‘Jonge hond’ Nick Besselink‘ en 'oude rot’ Floris Lafeber, foto Ivar Pel.

Oude rot aan jonge hond: niet publiceren maar patenteren

Body: 

Als medisch onderzoeker de patiëntenzorg dienen? Ga dan gauw aan de slag met patenteren en bedrijfjes oprichten. Het is dé les van ‘oude rot’ Floris Lafeber voor zijn ‘jonge hond’ Nick Besselink.

 

Na 30 jaar publicaties afleveren die de patiëntenzorg niet altijd direct ten goede komen, is ‘oude rot’ Floris Lafeber (1961) er ‘wel een beetje klaar mee’. Niet langer geeft hij toe aan de druk om veel en high impact publicaties te schrijven. De hoogleraar Experimentele Reumatologie aan het UMC Utrecht predikt nu vooral valorisatie in het medische onderzoek, oftewel het daadwerkelijk gebruiken van de vergaarde wetenschappelijke kennis voor de patiëntenzorg. Practice what you preach. Dus is Lafeber nu een bedrijfje aan het oprichten voor het 'vermarkten' van een technisch hulpmiddel voor artrosepatiënten, waarop hij samen met collega’s een patent heeft.

‘Jonge hond’ Nick Besselink (1989) is als afgestudeerde in Technische Geneeskunde van de Universiteit Twente, één van de ingenieurs binnen het team van zijn promotor Lafeber. Technisch geneeskundigen vinden het lastig een goede plek te bemachtigen in een academisch ziekenhuis: ze  worden noch als volwaardig geneeskundige gezien, noch als volwaardig ingenieur. Besselink hoopt op een baan die (nog) niet bestaat: technisch manusje-van-alles op een afdeling van een academisch ziekenhuis.

Voor de portretserie ‘Jonge honden, oude rotten’ spreken de onderzoekers over hun carrière in de wetenschap.

Reumatologie: eldorado voor techneuten
“Het ligt bepaald niet voor de hand om stage te lopen bij de afdeling Reumatologie & Klinische Immunologie als je binnen je master vooral leert over robotica en het maken van beelden via licht, geluid, straling en magnetisme”, aldus ingenieur Besselink. “Maar ik hoorde veel positieve verhalen van medestudenten: bij reumatologie word je vrijgelaten om de technieken te zoeken die je denkt nodig te hebben en de bedachte experimenten vervolgens ook echt uit te voeren.”

Lafeber zag in de stagiair meteen een goede aanvulling voor zijn team. “Studenten technische geneeskunde weten veel van geneeskunde én techniek. Een waardevolle combinatie voor onze afdeling, omdat ons onderzoek voor een groot deel op dat snijvlak ligt. Zo onderzoeken we bijvoorbeeld het ontlasten van gewrichtsweefsels met behulp van een aan de buitenzijden van de knie vastgezet frame van en de klinische toepassing van de HandScan, waar Nick momenteel op promoveert. Dat is een apparaat om ontstekingen in de handgewrichten te meten.”

 
 
Lafeber over Besselink:
“Nick is gedreven en heeft kennis van zaken. Dankzij zijn goede sociale vaardigheden weet hij een team optimaal te laten presteren. Minder aan hem? Ik zou zeggen: er kan altijd nog een uurtje per dag bij. Dat zegt overigens niet zozeer iets over Nick, maar meer over het feit dat ik de lat behoorlijk hoog leg voor mezelf.”
Besselink over Lafeber​:
“Floris is voor mij de ideale promotor omdat hij ontzettend veel weet van het medische én het technische. Hij ziet altijd meteen het grotere geheel der dingen en de impact van details op hogere niveaus. Een minder punt is dat hij de negatieve vibe die ontstaat als iets niet zo goed gaat, heel de dag met zich meetorst.”

Besselink kan zich geen mooiere promotieplek voorstellen dan bij reumatologie. Goed, zijn promotieonderzoek sluit niet precies aan bij zijn specialisatie – en passie – ‘beeldvorming’, maar omdat het HandScan-project vertraging oploopt, heeft hij ruimte gekregen om software te schrijven voor het analyseren van röntgen- en MRI-beelden van patiënten na mechanische ontlasting van de gewrichtsweefsels.

De promovendus: “Op deze plek doe ik wat ik altijd al heb willen doen: bijdragen aan technieken die daadwerkelijk gebruikt worden in het ziekenhuis.” Hij ziet zichzelf niet werken bij de divisie biomedische technologie van Philips of Siemens waar veel studenten Technische Geneeskunde belanden - de afstand tot de patiënt wordt hem daar te groot.

Ook promotor Lafeber zit dicht op de patiënten. Behandelen mag hij ze niet, omdat hij als medisch bioloog een diploma geneeskunde ontbeert. In zijn onderzoek probeert Lafeber een brug te slaan tussen fundamenteel onderzoek en praktische toepassingen. Zo ontwikkelde hij met collega’s van orthopedie een metalen frame om kniegewrichten wat op te rekken, waardoor versleten kraakbeen zich weer kan herstellen.

Lafeber: “Een tijd geleden fantaseerde ik er wel over om trauma- of vaatchirurg te worden en overwoog ik om geneeskunde te gaan studeren. Nu ben ik daar te oud voor. Maar ik ontwikkel me momenteel veel meer richting valorisatie, waardoor ik toch dichter bij de patiëntenzorg kom.”

Valoriseren betekent patenteren
In de Verenigde Staten is het, zo weet Lafeber, heel normaal dat een hoogleraar aandeelhouder is van enkele spin-offbedrijfjes. Bij de Nederlandse technische universiteiten is dit stilaan ook zo. Lafeber: “In de Nederlandse academische gezondheidszorg is het helaas nog een noviteit. Je kunt nog zo’n mooie ontwikkeling bedenken binnen de academie, maar als je niet al in een vroeg stadium nadenkt over valorisatie, zul je de brug naar een praktische toepassing niet kunnen slaan.”

Lafeber heeft twee patenten op zijn naam staan. Op dit moment is hij een bedrijfje aan het oprichten om zijn gepatenteerde hulpmiddel bij artrose gerealiseerd te krijgen. Lafeber: “Patenteren is de enige manier om dit soort ontwikkelingen bij de patiënt te brengen. Heb je geen patent, dan zal geen enkele financier aanhaken. Heb je wel een patent maar doe je daar vervolgens niets mee, dan scherm je ontwikkelingen voor anderen af.”

Waar Lafeber moet pionieren, worden Besselink en zijn collega’s binnen het kersverse specialisme technische geneeskunde juist van meet af aan klaargestoomd voor valorisatie. Besselink: “Binnen reumatologie word ik hier goed in begeleid en gestuurd. Je hebt te maken met zaken als belangenverstrengeling en de kans op reputatieschade. Toch zie ik dit soort dingen niet als iets engs. Meer als een kans, met misschien wat kanttekeningen.”

Lafeber: “Zo’n patent biedt perspectieven. Niet alleen voor hoogleraren. Studenten, promovendi en analisten die hebben meegewerkt, zijn vaak mede-patenthouder. Geloof me als ik zeg dat het beslist geen kwaad doet voor je carrière om een patent op je naam te hebben staan.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail