek deze maand dat ook daar weinig beginnende studenten aankloppen. Sinds de start in 2016 hebben zich zo’n 1200 studenten gemeld voor gratis schrijfcoaching. In bijna alle gevallen, zo’n 90 procent, betrof het derdejaars bachelor- of masterstudenten met vragen over hun Nederlandse maar ook over hun Engelse teksten.

Voorbeeld vraag uit taaltoets:toetsvoorbeeld6.jpg

Elke keer weer opnieuw uitvinden wat de eisen zijn
Maar hoe doe je dat dan, studenten goed leren schrijven? Volgens Daniel Janssen is een van grootste problemen dat elke docent zo zijn eigen ideeën heeft over wat een leesbare tekst is. “De meest gehoorde klacht van studenten is dat zij iedere keer weer opnieuw moeten uitvinden aan welke eisen ze nu weer moeten voldoen. Dat motiveert natuurlijk niet echt.”

Om die reden maakte Janssen voor zijn eigen departement een handboek, binnenkort verschijnt dat bij een uitgever. Op basis van het boek ontwierp hij vervolgens de e-learning module. Het feedback-programma Revisely dat veel docenten gebruiken, maakt inmiddels gebruik van de terminologie die Janssen hanteerde in boek en e-module. “Het idee was dat we docenten zo trainen om tot een gezamenlijke aanpak te komen.”

Maar niet iedereen is zomaar een schrijfdocent, vinden Lentz en Janssen ook. De twee Neerlandici pleiten daarom voor een echte schrijfcursus aan het begin van de studie die door een schrijfexpert wordt gegeven. Vervolgens moet er blijvende aandacht zijn voor schrijfvaardigheid in het vervolg van de studie.

Janssen maakt de vergelijking met statistiekonderwijs. “Daar krijg je ook de basisbeginselen in een aparte cursus, waarna je in tal van vakken er weer mee te maken krijgt. Wat was ook al weer een t-toets?”

Verbijsterende ontlezing
Volgens de twee merken alle docenten dat studenten met steeds minder bagage op de universiteit arriveren. Iedereen kent ook de oorzaken: te weinig aandacht op de middelbare school en een verbijsterende ontlezing. Universiteiten kunnen hun eigen verantwoordelijkheid niet langer ontlopen, denken ze.

Lentz: “We moeten niet langer zeuren over studenten die iets niet kunnen, maar als universiteit laten zien dat schrijfvaardigheid belangrijk is. We zullen studenten moeten helpen met dingen die ze eigenlijk al op het vwo hadden moeten leren.” Janssen: “Hoe moeten studenten weten wat ze moeten kunnen als niemand ze dat ooit verteld heeft?”

Bij het begin van het project zei Lentz op DUB dat hij vond dat studenten met een gebrekkige taalvaardigheid een negatief bsa moesten krijgen. Die uitspraak leidde destijds tot Kamervragen, en de hoogleraar werd zelfs voor ‘racist’ uitgemaakt. Dit was immers dé manier om bepaalde bevolkingsgroepen uit te sluiten van een academische studie.

Zijn mening is na twee jaar onveranderd, al zou hij het nu misschien iets preciezer formuleren. “Universiteiten moeten  studenten vertellen aan welke eisen ze moeten voldoen en hen helpen om op het gewenste niveau te komen. Maar als een student daar niet in slaagt, kan die dat beter in het eerste jaar horen dan tijdens de scriptie.”

De hoogleraar wijst naar de opleiding Farmacie waar studenten in de eerste twee jaar van hun bachelor moeten bewijzen aan een minimumniveau te voldoen voordat ze aan het derde jaar kunnen beginnen. “Maar Farmacie besteedt er in het onderwijs dan ook heel veel aandacht aan. Dat vind ik nu een mooi voorbeeld. Als je schrijfvaardigheid serieus neemt, moet je ook consequenties verbinden aan het ontbreken ervan.”

Voorbeeld vraag uit taaltoets:toetsvoorbeeld7.jpg

Meer tijd nodig
Hun eigen departement Taal, Literatuur en Communicatie heeft inmiddels besloten een schrijfcursus aan te gaan bieden aan het begin van het tweede jaar. Ook bij andere deelnemende opleidingen zien Lentz en Janssen positieve tendensen.

Toch zijn de twee somber over de mate waarin ze met hun project daadwerkelijk iets hebben kunnen veranderen voor de gehele universiteit. Een geïntegreerde aanpak van een aparte schrijfcursus gevolgd door blijvende aandacht in het curriculum komt maar mondjesmaat van de grond.

Lentz: “De financiering voor twee jaar is eenvoudigweg te kort. In die tijd moet je nieuwe initiatieven uitwerken, die duurzaam maken, en er vervolgens ook voor zorgen dat ze worden overgenomen. Voor echte innovatie heb je gewoon langer de tijd nodig. Je ziet bijvoorbeeld ook dat opleidingen met de taaltoets stopten toen het project voorbij was.”

De hoogleraar die op 22 juni afscheid neemt van de UU stelt treurig vast dat alle problemen die hij aan het begin van het project beschreef er nog steeds zijn. “We hebben best wat voor elkaar gekregen, maar heel ver zijn we niet gekomen. Sterker nog: de omvang van de problemen is waarschijnlijk groter geworden.”

Lentz doelt onder meer op de toegenomen werkdruk. “Docenten hebben eenvoudigweg minder tijd om studenten goede feed back te geven.” Hij wijst ook op de toename van het Engelstalig onderwijs. “In feite zou je alles wat we zeggen over het verbeteren van de Nederlandse schrijfvaardigheid moeten spiegelen naar het Engels. Waarom zouden we het accepteren dat studenten slechte Engelse stukken schrijven?”

Docenten hebben profijt van beter schrijvende studenten
Volgens Daniel Janssen snijdt de universiteit zichzelf in de vingers: “Studenten leren schrijven is inderdaad een grote opgave, je bent er niet met zes hoorcolleges. Maar als we het goed doen, dan rendeert dat enorm. Docenten hebben heel veel profijt van studenten die goed schrijven. Ze krijgen betere stukken voor hun neus waar ze minder aan hoeven te doen.”

Dat structurele aandacht werkt, bleek volgens hem ook bij de opleiding Communicatie- en Informatiewetenschappen. Daar volgde een groep studenten een schrijfcursus en deed verplicht de e-module. De studenten scoorden vervolgens significant beter op taaltoets. Vooral zwakkere studenten gingen vooruit.

Lentz: “Ik zie het ook bij mijn masterstudenten. Die leveren aan het eind van hun studie toch heel mooie producten af. Tekstkwaliteit is voor een groot deel ook afhankelijk van je attitude. Als je als opleiding daar van meet af aan zorg aan besteedt en ook sancties aankondigt op slechte teksten, inclusief lullige dingen als punten aftrekken, dan gaan studenten er echt wel voor werken.”

Voorbeelden van krom Nederlands in werk van studenten:

- "Als organisatie is het goed om te weten wat voor discours er heerst rond bepaalt nieuws."

- "Dit is het overleg waarin iedereen zijn actuele bezigheden doet vermelden en delen met de anderen."

- "Wat is urgent, moet gelijk worden behandeld en wat heeft minder prioriteit."

- "Ik mocht feedback geven op geschreven stukken zoals [...] de herziende folder."

- "Zoals eerder vernoemd, is het nieuws van groot belang voor de afdeling."

- "Wat mij is opgevallen en tevens kenmerkelijk is voor deze organisatie, is het volgen en opstellen van werkinstructies evenals de goedkeuring en afstemming die van verschillende medewerkers nodig is voordat er een besluit kan worden genomen."

- "Dit bureau profileert zich als een bureau die kwaliteit levert."

- "Tevens is het ook interessant om na te gaan of..."

- "In de trant van de nieuwe privacy wetgeving is het ook noodzakelijk om..."

 


Hoogleraar Leo Lentz neemt na 35 jaar afscheid van universiteit. Op 22 juni vindt ter ter gelegenheid van zijn emeritaat het symposium ‘Taal en communicatie: de wetenschap en de praktijk’ plaats.

gw_hum_lentzleo_385x257.jpgBuiten enkele academici spreken daar ook communicatieprofessionals. Lentz legde zich in zijn onderzoek toe op de kwaliteit van de zakelijke communicatie. Zo bestudeerde hij gemeentewebsites en geneesmiddelenbijsluiters. Zeer recent keek hij in opdracht van de Vereniging Eigen Huis naar de ondoorgrondelijke teksten in hypotheekakten.

Lentz probeerde daarnaast studenten met arbeidsmarktgerichte vakken goed voor te bereiden op die praktijk. Lentz was in 2009 volgens studenten de beste opleidingsdirecteur van de UU, hij kreeg daarvoor het Gouden Oor uitgereikt. De afgelopen jaren was Lentz een gewaardeerd voorzitter van de faculteitsraad.

Maar bovenal was hij dus een voorvechter voor correct taalgebruik. Ooit bedacht hij de Wet van Lentz: bij drie domme taalfouten krijgt een student zijn werkstuk retour.


 

Facebook Twitter Whatsapp Mail