Peter van Beukelen, hoogleraar Kwaliteitsbevordering diergeneeskundig onderwijs. Foto: Annemarie Sint Jago.

Onderwijsprof neemt afscheid van de UU en wordt zenleraar

Body: 

Na 40 dienstjaren neemt Peter van Beukelen afscheid van de faculteit Diergeneeskunde. DUB spreekt de hoogleraar over grote veranderingen in het onderwijs, zijn passie voor zenmeditatie en hoe je wereldvrede bereikt.

Na 40 dienstjaren neemt Peter van Beukelen afscheid van de faculteit Diergeneeskunde. DUB spreekt de hoogleraar over grote veranderingen in het onderwijs, zijn passie voor zenmeditatie en hoe je wereldvrede bereikt.

Diergeneeskunde nam vorige week met een onderwijssymposium afscheid van de kleurrijke hoogleraar Peter van Beukelen. DUB sprak met hem over zijn werk en vroeg hoe hij met behulp van zenmeditatie beter in balans is.

Dierenartsen, dat zijn toch heel nuchtere types? Hoe past zenmeditatie in dat plaatje?
“Zen is ook heel nuchter. In het Westen hebben mensen vaak het idee dat oosterse dingen zweverig zijn. Dat is niet zo. Er zit niks zweverigs aan. Ik zie daar totaal geen tegenstelling. Nee.”

“Ik mediteer twee keer per dag 20 minuten op mijn matje. ’s Morgens is het douchen, mediteren en ontbijten. En ’s avonds voor het slapengaan nog een keer. Ik ben er ruim 20 jaar geleden mee begonnen. In eerste instantie als hulpmiddel om werkstress tegen te gaan. Ik slaap er beter van.”

“Nu ik wat meer tijd krijg, wil ik graag een paar keer per week zenles gaan geven aan groepen. Het is net sport. Je bent gedisciplineerd bezig om jezelf te trainen en te oefenen – laat ik het heel hoogdravend zeggen – een beter mens te worden en daardoor mensen gelukkiger te maken. Als je beter geconcentreerd in het hier en nu leeft, dan straal je dat geluk ook uit naar je omgeving. Dat zal je ook zien in dit interview. Als ik er beter in zit, dan is dat ook prettiger voor jou.”

CV Peter van Beukelen
 
1948 Geboren in Vlaardingen
1973 Dierenartsdiploma, Utrecht
1983 Promotie, Utrecht. Titel proefschrift: Milk Fat Depression in high producing Dairy Cows
2004 Benoeming hoogleraar. Titel oratie: Voelen in het duister

U studeerde van 1966 tot 1973 diergeneeskunde. Wat is het grootste verschil met het onderwijs van nu?
“Er zijn héél veel verschillen. In mijn studietijd was het onderwijsprogramma eigenlijk niet samenhangend. Hoogleraren spraken niks met elkaar af. Ik leerde daardoor als student soms drie of vier keer dezelfde stof, maar dan voor een ander vak. De manier van lesgeven was ook anders. Hoogleraren lazen tijdens colleges soms letterlijk voor uit dictaten en boeken. Als student wist je niet anders, je accepteerde het gewoon.”

“Een ander verschil is dat studenten nu veel meer en betere feedback krijgen. Terugkoppeling ging vroeger tussen neus en lippen door, als de docent er tijd voor had. Sinds 2001 is feedback bij Diergeneeskunde hét uitgangspunt van het hele masteronderwijs geworden. Studenten móéten feedback van medestudenten en docenten verzamelen in een digitaal portfolio dat bijhoudt of studenten de juiste competenties hebben verworven.”

“Belangrijk daarbij is dat de student zelf de feedback moet vragen, omdat we bij Diergeneeskunde vinden dat de student zelf verantwoordelijk is voor zijn eigen leerproces. Dat is ook een van de pijlers van onze onderwijsfilosofie.”

“In dat kader vind ik het jammer dat sommige studenten de universiteit zien als een school. De mentaliteit is dan: vertel ons wat we moet leren, vertel ons wat er bij de toets gevraagd wordt, en dan doen we dat. Laatst klaagde een student dat een vak zo zwaar is, met dagen van 9 tot 6. Dan denk ik: je bent een derdejaars bachelorstudent, kom op! Je wil zelf dierenarts worden.”

Na het behalen van uw diploma in 1973 ging u aan de slag bij de faculteit. De laatste decennia als onderwijsdirecteur en later als onderwijshoogleraar. Wat is uw grootste verdienste?
“Laat ik vooropstellen dat ik niks alleen heb gedaan, maar in teamverband. Ik ben heel blij met de onderwijsfilosofie die we bij Diergeneeskunde op papier hebben gezet. Daarin staan zaken als de eigen verantwoordelijk van de student, en het idee om onderwijs in de context van de beroepsuitoefening te geven. We hebben nu een sterke didactische visie en daar staan we voor. Voor jonge docenten is het belangrijk om hun eigen visie te spiegelen aan de facultaire filosofie.”

“Waar ik ook heel trots op ben, is het competentieprofiel dat op basis van onderzoek is opgesteld. Waartoe moet een gediplomeerd dierenarts in staat zijn? In het verleden lag de focus op kennis. Nu kijken we naar veel meer zaken. Hoe communiceert de dierenarts bijvoorbeeld? Neemt de dierenarts dierenwelzijn mee in zijn of haar werk? En kan hij of zij kritisch reflecteren op het eigen handelen en daar van leren?”

Wat zou u nog graag veranderd zien in het academische onderwijs?
“Ik wil graag dat er een competentieprofiel voor docenten komt. Er wordt heel vaak gesproken over goede en slechte docenten. Maar het is vaak een beetje op de onderbuik gebaseerd, of alleen op studentevaluaties.”

“Het zou goed zijn als er meer instrumenten en meer bronnen komen waarmee een docent feedback kan verkrijgen op de eigen onderwijsactiviteiten. Belangrijk is daarbij dat feedback zo snel mogelijk komt, liefst al tijdens de cursus. Ik wil graag dat docenten direct na bijvoorbeeld een werkcollege weten of de studenten geleerd hebben wat ze moeten leren. Hebben ze het goed aangepakt, of moet het anders? Die terugkoppeling is het nuttigst als het snel op de onderwijsactiviteit volgt, en niet pas in de evaluatie na de cursus. Op basis van betrouwbare en valide feedback kan een docent reflecteren en waar zinvol het eigen onderwijs aanpassen.”

“Bij Geneeskunde en Diergeneeskunde is net een project gestart om een goed feedbackinstrument te ontwikkelen en uit te testen met groepen docenten. Als ‘onderwijskwaliteit’ meer betrouwbaar in kaart kan worden gebracht, wordt het waarschijnlijk ook makkelijker om als docent carrière te maken bij de universiteit, omdat je kan wijzen op goede resultaten.”

Tot slot, u bent vicevoorzitter van een stichting die wereldvrede uitdraagt. Hoe gaat u wereldvrede realiseren?
Van Beukelen pakt een ansichtkaart uit de binnenzak met daarop de slogan world peace is possible, de naam van de stichting. “Die kaarten heb ik altijd bij me. Het logo is gemaakt door Dick Bruna. Ik heb er ook een aan Frans de Waal gegeven bij de diesviering. Het sloot wel aan bij het thema van zijn lezing, Peace and the Struggle for Life.” 

“Het is ons doel om de slogan onder zoveel ogen mogelijk te krijgen. Als je het vaak ziet, dan verandert er iets in je hoofd. Ik heb de slogantekst in mijn auto hangen. En echt waar: je rijdt daardoor anders. Rustiger.”

“Ik claim niet dat het morgen vrede is, of een oplossing te hebben voor de huidige conflicten. Het enige dat we doen is de slogan verspreiden en hopen dat het iets met mensen doet. En daarbij krijgen we hulp van mensen als Hans Spekman en Femke Halsema die onze t-shirts dragen.” 

“De stichting krijgt wel eens reacties, soms agressief zelf, van mensen die zeggen: ach, wereldvrede is toch niet mogelijk. Maar als we dat met z’n allen blijven roepen, dan gaat het ook nooit gebeuren.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail