Links Genderstudies, rechts Earth Science Tectonics, foto's Ivar Pel

‘We try to practice what we preach’

Body: 

De UU heeft vele onderzoeksgroepen waar vele nationaliteiten in samenkomen. Hoe werkt dat in de praktijk? Komt diversiteit het onderzoek ten goede – of is het eigenlijk onhandig? DUB spreekt met twee onderzoeksgroepen die gekenmerkt worden door diversiteit.

Lees vertaling
KEUZE-gender.jpgGenderstudies, aantal leden: rond de 35, aantal nationaliteiten: rond de 16, onderzoeksgebied: inclusiviteit omtrent gender, ras en seksualiteit

“De universiteit is verstandig genoeg om het thema diversiteit aan te kaarten…...”, hoofd van het departement Genderstudies Rosemarie Buikema pauzeert even en vervolgt dan:  “… maar ik denk dat onze kennis nog iets meer opgepikt zou kunnen worden. De UU ziet diversiteit in termen van cijfers en statistieken, en nog te weinig in termen van …..” Berteke Waaldijk, historica en docent Genderstudies neemt  het stokje over “….een plaats waar input van een grote diversiteit aan studenten en onderzoekers ruimte krijgt. Om verschillende soorten mensen binnen te krijgen, moet de universiteit op een structureel andere en actieve wijze zorgen dat ze toegankelijk is voor iedereen.” Domitilla Olivieri, universitair docent uit Italië, vult aan: “Diversiteit is geen kwestie van achterover leunen en aardig doen.” Magda Górska, universitair docent uit Polen, knikt en zegt vurig: “Het probleem met diversiteit is dat het vaak eenvormigheid creëert in plaats van pluriformiteit door het categoriseren van mensen.” Berteke, ironisch: “Ondanks dat je anders bent, mag je onderdeel zijn van onze universiteit.”

Met vier dames zit ik in een klein, fraai kantoortje met hoge plafonds aan de Muntstraat. In dit gezelschap werkt de term diversiteit als een rode lap op een stier. Hun bevlogenheid voor het onderwerp maakt dat hun opmerkingen over elkaar heen tuimelen. En dat is begrijpelijk: het is niet alleen de corebusiness van hun onderzoek, hun team bevat ook nog eens rond de zestien verschillende nationaliteiten. Dat levert nog weleens verwarring op. Górska: “Ik werk samen met mensen uit verschillende landen. Olivieri uit Italië, of Jamila uit…” “Jamila komt uit Parijs”, zegt Buikema. “Ze is eigenlijk Egyptisch-Italiaans”, zegt Olivieri. “Ik dacht dat ze deels Somalisch was”, zegt Buikema vertwijfeld – waarna iedereen lacht.

Wie denkt dat Genderstudies alleen gaat over man-vrouw verhouding, een open houding naar homoseksualiteit of het streven naar genderneutraliteit heeft het mis. “Het is de uitkomst van een globale beweging die zich richt op de bewerkstelliging van inclusiviteit op verschillende gebieden; waaronder gender, ras en seksualiteit”, legt Buikema uit. ‘We try to practice what we preach. En dat doe je door de ‘andere’ vraag te stellen.” Vragen die gesteld worden door mensen die zich verbazen over zaken die voor anderen heel gewoon zijn. “Niemand is in staat zijn eigen blinde vlekken te zien zonder hulp van mensen met kennis uit andere achtergronden.”

Dat het ‘preachen’ voor sommigen betuttelend over kan komen, is niet hun bedoeling. “We beweren niet definitieve universele kennis voort te brengen”, zegt Buikema. “Ons werk betekent ook dat we zelf bereid zijn om te veranderen in ons denken.” Olivieri: “Andere wetenschap lijkt een meer universele geldigheidsclaim uit te dragen. Mensen zien dit als ‘gewone wetenschap’. Soms wordt onze theorievorming gezien als partijdig omdat het politiek geëngageerd is. Elke discipline – ook biologie – heeft een politieke lading. Het verschil is dat wij het expliciet benoemen in de kennis die wij produceren.”

