UU-gebouwen aan de Drift zijn niet rolstoeltoegankelijk. Fotobewerking: DUB

'Ik stem er niet meer mee in om buitengesloten te worden'

Body: 

Bachelorstudent Kunstmatige Intelligentie Lily Kenter is vanwege een spierziekte rolstoelgebonden. Niet haar ziekte maar de Universiteit Utrecht met haar regels en gebouwen zijn voor haar gevoel haar grootste beperking op weg naar studiesucces. Toen ze vorige week wederom een zogenaamd rolstoeltoegankelijke collegezaal niet in kon, was de maat vol. Ze schreef haar frustratie van zich af.

Ik voel mij helaas niet altijd even welkom aan de Universiteit Utrecht. De UU werpt met haar regels en panden drempels op waar ik met mijn handicap veel moeite mee heb.

Drempel door regelgeving
Vorig jaar, tijdens het eerste jaar van mijn studie, wist ik 37,5 studiepunten te behalen. Dat is meer dan de helft van de studiepunten van een jaar. Ik kwam dus slechts één vak te kort voor een positief bindend studieadvies. Al in een vroeg stadium heb ik mijn studieadviseur verteld dat de kans bestaat dat ik niet kan voldoen aan de bsa-norm; ik deed immers een fulltime studie met een alles behalve fulltime werkend lichaam.

De studieadviseur was vriendelijk, maar kon mij helaas niet tot hulp zijn. Pas wanneer ik daadwerkelijk een negatief bsa zou krijgen, kon ik daar tegen in beroep gaan met bewijsbrieven van mijn behandelende specialisten. Dat mijn situatie glashelder en goed te voorspellen was, deed er niet toe. Ik kon geen zekerheid of aangepaste regeling krijgen. Ik moest eerst een negatief besluit afwachten, hiertegen in bezwaar gaan en vervolgens hopen dat ik mijn studie mocht voortzetten.

Ik heb mij daarom volledig ingezet om wél te voldoen aan de bsa-norm van 45 studiepunten. Tegen het einde van het laatste blok leidde dit tot een zenuwinzinking. De fysieke instorting was ik allang voorbij. Niet lang nadat mijn moeder uit bezorgdheid belde met de studieadviseur, werd ik gebeld door de examencommissie. Er was een vervroegd besluit genomen: als ik in het tweede studiejaar 45 punten haal, mag ik mijn studie vervolgen. Ik schaam mij niet om toe te geven dat ik heb gehuild van blijdschap. Maar deze lange periode van onzekerheid heeft mij veel energie gekost.

Gelijktijdig ben ik mij bewust dat het uitstel van executie is. Het besluit houdt in dat ik dít jaar opnieuw keihard moet werken om mijn bsa te halen. Dat betekent niet dat ik nog maar één vak moet halen. De studiepunten van vorig jaar tellen niet mee. De teller staat weer op nul. Ik moet dit jaar opnieuw minimaal 45 ECTS halen. Maar ik ben allerminst genezen of hersteld. Mijn ziekte is chronisch en zelfs progressief. Waarom zou het mij dit collegejaar wél lukken? Mijn ziekte is niet vergelijkbaar met een gebroken been die volledig geneest waardoor ik weer 100 procent belastbaar ben. Het alternatief is dat ik alle eerstejaars vakken succesvol afsluit, maar ook hier ligt een adder onder het gras. Wanneer ik tijdens één van deze specifieke vakken ziek word, kan ik het vergeten. Op dit moment probeert mijn studieadviseur mij te helpen een aangepast bsa te krijgen in plaats van enkel een zogeheten aangehouden bsa. Ik koester de hoop dit keer eerder in het jaar een besluit te ontvangen, zodat ik minder lang zorgen heb hierdoor.

Fysieke drempels
Het is lang niet de enige muur waar ik tegenop blijf rijden als student met een beperking. Voorafgaand aan dit collegejaar viel mij bij het bekijken van mijn rooster op, dat meerdere van mijn collegezalen niet rolstoeltoegankelijk zijn of dat er te weinig tijd zat tussen twee colleges om de afstand tussen twee locaties af te leggen. Ik heb daarover meteen contact gehad met de roostermaker van mijn faculteit, maar er is blijkbaar een groot tekort aan kennis over de toegankelijkheid van collegezalen.

Op het moment dat ik dit schrijf, had ik namelijk eigenlijk in het hoorcollege Filosofie voor KI moeten zitten. Bij de roostermaker heb ik meermaals aangegeven dat ik mij kon herinneren dat ik die zaal niet met mijn rolstoel in kon komen, maar dit werd nadrukkelijk tegengesproken. Via een omweg zou ik bij de achterkant van het gebouw kunnen komen en vanuit daar zou een beveiligingsmedewerker mij naar de zij-ingang van de collegezaal brengen. Toen de beveiligingsmedewerker deze deur openhield, zag ik enkel een trap verschijnen. Achter deze trap bevond zich de collegezaal met mijn medestudenten. Ik mocht beneden voor de trappen blijven staan en mijn professor en het scherm vanaf de zijkant bekijken. Ik heb mij beleefd afgemeld en de docent om begrip gevraagd. Voor volgende week wordt er gekeken of er een andere zaal gevonden kan worden.

