Taalfouten gaan studenten punten kosten. Foto: Coenders

Studenten worstelen met taal: ‘Zijn de cijfers al bekent?’

Body: 

Lachen, die taalfouten. Niet dus. Je kunt ze als student maar beter vermijden. Om de zwakke taalbroeders bijtijds te signaleren, worden alle eerstejaars studenten Nederlands onderworpen aan het Schrijfproject. Hun papers worden niet alleen inhoudelijk beoordeeld, maar worden ook nagekeken op taal. Andere opleidingen geven aparte schrijfcursussen.

Lachen, die taalfouten. Niet dus. Je kunt ze als student maar beter vermijden. Om de zwakke taalbroeders bijtijds te signaleren, worden alle eerstejaars studenten Nederlands onderworpen aan het Schrijfproject. Hun papers worden niet alleen inhoudelijk beoordeeld, maar worden ook nagekeken op taal. Andere opleidingen geven aparte schrijfcursussen.

“Laatst mailde een student mij met de vraag of ‘de cijfers al bekent’ waren,” zegt Hannie den Ouden, docent bij het departement Nederlands aan de Universiteit Utrecht. Pikant detail: de student volgde bij haar een cursus schrijfvaardigheid . “Het niveau holt achteruit,” zegt ze. Het taalprobleem vindt zijn oorsprong volgens Den Ouden in het middelbaar onderwijs:  “Er is daar geen aandacht meer voor het schrijfaspect bij andere vakken dan Nederlands. Terwijl er bij aardrijkskunde, maatschappijleer of natuurkunde ook op schrijfvaardigheid gelet zou moeten worden. Het is een ramp dat dat niet gebeurt.”

Taalfouten: de één maakt ze nooit, de ander maakt ze bij de vleet. Friederike de Raat was als eindredacteur van NRC Handelsblad drie jaar professioneel met taal in de krant bezig. De meest opvallende en onuitroeibare fouten tekende ze op in het boekje Hoe bereidt je een paard? Gebruik gewoon ‘ingewijde’ in plaats van ‘insider’, weet dat ‘te veel’ niet hetzelfde betekent als ‘teveel’ en gebruik de 'smurfenregel' als je twijfelt over de dt, schrijft ze. In dit artikel zijn een paar voorbeelden gegeven. DUB geeft een paar exemplaren van het boek weg. Scroll naar het einde van het verhaal.

Docenten klagen over het niveau waarop studenten de taal beheersen. Hoogleraar Cultuurgeschiedenis Joris van Eijnatten schat dat zo’n 25 procent van zijn studenten elementaire taalfouten maakt. “Dan gaat het om dingen op basisschoolniveau, zoals de d’s en t’s.” Het kost veel tijd studenten te corrigeren, zegt hij. “Ik zou er niet tegen zijn om een norm te stellen: in de eerste twee jaar nog enige coulance, daarna volgt een onvoldoende als studenten elementaire taalfouten maken. Ik trek nu een halve tot één punt af van het cijfer.” Den Ouden: “Het gaat niet alleen om fouten in de werkwoordspelling, maar ook om het kunnen denken vanuit de structuur van een tekst. Je moet een betoog kunnen opbouwen.”

En dan gaat het hier alleen nog maar om het Nederlands. Van Eijnatten: “Heel problematisch wordt het als studenten die al zwak zijn in de Nederlandse taal ook Engels gaan schrijven. Dat kost handenvol tijd.”

Repareren
Op taalgebied is er dus werk aan de winkel voor de universitaire opleidingen; daarover zijn de meeste betrokkenen het wel eens. Maar de aanpak verschilt per opleiding. Vaak wordt in het eerste jaar een cursus schrijf- en onderzoeksvaardigheden aangeboden. Bij Geschiedenis heet dat bijvoorbeeld Onderzoeksseminar-I, en bij Taal- en Cultuurstudies (TCS) Schrijven en presenteren.

’25 procent’ – De vuistregel is dat cijfers uitgeschreven worden (‘dertien’ in plaats van ‘13’), tenzij het getal zo lang is dat het verwarrend wordt. De Raat: “De getallen een tot en met twintig, tientallen, honderdtallen, duizendtallen, miljoen en miljard schrijven we in letters. De rest in cijfers.” Daarom: ‘25’, en niet ‘vijfentwintig’.

“De keuze die opleidingen moeten maken, is of je dwars door het curriculum heen aandacht besteedt aan taal, of dat je dat in aparte cursussen doet,” zegt hoogleraar Tekstontwerp en Communicatie Leo Lentz. Als onderwijsdirecteur bij Nederlands koos hij drie jaar geleden voor het eerste. “Language across the curriculum, heet dat. Het risico van aparte cursussen is dat de vaardigheden die je daar leert helemaal niet ingezet worden bij andere vakken.”

In de wandelgangen bij Nederlands wordt het ‘het Schrijfproject’ genoemd. Hannie den Ouden coördineert het en legt uit hoe het werkt: “We stemmen met de docenten af welke schrijfopdrachten eerstejaars in het eerste blok krijgen. Zeg dat dat er acht zijn, dan worden die allemaal minutieus apart nagekeken en van veel feedback voorzien. We kijken of we vooruitgang zien bij de studenten. Is hun taalbeheersing in orde, dan worden ze niet meer gevolgd. Maar als het niveau onvoldoende is, dan gaan studenten in het tweede blok nog een keer zo’n traject in. Er zijn dan ook klasjes. Het is geen straf, maar een service dat we zo intensief naar hun werk kijken. De meeste studenten zijn er heel positief over.”

‘Schrijfvaardigheidscursus’ – Haal de spellingchecker eroverheen en Word maakt er ‘schrijfvaardigheidcursus’ van, zonder tussen-s. De regels worden hier door Onze Taal uitgelegd. Vaak is zowel het zowel met als zonder tussen-s correct. Door de uitgang ‘-heid’ is de tussen-s hier het meest gangbaar.

Den Ouden schat dat er van de ongeveer tachtig eerstejaars ongeveer een derde ook in het tweede blok onder verscherpt toezicht blijft staan. “Die studenten doen er wat langer over. Maar bij een klein aantal komt het niet goed. Als een student het écht wil, volgen we hem of haar desnoods tot blok vier.”

Raadsel
Toch kan de aanpak niet zo maar vertaald worden naar andere opleidingen. Het departement Nederlands is klein, wat het afstemmen van het eerstejaarsonderwijs makkelijker maakt. Het meeste nakijkwerk in het Schrijfproject wordt gedaan door de studentassistenten, werk dat wordt betaald. Bij Geschiedenis is dit project dan ook niet zomaar te kopiëren, zegt Van Eijnatten. “In de themacolleges in het tweede jaar heb ik zestig tot negentig studenten. Hoe je die in vredesnaam nauwkeurig op taal moet corrigeren, is mij een raadsel. Extra personeel hebben we daar niet voor.”

Als aan die bezwaren tegemoet kan worden gekomen, heeft Van Eijnatten wel oren naar de aanpak van Nederlands. “Het is een heel goed idee, al zouden er wel consequenties aan verbonden moeten worden voor de student.”

De meeste opleidingen bij de faculteit Sociale Wetenschappen kennen een taaltoets. “De toets is niet verplicht,” zegt beleidsmedewerker Joki van de Poel, “maar doordat het een vaste plek in het curriculum heeft gekregen, wordt de toets door het gros van de studenten gemaakt.” Dat gebeurt met wisselend succes, geeft ze aan, maar de tutoren merken dat de toets voor studenten een duidelijke signaalfunctie heeft. Daarnaast ondersteunt de faculteit docenten als het gaat om 'streng nakijken': “Staan er te veel taalfouten in dan mogen docenten het werkstuk met een onvoldoende waarderen.”

‘Engels’ – Volgens Van Raat staat het onnodig gebruik van Engels op de tweede plaats van taalergernissen, na de dt-fout. Poll, deal, speech, dat kan makkelijk vervangen worden door peiling, verdrag en toespraak. In dit artikel staat de term language across the curriculum, waar voor zover bekend geen Nederlands equivalent voor is.

Ook bij Rechten is er een niet verplichte taaltoets. Onderwijsdirecteur Marian Joseph: “Zo’n 85 procent van de eerstejaars studenten heeft de toets dit jaar gemaakt. Is het resultaat onvoldoende, dan krijgen ze het advies een cursus spelling en grammatica te gaan volgen bij het James Boswell Instituut.”

De taaltoets werd in 2009 voor het eerst aangeboden. Nu wordt overwogen de taaltoets een minder vrijblijvend karakter te geven. “De toets koppelen aan het bindend studieadvies is een optie”, zegt Joseph, “maar ook onderzoeken we of de toets een verplicht onderdeel kan uitmaken van de matchingsactiviteiten voor aankomende studenten.” Zelf de grammatica en spelling van studenten opvijzelen, vindt ze geen taak van de opleiding: “Ik wil niet overdoen wat eigenlijk een taak is van de middelbare scholen. Daar ligt de verantwoordelijkheid. Ik wil er vanuit kunnen gaan dat studenten grammatica en spelling beheersen. Bij vakken over onderzoeksvaardigheid besteden we aandacht aan academische schrijfvaardigheid. Taal is wel een beoordelingscriterium.”

Irritatie
En waarom moeten we ook eigenlijk goed kunnen spellen en fatsoenlijke zinnen op papier kunnen zetten? Want in het onlangs verschenen boekje Hoe bereidt je een paard? zegt voormalig NRC-eindredacteur Friederike de Raat (zie kader) dat taalfouten 'in het licht van de wereldgeschiedenis geen ramp zijn'. Maar, vervolgt ze: “Onderschat het effect van een fout niet op taalgevoelige lezers. Taal- en feitelijke fouten kunnen irritatie wekken bij de lezer en het gezag van een tekst ondermijnen.” Van Eijnatten: “Ze leiden af van de inhoud, waar het eigenlijk om te doen is. Dat wekt bij mij onnodige irritatie.”

Dat vindt ook Den Ouden: “Het is heel belangrijk dat je kunt overbrengen wat je bedoelt. Wetenschap is het overbrengen van kennis, of dat nou mondeling in presentaties of schriftelijk in scripties is. De wetenschap wordt gedragen door een goede overdracht van kennis. Anders kunnen we de tent wel sluiten.”

 

Dub mag 3 exemplaren van het boek Hoe bereidt je een paard? weggeven. Stuur een mail naar prijsvraag@dub.uu.nl en vertel waarom wij dit boek aan jou moeten geven.

advertentie

Facebook Twitter Whatsapp Mail