Foto DUB

DUB-panel over studenten die wegblijven of niet actief meedoen. ‘Wat zijn ze stil’

Body: 

De zorgen over studenten die hun werkgroepen liever online op hun kamer blijven volgen en zich niet thuis voelen in een collegezaal nemen toe. De coronaperiode heeft klaarblijkelijk veel impact gehad. Ook leden van ons DUB-panel merken dat studenten nu niet bepaald staan te popelen.

Read in English

Laat dit alsjeblieft niet het nieuwe normaal zijn, verzuchtte docent Sociale Wetenschappen Jaap Bos in een opiniestuk op DUB. Studenten die met smoesjes wegblijven, opdrachten overschrijven van andere studenten en geen behoefte lijken te hebben aan direct contact met docenten of studiegenoten; het is volgens hem de dood in de pot voor het universitaire onderwijs.

En hij staat niet alleen. Een Amsterdamse hogeschool belt studenten nu persoonlijk op om te vragen waarom ze wegblijven. En ook de Nijmeegse rector Han van Krieken maakte zich in een gesprek met journalisten zorgen over de betrokkenheid van studenten die in coronatijd begonnen met studeren. “Het zijn eigenlijk nog steeds middelbare scholieren. Ze voetballen bij dezelfde club en hebben nog dezelfde vrienden als op de middelbare school.”

Hebben we nu contactgestoorde studenten die bang zijn om naar college te gaan? Moeten we Arjen Lubach inschakelen voor een echt ‘Back to School’-promofilmpje?

De vraag is of Utrechtse studenten en medewerkers zich herkennen in dit scenario. We vroegen het aan de leden van ons DUB-panel. We kregen deze vijf reacties:

Student Sociale Geografie & Planologie Loes van der Woerdt:
“Een aantal weken geleden hoorde ik dat van de 170 eerstejaars van onze studie er maar 70 altijd aanwezig zijn bij colleges en werkgroepen. Daar schrok ik enorm van. Toen er weer fysiek les werd gegeven, stond ik zelf te popelen om weer naar de universiteit te gaan. Natuurlijk kosten de grote groepen erg veel energie en ben ik opeens weer veel tijd kwijt aan reizen, even bijpraten enzo. Maar het plezier dat het me geeft om mijn studiegenoten weer te zien, is veel groter.

“De redenen voor die lagere betrokkenheid die ik hoor zijn: gebrek aan energie, de laagdrempeligheid van niet hoeven opdagen en het missen van binding met de groep. Verder lijken ze ook niet goed te weten wat ze nou eigenlijk echt leuk vinden en kiezen ze daarom vrij willekeurig een studie.

“In de “normale’’ wereld van voor corona verliep dat heel anders. Ik denk dat het nog lang gaat duren voordat deze kink in de kabel weer rechtgetrokken zal zijn.”

Stadsgeograaf Irina van Aalst:
“Er is veel veranderd na twee jaar corona en alle maatregelen. Het aantal aanwezige studenten is niet eens zozeer het probleem; de collegezalen bij onze opleiding Sociale Geografie & Planologie zitten behoorlijk vol. Maar het geringe aantal ‘actieve’ studenten vind ik wel opvallend. Wat zijn ze stil geworden … er worden nauwelijks vragen gesteld, samenwerken gaat moeizaam, reacties op stellingen blijven uit.

“Na twee jaar thuis achter het beeldscherm blijkt dat vooral de bachelorstudenten elkaar en ons, de docenten, nauwelijks kennen. Ze zijn ook niet meer gewend te spreken in het openbaar of in een volle zaal bij elkaar te zijn. Maar het enthousiasme bij een eerste fieldtrip sinds lange tijd is enorm. Goede hoop dat het langzaam weer het ‘oude’ normaal wordt.”

Student Rechten Stefan Verhulst:
“Ik merk zeker dat studenten wegblijven bij colleges, maar ook dat ze eerder stoppen met een vak. Zo begon ik mijn laatste werkgroep met 22 studenten en eindigde die met tien. Van hen volgden gemiddeld vier de colleges online. Die online aanwezigheid maakt het onderwijs door de technische mankementen al snel rommelig. Dat draagt er weer aan bij dat de interesse van alle studenten daalt.

“Maar er zijn nog twee andere redenen waardoor studenten minder geïnteresseerd zijn. Er zijn allereerst te weinig docenten waardoor de werkdruk ongekend hoog is. Docenten krijgen daardoor burn-outs waardoor er nóg minder docenten zijn. Het gevolg is nog minder contacturen, feedback en verdieping dan vóór corona. Daarnaast is vanwege corona de mentale gezondheid van studenten ontzettend slecht. De coronamaatregelen opheffen, lost dat probleem niet meteen op.

“Wil je dat studenten geïnteresseerd zijn? Neem veel docenten aan en verminder stressfactoren zoals tentamens. Maar misschien moeten we ook accepteren dat corona de studentmotivatie heeft verslechterd en dat het nog een paar jaar kan duren voordat die hersteld is.”

Innovatiewetenschapper Frank van Rijnsoever:
“Ik hoor van collega’s dat studenten veel minder komen opdagen bij colleges en werkgroepen als er een online alternatief wordt aangeboden. Als puntje bij paaltje komt, blijven veel studenten blijkbaar toch liever thuis. De grote wens om weer op de campus onderwijs te krijgen, blijkt in de praktijk vooral een wens om weer de mógelijkheid te hebben om op de campus onderwijs te krijgen.

“Ons departement ontraadt inmiddels docenten om online alternatieven gelijktijdig met on-campus onderwijs aan te bieden, vanwege die negatieve invloed op de opkomst. Studenten weten dat ze de kennis snel nodig hebben als ze bijvoorbeeld een opdracht moeten doen. Het blijft natuurlijk prima als studenten op een later moment een college nog eens terug kunnen kijken, kort voor een tentamen bijvoorbeeld.”

Masterstudent Urban & Economic Geography Marte Vroom:
“Ik denk niet dat het een kwestie is van minder interesse. Studenten hebben een lastige periode achter de rug en daar zijn zij nog steeds herstellende van. Wat ik om mij heen zie, en ook aan mezelf merk, is dat er minder veerkracht is. Die veerkracht is veel ingezet om met de tegenslagen als gevolg van de pandemie om te kunnen gaan. En nee, die veerkracht is niet in één keer terug.

“Zie het als een wond: het heeft tijd nodig om te herstellen, en soms leidt het tot een litteken. Belangrijk is dat het litteken niet weer opengaat. Studenten zullen met dat litteken moeten leven; het leven gaat door. Maar geef ze de tijd en ruimte om hun draai weer te vinden, en geef ze ondersteuning waar dat nodig is.”

Geneeskundestudent Thomas Visser is het enige reagerende panellid met andere ervaringen:
“Zelf merk ik dat studenten juist erg gemotiveerd zijn om weer naar fysieke colleges en werkgroepen te komen. Er is een betere interactie met de docent, en bij een lange lesdag kun je nog eens een koffietje halen met medestudenten. Zelf vond ik het ook een verademing om niet meer thuis in mijn eentje achter een computer de lessen te hoeven volgen. 

“Wel is het nu een mogelijkheid om thuis online mee te doen. Bij mijn eigen onderwijs is dat overigens niet het geval. Maar als studenten lange reistijden hebben of ziek zijn, dan snap ik dat het verleidelijk is om thuis te blijven. Dit vind ik op zich ook niet zo erg. Een hybride lesvorm lijkt me eigenlijk ideaal.”

Hoort bij het studentenleven
De reacties van onze panelleden gaven aanleiding om ook maar eens navragen of het probleem ook al besproken is door universitaire bestuurders. Volgens hoofd Onderwijs Renée Filius kwam het onderwerp van thuisblijvende studenten onlangs inderdaad op tafel tijdens een bijeenkomst van de vicedecanen Onderwijs van de zeven faculteiten. Cijfers zijn echter niet bekend. “

Filius: “Opleidingen proberen er nu wel op verschillende manieren wat aan te doen. Ze proberen studenten te enthousiasmeren en spreken thuisblijvers erop aan door te benadrukken dat naar colleges komen ook hoort bij het studentenleven, en dat dit van hen wordt verwacht.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail