Poster van de gemeente Utrecht waarin bijstandsgerechtigden wordt gevraagd mee te doen aan het bijstandsexperiment

UU-onderzoekers eindelijk echt aan de slag met Utrechtse bijstandsexperiment

Body: 

Eindelijk kan het bijstandsexperiment waarin de gemeente Utrecht en de Universiteit Utrecht samenwerken, van start. De onderzoekers moesten lang wachten voor de politiek eruit was, maar ze hebben in de tussentijd niet stilgezeten.

In eerste instantie leek Utrecht de primeur te krijgen van het bijstandsexperiment in Nederland, maar inmiddels zijn er al vijf andere gemeenten begonnen met een soortgelijk onderzoek. Het Utrechtse onderzoek Weten wat werkt mocht niet starten omdat het tegen de Participatiewet in zou gaan. Een jaar later heeft het ministerie van Sociale Zaken eindelijk groen licht gegeven: Utrecht mag beginnen en daarmee het onderzoek van Utrecht University School of Economics (USE). Vanaf 1 juni 2018 tot oktober 2019 wordt een groep van 900 mensen in de bijstand gevolgd door USE.

Vorige week vielen de eerste uitnodigingen bij de uitkeringsgerechtigden op de mat. In het bijstandsexperiment werken de gemeente en Universiteit Utrecht samen om te kijken wat de effecten zijn als de regels rondom de bijstandsuitkering versoepeld worden. Voor een periode van zestien maanden krijgen drie van de vier onderzoeksgroepen elk andere voorwaarden voor het behouden van hun uitkering. De eerste groep krijgt ontheffing van de sollicitatieplicht, de tweede groep krijgt extra hulp en begeleiding en de derde groep mag tot 200 euro bijverdienen. De vierde groep vormt de vergelijkingsgroep die zich aan de huidige regels moet houden. De deelnemers moeten drie keer een vragenlijst invullen: aan het begin, halverwege en aan het einde van de onderzoeksperiode.

“Het begon eigenlijk al drie jaar geleden”, vertelt onderzoeker Timo Verlaat. Samen met vier collega’s is hij als promovendus vanuit Utrecht University School of Economics (USE) betrokken bij het bijstandsexperiment. Hij is opgelucht dat het onderzoek eindelijk mag beginnen, hoewel ze door de politieke discussie het een en ander hebben moeten bijstellen. “Aan sommige dingen konden we een mouw passen, aan andere zaken niet. We zitten nu met een proces waarvan we denken, daar kunnen we mee uit de voeten, maar het is niet zo dat we zeggen, ja we zijn heel blij met hoe het nu aangepast is. We hadden liever meer vrijheid gehad”.

Hoewel het experiment vertraging heeft opgelopen, hebben de onderzoekers in de tussentijd niet stilgezeten. “Er waren genoeg werkzaamheden die wel gewoon door hebben kunnen gaan, zoals het maken van de vragenlijsten en het verbeteren van de onderzoeksopzet. Verder zijn we natuurlijk ook bezig met andere onderzoeken.”

‘Dit is geen experiment met het basisinkomen’

De Utrechtse wetenschappers maken onderdeel uit van een landelijke onderzoeksgroep waarin alle onderzoekers van de verschillende Nederlandse bijstandsexperimenten zitten. “We zijn regelmatig bijeengekomen om de verschillende onderzoeken op elkaar af te stemmen. Ons doel is om alle experimenten te stroomlijnen om later zoveel mogelijk te kunnen vergelijken op landelijk niveau.”

Verlaat benadrukt dat het onderzoek geen experiment is met het basisinkomen. “Het idee is om een experiment te doen met minder regels in de bijstand en een bijstandsaanpak die meer is gericht op vertrouwen en eigen regie. Dat is in Utrecht altijd de insteek geweest. Daarnaast kijken we ook of je mensen niet meer ruimte moet geven om bij te verdienen. Daardoor is eigenlijk dat hele project in de discussie over het basisinkomen terecht gekomen. Als dat een keer wordt genoemd, kom je daar ook niet meer vanaf”.

Ook is het onderzoek niet alleen gericht op de snelheid waarmee de vier groepen weer aan het werk komen. Het experiment bestudeert verschillende andere effecten die ontstaan als bepaalde elementen veranderen of versoepelen. “De bijstand is natuurlijk een tijdelijke oplossing, het gaat uiteindelijk altijd om de vraag of het mensen lukt om onafhankelijk te worden van een uitkering. Maar voordat je dat punt bereikt, vinden er nog veel andere stappen plaats die van belang zijn, bijvoorbeeld hoe je je voelt, zowel mentaal als op sociaal gebied, wat je allemaal bezighoudt en hoe het contact verloopt met de gemeente. Zo zie je misschien dat het effect op uitstroom naar de arbeidsmarkt uiteindelijk heel klein is, maar zie je wel dat mensen opeens heel veel tijd investeren in stappen die leiden naar uitstroom”.

Waar de onderzoekers ook benieuwd naar zijn is hoe andere regels invloed kunnen hebben op de vertrouwensband tussen gemeente en bijstandsgerechtigde. De relatie tussen overheid en burger is sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 een veelbesproken onderwerp in het publieke debat. Eerder deze week publiceerde De Correspondent een artikel over het toenemende wantrouwen tussen overheid en burger en hoe dit vooral speelt bij mensen die de overheid juist hard nodig hebben, zoals bijstandsgerechtigden.

Regels, controle en sancties voeren nu de boventoon in de relatie tussen gemeente en bijstandsgerechtigde, licht Verlaat toe. Die zorgen vaak voor een slechte vertrouwensband. Zijn er minder regels, dan zou het vertrouwen tussen de twee kunnen groeien. “Je zou verwachten dat als beide partijen het gevoel hebben dat ze aan dezelfde kant staan in plaats van tegenover elkaar, dat effect heeft op hoe mensen weer terug kunnen komen op de arbeidsmarkt”.

‘We gaan nu voor volledige radiostilte’

Verlaat hoopt een diverse groep deelnemers aan te trekken, maar deelname is vrijwillig en bovendien mag niet iedereen meedoen. Mensen die vanuit een andere instantie deelnemen aan een werklozentraject, bijvoorbeeld één met extra sollicitatieplicht vanuit het UWV, kunnen niet meedoen omdat zij zich moeten houden aan de regels van dat traject. ”We zijn op zoek naar een aanpak die voor de meeste mensen geldt. Dus we kijken niet specifiek naar langdurige of juist kortdurende werklozen”.

Het is dus lastig om een goede weerspiegeling van de totale bijstandspopulatie te krijgen. De uitnodigingen van de gemeente konden bovendien niet aangeboden worden in een taal anders dan het Nederlands. Dat is het beleid van de gemeente waar niet van afgeweken kan worden. Verlaat bevestigt dat dit de drempel voor deelname verhoogt. “Ook al krijgt iedereen een uitnodiging, je loopt alsnog gevaar dat niet iedereen zich aanmeldt of dat alleen maar hele gemotiveerde mensen zich aanmelden. Toch hopen we een goed beeld te krijgen, ook bijvoorbeeld van de achtergrondkenmerken van de groep die zich heeft aangemeld, van de groep die zich niet heeft aangemeld en van de gehele bijstandspopulatie. Dan kun je bepaalde dingen ook corrigeren”. Om de drempel te verlagen, kunnen de mensen die een brief hebben ontvangen zich ook online aanmelden via de site van de gemeente.

In het voorjaar van 2020 zal het concluderende rapport van het onderzoek naar de tweede kamer en het ministerie van Sociale Zaken worden gestuurd. Op de vraag of er misschien daarvoor ook nog gepubliceerd gaat worden, is Verlaat duidelijk. “Nee, we gaan voor volledige radiostilte. Elk geluid over mogelijke resultaten tijdens het onderzoek kan de uitkomsten beïnvloeden”.

Facebook Twitter Whatsapp Mail