DUB-panel kritisch over meepratende maatschappij

Body: 

Het kabinet wil dat burgers meer gaan meepraten over de thema’s die wetenschappers moeten onderzoeken. Dit moet leiden tot een Nationale Wetenschapsagenda. Volgende week is er een rondetafelconferentie over dit voorstel. DUB vroeg zijn panelleden alvast naar hun mening.

Het kabinet wil dat burgers meer gaan meepraten over de thema’s die wetenschappers moeten onderzoeken. Dit moet leiden tot een Nationale Wetenschapsagenda. Volgende week is er een rondetafelconferentie over dit voorstel. DUB vroeg zijn panelleden alvast naar hun mening.

Wetenschappers moeten beter luisteren naar wat de samenleving vraagt; zichzelf minder opsluiten in academische debatten op de vierkante centimeter die alleen voor vakgenoten interessant zijn. Dat was de afgelopen maanden een speerpunt van de rebellenclub van geneeskundedecaan Frank Miedema: Science in Transition.

En minister Bussemaker had goed opgelet. Volgens de nieuwe wetenschapsvisie van het kabinet moeten maatschappelijke ‘stakeholders’ mee gaan discussiëren over welk onderzoek universiteiten en kennisinstellingen gaan verrichten.

De plannen voor een Nationale Wetenschapsagenda die in grote mate bepalend is voor de verdeling van onderzoeksgelden zorgden de afgelopen weken voor behoorlijk wat ophef. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen verzamelde reacties op een forum.

Leden van het DUB-panel vinden het vanzelfsprekend dat de wetenschap met beide benen in de samenleving staat en verantwoording aflegt over de bestede belastingcenten. Maar dat betekent niet dat burgers, bedrijven en belangenverenigingen kunnen bepalen wat wetenschappers onderzoeken.

Aan een al te grote invloed van die maatschappij op het vaststellen van de onderzoeksprioriteiten kleven grote bezwaren, vinden veel panelleden. Van 'U vraagt, wij draaien' kan geen sprake zijn. “Het moet geen winkel worden. Dat is zonde van de kwaliteit van de onderzoekers (ze zijn juist onderzoeker omdat ze ook vernieuwende ideeën hebben)”, vat student Jesse van der Plas de mening van veel panelleden samen.

Juist onderzoekers hebben vernieuwende ideeën
Universitaire onderzoekers staan op dit moment bovendien helemaal niet met hun rug naar de samenleving, vinden panelleden ook. Wetenschappers kunnen zich niet onttrekken aan wat er om hen heen gebeurt en doen dit meestal ook niet.

Onderzoekers pikken vaak zelfs al onderwerpen op voordat er publieke belangstelling voor komt. Als voorbeeld noemt neerlandica Els Stronks de maatschappelijke aandacht voor de Nederlandse identiteit, en wat die zou inhouden.

Sinds de commotie over de uitspraak van Máxima (“dé Nederlander bestaat niet”) ziet Stronks voorstellen voorbij komen om programma’s rondom het thema identiteit op te nemen in een nieuwe onderzoeksagenda. “Punt is alleen dat Nederlandse identiteitsvorming al in de jaren negentig een speerpunt van NWO was. Toen Máxima haar uitspraak deed stonden er daarom allerlei wetenschappers klaar om uit te leggen waarom die commotie ontstond.”

“De wetenschapsagenda van morgen wéér vullen met dat thema, laat zien wat er gebeurt als de wetenschap de samenleving alleen maar volgt”, vindt Stronks. “De vraag is hoe wetenschappers de agenda van morgen weten te vinden.”

Niet alleen “nuttig” onderzoek
De door minister Bussemaker zo gewenste 'maatschappelijke relevantie' is in het meeste onderzoek al aantoonbaar aanwezig, denken panelleden. Bij de financiering van onderzoek wordt hier al steeds vaker naar gekeken. Nóg meer zeggenschap is niet gewenst.

Informaticus Johan Jeuring stelt: “Als de maatschappij meer invloed op de besteding van onderzoeksgelden krijgt, zullen sommige thema’s zoals de bestrijding van kanker of het bouwen van nog meer telescopen veel meer aanspreken dan thema’s die minder in de publiciteit komen. De strijd wordt dan via de media gespeeld.”

Psychologiestudent Ellen Sinot heeft het angstbeeld van een RTL-programma waarbij gestemd moet worden op ‘het beste onderzoek’. “Wat dan waarschijnlijk van een knap en goedgebekt persoon komt en niet van een informaticanerd met een beugel die misschien wel zinvoller onderzoek doet.”

Een ander gevaar is volgens panelleden dat de nieuwsgierigheid van onderzoekers verdwijnt als ze gedwongen worden zich alleen te richten op “nuttige” onderzoeksthema´s. Informatica-student Donatas Rasiukevicius: “Ze kunnen dan niet gemakkelijk nieuwe gebieden betreden. Hun passie neemt dan af.”

En sommige onderzoeken zullen buitengesloten worden, zo wordt gevreesd. Fleur Kronenberg, student Engels, denkt dat dat bijvoorbeeld zomaar zou kunnen gelden voor de Utrechtse promotie die in de AD opdook in een interview onder de kop “deze man deed jarenlang onderzoek naar de letter R”.

“Door een Nationale Wetenschapsagenda neem je een deel van de vrije keus weg, je presenteert een lijstje met wetenschappelijk, industrieel en maatschappelijk belangrijke onderwerpen en daaruit mag gekozen worden. Dat ander onderzoek niet van belang zou zijn, lijkt me kortzichtig.”

En hoe zit het met de onafhankelijkheid en objectiviteit van de wetenschapper, vraagt student Milieu- en Maatschappijwetenschappen Roy Speek zich af. Stakeholders hebben per definitie belangen. “Ik ben benieuwd hoe zwaar dan het algemeen belang telt. Dat waar niemand specifiek behoefte aan heeft maar de wereld wel vooruit helpt.”

Maatschappij moet resultaten onderzoek serieus nemen
De panelleden vinden het goed om meer te luisteren naar de maatschappij, zonder je agenda erdoor te laten bepalen. Maar, zo benadrukken enkele leden, dan moet ook dat de maatschappij het wetenschappelijk onderzoek wel op waarde schatten en niet wegzetten als 'ook maar een mening'.

Bestuurssecretaris Henk van Rinsum verwijst naar dezelfde toespraak van Máxima over de Nederlandse identiteit in 2007 als Stronks. Die rede was volgens hem een mooie weergave van een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) dat destijds werd gepresenteerd. “De meerderheid van de Nederlandse politiek heeft in no time het genuanceerde beeld inzake identiteit (en vooral meervoudige, gelaagde identiteiten, erger nog: dubbele paspoorten!) van het WRR-rapport afgeserveerd.”

Een recent voorbeeld komt van Ellen Sinot: “Ik denk nog even terug aan het onderzoek naar effecten van alcohol op jongeren en de minister die daarop zei: wat een onzin, we weten allemaal dat alcohol slecht is. Als stakeholders te veel bepalen, komt er een bias in het onderzoek dat gedaan wordt, en als ze zich gaan bemoeien met uitkomsten van onderzoek ….”

Er ligt hier ook een taak voor de wetenschappers zelf. Het is volgens verschillende DUB-panelleden een belangrijke opgave voor wetenschappers om de maatschappij uit te leggen wat wetenschap precies is en wat je ermee kan.

“De resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden niet goed teruggekoppeld naar de samenleving. Het beter benutten van bestaande kennis lijkt mij veel nuttiger”, zegt innovatiewetenschapper Frank van Rijnsoever. “Heel erg veel onderzoek is al heel relevant.”

Geen dictaat van de maatschappij
Op een eigen weblog reageerde de minister boos op de “hardnekkige, onjuiste presentatie” van haar wetenschapsnota door universitair onderzoekers in de media. De wetenschapsvisie zou de onafhankelijke positie van het onderzoek juist waarborgen, zegt zij. Ook is er geen sprake van een dictaat van de maatschappij, maar van “samenwerking” tussen wetenschappers en andere belanghebbenden.

Misschien dat er volgende week woensdag wat meer duidelijkheid komt over wat er van een Nationale Wetenschapagenda is te verwachten of te vrezen. Dan vindt in Den Haag een rondetafelconferentie plaats (pdf) naar aanleiding van de wetenschapsvisie waar wetenschappers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en instituten het woord voeren.

Facebook Twitter Whatsapp Mail