foto: 123rf

Lesprogramma’s UU onder de loep: hoe maken we ze inclusiever?

Body: 

Docenten Brianne McGonigle Leyh, Jeroen Janssen en Gönül Dilaver vinden dat er meer aandacht moet worden besteed aan het inclusiever maken van de lesprogramma’s. Zij willen een instrument ontwikkelen dat docenten hierbij helpt. “Ons doel is om te zorgen dat elke student die de capaciteit heeft om hier te studeren zich thuis voelt. Dat heeft een positief effect op hun academische resultaten.”

Read in English

De roep om meer diversiteit en inclusiviteit op de Universiteit Utrecht is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dat is te verklaren, zegt universitair hoofddocent bij de opleiding Onderwijswetenschappen Jeroen Janssen. “Er zijn groepen studenten die zich niet thuis voelen op de universiteit. Ze voelen dat ze anders zijn dan de wetenschappers waar ze over lezen, dat ze zich niet kunnen vinden in de onderwerpen die aan bod komen. Ze vragen zich af: is dit wel mijn plek?”

Janssen leidt samen met Gönül Dilaver van Biomedische Wetenschappen en Brianne McGonigle Leyh van Internationaal & Europees Recht een projectgroep die werkt aan een curriculumscan die docenten moet gaan helpen bij het reflecteren op de inclusiviteit van hun lessen en lesstof. Hierin komen verschillende zaken aan bod zoals de diversiteit van literatuur plus haar auteurs, de afbeeldingen die ze in college tonen en de gastdocenten die ze uitnodigen. Ze willen docenten zo stimuleren om na te denken over hun manier van lesgeven en wat dit voor ervaring oplevert voor hun studenten.

Als studenten zich thuis voelen, heeft dit een positief effect op hun academische resultaten

“Het is zo belangrijk voor de motivatie van een student”, vertelt hoofddocent Dilaver. “Als studenten zich kunnen herkennen in het onderwijsmateriaal en in de mensen die ze in hun studie tegenkomen, zullen ze zich meer thuis voelen. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit een positief effect heeft op hun academische resultaten.” Natuurlijk helpt het ook als het docentencorps en de studentpopulatie divers is, zegt ze. “Maar dat is niet iets waar je als docent direct invloed op hebt. Wij denken na over hoe docenten nú hun lessen voor iedereen representatief kunnen maken. Dan heb je het bijvoorbeeld over de namen die je gebruikt voor je casussen, of de diversiteit van de auteurs die je aanhaalt.”

Dilaver zet zich al langer in om voor de faculteit Geneeskunde de discussie hierover op gang te brengen. Student Geneeskunde Sultan merkt inderdaad dat op haar opleiding veel behoefte is aan het meer inclusief maken van colleges. “Ik hoor nog te vaak heteronormatief of insensitief taalgebruik in de lessen. Of er worden in de casussen alleen Nederlandse namen gebruikt. Het is juist motiverend om mensen zoals jij terug te zien in de praktijk.”

Het is voor alle studenten waardevol om te zien dat we leven in een wereld met veel verschillende mensen en culturen

Foto: 123rf

De docenten constateren dat er niet alleen meer diversiteit nodig is in rolmodellen, maar ook in onderwerpen. In de lesprogramma’s ligt volgens hen vaak de focus op westerse of Nederlandse context, terwijl het volgens Janssen ook belangrijk is dat er aandacht is voor andere landen en culturen. “In mijn veld, Onderwijswetenschappen, bestuderen we vooral onderwijsvormen in Nederland, terwijl het ook heel leerzaam kan zijn om te kijken naar hoe andere landen de dingen regelen”, zegt Janssen. “Het is belangrijk dat we onze studenten laten zien dat we leven in een wereld met veel verschillende mensen en culturen. Dit is voor alle studenten waardevol.”

Bij een opleiding als Culturele Antropologie zou je verwachten dat de onderwijsstof als vanzelfsprekend heel divers is. Dat is ook zo, vertelt student Wieke, maar ook bij deze opleiding kan er nog best wat verbeterd worden. “Ook boeken over het ‘niet-westen’ worden geschreven door witte westerse mensen. Het eurocentrisme overheerst, terwijl juist een ander perspectief zo leerzaam kan zijn.” Gerdien Steenbeek, universitair docent bij Culturele Antropologie, kan dit alleen maar beamen. Maar er is meer dat docenten kunnen doen, zegt ze. “In de voorbeelden en in de opdrachten die je geeft, of de beelden die je toont in je colleges. Dat zijn óók manieren om je onderwijs inclusiever te maken. Academische vorming is het zelfstandig en kritisch kunnen denken en dan heb je verschillende perspectieven nodig.”

Ook Gönül Dilaver is het hiermee eens: “Voor elk soort onderzoek of beroep is het belangrijk om een inclusieve mindset te hebben; om voor verschillende perspectieven open te staan en hiervan te leren. Als je bij dermatologieonderwijs vooral leert om kanker te herkennen op een witte huid, kan je dit dan ook op een huid van kleur? En kan je ervan uitgaan dat een medicijn dat wordt getest op mannen, ook werkt op vrouwen? Wij leiden wetenschappers op, en we willen dat die onderzoek gaan doen dat alle mensen in de samenleving dient.”

De gebeurtenissen van de afgelopen jaren hebben een momentum gecreëerd

De docenten zijn pas sinds september 2020 bezig aan het project en zitten dus nog in de beginfase. Het project zal drie jaar gaan duren. “We hebben ons de afgelopen maanden verdiept in de bestaande literatuur over diversiteit in het onderwijs en we hebben gekeken naar hoe we kunnen leren van andere universiteiten”, aldus hoofddocent Brianne McGonigle Leyh. “Momenteel zijn we bezig met het opstellen van focusgroepen met docenten en studenten. Hierin zullen we onderzoeken waar zij problemen zien, of deze ook echt als problemen ervaren worden, en welke mogelijke oplossingen hiervoor te vinden zijn.”

Volgens McGonigle Leyh hebben gebeurtenissen van de afgelopen jaren, zoals de Black Lives Matter-protesten, een momentum gecreëerd waarin er steeds meer aandacht komt voor deze onderwerpen en steeds meer initiatieven de kop op steken in de universiteit. Ze denkt daarom dat er over het algemeen veel draagvlak is voor het project: “Van de studenten horen we veel geluiden dat er behoefte is aan meer inclusiviteit en ook de collega’s die we tot nu toe hebben gesproken zijn heel enthousiast. Toch zijn dit lastige discussies en zullen er ook docenten zijn die vinden dat hun cursus goed is zoals deze is.”

Toch hopen Janssen, McGonigle Leyh en Dilaver dat alle docenten in ieder geval zullen gaan nadenken over de inclusiviteit van hun lesmateriaal, zodra ze merken dat ook hun collega’s dit doen en dat hun leidinggevenden hier waarde aan hechten. “Bovendien geven de meeste docenten veel om hun studenten. Als we laten zien dat veel studentenorganen aangeven dat er meer inclusiviteit moet komen, hopen we dat docenten daarnaar luisteren.”

Het blijft goed om kritisch naar deze onderwerpen te kijken

Foto: Shutterstock

Rense Corten, hoofddocent bij de opleiding Sociologie, erkent het belang van rolmodellen in het onderwijs, maar vindt wel dat het goed is om kritisch naar deze onderwerpen te blijven kijken. “Voor cursussen waar het onderzoek zich snel ontwikkelt, is het vaak makkelijker om een diverse literatuurlijst samen te stellen dan voor een cursus waarin de aard van de literatuur klassieker is. In dat geval vind ik de kwaliteit van de literatuur iets belangrijker.”

Toch vindt student Culturele Antropologie Wieke dat inclusiviteit en kwaliteit elkaar niet per se hoeven uit te sluiten. “Het is niet het één of het ander. Naar mijn idee wordt de kwaliteit van het onderwijs juist hoger als er meer verschillende perspectieven worden meegenomen in de lesstof.” Ook Sultan denkt dat verandering noodzakelijk is: “De universiteit is wetenschap, en wetenschap verandert altijd. Als er verbetering mogelijk is, waarom grijpen we die kans dan niet aan?”

Volgens Gerdien Steenbeek is het begrijpelijk dat auteurs die qua achtergrond afwijken van de traditionele auteurs moeilijker te vinden zijn. “Dit is het resultaat van het feit dat groepen jarenlang in marginaliteit werden gezet.” Toch is er volgens Steenbeek voldoende om er wel oog voor te hebben. Steenbeek streed in de jaren 70 en 80 voor een grotere representatie van vrouwen in de academische wereld. De situatie nu is hiermee volgens haar vergelijkbaar. “Toen werd er ook wel eens getwijfeld aan de wetenschappelijkheid van artikelen van vrouwen”, zegt Gerdien Steenbeek. “Of er werd gewezen op het feit dat vrouwelijke auteurs moeilijker te vinden waren, of helemaal niet aanwezig. Nu is er al voor een deel een inhaalslag gemaakt.”

Inclusiviteit in het onderwijs moet onderwerp van discussie blijven, want die is nooit af

Volgens bijna al deze docenten en studenten begint de verandering dan ook bij bewustwording. “Iedereen heeft zijn eigen achtergrond en aannames van waaruit je de wereld bekijkt. Het is heel waardevol om deze aannames te leren kennen en die kritisch te beoordelen”, zegt Wieke. “Als je dan kan luisteren naar mensen met een andere blik op de wereld leer je heel veel.”

Vangjel, masterstudent Public International Law, kan dit beamen. Op zijn opleiding zit het volgens hem redelijk goed wat betreft inclusiviteit. “Bij de onderwerpen waar dat mogelijk is, lezen we artikelen van auteurs uit verschillende werelddelen, met verschillende perspectieven. Onze casussen zijn vaak voorbeelden uit alle samenlevingen op de wereld.” Toch kan er volgens Vangjel zelfs op zijn opleiding nog verbetering behaald worden. “De samenleving blijft veranderen en het nadenken over inclusiviteit in het onderwijs zal iets blijvend moeten zijn.”

Dit is precies wat Janssen, McGonigle Leyh en Dilaver willen bereiken. “We willen voorkomen dat er één keer naar gekeken wordt en dat het vervolgens wordt weggelegd. Inclusiviteit in het onderwijs moet onderwerp van discussie blijven, want die is nooit af.” Brianne McGonigle Leyh hoopt dat het nadenken over inclusiviteit een vast onderdeel wordt van het evaluatieproces van cursussen.

Rense Corten spreekt in dit verband zijn zorgen uit over de werkdruk van docenten: “Kan je van docenten vragen om alle achtergronden van de auteurs op een leeslijst na te lopen bovenop hun normale hoge werkdruk?” Ook is het volgens Corten belangrijk om docenten niet naast een meetlat te leggen. “Het moet een dialoog blijven. Natuurlijk moet er ruimte zijn voor verschillende gezichtspunten, maar ik vind dat de docent uiteindelijk het laatste woord houdt over de kwaliteit.”

“Daarom verplichten we niks”, verduidelijkt Janssen. “Een van de mooie dingen van het lesgeven op de universiteit is de vrijheid die je krijgt om je cursus vorm te geven zoals jij dat wilt. Daar willen we niks aan veranderen. Wij bieden slechts handvatten om ermee aan de slag te gaan wanneer docenten en studenten daarvoor open staan.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail