Maxim Abdulatif met zijn vrouw Nebal op het Janskerkhof. 'In Syrië leefden we in angst'.

Bedreigde wetenschapper in Utrecht: 'Ik ben degene die geluk heeft gehad'

Body: 

Het leven in Syrië is hard. Wie weg kan, die gaat. Maxim Abdulatif kreeg de kans dit jaar in Utrecht te studeren. “Maar plannen maken voor de toekomst is een luxe die ik me niet kan veroorloven.”

Het leven in Syrië is hard. Wie weg kan, die gaat. Maxim Abdulatif kreeg de kans dit jaar in Utrecht te studeren. “Plannen maken voor de toekomst is een luxe die ik me niet kan veroorloven.”

Op het Janskerkhof klinkt een doffe dreun wanneer een metalen fust op straat wordt gezet. Maxim Abdulatif is even van slag en stopt met praten. Dan knikt hij naar de bestelwagen die wordt uitgeladen en zegt: “Dit zijn nu precies de geluiden waar ik elke keer weer van schrik.”

Afgelopen september verliet Abdulatif (36) het door terreur geteisterde Syrië. Hij was pianodocent en lecturer westerse muziek aan het conservatorium van Damascus, toen hij door de Amerikaanse hulporganisatie Scholars at Risk (SAR) werd geadopteerd.

SAR biedt wetenschappers die in hun thuisland belemmerd worden in hun werk, een tijdelijke uitwijkplek aan een universiteit in een veilig land. De organisatie maakte onlangs bekend dat het aantal onderzoekers dat zich beknot voelt, stijgt. Syrische wetenschappers zijn voor een groot deel verantwoordelijk voor de toename.

'Dat we nu samen zijn, is mijn grote geluk'
Abdulatif volgt nu een master Muziekwetenschap in Utrecht. De UU - net als de meeste andere Nederlandse universiteiten lid van het SAR-netwerk - gaf hem een Excellence Scholarship. Die beurs dekt zijn collegegeld dit jaar. De Nederlandse Stichting Vluchteling-Studenten UAF verstrekt financiële steun, zodat hij in zijn levensonderhoud kan voorzien. Abdulatif: “Ik voel me werkelijk gezegend”.

Dankzij de UAF-beurs mocht ook zijn vrouw Nebal, een voormalig hoboïst van het Syrisch Nationaal Orkest, eind vorig jaar naar Nederland komen. Zij zit tijdens het interview naast hem op het terras van café De Beurs; in een kinderwagen ligt dochter Mina te slapen.

“Dat we nu samen zijn, is mijn grote geluk. De periode dat we gescheiden leefden, was verschrikkelijk. Ik zat hier en zij daar toen de Amerikanen luchtaanvallen aankondigden als strafmaatregel tegen het regime. En ik was ook hier toen het dak van mijn huis in Damascus door een bomaanslag instortte, terwijl mijn vrouw en kind die nacht puur toevallig bij familie verbleven. Een mensenleven in Syrië ligt op dit moment in handen van het lot.”

Muziek is verboden in de stad Araqqa
Abdulatif praat geanimeerd, in vlekkeloos Engels. Pas als de persoonlijke problemen die hij ondervond in Syrië ter sprake komen, wordt hij iets voorzichtiger. Geregeld overlegt hij met zijn vrouw. “We willen geen standpunt innemen in het conflict of één van de partijen voor het hoofd stoten. Je moet begrijpen dat Syrië verscheurd is en dat wij nog veel familie en vrienden daar hebben.”

Uiteindelijk beschrijft hij de beklemmende sfeer in zijn thuisland. “Als ik op het conservatorium lesgaf en zei dat Beethoven de Franse revolutie steunde, kon ik de spanning in de zaal voelen. Alleen omdat ik het woord revolutie gebruikte.”

Hij vertelt ook hoe muziek en muzikanten door de groeiende invloed van fundamentalistische islamitische groeperingen steeds vaker in een kwaad daglicht worden gesteld. Het conservatorium waar hij werkte, was al eens het mikpunt van een aanslag.  “Je kent ISIS? Dat is een aan Al Qaida gelieerde groepering die de stad Araqqa in handen heeft. Daar zijn alle muziekvormen en alle radio’s nu verboden.”

Daarnaast waren ook zijn Russische roots problematisch. “Mijn uiterlijk en mijn naam verraden snel dat ik een andere achtergrond heb dan de meeste Syriërs. De Russen worden door een deel van de bevolking gezien als de bad guys die een veto uitspraken tegen VN-maatregelen tegen het regime.”

Maar het was vooral de voortdurende dreiging die psychologisch een tol eiste. Abdulatif: “Als je weet wanneer de klap komt, kun je je daar op voorbereiden. In Syrië weet je nooit wanneer die klap komt. Wij gingen naar ons werk en we spraken af met vrienden, maar we leefden continu in angst omdat we wisten dat het elk moment fout kon gaan.” Nebal: “Onze tassen stonden gepakt, we waren klaar om ons huis te ontvluchten.”

'We leven nog steeds in een nachtmerrie'
Uiteindelijk hakte Abdulatif de knoop door. Hij wilde zijn land verlaten om in het buitenland een academische carrière op te bouwen. Dagenlang zat hij te googlen op zoek naar beurzen van universiteiten die hem in staat zouden stellen naar een westers land te vertrekken. Hij lacht: “Nederlanders kunnen zich er geen voorstelling van maken hoe traag het internet in mijn land is.”

Het liefste wilde hij naar Utrecht. Ooit had hij een Haagse cymbalist die Damascus bezocht, verteld dat hij zich graag verder wilde scholen. ‘Dan moet je naar Utrecht’, had die toen gezegd. Drie jaar geleden ondernam Abdulatif daarom al een poging om naar de UU te komen. Dat liep spaak omdat hij geen visum kreeg voor het toelatingsgesprek. Nadat hij contact had weten te leggen met Scholars at Risk ging de langgekoesterde wens uiteindelijk in vervulling.

De Syrische musicoloog is lyrisch over het onderwijspeil aan de Utrechtse universiteit. Hij vindt hier de intellectuele uitdaging die hij in eigen land vaak zo miste en haalt ook hoge cijfers. Toch bezorgt het studeren hem grote stress.

“Het is erg moeilijk om me te blijven concentreren”, vertelt hij. “In mijn gedachten ben ik nog altijd in Syrië. Elk moment proberen we via sociale media contact te leggen met familieleden en vrienden; iedere keer hopend dat er niets ergs is gebeurd. We leven hier nog steeds in een nachtmerrie.” Tegelijkertijd voelt hij de druk om te presteren. “Ik heb het gevoel dat mijn bestaan afhangt van de cijfers die ik haal.”

Voorlopig mag Abdulatif een jaar in Utrecht blijven. Hij verkeert in grote onzekerheid over zijn toekomst. Hij heeft een aanvraag bij Scholars at Risk ingediend om nog een jaar langer in Nederland te mogen blijven. Stiekem hoopt hij op een PhD-traject en een academische loopbaan. “Maar plannen maken is een luxe die ik me niet kan veroorloven.”

Of hij over dit soort zaken weleens met zijn hoogleraar Karl Kügle praat, of met andere mensen? “Af en toe, een klein beetje. Ik wil natuurlijk vooral laten zien dat ik deze studie aankan en niemand tot last ben. Ik heb bovendien al zo veel hulp gekregen. Het voelt soms ook alsof ik niet het recht heb om hier te zijn, begrijp je? Alsof ik een indringer ben.”

Opvallend hoeveel Nederlanders weten over de toestand in Syrië
Hij zakt uiteindelijk vermoeid achterover. “Moet je voorstellen wat mijn Syrische vrienden van dit verhaal zouden vinden. Zij zitten nog steeds in de penarie en kunnen geen kant op. En dan doet Maxim in een mooie Europese stad met een biertje op een zonnig terras zijn beklag. De hufter. Snap je dat ik het al moeilijk vind om de foto’s die we hier maken op Facebook te zetten? Ik ben degene die geluk heeft gehad.”

En hij betwijfelt ook of zijn vrienden er nu zo bij gebaat zijn dat hij hier met een journalist zit te praten. “Kan Nederland, of kunnen de Nederlanders, iets veranderen aan de toestand in Syrië? Ik weet het niet.”

De suggestie dat hij Nederlanders op deze wijze in ieder geval informeert, wuift hij weg. “Dat is het probleem niet. Ik vind het juist opvallend hoeveel Nederlanders weten over de huidige situatie in Syrië en hoe empathisch iedereen is. Daar zijn we steeds weer dankbaar voor.”

Hij grinnikt even: “Als mensen vragen waar ik vandaan kom, antwoord ik tegenwoordig: wat is het ergste land dat je je kunt voorstellen? Dan weten ze het meteen. Kom je uit Syrië, echt waar?”

Facebook Twitter Whatsapp Mail