Volkskrant- en Correspondent-medewerker Rutger Bregman voelt zich geen 'klassieke' journalist'

Rutger Bregman: ‘Cijfers verhullen wat er echt aan de hand is bij universiteiten’

Body: 

Voor De Correspondent onderzoekt Rutger Bregman de universitaire wereld. De UU-alumnus is daarnaast jurylid bij de DUB-verkiezing van een nieuwe Campuscolumnist. “Er is genoeg om over te schrijven. Studenten en onderzoekers lijken soms in een heel andere wereld te leven dan de universitaire bestuurders.”

Voor De Correspondent onderzoekt Rutger Bregman de universitaire wereld. De UU-alumnus is daarnaast jurylid bij de DUB-verkiezing van een nieuwe Campuscolumnist. “Er is genoeg om over te schrijven. Studenten en onderzoekers lijken soms in een heel andere wereld te leven dan de universitaire bestuurders.”

De media moeten het falen van het wetenschappelijke systeem blootleggen, betoogden de Utrechtse hoogleraren Frank Miedema en Wijnand Mijnhardt onlangs op DUB. Zij riepen journalisten op de academische wereld binnen te dringen. Een beetje op de manier zoals Joris Luyendijk op de site van het Britse dagblad the Guardian het wilde woud van de bankierswereld betrad.

De Utrechtse historicus Rutger Bregman (25) is columnist bij de Volkskrant en wordt gezien als een groot talent in publicistenland. Hij lijkt voor het nieuwe online-medium De Correspondent de handschoen op te pakken. Bregman gaat onderzoek doen naar de (systeem)crisis binnen universiteiten. Een eerste verslag van een discussie van universiteitsbobo’s over de kritiek van Miedema en Mijnhardt ging vergezeld van een vraag aan lezers: of zij tips hebben over publicatiedruk, diploma-inflatie en fraude in de wetenschappelijke wereld.

Ben jij inderdaad de Joris Luyendijk van het hoger onderwijs?
“Nou, laat ik daar niet al te bombastisch over doen. Ik ga gewoon met veel mensen praten en me een slag in de rondte lezen. Maar het is wel zo dat Joris Luyendijk een belangrijke inspiratiebron is voor De Correspondent. Luyendijk laat op zijn Banking Blog zien hoe nuttig interactie met lezers kan zijn. Internet biedt daar geweldige mogelijkheden toe; het journalistieke proces wordt inzichtelijk gemaakt. Op mijn eerste blogje kwamen bijna 100 reacties binnen, en anders dan de comments die je leest bij de Telegraaf of zo, zijn dat vaak heel genuanceerde en afgewogen verhalen.”

Wil jij de nieuwe campuscolumnist van de UU worden? Stuur dan voor 1 december twee columns in. Lees voor meer informatie dit artikel.

Waarom vind je die universitaire wereld interessant?
“Als er wordt geschreven over hoger onderwijs dan is dat vaak omdat er weer nieuwe cijfers zijn of nieuwe ranglijstjes. Het gaat om een omgeving die erg gedreven is door aantallen publicaties, prijzen en ga zo maar door. Ik bespeur daarbij een neiging om kwantiteit en kwaliteit om te draaien. Het heeft iets van een Potemkindorp. Het ziet er mooi uit, maar het klopt niet.
“Dat cijfers veel lijken te verhullen in het hoger onderwijs heb ik al eerder beschreven, maar alles kwam in een stroomversnelling toen ik sprak met Wijnand Mijnhardt. Die kende ik vanuit mijn studie als een buitengewoon genuanceerd man, maar als het gaat over de stand van de wetenschap doet hij uitermate straffe uitspraken. De toon van het manifest dat hij samen met anderen schreef, vind ik fascinerend. Bovendien komt de kritiek nu eens niet van outsiders, maar vanuit het hart van de wetenschap, van leden van de KNAW (de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, red.).”

Je schrijft ook over andere thema’s. Wat is het verschil?
“Wat ik zo bizar vind, is dat ik eigenlijk alleen maar instemmende reacties krijg op de kritische stukken die ik schrijf over universiteiten. Van academici, bedoel ik dan. Bestuurders zijn vaak wat minder enthousiast. Zelfs als ik met een heel pittige mening kom en bijvoorbeeld zeg dat er gewoon veel te veel studenten aan de universiteiten studeren, hoor ik vooral veel goedkeuring. Dat is wel even anders als ik schrijf over bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, migratie of over de noodzaak van een basisinkomen. Er lijkt echt een verschil te zijn tussen de wereld van de studenten en de onderzoekers en de wereld van de universiteitsbestuurders die vrolijke verhalen vertellen over rankings en dat het allemaal zo lekker gaat.”

Waaruit blijkt dat dan bijvoorbeeld?
“Ik heb zelf geschreven over het Rotterdamse experiment met nominaal = normaal. (Studenten moeten alles halen, maar onvoldoendes zijn toegestaan, red.) Rector Henk Schmidt kwam overal opdraven met geweldige cijfers. Sinds de invoering van dat systeem waren de rendementen na een jaar al even hoog als eerder na twee jaar. Studenten waren eindelijk harder gaan werken, luidde de verklaring. Maar nota bene uit een eigen onderzoek van de Erasmusuniversiteit blijkt dat dat helemaal niet zo is. Studenten studeerden afhankelijk van het vakgebied ietsje meer, net zo hard of zelfs minder hard. Een klassiek staaltje van diploma-inflatie, concludeer ik dan.”

