Stapelaars aan de UU: havist wordt hoogleraar, vmbo’er MA

Body: 

Jezelf opwerken van vmbo of havo naar de universiteit is steeds lastiger. In een wereld waar diploma’s steeds belangijker worden, is dat verontrustend, vinden voormalige stapelaars UU-hoogleraar Ruud Schotting en net afgestudeerde Niels van der Grift.

Jezelf opwerken van vmbo of havo naar de universiteit is steeds lastiger. In een wereld waar diploma’s steeds belangijker worden, is dat verontrustend, vinden voormalige stapelaars UU-hoogleraar Ruud Schotting en net afgestudeerde Niels van der Grift.

‘Als je voor een dubbeltje geboren bent, bereik je nooit een stuiver meer,’ zingt cabaretier Louis Davids in 1935. Een gevleugelde uitspraak, maar die gaat in Nederland niet meer op. Of toch? Ongelijkheid in het onderwijs neemt toe - onder andere doordat het stapelen van opleidingen steeds minder voorkomt.

Uit De staat van het onderwijs, een jaarlijkse publicatie van de Inspectie van het Onderwijs, blijkt dat ‘opleidingstapelen’ afneemt sinds studiejaar 2013-2014. Vmbo’ers gaan minder snel naar de havo, het vwo verwelkomt minder havisten. In het vervolgonderwijs stromen afgestudeerde mbo’ers minder vaak door naar het hbo en ook het aantal hbo’ers dat doorstroomt naar de universiteit, krimpt.

Staatssecretaris Sander Dekker kwam in reactie hierop met cijfers die laten zien dat het aantal vmbo’ers dat naar de havo gaat, wel nog steeds minder is dan in 2013-2014 maar er ook weer een stijging van 2 procent te zien is.

Aan de dalende ontwikkeling liggen, volgens de Inspectie, verschillende zaken ten grondslag. Zo is het advies van de docent meer leidend geworden in het plaatsen van scholieren dan de cito-score en zijn klassen homogener: bredere brugklassen, zoals havo/vwo, sterven uit. Hierdoor vindt selectie op jongere leeftijd plaats.

Ook hanteren scholen - participerend op verscherpte exameneisen en strevend naar hogere examencijfers en hoger rendement - steeds strengere overgangsnormen, mogen afgestudeerde mbo-studenten niet meer met iedere vooropleiding naar het hbo en krijgen hbo’ers voornamelijk financiële hobbels voor hun kiezen als ze naar de universiteit willen. De kosten voor universitaire pre-masterprogramma’s mogen immers oplopen tot anderhalf maal het wettelijk collegegeldtarief.

De dupe, verklaart Edith Hooge, hoogleraar Onderwijsbestuur aan de Universiteit van Tilburg in de Volkskrant: kinderen uit lagere sociale milieus en laatbloeiers. Want eerstgenoemde groep krijgt vaker een lager advies mee van de basisschool en stroomt eerder af (terwijl kinderen van hoogopgeleide ouders hoger geplaatst worden en sneller opstromen) en lijkt ‘leenangst’ vooral voor deze groep op te gaan. Meer gerichte en eerdere plaatsing is daarnaast funest voor de laatbloeier: de zwakkere leerling trekt zich niet langer op aan de sterkere leerling.


Ruud Schotting: hoogleraar zonder universitair diploma

‘Als je aantoonbaar geschikt bent, zelfs zonder diploma, moet je kunnen stapelen’

Je kunt Ruud Schotting, hoogleraar Kwantitatief Watermanagement, zo’n laatbloeier noemen. Hij begon na de lagere school weliswaar op het atheneum, maar zijn rockbandje was hem zo lief, dat hij snel afstroomde. Pas in het laatste jaar van de havo kreeg hij, met dank aan een bevlogen natuurkundedocent, de geest: hij besloot technische natuurkunde te studeren op de HTS. Het begin van een weerbarstig carrièrepad, waarin hij het uiteindelijk tot hoogleraar schopte.

Schotting: “Na de HTS kwam ik terecht bij het Laboratorium voor Grondmechanica, het huidige Deltares, waar ik vervangende dienstplicht deed. Daar mocht ik na mijn dienstplicht blijven als adviseur-onderzoeker. Na vijf jaar ging ik naar de TU Delft als onderzoeksassistent. Ik volgde er ook wis- en natuurkundecolleges. Mijn leidinggevende vond dat ik kon promoveren op mijn onderzoek. Dat vond ik niet eenvoudig maar dankzij een detachering bij het Centrum voor Wiskunde en Informatica, een NWO-instelling, kreeg ik de kans in twee jaar en drie maanden mijn proefschrift af te ronden.”

Daarna ging het snel: op universitair docent volgde na twee jaar universiteit hoofddocent en enkele jaren na zijn overstap van Delft naar Utrecht sleepte hij een leerstoel van Oman in de wacht.

Schotting is blij met zijn route. “Ik heb meer gezien dan collega’s die de reguliere route gevolgd hebben. Zo heb ik praktijkervaring, ik heb proeven gedaan in het lab. Kan met ingenieurs praten, weet wat er speelt in “de echte wereld” en heb bovendien een enorm netwerk. Dat is óók fijn voor mijn studenten die een stageplek of baan zoeken: iedereen heeft een kruiwagen nodig.”

Toch ziet hij dat stapelen en meanderen lastiger wordt — laat stáán zonder academisch diploma een promotietraject ingaan. Zonde, vindt Schotting, want niet iedereen zit direct op het juiste spoor. “Door het systeem dicht te timmeren gaat veel talent verloren. Diploma’s worden belangrijker, maar diploma na diploma halen wordt lastiger. Als je aantoonbaar geschikt bent, qua capaciteiten, ervaring en zeker qua enthousiasme — moet je wat mij betreft gewoon toegelaten kunnen worden op een vervolgopleiding.”


Niels van der Grift: klassieke stapelaar is nu Master of Arts

‘Zonder mijn ouders was het misschien niet gelukt’

Niels van der Grift (26) ondervond jaren geleden al dat stapelen niet zonder slag of stoot gaat. Drie vormende basisschooljaren lang woonde hij in Frankrijk. Toen hij als achtstegroeper terugkwam, sprak hij weliswaar vloeiend Frans, zijn Nederlandse grammatica was zo slecht dat zijn leerkracht hem  - ondanks zijn havo/vwo-score op de citotoets -  naar het vmbo stuurde. Hoewel Nederlands een pijnpunt bleef, ging dat goed: hij stroomde op en ondertekende na vijf jaar zijn havo-diploma.

Zijn cijfers waren misschien niet denderend, maar wel prima. “Een leuke hbo-opleiding vond ik niet, dus besloot ik vwo te gaan doen. Dat vond de onderdirecteur geen goed idee: hij stuurde me weg, hij vond mijn cijfers te laag.” Van der Grifts ouders grepen in. ‘We maakten een afspraak met school: ik mocht het proberen — maar als ik vwo5 niet in één keer zou halen, moest ik stoppen.”

Hij haalde het. Vervolgens rondde hij de universitaire bachelor Media en Cultuur nominaal af, later volgde de master New Media & Digital Culture.

Inmiddels is Van der Grift freelance videomaker. “Ja, een creatief en praktisch beroep. Er is ongetwijfeld een geschikte praktijkopleiding voor, toch zou ik achteraf dezelfde keuzes maken: door mijn studie voel ik mij een wetenschapper in hart en nieren — ik heb een kritische state of mind. Dat draag je altijd met je mee.”

“Maar”, geeft hij grif toe, “zonder mijn ouders was het misschien niet gelukt. Hun arbeidsethos is hoog en in hun werk hebben zij beiden te maken met onderwijs en onderzoek. Op de havo had ik wel iets anders aan mijn hoofd dan hoge cijfers halen: vrienden, een meisje. Maar mijn ouders stimuleerden mij het beste uit mezelf te halen. Hun motto was: “doe je best, meer kan je niet doen”.

Hij beseft dat niet elke jongere zulke ouders heeft. “En op die leeftijd hebben veel jongeren die intrinsieke ambitie misschien nog niet. Ik vind het daarom scheef om leerlingen op zo jonge leeftijd al zo rigoureus in te delen.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail