UU hofleverancier (oud)studenten tweede editie Sustainability Challenge

Body: 

Zes (oud) UU-studenten staan donderdag 27 november in de finale van de Sustainability Challenge. Tijdens deze wedstrijd krijgen bedrijven voor een prikkie duurzame topideeën van studenten en starters. DUB sprak met drie van hen. “Ik wil me ook graag ontwikkelen in bedrijfsaspecten van duurzaamheid.”

Kunnen de auto’s van PostNL, die gedurende de dag steeds leger raken, parallel aan het wegbrengen van pakketjes misschien iets ophalen? Zijn er mogelijkheden om de versleten ondergrondse stroomkabels van netbeheerder Liander een tweede leven te geven? En hoe kan waterbedrijf Vitens het warmwatergebruik van haar klanten terugdringen? De bedrijven in kwestie komen er niet uit. Dus leggen ze hun vraag voor aan studenten en starters.

Die hebben immers een frisse blik en zien niet overal beren op de weg, is het idee. Zo komen ze met oplossingen die buiten de gebaande paden liggen, maar toch zijn toe te passen. Het is de gedachte achter de Sustainability Challenge, waarin vijf grote Nederlandse bedrijven oplossingen voor duurzaamheidsvraagstukken laten zoeken door twintig (zoveel mogelijk interdisciplinaire) teams van vijf jonge mensen. De finale is op 27 november in het Utrechtse hotel Karel V met in de jury rector Bert van der Zwaan.

Dankzij de Challenge krijgen de studenten en starters een kijkje in de keuken bij grote bedrijven, vergroten zij hun netwerk en spelen zichzelf in de kijker bij potentiële werkgevers. Aan de eerste editie van de Challenge vorig jaar hebben bijvoorbeeld tien van de honderd deelnemers een traineeship of stageplek overgehouden.

Op twee hbo’ers na, zijn dit jaar alle deelnemers afkomstig van een universiteit; met dertig (oud)studenten is de UU hofleverancier. Voor de kandidaten is het waardevol om een keer praktisch bezig te zijn en op een bedrijfseconomische manier naar duurzaamheid te kijken, stelt bedenker van de Challenge Cees Dekker. Dekker: “Tijdens mijn master Sustainable Development aan de UU miste ik dat nogal.” Het mooiste is volgens hem dat er een reële kans is dat een bedrijf de bedachte oplossing daadwerkelijk gaat uitvoeren. Zo is PostNL bijvoorbeeld aan de slag gegaan met het winnende idee van vorig jaar.

De vijf bedrijven (PostNL, Liander, Vitens, VolkerWessels en Cofely) selecteerden honderd deelnemers uit de 175 aanmeldingen. Zij vormden twintig teams (vier per case). Na de kickoff op 4 oktober, twee weken brainstormen, een ‘expertiselab’ op de UU en nog eens twee weken hard werken aan de uitwerking van de oplossing, was eind oktober de halve finale. Per case is één team door naar de finale. De vier weken erna hebben zij workshops gevolgd, gesproken met deskundigen van zowel binnen als buiten ‘hun’ bedrijf en vooral veel van hun eigen tijd besteed aan de oplossing. Het team met de beste oplossing wint. De leden krijgen ieder een Fair Phone, eeuwige roem maar bovenal hebben ze de meeste kans om hun oplossing gerealiseerd te zien.

In gesprek met drie van de zes UU-finalisten:
 

'Hopelijk ga ik het idee terugzien'
 


Youri Boom, 24, master Sustainable Development,
case: PostNL

“In mijn opleiding wordt nauwelijks gesproken over het bedrijfsleven, terwijl ik het erg belangrijk vind om me ook te ontwikkelen in bedrijfsaspecten van duurzaamheid. Het mooie van de Challenge is dat enerzijds veel belang wordt gehecht aan duurzaamheid, anderzijds aan de bedrijfseconomische kant.

