Beveiliging van de UU krijgt straks hulp. Foto's Hans van Leeuwen.

Een veiligere universiteit door meer ogen en oren

Body: 

De universiteit wil dat verdacht gedrag van bezoekers van UU-gebouwen eerder gesignaleerd wordt. Daarom gaan beveiligers, maar ook kantine- en schoonmaakmedewerkers naar een workshop ‘predictive profiling’. “Een tas achterlaten in een bibliotheek? Dat doet iedereen.”

“Ik neem aan dat dit na afloop meteen wordt vernietigd? Anders ben ik mijn baan kwijt.” In een zaaltje in het Bestuursgebouw wordt de sfeer wat lacherig. De aanleiding is een opmerkelijke opdracht waar de acht aanwezigen aan werken. Die luidt botweg: bedenk een aanslag op de Universiteitsbibliotheek en probeer daarbij zoveel mogelijk dodelijke slachtoffers te maken. Enigszins beschaamd over de eigen morbide inventiviteit schetst een tweetal een bloederig scenario op een A4-tje.

We zijn aangeschoven bij de bijeenkomst ‘zicht op profiling’. Beveiligers, receptiemedewerkers en leidinggevenden volgen deze workshop die hen moet leren waarom het signaleren van verdachte omstandigheden in universitaire gebouwen van belang is, wanneer je iets als verdacht gedrag kunt bestempelen en hoe je vervolgens zou kunnen handelen. De bedoeling is dat in de nabije toekomst meer UU-medewerkers en inhuurkrachten de workshop kunnen gaan volgen.

'We moeten naar een proactieve beveiliging'

‘Zicht op profiling’ is daarmee een belangrijk onderdeel van een nieuwe visie op de universitaire beveiliging, die de werktitel ‘anders beveiligen’ heeft meegekregen. Veel medewerkers en studenten hoorden daar vorig jaar voor het eerst van toen de universitaire facilitaire dienst FSC aankondigde enkele balies van gebouwen te sluiten en receptionisten te vervangen door surveillanten. Vooral vanuit het Buys Ballotgebouw kwamen bezorgde geluiden over de gevolgen voor de gastvriendelijkheid. Ook klonk het vermoeden dat er sprake was van ordinaire bezuinigingsmaatregelen.

Volgens het FSC is de nieuwe visie gebaseerd op een grondige analyse van de wijze waarop universiteiten en veel andere organisaties tot nu toe de beveiliging organiseren. Dat onderzoek werd twee jaar geleden in gang gezet onder meer naar aanleiding van een crisissituatie bij de Leidse universiteit. Die kreeg te maken met een dreiging van een schietincident.

Een onafhankelijk instituut maakte een gedetailleerde scan van de situatie binnen de UU. Projectleider Letty Broere-Doornkamp: “Daaruit bleek dat de UU een goede beveiliging heeft, die uiterst adequaat handelt als er iets mis gaat. Maar de conclusie was ook dat we van een traditioneel reactieve naar een meer proactieve beveiliging moeten.”

De bevindingen leidden tot een ‘platform integrale veiligheid’. Binnen dat platform werken alle directies van de universitaire bestuursdienst UBD samen om procedures en afspraken beter af te stemmen. Daarbij gaat het om een breed scala van onderwerpen: van sociale veiligheid en gebouwveiligheid tot ict-vraagstukken. Onlangs werd de achtervang voor studenten in crisissituaties in het buitenland al verbeterd door het meldpunt van de afdeling Studentenzaken te koppelen aan dat van de universitaire meldkamer die 24/7 bereikbaar is.

Maar er moet volgens de projectleider meer gebeuren. “We willen graag een zo optimaal mogelijk zicht houden op wat er zich allemaal afspeelt in onze gebouwen. Met ons beperkte aantal beveiligers alleen gaat dat niet lukken. Veiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid. Wij gaan daarom voor een UU-breed veiligheidsbewustzijn.” Dit jaar moet een grote voorlichtingscampagne starten om studenten en medewerkers op de nieuwe werkwijze en het belang daarvan te wijzen.

kruyt.jpg

Om een groter deel van de universiteit te betrekken bij de veiligheid besloot de FSC-leiding zoveel mogelijk UU-medewerkers kennis te laten maken met de techniek van ‘predictive profiling’, het signaleren van verdacht gedrag. Voor de beveiligers en receptiemedewerkers die in dienst zijn van de UU of worden ingehuurd via Securitas is de workshop verplicht. Maar ook baliemedewerkers, cateraars en schoonmakers zullen aanschuiven bij de introductie-workshop. (Broere: “Die zien meestal nog het meest”) Vijf beveiligingsmedewerkers FSC worden opgeleid om de workshop zelf te kunnen leiden.

Het klinkt misschien wat overdreven voor doorsnee studenten of medewerkers die hun dagen slijten in stoffige kantoorgebouwen of saaie bibliotheken. Hoe geloofwaardig is zo’n ernstige dreiging nu eigenlijk? Letty Broere-Doornkamp: “Natuurlijk, de meesten voelen zich hier binnen de universiteit helemaal veilig en zien geen enkel gevaar. Gelukkig maar, zou ik zeggen. Maar er hoeft maar iets geks te gebeuren en de vraag wordt gesteld waarom we daar niet op voorbereid waren. We kunnen onze ogen niet sluiten voor de realiteit dat ook de universiteit een doelwit kan zijn.”

