Vier studenten kijken terug op hun UCU-tijd

Body: 

Gasthoofdredacteur James Kennedy is benieuwd hoe oud studenten terugkijken op hun studietijd op University College Utrecht. DUB vroeg vier alumni naar hun herinneringen. Ze schrijven over hun ambities bij aankomst, de mooie ontmoetingen, het goede onderwijs, maar ook dat ze soms worstelden met de prestatiedruk of het leven in de bubbel.

Read in English

DUB benaderde vier alumni van University College Utrecht uit verschillende periodes met de vraag waarom ze gekozen hebben voor UCU, hoe ze het leven op de campus ervaarden en wat ze UCU na hun studie zouden willen meegeven als tip.

Jeroen van Baar schreef al kort na zijn tijd als student op UCU een boek met de titel De prestatiegeneratie. Na zijn master Neuroscience & Cognition aan de UU ging hij promoveren in Nijmegen. Nu is hij postdoctoraal onderzoeker aan Brown University op Rhode Island in de Verenigde Staten.

Abigail Prade is filmmaakster en maakte recent een documentaire over het leven op een university college. Na UCU deed ze een master Kunstgeschiedenis aan de Vrije Universiteit en deed een filmopleiding bij de New York University, Tisch School of the Arts.

Indra Spronk werkt als docent Nederlands en Engels op de Haagse hogeschool en heeft een vertaalbureau. Na UCU deed ze een master Communicatie in Antwerpen. Daarnaast werkte ze onder meer voor DUB en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Julia Ertl kwam vanuit Oostenrijk naar Utrecht. Na UCU deed ze het honourprogamma Young Innovators en daarna een master Sociale en Gezondheidspsychologie. Ze won onlangs mede de UU-prijs voor maatschappelijke verdiensten met Gewoon vega. Ze werkt nu als consultant.


 

UCU-studenten duwen de bus uit de modder tijdens het UCU in Africa-programma in 2011.Photo: Ke Yan Wen

Jeroen van Baar: ‘Laat studenten hun eigen gang gaan’

Laatst kwam ik wat video’s tegen uit mijn UCU-tijd. Mijn woonkamer in de Kromhout-huizen, IKEA-banken, gelach, jonge koppies, lange haren. En de liftwedstrijd naar Portugal, oktober 2008: naïef enthousiasme in Limburg, gevolgd door galgenhumor na 13 uur wachten in een troosteloos Vlaams dorp. Oude Facebookfoto’s ademen dezelfde nostalgie. Per winkelwagen over de campus crossen, Halloween vieren in de bar, de zware sneeuwval van 2010, Swahili leren in Kenia, met z’n allen zeilen in Friesland.

UCU doet ontzettend veel goed, dat is bekend. Kleinschalig onderwijs werkt, des te meer als je zeshonderd slimme en gedreven studenten bij elkaar zet. Interdisciplinair onderwijs werkt, zeker voor gemengde vakgebieden als het mijne, de cognitieve neurowetenschap, waar UCU-alumni het goed doen. Internationaal onderwijs werkt, want een wereldwijd perspectief is een verrijking voor vrijwel elke studierichting, en goed Engels is onbetaalbaar.

Maar laten we niet vergeten dat studeren alleen lukt als je ook een beetje gelukkig bent, en intrinsiek gemotiveerd. Ik werk nu als postdoc-onderzoeker in de Verenigde Staten, en leerlingen worden hier al jong aan grote druk blootgesteld. Tijdens de middelbare school schakelen ouders bijvoorbeeld ‘college prep’ in. Zo’n bureau zegt dan tegen Jayden van 15: je moet dit jaar bij de debatclub gaan, dan maak je later meer kans bij Harvard. Leuke debatclub wordt dat!

Menselijke motivatie is meer dan wortels en stokken, en wie focust op externe stimulans kan zijn intrinsieke motivatie juist verliezen. Ik heb met veel docenten over dit onderwerp gesproken in het kader van mijn boek De Prestatiegeneratie. Wat me het meest is bijgebleven is het inzicht van een leraar in Bussum, die werkt met kinderen die in het reguliere onderwijs niet slagen. Hij zei: het belangrijkste ingrediënt is vertrouwen. Ik controleer mijn leerlingen minder dan ze gewend zijn, en ze doen daardoor meer – en beginnen het nog leuk te vinden ook.

