“Het gaat heel goed met Nederlandse kinderen”

Foto: FreeFoto.com

De staat moet terughoudender zijn met het ingrijpen in de opvoeding van kinderen. Dat zei bijzonder hoogleraar Jeugdbescherming Ido Weijers in zijn oratie vrijdag. Hij vindt dat het met het grootste deel van de kinderen in Nederland prima gaat en dat daarom alle energie en hulp naar de ernstigste gevallen moet gaan.

De pedagoog Weijers bekleedt sinds juli 2011 de interdisciplinaire leerstoel Jeugdbescherming die mogelijk is gemaakt door de Raad voor de Kinderbescherming. Hij is kritisch over beleidsontwikkelingen op het gebied van kinderbescherming. “Sinds het begin van deze eeuw is er een tendens om sneller in te grijpen in de opvoeding van kinderen. Dit komt onder andere voort uit een aantal familiedrama’s die zich hebben voorgedaan. De voormalige minister van Jeugd en Gezin, André Rouvoet, reageerde bijvoorbeeld met: ‘zoiets mag nooit meer gebeuren’.”

Een begrijpelijke reactie, maar Weijers betwijfelt of eerder ingrijpen in de opvoeding van kinderen de oplossing is. Volgens Weijers moet de hulpverlening alleen in actie komen als er echt een risico voor het kind is. Hij bepleit een afwachtend beleid. Te vroeg ingrijpen en bijvoorbeeld een kind uit huis plaatsen kan de situatie van het kind namelijk juist verslechteren, vindt de bijzonder hoogleraar.

Ook is Weijers niet blij met het wetsvoorstel voor ‘opgroeiondersteuning’, een lichtere vorm van ondertoezichtstelling. “Het idee is dat deze opgroeiondersteuning wordt opgelegd aan ouders die wel wat hulp kunnen gebruiken, omdat de overheid vindt dat de opvoeding beter kan. Het risico is dan dat de staat op een moralistische manier gaat bepalen wat een ‘goede’ opvoeding is.”

Volgens Weijers is het simpelweg niet mogelijk om te garanderen dat er nooit iets vreselijks gebeurt in Nederlandse gezinnen. “Het is een heel onaangenaam idee, maar we kunnen familiedrama’s niet compleet voorkomen. Het overkomt ons toch. Wat we wel kunnen doen, is ons focussen op ernstige gevallen, want juist daar valt nog veel te verbeteren. Zo zijn er bijvoorbeeld nog altijd wachtlijsten voor kinderen die een pleeggezin zoeken.”

De hoogleraar vindt overigens dat de zaak van Laura Dekker, het ‘zeilmeisje’, wel goed is aangepakt door de jeugdzorg. Dekker, die dit weekeinde haar reis voltooit, beklaagde zich onlangs over de bemoeizucht van de Nederlandse instellingen. “Het is prima dat zij destijds onder toezicht is gesteld. Bij Laura’s zaak is altijd benadrukt dat de ondertoezichtstelling alleen het zeilplan betrof en dat er niet zou worden ingegrepen in haar opvoeding. Laura en haar ouders is bovendien heel duidelijk verteld onder welke voorwaarden Laura de zee op mocht en de ondertoezichtstelling zou worden opgeheven.”

Weijers meent dat er wel wat vaker benadrukt mag worden dat het met het gros van de kinderen in Nederland eigenlijk heel goed gaat. “Goed nieuws komt niet zo snel in de krant, maar een onderzoek van Unicef heeft uitgewezen dat Nederland op plek één staat van 22 welvarende landen, met betrekking tot het welzijn en geluk van kinderen. Dat betreft alle aspecten van hun leven, waaronder hun veiligheid, gezondheid en schoolresultaten. Er kan nog steeds veel beter, maar over de hele linie gaat het hier gewoon goed.”

Advertentie