'Profilen gaat over wat vitaal is voor een organisatie'

Wie dacht dat deelnemers van deze workshop de straat op zouden gaan om eens wat praktijkvoorbeelden van verdachte situaties te behandelen, komt bedrogen uit. De dag draait vooral om de vraag wat dat security profilen dan precies is, en waarom het belangrijk kan zijn. De uitleg komt van cursusleider Bert van Pel. Deze doortastende tough cookie van het goedmoedige soort werd zelf ooit op Schiphol door de beveiligers van de Israelische luchtvaartmaatschappij El Al ingewijd in het screenen van potentieel kwaadwillenden en richtte daarna zijn eigen bedrijf Preventional op.

“Profilen gaat over wat vitaal is voor een organisatie, over wat je moet beschermen om ervoor te zorgen dat de boel niet escaleert”, vertelt Van Pel aan het begin van de dag. “Wat is vitaal voor een universiteit? Alles wat ervoor zorgt dat het onderzoek en onderwijs doorgang kan vinden.”

De workshopleider benadrukt dat het niet de bedoeling is om zoveel mogelijk potentieel bedreigende personen, situaties, voorwerpen of informatie op te sporen. Het gaat er juist om dat soort zaken te kunnen ontkrachten en onderscheid te kunnen maken tussen werkelijke problemen en schijnproblemen.

Maar daarvoor moet je wel weten wat ‘de potentiële vijanden’ van de universiteit zijn, zo stelt hij. Wie kunnen dat zijn? Wat zijn hun motieven? Hun doelen? Hun manier van opereren. Wie zich daarin kan verplaatsen, kan het gedrag van de tegenstander immers herkennen.

In een discussie met de groep komen er al snel een aantal mogelijke opponenten naar boven. Terroristen die met een aanslag op een internationaal erkende organisatie met veel jonge mensen van over de hele wereld veel aandacht zouden kunnen krijgen, actiegroepen die zich verzetten tegen typen onderzoek of proefdiergebruik, criminelen die het voorzien hebben op laptops. Maar ook individuen. Boze studenten die verhaal gaan halen bij een hoogleraar?, oppert een deelnemer.

Alleen opgemerkt of verrast worden bij de voorbereidende handelingen kan een terrorist, crimineel of activist al afschrikken, zo houdt Van Pel de deelnemers voor. Daarom moeten UU-medewerkers wel gespitst zijn op verdachte indicatoren als bezittingen die bezoekers bij zich hebben, hun gedrag of hun houding. Die informatie kan vervolgens worden doorgegeven naar de meldkamer of beveiligers in het gebouw. “Dat moet dan natuurlijk wel op een duidelijke manier gebeuren”, zegt Van Pel. “Als je alleen maar zegt: ‘er loopt hier een rare kwibus rond’ dan zegt dat niet veel.“

nwe meldkamer controlroomnieuwIMG_1050.jpg

De bedoeling is dat een aantal beveiligingsmedewerkers verder getraind gaat worden in het bevragen van bezoekers van de universitaire gebouwen, ook wel security questioning genoemd. Zij moeten straks in staat zijn om op een vriendelijke wijze vervelende vragen te stellen aan bezoekers van universitaire gebouwen. Bert van Pel: “Je moet je kunnen aanpassen aan wie er voor je staat. Een backpacker moet je anders benaderen dan een ceo. Dat vergt inlevingsvermogen.”  

Aan de hand van enkele aansprekende voorbeelden maakt de workshopleider duidelijk dat de bevraging erop is gericht om uit te zoeken of iemand een geloofwaardig verhaal heeft dat zijn gedrag verklaart. Zo had hij zelf eens te maken met een zenuwachtige meneer in de rij voor het vliegtuig. Die bleek uiteindelijk vooral bang te zijn dat zijn vrouw zou merken dat zijn secretaresse hem vergezelde op zijn reis. “We kijken dus naar de hele persoon en alles wat hij bij zich heeft in de context van waar hij zich bevindt.”

De vraag is wat studenten en medewerkers straks gaan merken van die nieuwe assertieve werkwijze. Op Schiphol verwacht je lastige vragen, op de universiteit niet zo snel. Letty Broere-Doornkamp denkt dat er voor de meeste bezoekers van UU-gebouwen niet veel verandert. “Het moet zo zijn dat je een probleem hebt als je met de verkeerde bedoelingen hierheen komt. Anderen zouden er vooral baat bij moeten hebben. Onze medewerkers moeten in de eerste plaats een gastvrije houding aannemen. Het kan ook fijn zijn als iemand vraagt of hij je misschien ergens mee kan helpen.”

Verschillende deelnemers aan de workshop lieten horen dat veel beveiligers van nature zo te werk gaan, maar dat het voor enkelen ook minder gemakkelijk kan zijn. Letty Broere-Doornkamp zegt dat momenteel logischerwijs niet alle FSC-medewerkers en ingehuurde Securitas-medewerkers over de gewenste taal- en/of communicatieve vaardigheden beschikken om straks echt als profiler op te treden. “Sommigen kiezen daarom voor een functie waarvoor we die eis niet stellen, bijvoorbeeld receptiemedewerker. Maar in vrijwel de meeste gevallen gaat het goed. Het is een voordeel dat er een nieuwe aanbesteding komt voor de inhuur van beveiliging. Daarbij stellen we als voorwaarde dat alle externe medewerkers met succes een training tot profiler hebben afgerond.”

Daarnaast zijn er ook enkele FSC-medewerkers die zich met meer dan gemiddelde toewijding op de nieuwe werkwijze hebben gestort. Zij vormen een ‘red team’ dat in het geheim zwakke plekken in de beveiliging kaart brengt en ook scenario’s bedenkt en ‘uitvoert’ om de beveiliging uit te testen. De bevindingen worden teruggekoppeld naar het hoofd Security en de directie FSC. Deze methodiek moet ervoor zorgen dat iedereen alert blijft en geprikkeld wordt de kwaliteit te verbeteren.

Terug naar die opmerkelijke opdracht om een aanslag voor te bereiden. De meeste deelnemers aan de workshop zouden als terrorist kiezen voor een aanslag met bommen in rugzakken. Van Pel is niet helemaal overtuigd? Valt zo’n onbeheerde rugzak niet op? Juist niet, krijgt hij te horen, "Iedereen laat zijn tas rondslingeren."

Ad Kalle, surveillant:
“Als beveiliger op Schiphol heb ik al eerder het een en ander of profiling gehoord, daar leerde je vooral hoe je kon letten op gedrag en lichaamshouding van een passagier of op hoe de ogen stonden. Maar deze workshop was toch net wat uitgebreider en ging dieper in op de vraag waarom dat profilen zo belangrijk kan zijn. Tegelijkertijd word je weer even opgefrist en op scherp gesteld als beveiliger. Binnenkort ga ik de meerdaagse training doen.

“Ik vind het ook een goed idee om zoveel mogelijk mensen binnen de UU via zo’n workshop bewust te maken van veiligheidsaspecten. Bijvoorbeeld medewerkers van de schoonmaak kunnen een belangrijke rol spelen bij het signaleren van verdachte zaken. Als die iets raars zien in het Langeveldgebouw, kunnen ze de meldkamer van security of mij als objectsurveillant waarschuwen, ook al ben ik op dat moment in het Educatorium.

“Maar het gaat ook om een cultuurverandering die echt nog wel wat begeleiding vraagt. Het kan zijn dat sommige beveiligers iets moeten overwinnen om op iemand af te stappen en een gesprek te beginnen op de juiste manier. Ze kunnen bang zijn om een flater te slaan als het bijvoorbeeld om een hoogleraar blijkt te gaan of om minder gastvrij over te komen. En het is ook best lastig. Toen ik een tijdje terug een bezoeker vroeg waar hij naar op zoek was, kreeg ik als antwoord “dat gaat je geen flikker aan”. Ik heb toch even doorgevraagd en uiteindelijk bleek het allemaal in orde. Maar hij vond wel dat ik erg moeilijk deed.”
Marga Geelen, arbo- en milieucoördinator en hoofd bedrijfshulpverlening:

“Vanuit mijn werkzaamheden hier aan de universiteit heb ik belangstelling voor de veiligheid van medewerkers, studenten en bezoekers. Als ik hier door de gebouwen loop, kijk ik ook altijd goed om me heen. Je kunt misschien stellen dat ik een gezonde interesse in ‘predictive profiling’ heb.

“Ik ging naar de workshop met de verwachting dat ik ‘tools’ aangereikt zou krijgen om signalen van afwijkend gedrag beter op te pikken. Daar was helaas weinig tijd en ruimte voor. En dat was klaarblijkelijk ook niet de opzet van de workshop. Maar dat betekent niet dat ik het geen leerzame bijeenkomst vond.

“Ik heb vooral meer inzicht gekregen in wat er gaat veranderen in het veiligheidsbeleid en waarom. Ik begrijp nu bijvoorbeeld beter wat objectsurveillanten straks gaan doen. Hier in het centrumgebied van De Uithof gaat binnenkort een receptiebalie sluiten. Je kunt je inderdaad afvragen of receptionisten - die in de loop van de tijd bovendien allerlei extra taken hebben gekregen - de beste waarborg voor veiligheid zijn.

“Ik krijg de indruk dat deze workshop vooral bedoeld is om zoveel mogelijk mensen binnen de universiteit mee te krijgen in het veranderproces. In dat opzicht verbaasde de samenstelling van de groep me enigszins. Waarom moeten de surveillanten, de toekomstige profilers, daar dan zelf bij zitten? Maar misschien was de gedachte dat we iets van elkaar kunnen leren, en dat is ook wel zo.”
Facebook Twitter Whatsapp Mail