Protos had het maximaal aantal sets van vijf nodig om te winnen van Peelpush uit Limburg, foto's Anneke Johnson/Protos

Hel van Protos brengt volleyballers in de hemel

Body: 

 ‘Ik ben altijd te porren voor een fuifje’ schalde afgelopen zaterdag luid door de sporthal van Olympos. In de zaal, die tijdelijk veranderde in de hel van Protos, won het hoogste herenteam van de studentenvolleybalvereniging zijn eerste wedstrijd in de Topdivisie. Dat is het op een na hoogste niveau van Nederland. “Op dit niveau spelen is uniek voor een studentensportvereniging in Utrecht”, zegt hoofdcoach Bernard Schoonbeek.

Onder toeziend oog van joelende studenten en de iets meer ingetogen ouders werd Peelpush uit het Limburgse Meijel, in een vijfsetter, het slachtoffer van de Utrechtse dadendrang.  De winst en de uitbundige sfeer op de tribunes bezorgden de spelers en de coaches een niet extreem euforisch gevoel. “We hadden deze wedstrijd in drie sets moeten winnen”, stelt Schoonbeek.

“Als we tegen een bepaalde tegenstander punten konden pakken, dan is dit één van die teams. Zij zijn ook net gepromoveerd. We maken tegen 5 à 6 tegenstanders in deze competitie een kans. Tegen die andere clubs valt weinig te halen. Onze doelstelling is dan ook handhaving. Het zou een enorme prestatie zijn als dat lukt”, vervolgt de trainer. 

Dit moet Protos doen met nagenoeg hetzelfde team als vorig jaar. Van de twaalf jongens zijn er twee vertrokken en twee spelers bijgekomen. Een van de spelers, Sven de Koe, kwam iemand van Protos tegen op een feestje en werd toen gepolst. Verder doet de vereniging niet aan scouten. Sommige jongens melden zichzelf aan. Schoonbeek: “De top van het Nederlandse volleybal is niet zo groot, dus de jongens kennen elkaar vaak wel. In het informele circuit gebeurt het een en ander. De jongens weten dat ze hier gewoon contributie moeten betalen.”

Schoonbeek (53) is bezig aan zijn derde periode bij de Utrechtse studenten. “Ik ben de tel kwijt, maar volgens mij wordt dit het zestiende seizoen voor mij hier. De sfeer is fantastisch en is in al die jaren niet veranderd. De dynamiek is hier zo anders dan bij een burgervereniging. Ik weet dat het hier niet professioneel is, maar dat is ook meteen de charme. Het blijft op deze manier ook een hobby voor mij, al loopt die soms wel een beetje uit de hand.”

De vraag of de coach ook nog ambities heeft, beantwoord de coach resoluut met een nee. “Volleybal komt bij mij pas op de derde plek. Na gezin en werk. Eigenlijk is dat vergelijkbaar met onze spelers. Voor hen staat de studie op één. We nemen de sport wel serieus natuurlijk.”

Dit beaamt aanvoerder Lasse Jonker. “Ik ben 6 dagen in de week bezig met volleybal. Naast de wedstrijd train ik drie keer. Daarnaast ga ik 2 keer naar de sportschool. Maar er is ook gewoon ruimte voor een biertje hoor.” Schoonbeek: “Op donderdag drink ik graag een biertje mee met de jongens. Dan praten we even goed bij.”

Ook buiten het veld wordt topsport bedreven. Organisatorisch moest er wat gebeuren om Protos en Olympos Topdivisiewaardig te krijgen. Dit had in de eerste plek te maken met de eisen van Nevobo, de Nederlandse Vollybalbond. Er moest een boarding komen. Die heeft de club geleend van Cito(Zeist). Daarnaast moeten er elke wedstrijd ballenkinderen aanwezig zijn. Die komen bij VV Utrecht vandaan.

Verder moesten er bijvoorbeeld 25 nieuwe ballen en een scheidsrechtersstoel (zo’n 1000 euro) besteld worden. De kosten om in de Topdivisie te kunnen spelen zijn volgens Schoonbeek en Jonker relatief hoog. Dat zit ‘m ook in bondsgelden voor bijvoorbeeld het spelen en organiseren van wedstrijden. Volgens de bond is de zaal op Olympos niet geschikt.  Er is te weinig ruimte rondom het veld en het plafond is te laag. Hier knijpt de Nevobo een oogje dicht. “De bond vindt ons waarschijnlijk een aanwinst voor de Topdivisie”, zegt Jonker.

Dat komt mede door de luidruchtige aanhang (De hel van Protos), die vooral bestaat uit andere teams van Protos. Zo waren er dj’s, trommelaars en vele keeltjes die zongen. “Het is zo ontzettend gaaf. Deze sfeer heb je lang niet overal. Dit zeiden de tegenstanders van vandaag ook. Het is leuk dat ons team zo leeft binnen de vereniging.”

Jonker was vorig jaar, naast speler, ook bestuurslid van Protos. Hij zegt dat het voor de draagvlak belangrijk is dat spelers van het eerste team zich ook inzetten voor de vereniging. “Je moet als speler van het eerste team wel van de hele club zijn. Natuurlijk zijn er mensen die vinden dat er te veel geld naar ons team gaat. Tegen een persoon die dat vindt, staan 10 personen die wel enthousiast over ons zijn.”

De sponsor van vorig jaar is, ondanks de promotie, gestopt. Daarvoor zijn drie kleinere geldschieters  teruggekomen. Hiermee is de begroting rondgekomen.

Komend weekend speelt Protos een uitwedstrijd in Groningen, tegen Donitas. De enige andere studentenvolleybalvereniging die zo hoog speelt. Het belooft een lastige pot te worden.  Jonker: “Het kan zijn dat je er zo in drie sets vanaf gaat.”

Volgens Schoonbeek zijn in Groningen de regels omtrent dispensatiespelers soepeler, waardoor zij structureel in deze divisie kunnen spelen. Bovendien profileert de Rijksuniversiteit Groningen zich als sportuniversiteit. “Dus daar wordt financieel en qua vrijstellingen meer rekening gehouden met de sportteams. De Universiteit Utrecht richt zich vooral op publicaties en dat vind ik oprecht niet meer dan terecht.”

Hoe gaan ze naar Groningen? Jonker: “Wij hebben twee trainers met een auto en er is altijd wel een speler die een auto weet te regelen.” Jonker kijkt uit naar de wedstrijd, want hij verwacht in het noorden ook een studentikoos sfeertje aan te treffen. Ook de spelers van Protos zijn altijd te porren voor een fuifje.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail