Orientation Day, najaar 2017, Foto Bart Weerdenburg

Hoe fiksen we de kloof tussen ‘Dutchies’ en international students?

Body: 

Veel internationale studenten ervaren een grote afstand tussen hen en de Nederlandse studenten op de universiteit. Hoe kan dat, en wat is er eraan te doen? DUB zocht ’t uit. “Nederlandse studenten moeten anders naar internationals gaan kijken.”

Read in English

Ruim twee jaar geleden kwam Janna Anne Dommerholt, Duitse van origine, naar Nederland om te studeren aan de Universiteit Utrecht – of Utrecht University, om even in internationale termen te spreken. Janna Anne kende de taal al, en zo’n verre reis was het voor haar niet – ze hoefde maar één grens over. Toch ervaart ze cultuurverschillen. “De directheid van de Nederlanders, en de manier waarop je op mensen afstapt, is heel anders”, vertelt de student. “Nederlanders zeggen veel meer wat ze denken. En dan ook nog eens recht in je gezicht. Ik vind dat heel prettig, maar ik moest er wel aan wennen. En ik kan me voorstellen dat internationale studenten uit bijvoorbeeld niet-Westerse landen daar nog meer aan moeten wennen."

'Nederlandse- en internationale studentenleven leven in twee aparte groepen'
Onder andere de taalbarrière zorgt ervoor dat lang niet alle buitenlandse studenten zich op hun gemak voelen in Utrecht. Sterker nog: uit een enquête blijkt dat één op de drie internationale studenten zich weleens depressief voelt. Twee op de drie zeggen zich eenzaam te voelen. Het lukt buitenlandse studenten lang niet altijd om aansluiting te vinden bij Nederlandse medestudenten. Ook BuddyGoDutch, een stichting met als doel om Nederlandse en internationale studenten te verbinden door een buddyprogramma, ziet de kloof. “De Nederlandse studenten en internationale studenten leven vooral in twee aparte groepen”, stelt Jorin Dijkstra, woordvoerder van de vereniging. Zelf studeerde ze drie jaar op de internationale campus van UCU, waar ze ook woonde. “Zelfs daar, waar de twee groepen duidelijk worden samengebracht, blijven klachten van een kloof aanwezig. Voornamelijk vanuit de internationale student.” Een grote veroorzaker is volgens Dijkstra dat veel studentenhuizen met Nederlandse studenten buitenlandse studenten niet toelaten.

'We hebben één ruimte waar iedereen alleen maar Engels mag praten'
Janna Anne onderschrijft de kloof ook, hoewel ze zelf geen eenzaamheid heeft gekend. De reden: ECU ’92, de studievereniging van de Utrecht University School of Economics. Ze sloot zich er al snel bij aan, is nu de voorzitter, en die vereniging heeft er volgens haar voor gezorgd dat ze ‘niet zo heel veel’ van de gap tussen internationals en Dutchies op de UU heeft meegekregen. “Er wordt heel veel Engels bij ons gesproken, het is onze voertaal, en we hebben ook internationale leden in ons bestuur: we streven naar een 50-50-verhouding. En we hebben bijvoorbeeld één ruimte – de voorkamer – waar iedereen alleen maar Engels mag praten. Dat klinkt streng, maar het zorgt juist voor een goede sfeer waarin iedereen kan meedoen.”

'Ze denken vaak: deze mensen blijven maar één of twee periodes'
Maar wordt zo’n kloof alleen veroorzaakt door de taalbarrière? Anne Hamburger, studentendecaan die zich aan de UU veel bezighoudt met studentenorganisaties en vorig jaar een speciale sessie over internationale studenten organiseerde, denkt dat het ook te maken heeft met hoe Nederlandse UU-studenten naar internationals kijken. “Ze denken vaak: deze mensen blijven maar één of twee periodes, en dan gaan ze weer. Ze denken daardoor ook dat deze studenten vooral behoefte hebben om trekpleisters als Volendam en Monnickendam te bezoeken, en de Dom te beklimmen. Dus dan heeft het in hun ogen vaak ook geen zin om in deze studenten te investeren.” Daardoor vinden ze minder aansluiting bij bijvoorbeeld sportverenigingen op Olympos – want verenigingen denken dat buitenlandse studenten halverwege het seizoen weer terugkeren naar hun eigen land. “Terwijl er echt heel veel studenten zijn die voor langere tijd hier blijven en juist heel graag willen meedoen aan het dagelijkse studentenleven.”

“Het Nederlandse studentenleven is onlosmakelijk verbonden aan de Nederlandse cultuur en mentaliteit”, stelt Kristiana Stoyanova, voorzitter van het Erasmus Student Network Utrecht (ESN). Ze is ervan overtuigd: als internationale student moet je bewijzen dat je bereid bent de Nederlandse mentaliteit te leren en te begrijpen. “Je moet laten zien dat je hier wilt blijven wonen ná je studie.”

'Je moet harder werken voor een sociaal leven'
Neem nou Olivia Hall (19, economiestudent). Ze is al twee jaar in Nederland, en weet nog niet wanneer ze naar Engeland terug wil. Sterker: misschien blijft ze wel hier. Want ja, ze heeft het naar haar zin. Een kloof? Die zag – en ziet – ze wel. En dat maakte dat ook zij zich aansloot bij ECU ’92. “Doordat ze daar Engels spraken, óók de Nederlandse leden, voelde ik me meteen op mijn gemak”, vertelt ze. “Ik heb ook weleens op een huisfeestje gestaan waar iedereen stug in het Nederlands door bleef praten. Dan voel je je wel een vreemde.” Niet dat ze het niet snapt, overigens. “Ik begrijp echt dat het makkelijker is om te communiceren in je moedertaal.” Ze ziet ook dat Nederlanders elkaar opzoeken. “Sommigen kennen elkaar nog van thuis, of kennen elkaar via-via. Als je uit het buitenland komt, heb je niet zo’n netwerk. Eigenlijk loop je al een beetje achter en moet je harder werken voor een sociaal leven.”

Olivia zou graag zien dat buitenlandse studenten wat meer inzicht krijgen in het verenigingsleven in Nederland – en dan specifiek in Utrecht. “Dat ziet er anders uit dan in hun thuisland, bijvoorbeeld. Ik denk dat het goed is om de studenten erop te wijzen waar ze zich allemaal bij kunnen aansluiten. Het is jammer dat veel studentencorpsen geen internationale studenten aannemen, maar er zijn wel alternatieven, gelukkig. En ik denk dat het ook goed is om buitenlandse studenten voor te lichten: wat zijn de gewoontes in de Nederlandse cultuur, hoe is de mentaliteit?”

'Universiteit moet kloof dichten'
Decaan Anne Hamburger pleit ervoor om alle sites van alle studentenorganisaties ook voor een deel in het Engels aan te bieden. De UU had daar vorig jaar budget voor vrijgemaakt, omdat veel studentenverenigingen aangaven dat ze hun teksten wel in het Engels wilden plaatsen, maar er geen geld voor hadden. “Toen het geld beschikbaar was, hebben maar een paar verenigingen zich aangemeld”, stelt Hamburger. “Dat vind ik dan jammer, want ik denk écht dat het verschil kan maken.”

Wat volgens Hamburger ook zou helpen: in gesprek gaan met studentenorganisaties over hoe ze internationale studenten beter bij hun club kunnen betrekken. Ook de Universiteit Utrecht speelt hier een rol in, stelt de decaan. Zo is het UIT-bestuur al aan het kijken hoe de UIT-dagen nog meer kunnen worden toegespitst op ook de internationale student. “Het probleem is alleen dat de UIT relatief vroeg begint. Op dat moment hebben veel internationale studenten nog geen huisvesting.” Ook valt er bij andere studentenorganisaties nog veel te winnen. Hamburger: “Triton is vorig jaar begonnen met het opzetten van een internationale competitie. Wat mij betreft mogen dat soort dingen nog veel vaker gebeuren.”

BuddyGoDutch ziet ook graag dat verenigingen zich focussen op activiteiten waarbij internationale studenten ook kunnen worden betrokken. Maar hier ligt volgens de vereniging ook een rol bij de Universiteit Utrecht: “Op opleidingen zie je toch vaak dat de gesprekken inhoudelijk blijven. Daarom vinden wij het belangrijk dat de universiteit extra curriculaire activiteiten organiseert om de kloof te dichten. Wij adviseren de UU ook: focus meer op het sociale aspect van het studentenleven.”

'Ik investeer in de Nederlandse taal'
De ESN stelt dat er ook een verantwoordelijkheid bij de studenten zélf ligt. “Ik investeer heel erg in de Nederlandse taal”, vertelt Kristiana Stoyanova. “Als mensen zien dat je hun taal probeert te leren, dan accepteren ze je sneller en dan stellen ze zich meer open naar jou toe. En daarvoor hoef je niet foutloos Nederlands te spreken, hoor.”

Wat die taalbarrière betreft: volgens Janna Anne van ECU ’92 kan daar ook nog het een en ander aan worden gedaan. “Die moet zo klein mogelijk worden gehouden. Ja, het is goed om Nederlands te leren, maar het moet van twee kanten komen. Bij studies waar het kán, zou ik zeggen: promoot Engels. Onze bachelor is in het Engels, en dat maakt communiceren voor internationals makkelijker.” Daarnaast zou ze graag zien dat verenigingen ook internationals in hun bestuur opnemen. “Zij komen met andere ideeën en invalshoeken dan Nederlandse studenten. Dat kan heel verfrissend zijn, maar je moet ze wel de kans geven.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail