DUB-panel: Liever geen aparte colleges over diversiteit

Body: 

Of docenten meer aandacht aan diversiteit moeten geven, daarover lopen de meningen uiteen. Maar het DUB-panel heeft in ieder geval geen behoefte aan lesjes over diversiteit.

Is het Utrechtse onderwijs niet te masculien en te westers? En zouden studenten niet meer moeten weten van verschillen in kleur, ras, gender en religie? De meningen van de leden van het DUB-panel lopen sterk uiteen, maar één ding is zeker: in geïsoleerde lesjes over vooroordelen ziet niemand wat.

Het profiel van de gemiddelde rechtenstudent (redelijk goede komaf, hockeyclub, stabiele thuissituatie) laat zich volgens Bald de Vries gemakkelijk uittekenen. Maar de rechtendocent komt steeds vaker studenten tegen met een afwijkend levensverhaal: immigranten, asielzoekers, maar ook studenten met een heel specifieke achtergrond of persoonlijke problematiek.

Studenten mogen daarom best wat bijgespijkerd worden als het gaat om “culturele competenties”. Dat betekent volgens De Vries: je leren inleven in de ander, “waar die ook vandaan komt, en zijn of haar vooronderstellingen en aannames leren begrijpen, doorgronden en (dan pas) kritiseren”.

Bald de Vries reageert hiermee op een vraag die DUB stelde aan al zijn panelleden. Moet er in het onderwijsprogramma van UU studenten meer ruimte komen voor diversiteit? Om te prikkelen voegden we stellig toe: dat onderwijs wordt nu immers gedomineerd door een mannelijk en westers wereldbeeld.

Panellid en hoogleraar Berteke Waaldijk schreef eerder voor DUB over dit onderwerp. Volgens haar zijn de meeste docenten geneigd hun ogen te sluiten voor verschillen tussen studenten. Fatsoenshalve willen ze liever niet de nadruk willen leggen op het ‘anders zijn’ van studenten. Daardoor blijven vooroordelen en discriminatie alleen een probleem voor de betrokkenen. Dat moet veranderen, volgens Waaldijk.

Ook enkele studenten in het panel, zoals Rhea van der Dong en Sterre Raterman, zouden binnen hun curriculum wel een wat breder perspectief willen zien, ook op de ongelijkheid binnen de universiteit zelf.

Raterman: “Dus meer focus op onderzoek vanuit andere perspectieven dan het westerse en veel aandacht voor hoe ons westerse wereldbeeld het onderzoek beïnvloedt. Maar ook bewustzijn creëren over het hoge aantal mannen in het onderzoek en onderzoekscarrières van vrouwen en van mensen met andere religies/achtergrond aanmoedigen.”

‘Ik heb nog nooit een mede-student over dit onderwerp gehoord’

De reacties van de panelleden lopen voor het overige behoorlijk uiteen. Zeker niet iedereen staat te popelen om het curriculum eens flink op de schop te nemen. Om heel verschillende redenen overigens.

Docent Peter Selten mailt dat ‘diversiteit’ al lang en breed deel uitmaakt van zijn studieprogramma. “Het is in mijn opleiding/faculteit (Algemene Sociale Wetenschappen) ondenkbaar dat gender, etniciteit en andere vormen van diversiteit niet aan bod komen en dat studenten zich daar niet van bewust zijn. Dat we zouden uitgaan van een masculien westers wereldbeeld is echt onzin. In elk geval problematiseren we dat.”


 
Binnen het DUB-panel geven studenten en medewerkers hun mening over universitaire kwesties. Klik hier voor de samenstelling van het panel en eerdere discussies.

Ook student rechten en geschiedenis Stefan Roelofsen vindt dat er al voldoende wordt gedaan aan diversiteit. Bovendien mailt hij: “Ik heb nog nooit een mede-student over dit onderwerp gehoord.”

Filosoof Floris van den Berg is uitgesproken kritisch over diversiteit in het onderwijs. Hij vreest cultuur- en waarheidsrelativisme, iets waar nu al veel studenten en docenten aan zouden leiden.

Zeker als het om religie gaat, kent Van den Berg weinig twijfels. “Ik ben van mening dat universitair onderwijs kritisch denken moet stimuleren en dat dat noodzakelijk leidt tot atheïsme. Onderwijs dat niet leidt tot atheïsme beschouw ik als een falen.”

‘Als het geen issue is dan hoeft het voor mij niet gedoceerd te worden’

Veel panelleden wijzen erop dat de universiteit zelf op dit moment ook nog lang geen echte afspiegeling van de samenleving is. Zij pleiten voor meer studenten en stafleden die er andere wereldbeelden op na houden. En dat zal nog niet meevallen; er zijn nu eenmaal obstakels die de universiteit zelf niet uit de weg kan ruimen.