Op UCU vragen ze zich af: hoe garandeer je blijvende topkwaliteit? Het antwoord is vertrouwen. Vraag veel van je studenten. Overlaad ze met fascinerende inzichten uit alle hoeken van de menselijke kennis, want dat kunnen ze hebben. Eis actieve deelname aan hoorcolleges en werkgroepen. Maar laat je studenten ook hun eigen gang gaan, en houd het luchtig. Motiveer ze met een prikkelende vraag, niet met geklets over het succes van het alumninetwerk. Zorg goed voor de openbare piano in dat ene kamertje in Newton. Wis het gekrabbel niet van de muren in de wc’s. Geef feesten de ruimte, en disputen, en de skireis, en toneel. Neem weer eens studenten aan die niet alleen maar negens halen, maar wel veel hebben gereisd en zin hebben om bardiensten te draaien. Zie er vervolgens de humor van in dat ze met een kater in je les zitten, en twee weken later een ijzersterk essay inleveren voor het vak dat ze zelf, uit eigen interesse, hebben opgezet. Hamer er in de PR niet op hoe ‘excellent’ UCU zou zijn, maar benadruk dat er bijzonder veel te ontdekken valt, als je als student kansen grijpt.

Deze lessen gelden voor de hele uni, maar UCU is een goed voorbeeld. UCU werkt omdat het de studenten serieus neemt, zowel academisch als in het organiseren van hun eigen leefomgeving. De studenten krijgen de vrijheid om te leren wat ze willen. Die uitdaging gaan de studenten aan met gevoel voor verantwoordelijkheid en in rijke sociale verbanden. En zie: vertrouwen baart gedrevenheid, en zelfs geluk. Vraag maar eens aan UCU’ers van de afgelopen 20 jaar wat ze voelen bij beelden van de campus. Nogal wiedes: nostalgie. Dat noem ik een geslaagd college.

Jeroen van Baar was UCU-student van 2008 tot 2011.


 

 

 

Abigail vierde haar 19de verjaardag op haar kamer in UCU 

Abigail Prade: ‘Werken jouw ouders ook voor de ambassade?’

Ik was 17, bijna 18 toen ik aan mijn bachelor aan University College Utrecht begon. Mijn oma en opa hadden mij de eerste dag van de introductieweek helpen verhuizen naar mijn nieuwe kamer op de campus. Toen zij waren vertrokken en ik in mijn nieuwe kamer alleen achterbleef, was ik net als iedereen een beetje bang, maar ook opgewonden was. Wat nu?

Ik koos er voor om naar UCU te gaan, omdat ik uitgedaagd wilde worden en het internationale kleinschalige onderwijs, en de mogelijkheid om verschillende vakken te kiezen, mij enorm aanspraken. Als ik heel eerlijk ben, hechtte ik ook waarde aan het feit dat veel alumni naar “goede” universiteiten (in het buitenland) gingen en had ik ook een drang om mijzelf te bewijzen. Nu kan ik dat allemaal meer relativeren, maar destijds vond ik dat ook belangrijk.

Als humanities student (die zich voornamelijk richtte op kunstgeschiedenis en geschiedenis) was ik op UCU echter in de minderheid, want de meeste UCU studenten deden social sciences (en dan vooral politicologie en economie) en wilden later voor de Verenigde Naties of de Europese Unie werken. Eén van de eerste vragen die mij gesteld werd door een medestudent tijdens de introductieweek was: “Werken jouw ouders ook voor de ambassade?” Ik dacht toen wel even ‘op wat voor een plek ben ik nu beland’. UCU is voor mij daarom, in tegenstelling tot vele anderen, niet altijd een plek geweest waar ik me compleet heb thuis gevoeld. Soms vond ik het enigszins elitair, vervreemdend, en een beetje geforceerd. Zeker in het laatste jaar stond het wonen op de campus mij ook erg tegen, omdat ik snakte naar meer vrijheid om ook weg te kunnen gaan van die campus. Maar tegelijkertijd hoort dat ook wel een beetje bij het proces. Je groeit immers op en wordt meer zelfstandig.

Ondanks deze mindere kanten, heeft mijn tijd op UCU mij erg gevormd en heb ik mooie ervaringen opgedaan die ik anders misschien niet zou hebben gehad: ik ben op uitwisseling geweest naar de Verenigde Staten, heb een zomercursus gedaan in China, was vertegenwoordiger voor de humanities department, liep stage, deed vrijwilligerswerk, en organiseerde wekelijkse filmavonden op de campus. En dit met op een steenworp afstand.  Bovendien heb ik ontzettend hard leren werken en veel papers geschreven. In vergelijking met een reguliere studie ligt de werkdruk op UCU heel hoog, maar ik voelde me altijd gezien en gestimuleerd door de professoren. Er was veel persoonlijke aandacht en met een aantal van mijn professoren heb ik nog steeds contact.

Na UCU heb ik een master gedaan aan de VU in Amsterdam. Er was daar weinig aandacht voor de studenten en ik voelde me totaal niet uitgedaagd. Ik depressief werd en gedemotiveerd. Ik kon daar moeilijk mee om gaan, omdat UCU toch wel een beschermde omgeving is waardoor je wellicht minder te maken hebt met tegenslagen en je hebt daar niet geleerd hoe je er mee om kunt gaan.

Toen ik werkte aan mijn documentaire over UCU viel het me op dat UCU in veel opzichten hetzelfde is gebleven. Ik denk dat er nu wel meer aandacht is voor de negatieve kanten van prestatiedrang en perfectionisme, iets waar veel UCU-studenten aan lijden. Dat vind ik een goede ontwikkeling. Het hoeft allemaal niet zo perfect te zijn, want dat is het leven immers ook niet.

UCU studenten zijn nog even ambitieus, hardwerkend, idealistisch en soms een tikkeltje irritant in hun gedrevenheid en onbedorven optimisme (die voorkomt uit zo’n beschermde omgeving als UCU). Dan vraag ik me af: Was ik toen ook zo? Het antwoord is natuurlijk!

Abigail Prade was UCU Student from 2007 to 2010


Indra Spronk (midden) zat in de redactie van de krant Boomerang

Indra Spronk: ‘Ik was een kind in een gigantische snoepwinkel’

Ik was halverwege de twintig en allang klaar met studeren toen ik voor het eerst de term ‘eerstegeneratiestudent’ hoorde. Belachelijk, dacht ik. Alsof zoiets zorgt voor een gebrek aan privilege. Had ik niet precies dezelfde kansen en mogelijkheden gehad als mijn medestudenten? Het betekende niks dat ik de eerste persoon in mijn gehele familie was die ging studeren… toch?

Dat deed het wel, besefte ik veel later (ik was nooit heel goed in zelfreflectie). Het is moeilijk om uit te leggen aan mensen die in andere omstandigheden zijn opgegroeid, maar in mijn familie ging je naar school om een specifiek vak te leren, en dan deed je dat vak, de rest van je leven. Het feit dat ik aan de universiteit zou gaan studeren, was briljant, maar ik hoorde geregeld het advies om vooral psychologie of rechten te gaan doen, want dan werd je tenminste gewoon psycholoog of advocaat. Ik had totaal geen beeld van de waarde van de academische wereld an sich, of, eigenlijk, wat er allemaal te leren viel. En er is een grote kans dat ik daar nooit achter zou zijn gekomen, als ik niet naar UCU was gegaan.

Alles wat ik wist, als een naïeve, groene eerstejaarsstudent, was dat ik geen psycholoog of advocaat wilde worden, en dat ik gewoon wilde studeren, wat dan ook. Plotseling was ik een kind in een gigantische snoepwinkel, met de keuze tussen semi-willekeurige onderwerpen die ik allemaal kon studeren, zonder per se te hoeven kiezen voor het een of het ander. Ik zou waarschijnlijk verdronken zijn in de zee van mogelijkheden als ik geen hulp had gekregen bij het vinden van mijn weg. Bij UCU krijg je namelijk een persoonlijke die je stuurt bij het maken van keuzes en het uitstippelen van je academische carrière. Bovendien vorm je instant vriendschappen met mensen die in hetzelfde schuitje zitten als jij.

Nu had ik best wel betere vakken kunnen kiezen. Ik heb wat verkeerde keuzes gemaakt (waarom studeerde ik ooit literatuur? Ik hield er nooit van om mijn gelezen boeken helemaal te ontleden). Nog altijd heb ik spijt van hoe weinig ik wist over de mogelijkheden van studeren, en ik zou absoluut een ander pad hebben gekozen als ik beter geïnformeerd was geweest. Maar dat was mijn eigen verantwoordelijkheid natuurlijk, al geloof ik sterk dat het (deels) resultaat is van een gat in mijn kennis dat typerend is voor eerstegeneratiestudenten, en van dat ingewortelde idee dat je ‘naar een specifieke baan toe moet werken’ – waar ik uitvoerig in faalde, overigens. Het punt is: ik ben dankbaar voor de kansen die ik had om te kiezen, te dwalen, om nieuwe vakken te proberen zonder dat ik vast zat aan een complete studie in die richting.

Ik heb vaak horen zeggen dat eerstegeneratiestudenten zich vaak verloren voelen aan de universiteit, dat het voelt alsof ze er niet bij horen, of lijden aan imposter syndrome. Een kleinschalig, intensief college als UCU, met zijn hechte studentengemeenschap en alle begeleiding die het aanbiedt, heeft de kracht om een groot deel van dit probleem te voorkomen. Misschien is het grootste issue van UCU wel zijn elitaire karakter, en de bijbehorende hoge kosten. Ik ben blij dat UCU dit erkent, en probeert er iets tegen te doen door middel van – onder andere – beurzen voor studenten zoals ik: zij die nog niet zo veel over de wereld weten, maar niet kunnen wachten om er alles over te leren.

Indra Spronk was UCU-student van 2003 tot 2006.


Julia met viool op het campusterrein van UCU

Julia Ertl: ‘Jezelf leren kennen helpt om beter om te gaan met stress en emotionele rollercoasters’

Nadat ik meer dan een jaar aan een Oostenrijkse universiteit had gestudeerd, met vierhonderd of meer studenten per les, en multiplechoicevragen in tentamens, was ik klaar met dat universitaire stelsel en dacht: dit is niet wat ik verwacht van educatie. Educatie zou moeten boeien, me stimuleren om kritisch na te denken, om de status quo in twijfel te trekken, en educatie zou ook ruimte moeten bieden voor levendige, gepassioneerde discussies en debatten. Dat is wat ons laat groeien als individuen, wat ons onze eigen meningen laat vormen, en sociaal bewuste, verantwoordelijke individuen laat worden. Dat is precies wat UCU biedt!

Kiezen voor UCU was absoluut één van de beste beslissingen van mijn leven, en het heeft me de persoon gemaakt die ik nu ben. Deze ervaring heeft me vertrouwen gegeven over mijn analytische vaardigheden en standpunten, heeft me een betrokken mens gemaakt bij maatschappelijke vraagstukken, en mijn honger aangewakkerd naar toekomstige uitdagingen. Wat ik vooral waardeer van UCU’ers is onze passie om dingen zelf aan te pakken, om nieuwsgierig en proactief te zijn, om dingen anders te doen, en om te streven naar de maatschappelijke verandering die zo dringend nodig is in de wereld.

Als social sciences student bood UCU me de mogelijkheid om maatschappelijke vraagstukken te bekijken vanuit antropologische, psychologische, sociologische en ontwikkelingsperspectieven – die alle tezamen een veel genuanceerdere blik op de wereld bieden, en een beter begrip en grotere acceptatie van de perspectieven van anderen toelaten.

Een perfect voorbeeld hiervan was de mogelijkheid om ons eigen vak te creëren. Een van mijn beste herinneringen en leerervaringen van UCU was toen ik, samen met acht andere studenten, een interdisciplinair honoursvak opzette, genaamd Transition to a more sustainable society. Over het algemeen was het duidelijk dat het voornemen van UCU is om flexibel te zijn, tegemoet te komen aan onze behoeften, en ons de beste studie-ervaring te geven die maar kan! Helaas ervoer ik deze flexibiliteit minder tijdens mijn UU master, hoewel de groep half zo groot was als bij UCU – dus het is niet een kwestie van het aantal studenten, maar van mentaliteit en bereidwilligheid. Interdisciplinair werken zou bovendien veel meer geïntegreerd kunnen worden in het educatieve systeem van de UU, om zo meer studenten een brede leerervaring te bieden.

Wonen op campus gaf me een tweede thuis. Ik was gek op het gevoel van deze hechte gemeenschap, waar we konden experimenteren en verkennen. De overgrote meerderheid van activiteiten op UCU worden door studenten geleid – van extracurriculaire vakken tot nieuwe committees, geheel volgens onze eigen wensen en behoeftes. Deze opzet liet ons de community vormen waarin we wilden wonen, en gaf ons zo’n gevoel van kracht en eigenaarschap, en bovendien een grote variëteit aan activiteiten waar we aan mee konden doen.

Klinkt het al alsof het een promotiebrochure is? Nu ja, natuurlijk was niet alles altijd geweldig, en ik was niet altijd blij met de bubbel. Maar als ik terugkijk, lijken de moeilijkere tijden me wat wazig, en de goede dingen overweldigen de slechte. Als ik nu af en toe op de campus ben, word ik er nostalgisch van, mis de zomerkampachtige campus, vol met ruimdenkende, creatieve denkers, hard werken en feesten.

Waar UCU nog zou kunnen verbeteren – en waar ze al hard aan werken – is focussen op het welzijn van studenten en hun pad van zelfontwikkeling. Door de stressvolle omgeving –en omdat ik een aantal vrienden heb gehad met mentale gezondheidsproblemen, zie ik de behoefte aan meer passende services en evenementen die zich bezighouden met het welzijn en de mentale gezondheid van studenten, niet alleen opgezet en geregeld door studenten, maar ook vanuit het UCU bestuur. Ik geloof dat jezelf goed leren kennen helpt ons beter om te kunnen gaan met mentalegezondheidsproblemen en emotionele rollercoasters. Ik heb de kans gehad om deel te nemen aan een – voor zover ik weet eenmalig – connectieproject, waarbij we zulke zelfontwikkelingsworkshops kregen. Het zou geweldig zijn om elke UCU student deze mogelijkheid te kunnen geven! Kortom, het zou ongelooflijk zijn om zelfontwikkelingsworkshops, lezingen of vakken te zien, die verweven worden met het curriculum. Zelfreflectie en zelfontwikkeling zijn cruciaal om een veelzijdig individu te worden. Ik geloof dat ruimte hiervoor maken bij UCU een geweldige toevoeging zou zijn aan de toch al diverse, stimulerende ervaring die UCU biedt!

Julia Ertl was UCU-student van 2012 tot 2015.


Gasthoofdredacteur James Kennedy over dit artikel
Het lustrum van het UCU is voor DUB de gelegenheid om de dean James Kennedy uit te nodigen als gasthoofdredacteur. Een van zijn voorstellen is om enkele alumni te vragen terug te kijken op hun studietijd.

“Ik benieuwd hoe onze studenten terugkijken op hun studie. In hoeverre heeft onze manier van onderwijs geven hen gevormd? Konden ze met de opleiding uit de voeten in de vervolgopleiding? Hebben ze wat gehad aan het netwerk dat ze opgebouwd hebben? En hebben ze tips voor Utrecht University College?"

Lees alle artikelen die geschreven zijn op advies van gasthoofdredacteur James Kennedy.
Facebook Twitter Whatsapp Mail