“De pakketafdeling van PostNL vroeg zich af: wat voor potentie hebben onze busjes, die gaandeweg de route steeds leger worden? Onze oplossing is om de bezorgers ongebruikte medicijnen te laten ophalen. Aanvankelijk bij zorgtehuizen, later wellicht ook bij consumenten en andere zorginstellingen. In Nederland wordt jaarlijks voor 100 miljoen euro aan ongebruikte medicijnen weggegooid en dan verbrand. De technische mogelijkheden voor het hergebruiken van medicijnen zijn er al. Maar op bijvoorbeeld logistiek vlak staat het nog in de kinderschoenen. Dit is dus het ideale moment voor PostNL om te beginnen.

“Onze oplossing kan dus zeer winstgevend zijn voor PostNL én levert een aanzienlijke bijdrage aan maatschappelijke- en milieuwaarden. Tijdens de halve finale zei PostNL dat ze het echt een goed idee vinden, en dat er mogelijkheden zijn voor implementatie. Vorig jaar heb ik meegedaan aan de eerste editie van de Challenge. We werden tweede, maar Unilever heeft uiteindelijk niets met ons idee gedaan. Hopelijk ga ik het idee dit keer wel terugzien.”


'Ik kraak graag een case'
 


Zillah Kaptein (28), eerder dit jaar afgestudeerd in de master Sustainable Development,
case: Vitens

“Ik doe voor 30 procent mee aan de Sustainability Challenge om mezelf in de kijker te spelen bij bedrijven, voor 70 procent om praktijkervaring op te doen. Ik kraak graag een case en vind het fijn om eens een keer bezig te zijn met een concreet probleem van een echt bestaand bedrijf.

“Vitens wil het warmwatergebruik van hun klanten terugdringen. Daarvoor hebben wij een systeem met sensoren bedacht waardoor mensen tijdens bijvoorbeeld het douchen kunnen zien hoeveel water ze afnemen en welke temperatuur dat heeft. Deze informatie kun je vervolgens delen met anderen. Mensen vinden het leuk om te meten, te weten en de competitie met elkaar aan te gaan. Het is dus eigenlijk een beetje een Runkeeper voor warmwatergebruik. Het idee erachter: worden mensen zich bewust van hun verbruik, dan gaan ze minder warm water afnemen.

“In mijn team zitten onder anderen een technisch planoloog, een landschapsarchitect en een natuurkundige. Het idee van de interdisciplinaire teams is dat je tot out-of-the-box ideeën kunt komen omdat iedereen vanuit een andere achtergrond naar het probleem kijkt. Ik merk eigenlijk geen verschil qua invalshoeken van de verschillende teamleden. Het verschil in inbreng komt, denk ik, meer door de afwijkende persoonlijkheden dan door onze verschillende studies.”


'Enthousiast over onze app'
 


Robin Niessink (25), master Energy Science,
case: Liander

“Netbeheerder Liander heeft nu veel dode kabels en leidingen in de grond liggen. Het bedrijf wil graag naar een circulaire bedrijfsvoering toe en zoveel mogelijk producten en grondstoffen hergebruiken. Onze oplossing voor dit probleem is een kabelgoot, een soort box langs de weg waar de stroomkabels in zitten.

“Dode kabels en leidingen kunnen hierdoor makkelijker worden gerepareerd of vervangen. Middenspanningskabels ontwikkelen veel warmte, waarmee je bijvoorbeeld het wegdek of water zou kunnen verwarmen. In de verre toekomst, zo hopen we, is het wellicht ook mogelijk om zonnepanelen aan te sluiten op de kabelgoten.

“Verrassend genoeg kwam een ander Liander-team ook met een soortgelijk idee voor een kabelgoot, terwijl we dit idee in ons onderzoek nooit eerder zijn tegengekomen. We wonnen de halve finale omdat Liander vooral enthousiast was over de extra mogelijkheden van de kabelgoot op de lange termijn en ons idee voor een app om gemakkelijk met meerdere bedrijven werkzaamheden te kunnen uitvoeren aan kabels.

“In mijn verdere carrière zou ik me niet per se met dit onderwerp willen bezighouden. Afgelopen jaar deed ik voor mijn afstudeeronderzoek bij het Planbureau voor de Leefomgeving onderzoek naar de wereldwijde mogelijkheden en kosten van waterkracht. Klimaat- en energiescenario’s voor de lange termijn, dat lijkt mij een mooie richting. Dus geen technisch of innovatief onderzoek, maar beleidsondersteunend.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail