Foto's Quest

Bedenkers Qontrol-ball: ‘Een sport moet verbinden’

Body: 

Na de zomervakantie kunnen we een demonstratie van de gloednieuwe sport Qontrol-ball tegemoet zien. Een spel waarbij het getal 3 een belangrijke rol speelt. Onderzoekers en studenten van de Universiteit Utrecht hebben de sport bedacht in opdracht van het populair wetenschappelijke tijdschrift Quest.

Read in English

Universitair docent Michel van Slobbe en student Bradley Hermsen zijn twee van de bedenkers van de nieuwe sport Qontrol-ball. Zij maken deel uit van het team van onderzoekers en studenten van de master Sportbeleid & Sportmanagement die in opdracht van Quest een nieuwe sport bedachten. De ontwikkelaars moesten werken met de  criteria van journalist Mark Traa van het populair wetenschappelijke tijdschrift. Na enkele pieken en dalen in het proces werd het Qontrol-ball.

Wat Qontrol-ball uniek maakt, is dat het gespeeld wordt met drie teams en de spelregels waarbij strategie een belangrijke rol speelt. De drie teams spelen op één veld. Het veld is opgedeeld in drie driehoeken: een grote en twee kleinere. Elk team verdedigt ‘zijn’ driehoek en de cirkel in het midden van welke driehoek, fungeert als doel. Scoren doe je door de ‘bal’ te vangen, terwijl je met je voet in de cirkel van een van de andere teams staat. Na elk punt wordt er gewisseld van driehoek. Ook is de bal geen ‘gewone’ bal, maar een bal met bulten. Bij het overspelen moet de bal een keer stuiteren en dankzij de bulten is het niet altijd te voorspellen welke kant die opgaat. Reactiesnelheid is vereist. Ook kunnen twee van de drie teams een verbond sluiten, waardoor strategie een belangrijke element in het spel vormt. De naam duidt op het onder controle houden van de bultenbal en de Q verwijst hierin naar Quest.

Hoe begon deze uitdaging voor jullie?
Michel van Slobbe: “Mark Traa van Quest kwam met het idee. Hij heeft een bijna natuurwetenschappelijke benadering van sport en vroeg zich af of je een nieuwe sport kon bedenken en wat daarbij komt kijken. Hij kwam in contact met hoogleraar Maarten van Bottenburg die de vraag aan ons voorlegde. Wat kunnen we ermee?, vroegen we ons af. We hadden vrij snel in de gaten dat het een zeer ambitieuze vraag was, omdat sporten zich allemaal doorontwikkeld hebben in de loop van de tijd. Ze hebben zich aangepast aan de tijdsgeest, met nieuwe wensen en verwachtingen. Denk aan volleybal en beachvolleybal of stadsporten zoals free running. Iedere keer komt er een variatie op een bestaande sport. Dus we dachten ‘het is onbegonnen werk om iets totaal nieuws te verzinnen’. Toch intrigeerde de vraag. We zijn het aangegaan als een soort experiment. Een laboratorium benadering. Bradley kan jij je het nog voor de geest halen? Het begin?”

Bradley Hermsen: “Jazeker. Als ik het me goed herinner, kreeg ik een mailtje van Maarten, net zoals andere studenten van de master met de vraag wie er mee wilden werken aan het verzoek van Quest. Het was in de coronaperiode en we mochten elkaar toen net weer in levende lijve ontmoeten. Het sociale sprak me daarom ook heel erg aan in deze uitdaging. Gewoon weer dingen samen met studenten en docenten doen. Het leuke vond ik ook dat studenten en docenten op hetzelfde niveau aan het proces begonnen: niemand had hier kennis over. Onze docenten zijn allemaal expert op een bepaald vakgebied, maar we stapten eigenlijk allemaal in dit project op dezelfde manier. Deze vraag was voor iedereen nieuw.”

Jullie moesten aan verschillende criteria voldoen. Welke waren die en hadden jullie er zelf nog criteria aan toegevoegd?
Bradley: “We hadden van Quest de opdracht gekregen geen bal te gebruiken bijvoorbeeld, het moest door mannen en vrouwen samen gespeeld kunnen worden en niet lijken op een al bestaande sport. Wat ik leuk vond, is dat er een spanningsveld werd gecreëerd. Je kan niet alles goed doen voor iedereen. Lisa, een van de studenten die ook meedeed, werkt in de gehandicaptensport. Zij vond het belangrijk dat het een sport werd die mensen met een handicap ook zouden kunnen beoefenen, maar in de loop van het proces hebben we dat criterium losgelaten. Hetzelfde gaat op voor de wens om geen bal te gebruiken. Daar hebben we heel lang over nagedacht, maar uiteindelijk kwam toch die bal. Een bal heeft toch wel echt iets herkenbaars voor sport.”

Maar geen gewone bal dus?
Bradley: “Nee. Bij een van de brainstormsessies had Fenne, ook een student die meedeed, een bal met bulten meegenomen. We begonnen daarmee te gooien en te stuiteren. Dan merk je ook al van “dit is voor ons allemaal iets heel nieuws” en dat wil je wel op een bepaalde manier gaan gebruiken. Het mooie aan dat balletje is denk ik het onvoorspelbare, wat voor mij ook wel echt gelinkt staat aan sport. Ook maakt dat het voor het publiek leuk.”

Als de bal zo onvoorspelbaar is, kun je dan nog wel trainen voor een wedstrijd?
Bradley: “ Je kan zeker trainen voor wedstrijden. Net zoals alle andere sporten krijg je Qontrol-ball onder de knie door het te doen. Voor Qontrol-ball helpt het in het spel als je een goede conditie hebt, goede oog-handcoördinatie en goed op elkaar bent ingespeeld als team. Al deze elementen zijn te trainen.’’


Zien jullie het voor je dat Qontrol-ball straks wordt gespeeld bij Olympos bijvoorbeeld?
Van Slobbe: “Dat is nu voor wie voor Bestuurs- & Organisatiewetenschap die sport bestudeert een heel interessante vraag. Wat maakt nou dat één ontwerp van een sport aanslaat en de ander niet? Zit dat alleen in de kwaliteit van het ontwerp of zit hem dat ook in andere factoren? Studies wijzen erop dat popularisering, dus veel media-aandacht, en organisatiegraad belangrijk is voor de ontwikkeling van zo’n sport. Maar eerlijk gezegd, wij hadden lol in het spelen. Bradley weet jij nog in het begin toen je het artikel van Quest las en het best wel ingewikkeld vond? En GeenStijl erover schreef ‘een sport voor en door nerds gemaakt’. Het grappige is dat als je het dan eenmaal speelt het toch snel duidelijk wordt wat je ervoor moet kunnen en kennen. De onvoorspelbare twist van de bal en het zo snel mogelijk bewegen om in de cirkel bij de tegenstander te kunnen scoren. Wij vonden het ook wel echt vermoeiend. We hadden het een halfuurtje gespeeld, maar dat is dan ook denk ik wel de max.”

Bradley: “Het is wel intensief ja. Wat ik trouwens ook leuk vind aan deze sport is dat je vandaag de dag steeds hoort over kinderen die steeds minder bewegen en steeds minder oog-handcoördinatie hebben. Qontrol-ball is een sport waarin met name het gebruik van het balletje met zes uitstulpingen uitdagend is. Hoewel dit speciaal balletje zorgt voor een extra factor ‘fun’ kan er ook voor worden gekozen om de sport uit te oefenen met een normale tennisbal. Bijvoorbeeld bij jonge kinderen. De regels zijn hierin exact hetzelfde. Je geeft dus ook een pass naar elkaar door de bal te stuiteren alleen is de plek waar de tennisbal terecht komt meer voorspelbaar. Als kinderen dit goed onder de knie hebben en een extra uitdaging nodig hebben, vervang je de tennisbal simpelweg door het balletje met zes uitstulpingen. In de sport kan er dus gedifferentieerd worden op verschillende manieren. Een andere manier van differentiatie kan zijn door het veld groter of kleiner te maken.’’

Bradley, je houdt van voetbal, zou je dat inruilen voor Qontrol-ball?
Bradley: “Gevaarlijke vraag. Voetbal is mijn passie, maar vooral door alles wat eromheen hangt.’”

Van Slobbe: “Het zijn niet alleen de kenmerken die een sport maken, maar hoe het verbindt.”

Of in de toekomst rondom Qontrol-ball een ‘voetbalcultuur’ zal ontstaan, weten ze nog niet. Quest heeft in een oproep in ieder geval al 120 enthousiastelingen weten te bereiken die hebben aangegeven het spel een keer te willen spelen. De eerste live-demonstratie met publiek zal in het Zomerstadion van Sportworx zijn in de week van 31 augustus tot en met 25 september op het Jaarbeursplein in Utrecht.


 

Facebook Twitter Whatsapp Mail