Decanen bij de opening academisch jaar 2015-2016, vooraan van links naar recht: Werner Raub (Sociale Wetenschappen), Gerrit van Meer (Bètawetenschappen) en Frank Miedema (Geneeskunde)

Dat wat decanen lazen in 2015

Body: 

De kerstperiode is de tijd om eindelijk eens die stapel kranten en tijdschriften door te pluizen of internetsites af te struinen. We vroegen de Utrechtse faculteitsdecanen welk artikel hen het afgelopen jaar is bijgebleven en waarom. Toch even teruglezen allemaal.

De kerstperiode is de tijd om eindelijk eens die stapel kranten en tijdschriften door te pluizen of internetsites af te struinen. We vroegen de Utrechtse faculteitsdecanen welk artikel hen het afgelopen jaar is bijgebleven en waarom. Toch even teruglezen allemaal.

De onzekerheden rondom klimaatverandering
 

Bètadecaan Gerrit van Meer koos (overigens nog voor de Parijstop) een artikel uit waarin de Utrechtse onderzoeker Peter Kuipers Munneke, beter bekend als NOS-weerman, de politieke besluiteloosheid tot grootste risicofactor in het klimaatdebat bestempelt. En dus niet de wetenschap.

"Hoe breng je de belangrijke maar tegelijkertijd genuanceerde boodschap van wetenschappelijk onderzoek over? Die vraag kwam prachtig naar boven in het artikel "Apocalyps in slow motion".

"Het artikel is gebaseerd op interviews van Paul Luttikhuis met onder andere de Utrechtse onderzoeker Peter Kuipers Munneke over onzekerheden rond klimaatverandering. Het gaat hierbij om integriteit als onderzoeker en tegelijk over valorisatie en hoe dat soms botst. We willen weten hoe snel de zeespiegel gaat stijgen ondanks dat de dynamiek van de smeltende ijsmassa's te ingewikkeld is om nauwkeurige voorspellingen te doen.

"Ook Peter beseft dat er "unknown unknowns" zijn; dingen waarvan we nog niet eens weten dat we ze niet weten. Maar ik vind het goed dat boegbeelden als Peter en ook de andere geïnterviewde, emeritus-hoogleraar Klaas van Egmond van Geowetenschappen, de onderzoeksgegevens met gezag kunnen omzetten in een risicobeschrijving.

"Vervolgens is het aan de politiek om te besluiten welke acties hieruit moeten volgen. Persoonlijk verbaas ik me met Peter wel over de traagheid waarmee de samenleving in actie komt."


Het gezelschapsdier als de beste vriend van een wetenschapper
 

Diergeneeskundedecaan Wouter Dhert komt tegen de instructie in toch met een artikel uit de vakpers. Maar een verhaal over dieren die net mensen zijn, spreekt iedereen aan. En we vonden stiekem ook een populairwetenschappelijke weergave, voor de ongeduldigen.

"Onlangs verscheen in Science Translational Medicine een artikel met de titel ‘Companion animals: Translational Scientist’s new best friends’. Dit artikel was koren op mijn molen als translationeel wetenschapper en decaan van de Faculteit Diergeneeskunde.

"In de translatie van fundamenteel of laboratoriumonderzoek naar de humane patiënt zijn er vele uitdagingen, waarbij de relevantie van een experiment voor de uiteindelijke toepassing mede bepaalt of een nieuw geneesmiddel of een nieuwe biotechnologische innovatie succes heeft.

"Experimenten bij kleine (proef)dieren staan vaak ver af van het klinisch probleem van een zieke patiënt. In deze keten is een andere populatie van grote waarde, namelijk het zieke gezelschapsdier.  Dat heeft  een eigen rol als patiënt, maar kan tegelijkertijd een model zijn voor de mens.

"Dit  artikel beschrijft hoe dit inzicht zich in de afgelopen decennia heeft ontwikkeld in het vakgebied van de ‘comparative (bio)medicine’. Voor belangrijke ziekten zoals kanker, artrose (gewrichtsslijtage), rugpijn en zelfs verlammingen door ruggenmergletsel blijkt de vergelijking tussen dier en mens heel relevant.

"Zo laat onderzoek op onze faculteit al zien dat honden met rugpijn door een hernia, of met een leverziekte, maar ook renpaarden met gewrichtsafwijkingen, vele overeenkomsten hebben met de mens. Therapieën die voor het ene species worden ontwikkeld zijn toepasbaar bij het andere species en vice versa.

"Met op de campus én een academisch dierenziekenhuis én een UMC Utrecht biedt dit onderwerp steeds meer prachtige mogelijkheden met veelbelovende resultaten. Zo kunnen we middels de ‘comparative (bio)medicine’ werken aan nieuwe ‘state-of-the-art behandelingen voor mens én dier. Daarin zijn we in Utrecht uniek en de kansen voor onze onderzoek lijken ‘voor het oprapen’ te liggen."


De waarde van universele mensenrechten
 

De steun voor mensenrechten is vaak maar oppervlakkig, berichtte dagblad Trouw op basis van Utrechts onderzoek. REBO-decaan Annetje Ottow hoopt dat wetenschappelijk onderzoek daar iets aan kan doen.

“Mensenrechten worden nog steeds op grote schaal geschonden. Dagelijks zijn schrijnende voorbeelden hiervan prominent te zien in alle media. Bij de faculteit REBO hechten we van oudsher veel waarde aan mensenrechtenonderzoek. 

“Dit jaar heeft het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM) een samenwerkingsovereenkomst gesloten met College voor de Rechten van de Mens. Het College is de onafhankelijke overheidsinstelling die in Nederland mensenrechten bewaakt, beschermt en bevordert. En in oktober van dit jaar promoveerde Katharine Fortin cum laude voor haar promotieonderzoek ‘Gewapende milities en internationale mensenrechten’. Dit  onderzoek werd gefinancierd uit de vrije competitie van NWO-MaGW.

“Het artikel in Trouw over het onderzoek naar Nederlandse steun voor mensenrechten zet je wel aan het denken. Het is toch zorgwekkend te lezen dat deze steun bij de gemiddelde Nederlander slechts oppervlakkig is. Laten we hopen dat mensenrechtenonderzoek aan de Universiteit Utrecht hier verandering in kan brengen.”



Het circus dat wetenschap heet
 

Fijn, decaan Sociale Wetenschappen Werner Raub levert twee columns uit DUB aan. Maar daar mogen we niet uit afleiden dat hij altijd even enthousiast is over onze site, zegt hij erbij. Raub kiest voor een parodie op de wetenschapsagenda van Marian Joëls en voor een analyse van de verhouding tussen tijd voor onderzoek en tijd voor onderwijs  van Ingrid Robeyns.

"Marian Joëls geeft een mooie, zeer treffende en bovendien hilarische analyse van allerlei circussen in de wereld van de kunst zoals we die tegenwoordig meemaken. De inhoud van de Nationale Kunstagenda – net klaar – valt overigens nogal mee, dankzij de inzet van veel kunstenaars – nu nog extra middelen voor die Kunstagenda, dat zou helemaal mooi zijn.

"De analyse van Ingrid valt in allerlei opzichten te prijzen, ook al is het een minder hilarisch stuk. Goed dat Ingrid bijvoorbeeld aan de orde stelt dat de verhoudingen rondom tijd voor onderzoek in de alfa- en gammawetenschappen toch wel heel anders liggen dan in andere takken van sport, zonder dat daar goede redenen voor zijn (en terzijde: de ‘promotiefabrieken’ vind je ook niet bij de alfa’s en gamma’s, je moet ze elders zoeken)."


Het belang van transparante kwaliteitscriteria
 

Geneeskundedecaan Frank Miedema vraagt aandacht voor een Brits rapport dat de perverse prikkels van impactfactoren en citatiescores aan de kaak stelt. In The Guardian verwijst de hoofdauteur naar andere foute afrekenmechanismen in het hoger onderwijs.


“Het Britse rapport de ‘Metric Tide’ is verplicht leesvoer voor iedereen die nadenkt over de wetenschap. Het is een uitputtend overzicht van de voor- en nadelen van het gebruik van bibliometrische kwaliteitsmaten, zoals impactfactoren en citaties, bij de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek.

“Het rapport is door een onafhankelijke commissie opgesteld naar aanleiding van de Britse nationale onderzoeksevaluatie in 2014. Daarbij zijn onderzoeksgroepen beoordeeld door commissies van vakgenoten, maar die baseerden hun oordeel vaak op bibliometrische indicatoren.

“Het reviewrapport is daar bijzonder kritisch over. De auteurs stellen onomwonden dat bibliometrische indicatoren nooit peer review kunnen vervangen, ook al heeft peer review z’n beperkingen. Impactfactoren worden bijvoorbeeld gebruikt om individuele onderzoekers te beoordelen terwijl de indicator daar nooit voor bedoeld is. Het creëert perverse prikkels: het wordt een doel op zich om artikelen te publiceren in tijdschriften met een hoge impactfactor.

“De reviewcommissie doet maar liefst twintig aanbevelingen. Het is onder meer een appèl op het leiderschap van universiteiten en managers om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het beoordelen van onderzoek en onderzoekers. Ze pleiten ook voor responsible metrics, indicatoren die robuust zijn, maar ook bescheiden, transparant, divers en flexibel (zie ook www.responsiblemetrics.org).

“In het UMC Utrecht proberen we deze ideeën in de praktijk te brengen. We betrekken maatschappelijke stakeholders bij de evaluatie van ons onderzoek. Patiëntenparticipatie stimuleren we in zorg, onderwijs én onderzoek. Kandidaat hoogleraren moeten een portfolio aanleveren dat een breed palet aan activiteiten omvat. En we zijn bezig met het formuleren van aanvullende indicatoren voor wetenschappelijke kwaliteit die nadrukkelijk ‘impact’ van onderzoek waarderen.”

*De decanen van Geesteswetenschappen (Keimpe Algra) en van Geowetenschappen (Piet Hoekstra) konden helaas niet reageren binnen de beperkte tijd die DUB hun had gegeven.

Facebook Twitter Whatsapp Mail