Over de herkomst van het motto van de UU

Universiteit omarmt de Zon der Gerechtigheid

Sol Iustitiae Illustra Nos. Foto: DUB
Het bronzen beeld voor het Academiegebouw met de tekst Sol Iustitiae, Illustra Nos. Foto: DUB

Het bronzen beeld van kunstenaar Theo van der Hoeven voor het Academiegebouw met de tekst Sol Iustitiae, Illustra Nos is geliefd bij kersverse afgestudeerden. Zij  laten zich er gretig vereeuwigen met hun nieuwe bul. Sommigen spreiden hun armen om de zon heen voor een innige omhelsing.

“Sol Iustitiae, Illustra Nos”. Zon der gerechtigheid verlicht ons. De Universiteit Utrecht koos dit als motto bij haar oprichting in 1636, zo vermeldt de universitaire website, maar zonder verdere uitleg over het hoe en waarom. Hoewel al lange tijd werkzaam aan de Universiteit, had ik tot kortgeleden maar weinig nagedacht over deze woorden. De universiteit verkiest voor de homepage nieuwere, wisselende slogans, zoals op dit moment Shaping Science, Shaping Tomorrow.

Plato’s grot
Eigenlijk was de enige gedachte die ik had over dit motto dat het mooi paste bij mijn werk als ethicus, die hedendaagse rechtvaardigheidstheorieën bestudeert. Rechtvaardigheid als universitaire core business, prima.

Als ik zou zijn gevraagd te bedenken waar dit motto vandaan kwam, zou ik waarschijnlijk met Plato’s beroemde allegorie van de grot zijn aangekomen. In de grot zitten de mensen in het duister en zien slechts de schaduwen van de waarheid. De waarheid zelf zien ze pas als ze het pad uit de grot weten te vinden, in het licht van de zon. Zonder zon geen verlichting, geen kennis.

Maar waarom dan zon van gerechtigheid? En waarom niet ‘zon van de waarheid’, als motto voor wetenschap? Rechtvaardigheid lijkt meer iets voor wetgevers of rechters. Misschien wilden de stichters van de universiteit zeggen dat wetenschappers met die waarheid iets goeds moeten doen; bijdragen aan een betere, rechtvaardige wereld? Zo bezien zou het motto een 17e eeuwse aansporing tot maatschappelijke impact vormen.

Sol Iustitiae Illustra Nos in het academiegebouw. Foto: DUB

Sol Iustitiae, Illustra Nos, Academiegebouw. Foto: DUB

Martelpraktijken
Tot zover mijn eigen oppervlakkige gedachten. Mijn kijk veranderde toen ik juni jongsleden de uitdrukking tegenkwam in een artikel in NRC Handelsblad. Daarin wordt verslag gedaan van de droogte en recordtemperaturen in Zuid-Europa, en het verband met klimaatverandering. Het artikel eindigt met de volgende passage:

“‘Un sol de justicia’, zeggen ze weleens in Spanje: de zon van rechtvaardigheid. Die uitdrukking komt voort uit middeleeuwse martelpraktijken waarbij misdadigers urenlang in de brandende zon moesten staan als straf. Of ze de zon in Spanje nu nog steeds zo rechtvaardig vinden valt te betwijfelen.”

Een verwijzing naar een barbaarse Middeleeuwse praktijk, waarbij de term ‘gerechtigheid’ ironisch wordt ingezet, om misdadigers in te peperen dat het hun verdiende loon is… dat is even slikken. Is het verstandig dat de universiteit zich daardoor laat inspireren?

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Spaanse websites op het internet suggereren dat die straf werd toegepast door de Inquisitie, als een van de straffen die ‘goddelijke gerechtigheid’ moesten belichamen. Ook oudere culturen, zoals de Sumeriers en de Egyptenaren, pasten deze vorm van marteling al toe.

Met de Inquisitie zijn we in religieuze sferen aangekomen. En daar moeten we de oorsprong van de term ‘zon der gerechtigheid’ inderdaad zoeken. In het boek Maleachi uit het Oude Testament komt het voor in de volgende passage: ‘Voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn’ (Mal. 4:2). Hier verwijst de zon naar God, die op de Dag des Oordeels de godvruchtigen onder Zijn hoede neemt. Later werd Christus met de zon der gerechtigheid geassocieerd, Wie zijn of haar leven leidt in het licht van de Zon der gerechtigheid, is een goed Christen en zal gered worden.

Onoverwinnelijke zon
Nog iets dieper speuren leerde me echter dat de zon der gerechtigheid ouder is dan de Christelijke theologie en uit het Midden-Oosten komt. Plato had het dus niet zelf verzonnen. De zon werd in allerlei culturen aanbeden als bron van licht, goedheid, waarheid, bron van leven. Met de opname in de Bijbel kon de oudere, heidense praktijk van zonne-aanbidding worden getransformeerd in een voor Christenen acceptabele vorm. Dat was belangrijk, want in de eerste eeuwen concurreerde het Christendom met andere religies. Bijvoorbeeld met de Mithras-cultus, waarin de zonnegod als “Sol Invictus” (onoverwinnelijke zon) werd voorgesteld. Met de “sol Iustitiae” brachten de Christenen hun eigen merk in de race.  

We hebben dus te maken te hebben met een metafoor die ook in voor-Christelijke culturen al bestond. En, zoals we al zagen, bestond het vastbinden in de zon als martelpraktijk ook al eerder. Het Christendom nam beide, metafoor voor God en martelpraktijk in naam van God, dus over. Veel nieuwe kennis. Maar wat me nog steeds niet duidelijk was: hebben Goddelijke metafoor en marteling nu iets met elkaar te maken, of betreft het hier een oppervlakkige associatie?

De eerdergenoemde Bijbelpassage geeft ons een hint. Christus figureert als rechter op de Dag des Oordeels. Er is een gravure van Albrecht Dürer uit 1499 die dit uitbeeldt. Deze is getiteld Christus als Zon van gerechtigheid, met als ondertitel: ‘De rechter.’ Op die gravure heeft Christus heeft een melancholische blik. Rechtvaardigheid in de praktijk brengen, de schuldigen straffen, dat is verantwoordelijk maar niet per se leuk werk. Rechtvaardigheid doen zegevieren is: leed toebrengen, als middel, om Goedheid te laten overwinnen. Een noodzakelijk kwaad, als vergelding van eerder gedaan kwaad, om de morele orde te herstellen.

Gravure van Albrecht Dürer uit 1499. Foto: Wikipedia

Gravure van Albrecht Dürer uit 1499. Foto: Wikipedia

Inquisitie
De Inquisitie zag het als haar opgave om, tot De Dag des Oordeels aangebroken was, dit werk van Christus op aarde op zich te nemen. Ook die vormen van leed – zoals het vastketenen in de zon – die wij nu als gruwelijk en sadistisch betitelen, werden gelegitimeerd door dezelfde bron, de zon van rechtvaardigheid. Daarbij legde de Inquisitie de bal weer terug bij God, door het lot van de misdadiger in de handen van de zon te leggen. Het vastketenen in de zon was namelijk onderdeel van de rechtsgang, de waarheidsvinding. Uit de afloop bleek Gods oordeel over de verdachte; als deze overleefde, was hij blijkbaar onschuldig, stierf hij dan was hij schuldig. Hier is de zon dus niet symbool voor Gods oordeel, maar functioneert als diens feitelijke werktuig.

De rol van de Inquisitie is als mediator tussen God en degenen over wie recht wordt gesproken. Dat brengt me bij het tweede deel van het universitaire motto, het ‘illustra nos’, verlicht ons. Het motto is een gebed. Het roept Christus aan, om ons bij te staan in ons werk als wetenschappers. In feite plaatst het ons ook – net als de Inquisitie – in de mediërende rol van rechter op aarde. Het zijn uiteindelijk mensen die bepalen wat rechtvaardigheid is, verlicht door Goddelijke inspiratie. Dat is zeker niet alleen maar leuk – het is een zware taak. 

Zon en de klimaatcrisis
De vraag is wat rechtvaardigheid voor ons is. En hoe wetenschappers daar invulling aan moeten geven. De opgave is heikel, want opvattingen over rechtvaardigheid verschuiven nogal eens. Tegenwoordig zien wij vervolging en ketening in de zon van ongelovigen als onrechtvaardig. Met de hedendaagse bril spreken we zelfs over misdaden. Maar wat zijn onze eigen blinde vlekken?

Vandaag is opnieuw de zon het centrum van een drama van schuld en boetedoening. De zon, bron van leven, schonk ons, over de loop van miljoenen jaren, een schat aan fossiele brandstoffen. Maar wij brandden die in hoog tempo op ten behoeve van onze eigen hebzuchtige verlangens. En nu straft de zon ons, in al haar onbarmhartigheid, voor onze eigen daden. De zonnewarmte kan niet meer ontsnappen aan de aardse atmosfeer. Collectief zijn wij geketend in haar onverbiddelijke licht (met als enige troost dat zij ook een deel van de oplossing kan bieden – zonne-energie). We roepen nu de Apocalyps over onszelf af. Opnieuw is de zon, niet symbolisch maar in de meest letterlijke zin, in de rol van Gods instrument. We gaan een decennia of zelfs eeuwen durende Dag des Oordeels tegemoet. En opnieuw hebben we deze straf zelf verdiend.

Sol Iustitiae, Illustra Nos. Logo UU. Foto: DUB

Die dag scheen de zon even niet... Foto: DUB

Of is dit een verleidelijke doch misleidende analyse? Want wie is die ‘we’ die de klimaatcrisis veroorzaakt? De zon straft de mensheid natuurlijk niet als een homogeen collectief. Net zoals bij de ongelukkige slachtoffers van de Inquisitie, komt ook deze zonnestraf bij de verkeerde mensen terecht. De opbrengsten van de fossiele energie (de dividenden van de oliebedrijven, de Westerse levensstijl die deze mogelijk maakt) komen bovenmatig toe aan een kleine bovenlaag van de bevolking op aarde. De 20 procent van de wereldbevolking die het meeste uitstoot, is goed voor 67 procent van alle emissies. De negatieve gevolgen worden in overwegende mate gevoeld door de rest van de wereld, en toekomstige generaties. Wij een vakantie die door een hittegolf verpest wordt. Zij een onleefbaar land. Als dit rechtvaardigheid is…

Sol Iustitiae, Illustra Nos. WOinActie. Foto: DUB

WOinActie. Foto: DUB

Rechter in aardse zaken
Welke rol zouden wetenschappers in het kader van het motto ‘Sol justitiae, illustra nos’ moeten spelen? Blijkbaar zijn we als samenleving nog niet in staat in het licht van de volle waarheid van de IPCC-rapporten te leven. We zitten nog in Plato’s grot, de waarheid tegen beter weten in ontkennend; of al te optimistisch hopend dat de technologische wonderen ons wel zullen redden. Net als tijdens de Inquisitie legitimeren we met behulp van allerlei drogredenen het moedwillig toebrengen van lijden aan anderen. Ik zie het als taak van de universiteit ons in de rol van ‘rechter in aardse zaken’ daarover uit te spreken, ook wanneer die rol pijnlijk is voor onszelf.

Wat bracht de stichters van de universiteit ertoe om in 1636 dit motto te kiezen? De meest voor de hand liggende uitleg is dat de nieuwe universitaire gemeenschap zich een godvruchtige instelling wilde betonen. God, geef ons inspiratie in ons werk! Roelof van den Broek stelde in zijn Diesrede uit 1995 (Hy leeret ende beschuttet. Over wapen en zinspreuk van de universiteit) dat de inspiratie kwam van een glos in de kantlijn van de destijds vigerende Bijbelvertaling. Bij een Psalmenvers waarin God als zon wordt genoemd, staat vermeldt dat de zon symbool is voor het feit dat God ‘leeret’, dat wil zeggen de mensen doceert. Het doceren aan de universiteit is daarmee een door God geprivilegieerde activiteit.

Maar wellicht wilden de oprichters – het is speculeren – daarnaast ook een diepere, verborgen boodschap meegeven? Immers, de Republiek was in 1636 nog verwikkeld in een onafhankelijkheidsstrijd tegen de Spanjaarden. En de Inquisitie was ook hier welbekend. Als die straffen toen ook al onder de naam ‘zon der gerechtigheid’ bekend waren (wat onduidelijk is), betrof de toe-eigening van deze uitdrukking dan ook een verborgen Protestantse kritiek op de Spaanse Inquisitie? 

OK, dit is waarschijnlijk te ver gezocht. Maar hoe dan ook, de pas afgestudeerde studenten op het Domplein die de zon der gerechtigheid omarmen, nemen daarmee ook een grote verantwoordelijkheid op zich. Het motto heeft een rijke cultuurgeschiedenis, met een enorme relevantie voor vandaag. Misschien toch weer op de homepage opnemen?

Sol Iustitiae, Illustra Nos.Bonzen beeld. Foto: DUB

Het bronzen beeld voor het Academiegebouw, 1994. Foto: DUB

Advertentie