De Vietnamese student Thao Lam heeft een rooskleurig perspectief op internationalisering

Waarom we niet moeten stoppen met internationalisering

Body: 

Het debat over internationalisering van universiteiten raakt Thao Lam zeer. The Vietnamese studeerde in Amsterdam en Utrecht. Volgens haar profiteren de Nederlandse economie en cultuur, en zeker het hoger onderwijs zelf, van een open karakter. “Het verschil dat internationale studenten maken, is enorm."

Read in English

Read in English

Mijn naam is Thao Lam en ik ben een masterstudent uit Vietnam. De afgelopen vijf jaar mocht ik Nederland mijn thuis noemen, tijdens mijn bachelor aan het Amsterdam University College en tijdens mijn master Toxicology and Environmental Health in Utrecht. Ik ben momenteel onderzoekstagiaire bij het Department of Environmental Health aan Harvard. Ik leid een internationaal leven en waardeer mijn tijd in Nederland. Ik hoop in augustus terug te komen voor een promotie in de epidemiologie.

Mijn reis als internationale student begon precies tien jaar geleden, toen ik mijn eerste vlucht over zee maakte naar het zonnige eiland Singapore. Na vier productieve jaren in het voortgezet onderwijs besloot ik in 2013 om naar Nederland te gaan. Hoewel deze twee landen ver uit elkaar liggen, lijken mijn ervaringen in Singapore en Nederland vrij veel op elkaar. Ik zat in een internationale klas met studenten met diverse achtergronden, die allen een ander perspectief hadden.

Als student op het Amsterdam University College heb ik deze internationale omgeving altijd als iets vanzelfsprekend gezien: ons motto was tenslotte “Excellence and Diversity in a Global City”. Maar dat was ook waarom ik de recente oproepen om de internationalisering van Nederlandse universiteiten te heroverwegen zo persoonlijk opnam. Om precies te zijn: de kwaliteit, de duurzaamheid en de wenselijkheid van het groter wordende aantal Engelstalige programma's wordt ter discussie gesteld, vooral ook met het oog op het beperkte budget voor hoger onderwijs.

Internationalisering moet worden gezien als het vergroten van de financiële middelen

Volgens de tegenstanders zijn universiteiten aan het verengelsen om alles uit de beschikbaar middelen te persen, zonder duidelijke visie of redenering. In werkelijkheid draait het echter niet om de dualiteite van Engelse en Nederlandstalige programma's, en ook niet om het hebben van één daarvan ten koste van de andere. Internationalisering zou gezien moeten worden als een uitbreiding van het budget en niet als het verschuiven ervan. Dat kan door zowel het aantal niet-gesubsidieerde studenten als hun collegegeld te verhogen. Het is tenslotte een balans van vraag en aanbod. Hoewel het waar is dat onderwijs geen product zou moeten zijn, heeft internationalisering wel verschillende financiële en niet-financiële voordelen op de lange termijn.

Door de Brexit maakt Nederland een goede kans om nieuwe bronnen van welvaart aan te trekken, zoals bedrijven, organisaties, menselijk kapitaal etc. De verhuizing van het hoofdkwartier van de European Medicines Agency naar Amsterdam eerder dit jaar is daar een goed voorbeeld van. Daar komt bij dat de Europese Commissie onlangs heeft voorgesteld om het budget voor onderwijs en research te verdubbelen via programma's zoals Erasmus+ en Horizon 2020. Het terugdringen van internationaal onderwijs, vooral van Engelstalige opleidingen, zou een gemiste kans zijn voor de steeds verder globaliserende Nederlandse economie.

Ik heb geen verschillen ervaren in het niveau van het Engels

Er zijn ook zorgen over de verengelsing van het onderwijs. De kwaliteit van de lessen zou worden aangetast door het taalverschil. Dit argument onderschat twee dingen: de linguïstische vaardigheden van de Nederlanders en het steeds verder geïnternationaliseerde docentenbestand. In Singapore kwamen de meeste van mijn docenten uit het naburige Maleisië, Indonesië, het Chinese vasteland of de Filipijnen; mensen voor wie Engels een tweede of derde taal was. Fouten in grammatica en spelling zijn onvermijdelijk, maar van geringe invloed op het begrijpen van de inhoud van de lessen. Zelfs als het type Engels plaatsgebonden is -zoals Singlish (in Singapore) of Dunglish (in Nederland)- blijft de functionaliteit ervan als medium voor communicatie overeind.

Het vergroten van het gebruik van Engels in de universitaire wereld weegt veel zwaarder dan kleine kortetermijnprobleempjes op het gebied van bekwaamheid in die taal. Ik heb zelf geen grote verschillen ervaren tussen het niveau van het Engels van mijn Nederlandse docenten in Nederland, en dat van anderen, zelfs niet dat van autochtone docenten in Singapore, Dublin of Boston. Engelstalige opleidingen in Nederland worden hoog aangeschreven door zowel Nederlandse als internationale studenten uit Engelstalige landen. Tenslotte trekken internationale programma's docenten van over de hele wereld aan. Die dragen niet alleen bij aan een hoger niveau van het Engels, maar ook aan de kwaliteit van het onderwijs, aangezien universiteiten kunnen werven binnen een grotere poel van kandidaten.

Naast economische argumenten, gaat het debat over de waarde van internationalisering ook over cultuur verschillen. Aan de ene kant proberen voorstanders de grenzen van het onderwijs op te rekken via Engelstalige opleidingen, internationale onderzoekssamenwerking en, uiteindelijk, een te exporteren kenniseconomie. Dat studenten dat graag zien gebeuren, kwam duidelijk naar voren uit de meest recente NSE-resultaten, waaruit bleek dat de meeste studenten zouden willen dat hun universiteiten meer internationaal-geörienteerd waren dan nu het geval is. Daar komt ook bij dat internationalisering de socialisatie, persoonlijke ontwikkeling en deskundigheid van studenten ten goede komt. Aan de andere kant maken tegenstanders zich zorgen om vooral binnenlandse problemen. Met een naar binnen gekeerde blik kijken zij hoe internationalisering de interne stabiliteit raakt, vooral die onder de niet-Engelssprekende bevolking van het land. Ze stellen ook dat het gebruik van Engels leidt tot een vermindering van de betrokkenheid bij de Nederlandse cultuur, media en politiek. Bovendien bestaat de angst dat internationale studenten plaatselijke studenten gaan overvleugelen op de arbeidsmarkt.

De buitensluitende houding is ironisch en verdrietig

Impliciet spreekt uit deze argumenten de buitensluitende houding dat de Nederlandse samenleving, inclusief onderwijs en de arbeidsmarkt, zo ingericht moeten worden dat ze alleen open staan voor Nederlanders en mensen die Nederlands spreken. Dit is ironisch en triest, aangezien het land en vooral de stad Amsterdam altijd model hebben gestaan voor een metropool waarin verschillen en diversiteit niet alleen worden getolereerd maar ook worden omhelsd.

En het verschil dat internationale studenten kunnen maken is enorm: hun verfrissende perspectieven, doorzettingsvermogen en aanpassingsvermogen dragen bij aan een betere kwaliteit van onderwijs- en onderzoeksoutput, en voegen tegelijk iets toe aan een open en vriendelijke samenleving. De aanwezigheid van internationale studenten in de Liberal Arts-programma's heeft bijvoorbeeld bijgedragen aan de aanpassing van de zesjescultuur. Nederlandse universiteitsstudenten hebben er minder moeite mee om te vertellen wat hun ambities zijn, een houding die eerder in het onderwijssysteem werd afgekeurd. Internationale studenten leren op hun beurt weer van hun Nederlandse klasgenoten hoe ze beter kunnen samenwerken en een evenwichtiger leven kunnen leiden.

Het is bovendien niet zo dat internationale studenten alleen maar concurrenten voor een baan zijn. Ze helpen ook tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt oplossen, vooral in de gezondheidszorg en in de technische sector. Deze symbiose is echter alleen mogelijk als er wederzijdse erkenning is dat internationale studenten waarden toevoegen en niet alleen een financiële last zijn voor het Nederlandse onderwijssysteem.    

Ik ben het ermee eens dat het onderwijsbeleid moet kijken naar effecten van internationalisering op de lange termijn voor de financiering, voor de studieprogramma's en voor de potentiële output voor de Nederlandse arbeidsmarkt als geheel. Ik ben het er absoluut mee eens dat sommige delen van het onderwijs Nederlandstalig zouden moeten blijven vanwege de specifieke maatschappelijke functies en om het gesprek aan te gaan met het publiek. Daar staat echter tegenover dat onderwijs en onderzoek in onder andere zaken, technologie, natuur- en levenswetenschappen, en de Liberal Arts nu al veel baat hebben bij een internationale leeromgeving. Ik hoop dat dit visionaire, zuurverdiende succes niet al te gemakkelijk overboord wordt gegooid vanwege populistische angsten.  

Vertaling Wouter Beentjes

Bronnen:

-'Europese commissie stelt voor meer middelen beschikbaar te stellen voor onderzoek, innovatie en hoger onderwijs'
-Internationaliseringsagenda van de VSNU en Vereniging Hogescholen
-Nationale Studenten Enquête 2017

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail