Je moet of wil je kamer inruilen voor een echte woning; vind er maar eens één, foto DUB

Vind maar eens een woning in Utrecht als je je kamer uit moet

Body: 

Inkomenseisen. Huurderverklaringen. Wachtlijsten. Betaald account na betaald account voor sites waarop je niet eens reacties krijgt. Hals over kop naar bezichtigingen waarvan je pas een paar uur weet dat ze plaatsvinden. Honderden euro’s aan `makelaarskosten’. Bezichtigingen met rijen die langer zijn dan die in de Efteling. Het zijn allemaal dingen die waarschijnlijk op je pad komen als je je studentenkamer wilt inruilen voor een echte woning in Utrecht of omgeving.

Pling, daar komt weer een notificatie in mijn inbox. Er is net weer een nieuwe woning beschikbaar gekomen! Wat een geluk, de huur is met huurtoeslag zelfs net iets goedkoper dan mijn studentenkamer. En aangezien ik er samen met mijn vriendin wil gaan wonen, gaat het me maar een paar honderd euro in de maand kosten. Meteen zoek ik koortsachtig naar mijn telefoon. Wanneer de makelaar de telefoon opneemt, hoor ik dat er al veel mensen gebeld hebben. Hoe dat kan, zal ik maar niet te lang mijn hoofd over breken. Voor ze me op de wachtlijst kunnen zetten, moet ik eerst wat vragen beantwoorden. In een notendop gaat zo’n gesprek voor mij meestal als volgt:

“Wat doe je voor werk? Heb je een vast contract waarmee je 4,5 keer de maandhuur kunt betalen? Nee, maar je vriendin werkt vier dagen per week? Nee dat gaat niet, haar inkomen telt maar voor de helft mee. Je zegt dat je genoeg spaargeld hebt om de huur voor een half jaar vooruit te betalen? Nee, daar hechten we geen waarde aan. Garantstellers? Nee, die moeten minstens zeven keer de maandhuur verdienen. Eén van de garantstellers heeft genoeg geld om het hele huis te kopen? Nee, wat zeiden we nou net over dat spaargeld?”

Naarmate de maanden verstrijken, zakt je de moed dan langzaam in de schoenen. Ik moet eerlijk toegeven dat ik vaker dan eens heb overwogen om als net-afgestudeerde zoekend naar passend werk, gewoon een vaste fulltime baan te zoeken om vervolgens na mijn verhuizing ontslag te nemen. Want zo’n vaste baan lijkt het entreebewijs naar een zelfstandige woning in de private sector. Via woonruimteverdeler Woningnet kom ik met mijn vijf jaar inschrijftijd nog nergens. Uiteindelijk lukt het me om een woning voor een half jaar te vinden via een  kennis. Maar wat als je dan nog steeds niets kunt vinden in dat half jaar? Ik ben ongetwijfeld niet de enige die met dit soort problemen kampt.

Weinig succes zonder lange inschrijftijd of hoog inkomen―of relatie
Ik spreek met Matthijs, die anderhalf jaar geleden is afgestudeerd aan de Hogeschool Utrecht. Hij gaat binnenkort in de Bilt wonen met zijn vriendin. “Nadat ik afstudeerde, ben ik eerst samen met een vriend gaan zoeken,  maar dat gaat dus niet zo makkelijk”, zo vertelt hij mij. “Ik heb weleens een discussie gehad met mensen van de woningbouwvereniging.  Zij vertelden mij dat ze mensen die een relatie hebben eerder aannemen, aangezien uit onderzoek zou blijken dat die langer samen blijven. Dat klinkt mij wel heel vreemd in de oren. Als ik ruzie krijg met mijn vriend, dan kan ik toch zo weer iemand anders vinden?” Het doet mij denken aan toen een vriendin uit Amsterdam mij vertelde dat ze een woning op het laatste moment niet kreeg toen de verhuurders erachter kwamen dat zij en haar vriendin geen stel waren.”

De acht jaar inschrijftijd van Mathijs was goed voor een zeer laag tot lage kans op een sociale huurwoning. Zijn ervaringen met particuliere woningen in Utrecht waren ook niet bepaald positief. “Vaak zijn woningen veel te duur en dan zijn ze ook nog eens vies of oud. En dan zijn er nog al die haken en ogen. Die makelaars verzinnen vaak ook maar wat. Bij één van mijn bezichtigingen duwde de makelaar een brief in mijn handen waarin stond dat ik hem 600 euro aan makelaarskosten moest betalen, mocht ik gekozen worden. Dat terwijl ik de bezichtiging zelf had geregeld.”  Ik vroeg hem of hij nog tips had voor woningzoekenden. “Noem altijd je brutoloon wanneer je zoekt naar een woning. En dan moet je gewoon een keer mazzel hebben. Maar in je eentje gaat het je denk ik niet lukken, dan moet je toch via-via iets weten te vinden.”

Dat er veelal naar je inkomen wordt gekeken, lijkt inderdaad te kloppen. Ik hoor dit namelijk ook van Tonny, die al jaren in Utrecht woont.  Zijn zoektocht verloopt tot nu toe moeizaam. “Het is heel moeilijk om aan te tonen hoeveel je verdient als je niet in loondienst zit. Maar aangezien ik nu langer dan tien jaar sta ingeschreven bij Woningnet, vind ik waarschijnlijk wel snel een woning.” De SSH wil vanwege de woningnood dat zijn kamer een campuscontract krijgt. Aangezien hij niet meer studeert, moet hij daardoor nu zijn woning uit. Dit levert de SSH meer geld op, stelt hij, omdat ze bij een nieuw contract een grotere huurverhoging kunnen doorvoeren dan bij een verlenging.

Het campuscontract als remedie
Ik besluit het na te vragen bij de SSH. De studentenhuisvester zegt campuscontracten te hanteren om studenten een betere kans te geven op een betaalbare woning.  Wanneer er een tekort aan studentenkamers is, kan er ook besloten worden om een campuscontract aan huurders voor te leggen die er voorheen geen hadden.  Volgens de SSH is het belangrijk dat woonruimtes die bestemd zijn voor studenten daadwerkelijk worden bewoond door studenten. De organisatie zegt dan ook een stichting zonder winstoogmerk te zijn en dat dit soort maatregelen niet worden genomen om meer huur te kunnen vragen maar om de doorstroom van studenten te stimuleren. 

Loting als reddingsboei voor starters
Bij de SSH verwijzen ze me door naar onder andere Jebber, een dochteronderneming die zich geheel richt op starterswoningen. Jebber richt zich op jongeren die maximaal vijf jaar geleden hun diploma hebben gehaald en (bijna) een baan hebben. Op dit moment biedt het in 2010 opgerichte bedrijf 1300 starterswoningen aan op zes verschillende locaties in Utrecht, met vijfhonderd nieuwe woningen nog in ontwikkeling.  Volgens directeur Monique van Loon werkt toewijzing van woningen op basis van inschrijftijd niet voor starters, aangezien je tegen de tijd dat je lang genoeg bij Woningnet staat ingeschreven je geen starter meer bent. Wanneer je op Jebber op een woning reageert, wordt er dan ook niet naar je inschrijftijd gekeken: iedereen heeft een gelijke kans. Al kan die kans soms wel behoorlijk klein zijn. Iedere week komen er bij Jebber namelijk vijf à zes woningen vrij, waar dan vervolgens honderden reacties op komen. De vraag is dus wat eerlijker is, iedere keer een kleine kans of een grote kans waar je 10 jaar op moet wachten.

Tim Homan, fractievoorzitter van de Utrechtse gemeenteraadspartij Student & Starter, is zich bewust van de moeilijkheden waar afgestudeerden tegenaan lopen bij het vinden van een woning. Ik vraag hem waar dat tekort aan woningen nou toch aan ligt. Kan de gemeente niet gewoon meer woningen bouwen?  Nee, vertelt hij, er wordt juist al flink gebouwd. “Op dit moment komen er jaarlijks duizenden woningen bij. Utrecht wordt gewoon steeds populairder. Dat komt niet alleen door internationale studenten, steeds meer mensen willen in de stad wonen, dat is ook een wereldwijde trend.”


Kan de gemeenteraad dan helemaal niets betekenen voor al die woningzoekenden? Meer woningen bouwen, blijkt toch niet de enige oplossing te zijn. ``Als gemeenteraad blijk je toch best wel wat te kunnen doen om het starters wat makkelijker te maken. We kunnen natuurlijk woningbouwplannen maken, zoals het plan dat er nu ligt om in de Merwedekanaalzone zo’n 10.000 woningen bij te bouwen. Maar we kunnen ook wat doen aan dat hele systeem aan regels waar je vaak doorheen moet. Het is op dit moment bijvoorbeeld heel moeilijk om met zijn drieën ergens te gaan wonen. Daar komt veel bureaucratisch gedoe bij kijken.’’

Student & starter wil dit soort obstakels uit de weg ruimen.  De gemeenteraadspartij wil meer middenhuurwoningen (woningen met een maandhuur van 711 tot 950 euro) erbij, waarbij verhuurders overigens sinds eind 2017 ook niet meer dan vier keer de huur mogen eisen. Maar ook meer woningen verloten, behoort tot de mogelijke oplossingen. Dit is volgens Homan iets dat nog relatief weinig gebeurt. Organisaties zoals Jebber lijken hier dus nog vrij uniek in te zijn. Het aandeel sociale huurwoningen dat door middel van loting wordt toegewezen, blijkt ook maar zo’n 4 tot 6 procent te zijn. Dit terwijl maar liefst 90 procent van lootwoningen naar starters gaat. “Daarom maken wij ons hard voor meer loting bij sociale huurwoningen, zodat je niet meer tien jaar hoeft te wachten tot je kans maakt op een woning.” De gemeenteraad nam onlangs een motie van de partij aan waardoor nu minimaal 10 procent van sociale huurwoningen verloot dient te worden. Homans advies voor starters en starters in spe? “Mijn ervaring is dat de meeste mensen in Utrecht aan een woning weten te komen via hun eigen netwerk.”

Niemand lijkt dus de magische oplossing te hebben, die ene tip waarmee je je droomwoning gaat vinden, maar voor wie heel hard in zijn ogen knijpt zijn er wel enkele lichtpuntjes aan de horizon te vinden. Tot die tijd is het dus gewoon blijven proberen, van de daken schreeuwen dat je een woning zoekt en hopen dat je een keer geluk hebt.

Facebook Twitter Whatsapp Mail