Ooit wilde je zelf de wetenschap in…
“Ja, ik wilde altijd promoveren maar ik ben uiteindelijk afgeknapt op het nogal esoterische gehalte van veel onderzoek binnen de geesteswetenschappen. Ik had geen zin om vier jaar alleen maar bezig te zijn met een middeleeuwse kloosterorde in Noordwest-Friesland of iets soortgelijks. Ik wilde iets nuttigs doen met mijn historische kennis, of althans iets waarvan ik het gevoel had dat het nuttig was. Dan kom je al snel bij de krant terecht. Ik ben nu heel blij met de manier waarop ik bij De Correspondent de academische manier van werken kan combineren met een journalistieke aanpak. Ik mag de tijd nemen voor langere stukken, die toch heel actueel zijn.”

Hoe omschrijf je jezelf nu? Journalist dus ook?
“Ik voel me geen klassieke journalist. ‘Journalist’ klinkt een beetje als: bellen en dan snel een stukje tikken. Ik ploeg liever zelf een CBS-rapport door dan dat ik telefoneer met een medewerker. Ik geloof ook niet in die zogenaamde journalistieke objectiviteit. Met stukjes van ‘die vindt dit en die vindt dat, zoek het maar uit beste lezer’ heb ik helemaal niets. Ik duik nu in die universitaire wereld omdat ik denk dat er iets mis is. Over die motivatie hoef je toch niet geheimzinnig te doen? Vervolgens moet je natuurlijk wel de verschillende kanten onderzoeken en alle partijen horen. En je moet je mening ook durven te herzien. Ik heb net bijvoorbeeld geschreven over de vermeende 'promovendifabriek' en dat is echt een complex, gelaagd verhaal."

Wat verwacht jij van een nieuwe campuscolumnist van de universiteit?
“Van het soort columnisten dat beschrijft wat er vanochtend nu weer bij de Albert Heijn gebeurde, hebben we er genoeg. Ik zie veel liever dat iemand kritisch schrijft over wat er aan de hand is aan de universiteit. Als dat kan aan de hand van persoonlijke ervaringen is dat alleen maar mooier. En onderzoeken erbij halen, zou ik zeggen. Lezen! Naar mijn idee zou een goede column ook een nieuwsbericht moeten kunnen zijn. Je doorloopt hetzelfde journalistieke proces, maar je schrijft het anders op. Met een beetje column ben je anderhalve dag bezig. Reken daar maar op.”

En de onderwerpen?
“Die liggen naar mijn mening voor het oprapen. Neem al die rankings. De Nederlandse universiteiten staan daar altijd vrij hoog op. Het gaat goed met het Nederlandse universitaire onderwijs, lezen we daarom vaak. Maar als je nu eens dieper in de data duikt, dan blijkt dat we inderdaad hoog scoren als het gaat om wetenschappelijke publicaties en reputatie etcetera. Maar op één punt doen we het juist relatief slecht: op onderwijs dus. Zoiets kun je als journalist blootleggen, maar ook als columnist.”

Welke columnist kunnen we als voorbeeld nemen?
“Ze is onlangs heel terecht uitgeroepen tot beste columnist van Nederland: Sheila Sitalsing. Zij schrijft superscherp en maakt prachtig gebruik van stijlmiddelen als ironie of sarcasme, maar daarnaast heeft ze altijd onderzoek gedaan.”

Denk je dat veel studenten zo’n kritische campuscolumnist zouden willen zijn?
Bregman glimlacht: “Als ze het niet uit verontwaardiging willen, dan doen ze het wel voor hun cv. Of nou ja, dat is misschien wat cynisch. Maar wat wel waar is: ik ontmoet veel apathische studenten. Ze zijn slecht op de hoogte, of beschouwen hun problemen als iets individueels. De systeemkritiek zoals studenten die 30 jaar geleden nog formuleerden was lang niet zaligmakend, maar een beetje meer van dat mag misschien wel. Voor een deel wordt de desinteresse trouwens ook veroorzaakt door een uitholling van de macht van de medezeggenschapsorganen. Studenten kunnen steeds moeilijker een vuist maken.
“Ondertussen loopt de beeldvorming van universiteiten steeds verder uit de pas met de werkelijkheid. In een van mijn artikelen verwees ik naar een studie naar de publieksvoorlichting van de Universiteit Utrecht. Daaruit blijkt dat in beleidsnotities 30 jaar geleden werd gesproken over 'altijd eerlijk zijn', maar dat het tegenwoordig gaat om: 'een reputatie bij stakeholders die congruent is met wat de universiteit wil zijn'. Het staat gewoon zwart op wit. Ik hoop daarom dat er een campuscolumnist komt die daar flink tegenaan blijft trappen.”

advertentie

Facebook Twitter Whatsapp Mail