Joost Eerdmans, nu wethouder in Rotterdam, werd als presentator van de actualiteitenrubriek UitgesprokenWNL beticht van 'activisme' en 'meningenjournalistiek'

Promoverende omroepbaas ziet kloof tussen wetenschappers en journalisten

Body: 

Eigenwijze journalisten kunnen niet tegen kritiek, maar mediawetenschappers zijn vaak blind voor belangrijke aspecten van de journalistieke werkelijkheid. Met zijn proefschrift, waarin hij pleit voor meer “betrokken” journalistiek, probeert de mediadirecteur van KRO-NCRV Taco Rijssemus een brug te slaan tussen de twee werelden.

Hoe bedrijf je journalistiek vanuit een levensbeschouwelijke visie? Voor die vraag kwam KRO-NCRV mediadirecteur Taco Rijssemus te staan toen de vers aangetreden voorzitter van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) Henk Hagoort in 2008 opriep tot een afwisselender medialandschap. “Drie keer de Volkskrant”, zo bestempelde Hagoort de actualiteitenrubrieken van destijds.

Rijssemus, eerder werkzaam als hoofdredacteur van Hart van Nederland en als SBS-directielid, zag hoe Hilversum worstelde met de nieuwe opdracht. De nieuwe actualiteitenrubriek Uitgesproken afwisselend verzorgd door VARA, EO en WNL liep spaak door onderling geruzie over de wijze waarop de gewenste pluriforme journalistiek gestalte moest krijgen. 'Meningenjournalistiek' lag bij sommige redacties op de loer, zo luidde de kritiek. Het dilemma was voor Rijssemus aanleiding tot het schrijven van een proefschrift.

U had hier ook een interne commissie op kunnen zetten? Waarom een wetenschappelijke studie?
“De interesse voor de wetenschappelijke kanten van mijn werk is altijd gebleven, ik heb ook altijd de vakliteratuur gevolgd. Als communicatiestudent in Nijmegen en later aan de Sorbonne in Parijs was ik echt wetenschappelijk gedreven. In dit vraagstuk zag ik een aanleiding om weer iets te doen met die interesse.

“Ik had het geluk dat de publieke omroep reflectie op media-aspecten aanmoedigt en dat de Raad van Toezicht van de KRO dit voorstel interessant vond. Maar als ik bij de SBS was blijven werken, had ik misschien een onderzoek gedaan naar journalistiek in een commerciële context.

“Joost Raessens, nu hoogleraar Mediatheorie in Utrecht, kende ik nog uit mijn tijd in Parijs. We zijn altijd contact blijven houden. Toen ik het idee had om me in dit onderwerp te verdiepen, heb ik hem om hulp gevraagd. Hij adviseerde me Valerie Frissen uit Rotterdam erbij te vragen als co-promotor.”

U zegt met u proefschrift wetenschap en praktijk bij elkaar te willen brengen. Is het gat zo groot?
“Ja, dat ondervond ik al toen ik vanuit Parijs - waar ik werd gevoed met de postmoderne ideeën van Foucault - in de journalistiek belandde. Als beginnend verslaggever blijk je dan heel weinig te kunnen met een relatieve werkelijkheidsopvatting, in de journalistiek moeten de feiten immers nog altijd voor zich spreken. Waar de wetenschapsfilosofie een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt, kun je dat van de journalistiek niet bepaald zeggen.

“Maar tegelijkertijd begrijp ik ook wel waarom de journalistiek vaak wat argwanend staat tegenover de analyses van wetenschappers. Als mediadirecteur lees ik veel wetenschappelijke adviezen over wat journalisten wel of niet zouden moeten doen, waarin essentiële dingen gemist worden. Als je bijvoorbeeld zegt dat media meer aandacht zouden moeten besteden aan ‘Europa’ dan misken je economische dimensie van journalistiek. Het nieuws moet wel gelezen worden.

“Ik merk dat ik als insider wél de autoriteit heb om journalisten kritiek te geven. Het maakt uit dat ik bijvoorbeeld bij Hart van Nederland heb gewerkt en niet als wetenschapper kan worden weggezet.”

Hoe kan dit wetenschappelijke proefschrift de journalistieke praktijk gaan veranderen?
“In mijn proefschrift onderzoek ik de manier waarop de meeste journalisten claimen te werken: neutraal, waardenvrij, niet-sturend. Ik laat zien dat journalisten wel wat bescheidener mogen zijn in die claim. De berichtgeving is vaak helemaal niet zo “objectief” als ze zeggen. Het NOS-journaal zegt neutraal te zijn, maar feitelijk weerspiegelt het vooral het maatschappelijk midden. De ruimte voor geluiden die daarvan afwijken is klein.

“Daarnaast maak ik aannemelijk dat je niet per se hoeft te vervallen in 'meningenjournalistiek' als je die neutrale journalistieke werkwijze niet volgt. Er is een interessante derde weg mogelijk. Ook als je als journalist vanuit een specifieke overtuiging op “betrokken” wijze verslag doet, kun je dat doen op basis van feiten. Die werkwijze biedt bovendien veel meer ruimte voor andere stemmen en voor een interpretatie van de context van een nieuwsfeit. Sla het Nederlands Dagblad er maar op na, kijk naar Tegenlicht of Zembla.

“Tot nu toe leren studenten journalistiek vooral hoe ze neutraal nieuws moeten brengen. Als je het anders wilt doen, dan moet je zelf uitzoeken hoe. Ik laat nu zien dat goede “betrokken” journalistiek eveneens aan een aantal regels voldoet. Die zou je studenten ook kunnen meegeven in hun opleiding.”

Taco Rijssemus promoveert vrijdag 14 november. Zijn proefschrift verschijnt onder de titel De Rekbare Waarheid in een handelseditie bij Amsterdam University Press

Facebook Twitter Whatsapp Mail