Oude rot Grobbee: 'Jonge honden geven krachtige impuls aan onderzoek'

Body: 

De kliniek in of onderzoek doen? Wel of geen bestuurswerk? Het zijn moeilijke dilemma’s voor ‘oude rot’ Grobbee en ‘jonge hond’ Browne. Met alle opties is de wereld namelijk op een bepaalde manier beter te maken.

De kliniek in of onderzoek doen? Wel of geen bestuurswerk? Het zijn moeilijke dilemma’s voor ‘oude rot’ Grobbee en ‘jonge hond’ Browne. Met alle opties is de wereld namelijk op een bepaalde manier beter te maken.

‘Oude rot’ Rick Grobbee (1957) is een bezige bij. De hoogleraar klinische epidemiologie heeft naast een ontzagwekkende lijst met zo’n 1200 internationale publicaties ook een boel bestuurswerk op zijn naam staan. Belangrijkste wapenfeit is de oprichting van het Julius Centrum. Grobbee: “Het Julius als onderzoekscentrum is een multiplier van talent gebleken. We begonnen met een klein groepje en werken inmiddels met een paar honderd medewerkers.” Tussen de bedrijven door wist hij ook nog eens ruim 140 promotieonderzoeken te begeleiden. Dankzij collegejaren waarin hij twaalf promoties had, sleepte hij vier keer de UU-titel ‘promotor van het jaar’ binnen.

De nieuwste doctor uit zijn stal is arts-onderzoeker Joyce Browne (1987), die op 4 oktober promoveerde. De ‘jonge hond’ staat nu voor de keuze: de kliniek in of onderzoek doen. Browne: “Beide werelden zijn fantastisch en geven veel voldoening. Gelukkig zijn ze te combineren. De grote vraag is waar ik het accent op wil gaan leggen. Onderzoek blijven doen is sowieso de rode draad door al mijn plannen heen.”

Impuls- en innovatiekracht van promovendi
“Ik heb van Rick alle ruimte gehad in mijn promotietraject om meer dan slechts één klein onderwerp aan te pakken. Dat is niet bij elke promotor mogelijk”, prijst Browne Grobbee. Ze onderzocht verschillende onderwerpen op het gebied van (het verbeteren van) de gezondheid van zwangere vrouwen in steden in ontwikkelingslanden. Aan bod komen bijvoorbeeld hoge bloeddruk en het effect van body mass index (BMI) en HIV-besmetting op zwangerschapsuitkomsten voor moeder en kind.

Voor Grobbee is het, evenals bij andere promotieonderzoeken, net alsof hij zelf het onderzoek heeft gedaan. Grobbee: “Bijna al mijn eigen onderzoek heb ik gedaan samen met jonge promovendi. Het is teamwork, waarbij de inbreng van promovendi net zo belangrijk is als mijn inbreng. En het resultaat is evenzeer toe te schrijven aan die PhD-studenten.”

Volgens de professor kunnen promovendi een krachtige impuls geven aan het onderzoek en zorgen voor innovaties. “Als jonge mensen kijken ze fris tegen problemen aan. Ze moeten hun creativiteit erin kwijt kunnen en niet worden geremd. Tuurlijk, niet altijd gaat het even goed. Maar de transgenerationele inbreng is heel stimulerend voor het onderzoek. Ik werk liever in een team met een paar promovendi dan met alleen maar oude rotten in het vak”, aldus Grobbee.

‘Ik koos vooral wat er op mijn pad kwam’
Zowel de jonge hond als de oude rot komen uit families met veel artsen. “De hele familie van Joyce lijkt nu bij mij langs te komen”, grapt Grobbee. Zo heeft Brownes zus onderzoek bij Grobbee gedaan en heeft haar neefje zich net ingeschreven voor de master Epidemiologie. Zijn eigen ouders waren allebei huisarts in een dorp in de Achterhoek, de hele gemeenschap aldaar ging er vanuit dat Grobbee zijn ouders zou opvolgen. “Toen ik zo oud was als Joyce, had ik het huisartsenberoep achter me gelaten en was op weg om internist te worden. De wetenschap greep mij, maar ik maakte vooral keuzes naar wat er op mijn pad kwam en wat ik spannend en leuk vond. Nu kan ik constateren dat dit me heel veel heeft gebracht.”

Sterker nog, de hoogleraar heeft het gevoel dat hij niets meer hoeft te bewijzen. “Ik hoef niet achter publicaties aan te hollen. Ik kan nu kiezen voor dingen die me wetenschappelijk gezien niet onmiddellijk veel credits opleveren, maar wel veel voldoening. Zoals ons onderzoek naar gezondheidsverschillen in ontwikkelingslanden. Daardoor kan ik nu op een andere manier dingen betekenen voor het onderzoek, een afdeling of ziekenhuis dan 15 jaar geleden. Dit geeft een groot gevoel van vrijheid.”

Browne: “Dat spreekt me heel erg aan in Ricks carrière. Die vrijheid om andere dingen te doen dan alleen maar standaard onderzoek. Zoals bijvoorbeeld het opzetten van het Julius Centrum, Julius Clinical en het e-learning platform Elevate. Zo’n combinatie zal mij het meeste voldoening geven in mijn carrière.”

Bestuurswerk: scheppend en creatief
Grobbee noemt het ‘een van de beste beslissingen van zijn carrière’ om als hoogleraar te switchen van Rotterdam naar het UMC Utrecht. Grobbee: “In die tijd was het niet heel gebruikelijk om als hoogleraar over te stappen. In Rotterdam stond het onderzoek een beetje op afstand van de kliniek. In Utrecht kon ik die kliniek met het Julius Centrum niet alleen dichterbij brengen, maar ik kon ook een vrijplaats creëren voor epidemiologisch en aanverwant onderzoek.”

Als voorzitter van het Hart- en Vaatcentrum, oud-sectievoorzitter van de KNAW, program director binnen het academische epidemiologisch onderwijs aan het UMC Utrecht en oud-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Epidemiologie, is hij ongelooflijk veel tijd kwijt geweest aan bestuurswerk. Had hij die niet beter kunnen besteden aan zijn onderzoek? Grobbee: “Natuurlijk gaat er veel tijd verloren aan zaken als vergaderen. Maar je moet efficiënt zijn, ik heb er ook altijd een fors onderzoeksportfolio naast gehad. Het is het allemaal waard geweest. Bestuurswerk is net zo’n scheppend en creatief proces als onderzoek doen.”

Geen wetenschap voor de wetenschap
Met enige regelmaat mengen de twee medische wetenschappers zich in het publieke debat. Dat is een primaire taak van de wetenschap, stelt Grobbee: “De wetenschap doen wij niet voor de wetenschap, maar om de wereld beter en de mensen gezonder te maken. De kennis die wij opdoen, moet de maatschappij iets opleveren. Dus moet je je ook kenbaar maken aan de maatschappij en je opvattingen in het publieke debat naar voren brengen.”

Het is een van de wijze lessen die Grobbee als mentor overbrengt op zijn pupillen, vertelt Browne. “Ik vind het niet alleen noodzakelijk, maar ook heel leuk om over mijn onderzoek te vertellen. Ik krijg daar veel ruimte voor, zo blog ik voor Faces of Science en heb ik verschillende interviews gegeven de afgelopen jaren. Enerzijds kun je de publieke opinie beïnvloeden dankzij jouw inzichten en resultaten, anderzijds moet je informeren wat je precies aan het doen bent. Wat we doen, wordt namelijk mede betaald van publieksgeld. Dus moet er ook resultaat zijn voor de samenleving, in plaats van dat alles in de ivoren torens van de journals blijft hangen.”

Grobbee over Brownne:
“Joyce is creatief, denkt in oplossingen en is spontaan. Net zoals ik, is ze snel enthousiast.” “Mijn risico is dat ik met te veel verschillende dingen tegelijk bezig ben, al ben ik daar in de loop der tijd wel wijzer in geworden. Dat geldt ook voor Joyce. Zeker in het begin pakte ze zoveel dingen aan dat ze niet alles volledig kon uitwerken of doordenken.”
Browne over Grobbee:
“Rick kan in korte tijd heel veel informatie verzamelen, begrijpen en vervolgens transformeren tot nieuwe ideeën of verbeteringen voor lopende zaken. Bovendien heeft hij een fenomenaal netwerk dat hij zeer effectief inzet.” “Ook bij Rick is zijn sterkte zijn zwakte. Soms heeft hij al na vijf zinnen het hele plaatje door en wordt hij ongeduldig of zelfs ongeïnteresseerd als zijn gesprekspartner doorgaat met vertellen.”

Meer afleveringen lezen ín de serie Jonge Hond Oude Rot? Klik hier.

Facebook Twitter Whatsapp Mail