Voor kunsthistorica Annemieke Hoogenboom zijn meer allochtone studenten een voorwaarde om de wetenschap “vanuit een divers perspectief te bezien”. Ze vraagt zich af of je daar in de collegezaal veel van mag verwachten, zolang de instroom vanuit het vwo klein blijft.

Innovatiewetenschapper Frank van Rijnsoever maakt juist onderscheid tussen diversiteit op de werkvloer en diversiteit in het onderwijs. “Ik ben een groot voorstander van een divers studenten- en personeelsbestand, maar ik denk dat de inhoud van het onderwijs gedreven moet worden door de actuele vraagstukken van het vakgebied in relatie tot maatschappelijke vraag. Als het geen issue is, (...), dan hoeft het voor mij niet gedoceerd te worden.”

‘Er bestaat niet zoiets als niet-westerse wetenschap’

Opvallend is verder dat veel panelleden een splitsing aanbrengen in de vakgebieden. In de alfa- en gammavakken of de meer toegepaste vakken (medicijnen) zou aandacht voor diversiteit veel meer voor de hand liggen, dan bij de exacte vakken.

“Het probleem dat het programma te 'westers' is, kan alleen maar bij de cultuurwetenschappen spelen”, zegt Stefan Roelofsen. En dus niet bij de harde natuurwetenschappen. Dat vindt ook Floris van den Berg. “Er is alleen maar wetenschap en er bestaat niet zoiets als ‘niet-westerse wetenschap’.”

Informaticus Johan Jeuring mailt: “Om nou een discussie te gaan voeren over seksualiteit, religie en ras bij mijn vak over compilers lijkt me niet gepast. Ik ben bang dat er in dat vak geen enkele zienswijze op die thema's aan de orde komt, ook geen masculien westers wereldbeeld.”

‘Onzinnig om binnen elke discipline een ‘cursus maatschappijleer’ te gaan geven’

Toch erkent Jeuring ook dat het ook binnen zijn vakgebied goed is om aandacht te besteden aan de blinde vlekken en vooroordelen die wetenschappers en studenten kunnen hebben. Hij vraagt zich af hoe dat het beste zou kunnen. De informatica-hoogleraar verwacht in ieder geval weinig van afzonderlijke vakken waarbij docenten uitleg geven. “Dan verzorgen een paar medewerkers dat onderwijs, en komt het gesprek niet op gang.”

Ook andere panelleden zien weinig in ‘onderwijs over diversiteit’. “Het lijkt mij onzinnig om binnen elke discipline een ‘cursus maatschappijleer’ te gaan geven of expliciet het thema diversiteit overal bij te slepen”, denkt directeur beleidsvoering Miranda Jansen.

Zij mailt: “Binnen sommige studies zoals medische wetenschappen zou ik het logisch vinden om aandacht te besteden aan andere zienswijzen en diversiteit. Het moet echter niet verwrongen ‘diversiteit doceren om de diversiteit’ worden. Als je bijvoorbeeld doceert over kunstenaars uit de gouden eeuw dan gaat dat toch vaak over (blanke) mannen.

'Zou dit onderwerp passen bij de integriteitsdiscussie?'

Echt concrete manieren om dan wel diversiteit in het onderwijs aan bod te laten komen, lezen we weinig in de reacties van panelleden. Volgens bestuurssecretaris Henk van Rinsum is het ook helemaal niet zo eenvoudig te bepalen wat we nu precies onder diversiteit moet worden verstaan.

Universiteiten zouden volgens hem kunnen blijven steken in ‘easy diversity’: vakken over culturele diversiteit geven en alleen maar internationale en allochtone studenten binnenhalen om te kunnen zeggen dat je divers bent. Een dergelijk ‘gemakkelijk’ beleid zou versluierend kunnen werken en juist bestaande verhoudingen versterken.

Van Rinsum hoopt daarom op -wat hij noemt-  ‘critical diversity’: een kritische analyse van wat er nu eigenlijk aan de universiteit aan de hand is. “Dan kun je zien of je processen van ongelijkheid, macht en uitsluiting kunt ontdekken.”

Johan Jeuring merkt op dat het onderwerp ‘diversiteit’ dicht bij een thema staat waarover binnen de universiteit al langer wordt gesproken: (wetenschappelijke) integriteit. “Integer handelen bevat onder andere gelijke behandelen. Misschien zou dit onderwerp terug kunnen komen bij de integriteitsdiscussie?” Jeuring denkt daarbij aan debatten en peer feedback door collega’s en medestudenten. Toch nog iets van een concrete suggestie.

Diversiteitsblog
Te wit, te Nederlands, te westers, te mannelijk, te elitair, kortom: te ‘ons soort mensen’. Hoe kan de universiteit dat veranderen? Klik hier voor meer verhalen over internationalisering, emancipatie, inclusie en politieke correctheid.
Facebook Twitter Whatsapp Mail