Links: de fistelkoe van de faculteit Diergeneeskunde. Rechts: Vincent Rijsman (in Groen overal en met bril), foto's Vincent Rijsman

'Ik zag de koe online komen. Dat was een mooi moment'

Body: 

Precies weten waar je kat uithangt of als boer kunnen zien hoe het met je koeien gaat als ze in de wei staan te grazen. De faculteit Diergeneeskunde is hard bezig om dieren te verbinden met het internet.

"We beginnen met een simpele track and trace oplossing", vertelt Vincent Rijsman, business developer bij de faculteit Diergeneeskunde en directeur van Connected Animals. "Voor honden en katten kan dat door middel van een chip aan de halsband, hierbij kun je denken aan een slimme hondenpenning of kattenbel. Verder kijken we ook naar de mogelijkheden om de chip via een pil of bolus bij koeien in de maag te krijgen en daar te houden. Daar is wereldwijd vanuit de vee- en melkvee-industrie veel belangstelling voor."

De technologie is ontwikkeld door het Brabantse bedrijf Invenit. De samenwerking tussen de faculteit en het bedrijf ontstond per toeval. "Omdat het Brabantse bedrijf als één van de eerste deze toepassing voor het Internet of Things ontwikkelde, de ‘Clickey’, mochten zij spreken op een telecomconferentie in Zuid-Afrika", aldus Rijsman. "Onverwachts waren juist de veehouders daar erg enthousiast over de technologie, want de boerderijen zijn daar zo groot dat boeren hun kuddes maar enkele keren per jaar zien. Door middel van de technologie kunnen boeren de gezondheid van de koeien in de gaten houden én zien waar de koeien zijn. Het komt daar nog voor dat koeien gestolen worden. De GPS-halsband die de beesten nu dragen, wordt doorgeknipt. Een aantal boeren is toen naar de Afrikaanse partner van KPN gegaan en heeft gezegd ‘dit vinden wij wel een interessante toepassing voor onze koeien’."

De crux was om de chip op een diervriendelijke en makkelijke manier veilig in de koe te krijgen. Op die vragen had het bedrijf geen antwoord. Na wat googelen kwamen ze uit bij de faculteit Diergeneeskunde van de UU. Zij zag wel brood in de samenwerking, omdat het al snel duidelijk werd dat de Internet-of-Things-technologie geschikt is om ook biologische signalen uit de koe te verzamelen en te verzenden. "Uiteindelijk kwamen we tot een pil die in de maag van de koe zit. Deze blijft net als een ontwormpil in de netmaag zitten", zegt Rijsman die met verschillende mensen van de faculteit aan dit project werkt.

De tweede vraag die beantwoord moest worden, was of het signaal sterk genoeg was om buiten de koe op te vangen. Dat weekend nog werd in Brabant met een groot vat een pens nagebootst en de chip getest. Nog geen week later werd op de faculteit met een fistelkoe (een koe met een deksel waardoor je direct in de pens kan komen van buitenaf) de chip in een levend dier getest, inclusief een provisorische interface op internet. "We brachten een reeds ontwikkelde connected temperatuursensor in bij de fistelkoe", licht Rijsman toe. "Toen ik bij een vergadering in Den-Haag zat, zag ik haar ineens online komen. Dat was wel een mooi moment."

Naast huisdieren en vee willen de ontwikkelaars de technologie ook inzetten om dieren in Zuid-Afrikaanse wildparken in de gaten te houden. "Het voordeel van deze verbinding is de veiligheid. De huidige techniek werkt met een signaal dat stropers relatief makkelijk kunnen onderscheppen. Buitenstaanders kunnen met de nieuwe technologie niet zien dat de verbinding bestaat en je hebt ook geen kastjes nodig om lange afstanden te overbruggen," legt Rijsman uit. "Andere voordelen zijn de prijs van de nieuwe technologie, die is relatief laag. Het signaal wordt op grote afstanden overgebracht en de chips en sensoren gebruiken weinig stroom. Met een knoopcelbatterij blijft het tot een jaar lang werken, met een professionele penlight nog veel langer."

Nu wordt de technologie vooral gebruikt om te kunnen zien waar dieren zich bevinden en om een inkijkje te krijgen in hun gedrag. In de toekomst moet het ook mogelijk worden om de gezondheid van een dier te monitoren. "De techniek ontwikkelt zich heel snel", aldus Rijsman. "We zijn nu met een aantal PhD-programma’s bezig met het ontwikkelen van modellen waarmee we, door middel van de nieuwe technologie, meer inzicht verkrijgen in de gezondheid en welzijn van dieren. Andersom gebruiken we de modellen om toepassingen te ontwikkelen voor Connected Animals, zodat mensen straks nog dichter bij hun dieren kunnen staan en vroeg kunnen bijsturen als er op het vlak van gezondheid of welzijn iets dreigt mis te gaan." De data die worden gegenereerd door de chips en sensoren worden in de cloud geanalyseerd. Diereigenaren kunnen op hun computer, tablet of telefoon die informatie in real-time volgen en worden gealarmeerd wanneer dat nodig is.

In april is door Invenit en Utrecht Holdings het bedrijf Connected Animals opgericht dat de toepassingen verder zal doorontwikkelen en vercommercialiseren. Het is volgens Rijsman ook voor Diergeneeskunde interessant om zo veel mogelijk data van verschillende dieren te verzamelen. "Zo kunnen we door middel van de technologie de relatie tussen mens en dier verbeteren."

Facebook Twitter Whatsapp Mail