Maar wat betekent het openen van nieuwe mogelijkheden en het stellen van ‘de andere vraag’ op het vlak van inclusiviteit precies in de praktijk? “Neem vluchtelingen die in asielzoekerscentra wonen en willen studeren, maar het niet kunnen betalen”, zegt Górska. “Wat doe je daarmee? Klop je jezelf als universiteit op de borst omdat je vluchtelingen welkom heet? Of erken je dat je ook logistiek een stap in hun richting moet zetten?” Ook op persoonlijk niveau is het een constante uitdaging om inclusief te denken. Buikema: “We hadden een uitwisseling met een bevriende genderstudiegroep uit Zweden. We gingen vergaderen in deze kamer op de eerste verdieping die niet met een lift bereikbaar is. Iemand uit de groep vroeg me: ‘Ik neem aan dat je rekening hebt gehouden met het feit dat iemand in een rolstoel zit?’ Daar had ik nou geen moment aan gedacht…’

Waar ligt de moeilijkheid voor Genderstudies als onderzoeksgroep? “We zijn pioniers in onze theorievorming”, zegt Buikema. “Maar onze inzichten tellen pas echt als ze opgepikt worden door de mainstream academische wereld. Dat is een voortdurende uitdaging. Wij moeten vaak een handreiking doen naar anderen – in plaats van andersom.” Waaldijk: “Dat is de prijs die je betaalt voor onderdeel zijn van de universiteit. We willen geen megalomane, radicale splintergroepering zijn. Dat betekent dat we constant moeten onderhandelen. We kunnen ontevreden zijn over de machtsverhoudingen binnen de universiteit, of met onze collega’s van mening verschillen – maar we zijn er zelf ook onderdeel van.” Buikema knikt en zegt: “We maken deel uit van een witte, mannelijke machtsstructuur die in het niet zo heel verre verleden was gebaseerd op onze uitsluiting.”


Earth Sciences Tectonics: ‘Tien nationaliteiten geeft ons team een voorsprong in het onderzoek’

KEUZE-GEO.jpgAantal leden: rond de 20, aantal nationaliteiten: 10, onderzoeksgebied: platentektoniek,

“Humor is onze kracht. Niet alle grappen zijn goed, maar we doen ons best”, zegt directeur van het TecLab Dimitrios Sokoutis, een kleine, oudere man met een grijs baardje. We staan in een grote kring, omringd door mysterieus ogende apparaten. We zijn in het TecLab, onderdeel van het Earth Sciences Laboratorium, met een stuk of vijftien mensen die zich bezighouden met onderzoek naar platentektoniek.

“Earth science-groepen zijn over het algemeen niet erg stijfjes”, zegt het hoofd van de onderzoeksgroep Liviu Matenco. “Er worden veel grapjes gemaakt en er is weinig hiërarchie. Het feit dat we tien verschillende nationaliteiten hebben geeft ons een voorsprong in het onderzoek.” De Franse Damian Bonté valt hem bij: “De diversiteit is een noodzaak om goed onderzoek te doen. Verschillende nationaliteiten hebben kennis over verschillende geografische gebieden”.

Matenco’s informele, met geintjes doordesemde leiderschap was voor de Indonesische Lukman Sutrisno even wennen. “In Indonesië is een sterke hiërarchie. Hier is dat veel gelijkwaardiger. Toen ik hier begon vroeg ik me af: noem ik Liviu meneer, professor of gewoon Liviu?”

Earth Sciences Tectonics is ook naast het werk heel hecht. Zo hebben ze hun eigen klimteam, de Tecto Climbing Group, drinken ze vaak een borrel en organiseren regelmatig etentjes – waarmee ze zich op internationale conferenties berucht maakten. “Er zijn veel mensen die met ons geassocieerd willen worden”, zegt Matenco. “We noemen ze de ‘tectonics wannabe’s.’’

En hoe zit het met de balans tussen man en vrouw? Er is weliswaar een aantal vrouwen binnen Earth Sciences en deze onderzoeksgroep , maar het aantal mannen is nog steeds dominant. Is dat een probleem? “In onderzoek moet het gaan over capaciteit en kennis”, zegt Bonté stellig. “Mannelijkheid of vrouwelijkheid hebben daar niks mee te maken.” “We zijn genderneutraal”, grapt Matenco. Dan, serieus: “Vanuit de universiteit wordt er veel druk uitgeoefend om meer gendergelijkheid te creëren. Ik denk dat dit heel goed is. Maar aan de andere kant kan dit ook positieve discriminatie ten gevolge hebben. De maatregelen moeten dus wel werkelijke gelijkheid bevorderen.”

Al is de kwaliteit van het voedsel niet zo goed als in het zuiden of oosten van Europa – Nederland bevalt de groep prima. Zelfs de directheid van de Nederlanders leidt zelden tot problemen. Bonté: “Als je mensen wil hebben die nog directer zijn dan Nederlanders, dan moet je in Noorwegen zijn.” Matenco knikt instemmend en lacht. “Die beslechten ruzies met een bijl.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail