Utrechtse geesteswetenschappers worstelen met wetenschapsvisie

Geesteswetenschappers zullen zich moeten manifesteren. Afbeelding uit Wetenschapsvisie 2025 , Keuzes voor de Toekomst.

Van de wetenschapsvisie van minister Bussemaker krijgen veel alfa-onderzoekers het spaans benauwd. Utrechtse geesteswetenschappers vroegen zich deze week af of ze nog wel in beeld komen als straks in een nieuwe Nationale Wetenschapsagenda onderzoekspeerpunten worden vastgesteld. De voorzitter van die wetenschapsagenda maant haar naaste collega’s tot actie.

Een diepe zucht, daarmee begon woensdagavond het debat dat de faculteit Geesteswetenschappen had belegd over de Wetenschapsvisie 2025 (pdf) van minister Jet Bussemaker en de Nationale Wetenschapsagenda die op basis van die visie wordt samengesteld.

Een kleine zestig studenten en medewerkers waren op de bijeenkomst in het voormalige provinciehuis Achter St. Pieter 200 afgekomen. Ook UU-hoogleraar Internationale Betrekkingen Beatrice de Graaf, voorzitter van de Nationale Wetenschapsagenda, was aanwezig.

De zucht komt van religiewetenschapper Birgit Meyer, want ze is “mistroostig”. In de nieuwe wetenschapsvisie wordt volgens haar vooral “economisch gedacht”, of het nu gaat om de bijdrage van wetenschap aan de samenleving of om de competitie van wetenschappers om Europese onderzoeksgelden. “Er is geen reflectie op de werkelijke opbrengst van wetenschap.”

Het alfa-onderzoek blijft bovendien geheel buiten beeld, meent Meyer. “De wereld staat in brand, maar er wordt nergens verwezen naar wat de geesteswetenschappen zouden kunnen bijdragen.”

‘Het had veel erger kunnen zijn’
Andere sprekers deelden woensdag in meer of mindere mate deze observaties van Meyer. Maar historicus Maarten Prak neemt liever een wat pragmatische houding aan. “Het had immers nog veel erger kunnen zijn.”

Prak prijst zich gelukkig dat van het “stupide” idee van één Nederlandse topuniversiteit, een Hollands Harvard, weinig is overgebleven. Daarnaast is hij blij dat de topsectoren die nu veel onderzoeksgeld opeisen van minder groot belang lijken te worden. “Die zijn niet langer de vlag van het beleid.”

Ook de nadruk op jong talent en interdisciplinariteit in de wetenschapsvisie, vindt Prak een vooruitgang. “Daarom moeten we, ondanks al onze bedenkingen, meedoen met dit proces.”

Filosoof Marcus Duwell denkt eveneens dat de geesteswetenschappen, een “onheldere” wetenschapsvisie ten spijt, niet anders rest “dan het spel mee te spelen”. Maar om straks in de wetenschapsagenda prominenter naar voren te komen, moeten de geesteswetenschappen wel veranderen.

“We zijn altijd bang geweest voor de discussie over de werkelijke maatschappelijke relevantie van ons onderzoek. Toch is die overal zichtbaar. Globalisering, klimaatverandering en technologische ontwikkelingen veranderen onze levens. Geesteswetenschappers kunnen helpen het debat over de gevolgen daarvan op een hoger niveau te brengen.”

Prak en Duwell benadrukken dat de geesteswetenschappers met het oog op de Nationale Wetenschapsagenda zich moeten laten gelden. Prak: “De bètalobby wil de topsectoren op de agenda houden. Zij zijn veel beter georganiseerd. Laat de wetenschapsagenda een wake-up-call zijn.” Duwell: Waarom zijn we niet proactiever en komen we niet met eigen ideeën waartoe de politiek zich moet verhouden, in plaats van andersom?”

‘De stem van de Geesteswetenschappen is volstrekt afwezig’
Kort na de pauze neemt Beatrice de Graaf het woord. In vergelijking met de lobby vanuit andere sectoren (“ik weet niet wat ik meemaak”) is het inderdaad stil vanaf de kant van de cultuur- en maatschappijwetenschappen, zo heeft ze na haar aantreden als voorzitter gemerkt. 

Ook in de “kenniscoalitie” van partijen die de opdracht hebben gekregen (pdf) de agenda op te stellen zijn de geesteswetenschappers ondervertegenwoordigd. “Die stem is volstrekt afwezig.”

Dat zal volgens haar echt moeten veranderen, en snel. Dit najaar moeten De Graaf en haar collega-voorzitter Rinnooy Kan de uiteindelijke agenda al vaststellen.

De manier waarop de komende maanden bepaald gaat worden wat de Nederlandse onderzoeksprioriteiten worden, biedt mogelijkheden voor de alfa- en gamma-onderzoekers, zo verklapte De Graaf. De nieuwe agenda gaat op zoek naar grote maatschappelijke uitdagingen, à la de grand societal challenges die de Europese Unie hanteert. “We gaan breed kijken welke vragen de moeite waard zijn.”

Maar dan moeten de geesteswetenschappers wel de handschoen oppakken en samenwerking zoeken met anderen die hun onderzoek kunnen versterken en aanvullen, aldus een openhartige De Graaf. “Het aggregatieniveau wordt belangrijk.”

‘Een mooie gelegenheid om te oefenen’
Literatuur- en cultuurwetenschapper Rosemarie Buikema, de vierde spreker tijdens de bijeenkomst, voelt zich gesterkt door de woorden van De Graaf. Ontwikkelingen binnen de UU zouden nationaal kunnen worden doorgetrokken. "Met het strategisch thema Instituties en in de focusgebieden hebben we bijvoorbeeld echt een opening naar het onderzoek van rechtsgeleerdheid gemaakt.”

Marcus Duwell meent: “Geesteswetenschappers zijn er nooit goed in geweest om verschillende perspectieven op elkaar af stemmen. Dit lijkt me een mooie gelegenheid om te oefenen.”

Birgit Meyer is minder optimistisch. “Ik proef een enorme bereidheid tot pragmatisme. We willen adhoc overal meegrazen. Ik mis een fundament. We denken te weinig na over wat we echt zijn. Dat kans ons de kop gaan kosten.”

Maar daar gaat Maarten Prak niet in mee. “Ik begrijp de minister wel. Die gaat niet zitten wachten totdat we over tien jaar klaar zijn met denken. Die wetenschapsagenda komt er nu. Voorheen ging al het geld naar de topsectoren. Het kan straks alleen maar zo zijn dat er meer naar ons gaat. Maar dan moeten we nu wel meedoen.”

Van links naar rechts: Birgit Meyer, Maarten Prak, avondvoorzitter Josine Blok, Marcus Duwell en Rosemarie Buikema.

Advertentie