Foto: Robin Alysha Clemens

Na de studie: 'Voor jongeren moeten er óók gezonde alternatieven zijn'

Body: 

Birgit Vulkers heeft een verantwoordelijkheidsgevoel van heb-ik-jou-daar, en dat kan ze mooi kwijt als adviseur bij Jongeren Op Gezond Gewicht (Jogg). De alumna vertelt in de serie Na de studie hoe haar master haar heeft voorbereid op het haar huidige baan.

Jongeren Op Gezond Gewicht, oftewel Jogg, is een landelijke stichting die werkt aan een samenleving waarin alle kinderen opgroeien in een gezonde omgeving. Birgit Vulkers deed haar bachelor Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en kwam voor de master Arbeidszorg en Participatie naar Utrecht. Daar studeerde ze in 2016 af. Sinds januari 2019 werkt ze voor Jogg.

Jij dacht vast niet heel specifiek: later als ik groot ben, ga ik bij Jogg werken.
“Klopt. Als kind had ik niet echt een grote droom, maar ik hield wel veel van sport en bewegen. Ik heb veel geroeid, nu doe ik aan wielrennen en tennis. Ik wist ook al vrij vroeg dat ik iets voor de samenleving wilde betekenen. En dat komt samen in mijn werk voor Jogg.”

Waarom ben je de master Arbeidszorg en Participatie* gaan doen?  
“Wat mij heel erg aansprak, was het interdisciplinaire karakter van deze master. Mijn medestudenten en ik kregen verschillende sociale vraagstukken voor onze kiezen die we vervolgens vanaf verschillende kanten moesten bekijken. Vanuit de wetenschap maakte ik vervolgens de koppeling naar de praktijk.”
*tegenwoordig heet deze master Social Policy & Public Health

Heb je er veel geleerd wat nu van pas komt in je werk?
“Die master was van meerwaarde, ik vond het van belang dat ik veel theoretische kennis had vóórdat ik een adviesrol ging vervullen. Maar ik wist al vrij snel: ik wil die droge kennis gebruiken in de praktijk. Ik ben niet het type dat alleen maar onderzoek doet. Ik wil mensen met elkaar verbinden, ik wil concrete dingen doen en daar ook resultaat van zien. Bij Jogg kan dat.”

Wat doe je daar precies?
“Ik geef gemeenten door het hele land advies op strategisch en procesniveau om een gezonde omgeving te creëren voor de jeugd – want daar is de gemeente verantwoordelijk voor. Waar je aan kan denken is bijvoorbeeld aan gezonde sportkantines en kantines op scholen. Maar ook aan voldoende watertappunten op speelveldjes in een wijk. Het probleem op heel veel plekken is dat er geen gezonde keuze voor jongeren is. Je hoeft echt niet alleen maar groente en fruit te eten en water te drinken, maar je moet mensen wel óók een gezonde keuze aanbieden. Dat gebeurt nu te weinig.”

Wat vind je het allerleukste aan deze baan?
“Dat ik mensen stimuleer om verbinding met elkaar en met verschillende partijen te leggen. Ik adviseer gemeenten: kijk eens naar die organisatie, of naar die deskundige. Daarbij kun je denken aan zorgprofessionals – fysiotherapeuten, huisartsen, diëtisten – of mensen uit het bedrijfsleven of de wijk, zoals een buurtcoach.”

Waar ligt de uitdaging in jouw werk?
“Het is de kunst om de koppeling te maken tussen de theorie en de praktijk. Hoe kun je een praktische, concrete beleidsaanbeveling theoretisch onderbouwen? Want weet je wat het is? Onderzoek kan ons vertellen hoe het moet, wat wijsheid is, maar de praktijk is vaak veel weerbarstiger. Neem nou alleen al de decentralisatie van de zorg, waardoor gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor de inkoop, organisatie en optimalisatie van de jeugdhulp. Het is overal anders. Dan is het fijn als je de theorie kent hoewel als adviseur je dus toch moet aanpassen aan de situatie in een gemeente. Dat vergt soms denkwerk: er is geen vast sjabloon of stappenplan dat je kan gebruiken.’

Mis je je universiteitsleven?
‘Om eerlijk te zijn: nee. Ik vond het heel verdiepend, en ook heel leuk, maar ik ben de dag nadat ik mijn studie had afgerond direct gaan werken. Daar was ik echt aan toe. Ik voel dat ik, nu ik werk, nog een grotere drive heb om de dingen die ik doe, goed te doen. Overwicht is een groot probleem, daar móéten we iets mee, Jogg kan daar – samen met gemeentes dus – een heel belangrijke rol in spelen. Daar maak ik me nu hard voor.”

Had je deze baan ook zonder studie kunnen uitvoeren?
“Nee. Echt niet. De manier van denken – kritisch analyseren van een bepaalde sociaal vraagstuk – heb ik aan de UU geleerd. Mijn master heeft me veel gebracht. Dat maakt het nu mogelijk om vanuit verschillende perspectieven te kijken naar vragen waar gemeentes mee komen.”

Spreek je nog veel mensen van je studie?
“Ik heb een groepje vriendinnen dat ik nog maandelijks zie – dat is heel fijn. Je hebt dezelfde achtergrond, je zit in hetzelfde vakgebied en hebt hetzelfde kennisniveau. Dus ja, als we uiteten gaan of een drankje gaan doen op het terras, dan gaat het wel veel over werk. Maar niet alléén maar…”

Wat doe je verder, buiten je werk?
“Sporten natuurlijk. Soms alleen, soms met vrienden. Maar ik ga ook graag het terras op. En ik ben dol op het strand, ik woon in Haarlem dus ben er vaak te vinden.”

Heb je daar nu meer of minder tijd voor, nu je werkt?
“Ik heb minder vrije tijd en kan mijn eigen tijd ook niet meer goed zelf indelen. Werken kost ook gewoon meer energie. Maar daar ben ik eigenlijk helemaal niet mee bezig.”

Waarom niet?
“Ik denk dat het komt omdat mijn verantwoordelijkheidsgevoel nu groter is. Het klinkt misschien net alsof ik mijn studie niet belangrijk vond, dat is echt niet zo, maar ik voel nu aan alles: nu kan ik me écht ergens voor inzetten. Met onderzoek blijf je toch vaak in het abstracte zitten. Dat vind ik zonde. Nu ben ik echt in de praktijk bezig: ik sjees het hele land door en hop van de ene gemeente en instantie naar de andere.”

Is dit je eerste baan?
“Ik werk nu drie jaar, hiervoor werkte ik als beleidsmedewerker bij de gemeente Waterland. Sinds januari werk ik bij Jogg. Het is zo dynamisch, afwisselend. Bij mijn eerste baan was ik soms nog wel wat onzeker – gewoon omdat ik net begon, nu ben ik ervarener. Dingen gaan meer vanzelf en ik sta steviger in mijn schoenen. Soms maak ik lange dagen, maar ik vind dat geen issue: ik doe werk dat ik belangrijk vind en waar ik warm van word.”

En nu?
“Ik zit hier de komende tijd nog goed op mijn plek. Ik wil graag groeien in mijn adviseurschap, ik ben wel ambitieus. Ik weet nog niet waar ik over tien jaar sta, maar als ik met pensioen ben – op mijn zeventigste pas, niet eerder – dan heb ik hopelijk Nederland een stukje gezonder gemaakt.”

Dit artikel is totstandgekomen in samenwerking met het alumnimagazine Illuster

Facebook Twitter Whatsapp Mail