Het is niet de eerste keer dat ik een collegezaal van de UU niet in kom. In het verleden ben ik door mijn medestudenten over drempels getild, uit een traplift gered door een professor die over een hek klom en in hoorcollegepauzes op en neer gesneld naar de bibliotheek voor het rolstoeltoilet. Ik heb meermaals geduld gehad als planken, liftpassen en sleutels werden gezocht. Ik heb meer apart dan naast mijn medestudenten gezeten tijdens hoorcolleges. Elke keer opnieuw heb ik contact met cursuscoördinatoren om er zeker van te zijn dat er een rolstoeltoegankelijke zaal geboekt wordt voor tentamens, maar toch ontving ik vorig jaar op de avond voor een tentamen de mededeling dat ik een geboekte zaal niet in kon. Ik heb die avond mijn studiemateriaal met al mijn (beperkte) kracht door de kamer gegooid. Wanneer mijn studievereniging een evenement organiseert, is het altijd maar de vraag of ik erbij kan zijn. De schijnbaar gezellige woonkamer van de vereniging is gelegen op de eerste verdieping van een gebouw zonder lift. Ik heb tot nu toe enkel foto’s gezien.

Wilskracht
Alleen door een forse dosis wilskracht en doorzettingsvermogen heb ik mij door de momenten heen geslagen waarin ik mij vergeten, onwelkom of buitengesloten voelde. Maar toen ik vandaag opnieuw niet bij een college kon zijn, bereikte ik mijn limiet. Misschien heb ik niet hard genoeg geroepen, niet vaak genoeg gemaild of niet vaak genoeg om inclusief onderwijs gevraagd. Ik ging er, misschien naïef, gewoon vanuit dat de universiteit dat zou zijn. Het zou niet zo moeten zijn dat ik telkens om dingen moet vragen, praktisch als aalmoes, die voor ieder ander als normaal worden beschouwd. Ik stem er niet meer mee in om buitengesloten te worden. Ik neem geen genoegen meer met ter plekke bedachte, onpraktische en vernederende oplossingen zoals ergens aan de zijkant worden neergezet als een stuk meubilair.

Wanneer er een berekening bestond om mijn frustratie en verloren energie om te rekenen naar studiepunten, dan ben ik er stellig van overtuigd dat ik mijn bindend studie advies allang had gehaald. Dan was de angst verdwenen om van de universiteit gestuurd te worden. Een universiteit die mij vaker een koude schouder, dan twee open armen heeft geboden met haar ontoegankelijkheid. Dat de universiteit incorrect omgaat met mij als student met een fysieke beperking, vind ik uiterst teleurstellend, maar ik ben bereid om te helpen om dit gebrekkige systeem te verbeteren.

Reactie Marieke de Bakker, afdelingshoofd studentbegeleiding van de directie Onderwijs en Onderzoek: 

"Het is heel goed en belangrijk dat Lily haar ervaringen aankaart. Wij trekken ons die ervaringen aan. Ze passen helemaal niet bij de inclusieve en toegankelijke universiteit die we willen zijn. We werken actief samen met studenten met een functiebeperking om begeleiding en voorzieningen voor deze groep studenten te verbeteren. Dit doen we vanuit de taskforce diversiteit, samen met het Platform Onbeperkt Studeren en met faculteiten en diensten."

"Dat we er nog lang niet zijn, blijkt wel uit het verhaal van Lily. De faculteit Geesteswetenschappen is mede naar aanleiding van de situatie van Lily, maar ook van andere studenten, de procedure rond het bsa aan het herzien. Lily is inmiddels door de faculteit uitgenodigd voor een gesprek waarin we bespreken welke behoeften aan begeleiding zij verder heeft en hoe we daar als universiteit aan tegemoet kunnen komen. Lily is door de coördinator van het Platform Onbeperkt Studeren gevraagd om zich bij hen aan te sluiten: dat is één van de manieren om haar persoonlijke ervaringen in te zetten voor verbetering van de begeleiding voor studenten met speciale behoeften."

"Ondertussen werkt de Universiteit Utrecht ook aan de toegankelijkheid van haar gebouwen en terreinen. Met name in de historische panden in de binnenstad is dat niet altijd gemakkelijk. De directie Vastgoed & Campus is aan het onderzoeken welke zalen geschikt zijn voor rolstoelgebruikers en afspraken aan het maken met de roostermakers van Geesteswetenschappen over de toewijzing daarvan. In dat kader richten we ons ook op de informatievoorziening: op de gebouwenpagina's op de website komt binnenkort uitgebreide toegankelijkheidsinformatie beschikbaar, onder andere voor rolstoelgebruikers."

In het jaarrapport 'Studeren met een Functiebeperking' is gemeten in welke mate studenten tevreden zijn over begeleiding en voorzieningen rond studeren met een functiebeperking. Dit jaar zijn we gestegen van plaats negen naar plaats zes in de ranking van Nederlandse universiteiten met betrekking tot de bachelor. Daarmee laten we bijna alle brede universiteiten achter ons. In de masterfase is er nog flink verbetering nodig (plaats twaalf van de veertien), met name waar gaat om het voorlichting en intake. Daar werken we samen met faculteiten en diensten actief aan. Hopelijk werpt dat de komende jaren ook vruchten af.

"We willen nogmaals benadrukken dat we Lily’s signalen heel serieus nemen en dat we hopen samen met haar tot constructieve oplossingen te komen."

Facebook Twitter Whatsapp Mail