Fotos: Shutterstock

Waarom zijn we toch zo ontzettend coronamoe?

Body: 

Door de steeds veranderende coronamaatregelen moeten wij ons leven elke keer opnieuw aanpassen. Zo zitten we nu na vijf uur aan huis gekluisterd, terwijl we een paar maanden terug nog moesten wennen aan alle prikkels in een wereld die weer openging. Inmiddels is vrijwel iedereen het na twee jaar coronapandemie wel een beetje beu. En dat is niet gek volgens UU-gedragswetenschapper Henk Aarts. “Het kost veel energie om elke keer te wisselen in denken en doen.”

Read in English

De mens wil in principe niet zo graag dingen in zijn leven veranderen, vertelt hoogleraar Gedragswetenschappen Henk Aarts. Tenzij er goede redenen voor zijn: we verhuizen bijvoorbeeld naar een andere stad, omdat we daar graag willen studeren. Maar de coronamaatregelen dwingen ons om ons gedrag aan te passen. “Het gevoel dat het niet je eigen keuze is, roept weerstand op. Het iedere keer aanpassen, terwijl je daar niet op zit te wachten, brengt psychische stress met zich mee. Daar worden mensen moe van.”

Bovendien, zegt Aarts, grijpen de coronamaatregelingen in op de autonomie van mensen en dat is problematisch. “Naarmate je de autonomie van mensen te veel beperkt, krijg je het verschijnsel dat mensen afstand nemen van hun gedrag. Het tast het eigen verantwoordelijkheidsgevoel aan. Mensen worden onverschillig als ze constant iets opgedrongen krijgen.”

Inspiratieloos
Aarts onderzoekt gewoontegedrag van mensen en hoe zij gewoontes vormen en veranderen. Gewoontes hebben een belangrijke functie voor ons, zegt hij. Ze zorgen ervoor dat een hoop dingen die we doen op de automatische piloot gebeurt. Dat maakt ons hoofd vrij om na te denken over andere zaken die belangrijk voor ons zijn.

De coronamaatregelen conflicteren met onze gewoonten en bovendien richten ze zich vooral op het ontmoedigen van bepaald gedrag, waarbij mensen wordt verteld wat ze vooral níet meer kunnen doen zoals: sporten na je studiedag, op vrijdagavond doorzakken in de kroeg of uitgaan tot in de vroege uurtjes.

“Uit onderzoek weten we dat het meer moeite kost om gedachten en gedrag te onderdrukken. Als het al lukt dan vraagt de nieuwe situatie om anders te gaan kijken naar dingen die je wel kunt doen met je vrijgekomen tijd”, zegt Aarts. “Dat laat de overheid nu over aan de mensen zelf: ‘los het maar op’. De overheid moet veel meer alternatieven aanbieden. Dat ze dat niet doet, is een gemiste kans.”

Online borrels
Aan het begin van de coronapandemie werden nog allerlei creatieve oplossingen uit de kast getrokken om een nieuwe invulling te geven aan vrije tijd en het sociale leven. Er ontstond een run op bordspellen en in plaats van borrelavonden op de soos, werd borrelen achter je laptop met een biertje de vaste prik. Maar inmiddels zijn zulke alternatieven ook wel een beetje opgedroogd.

“Een pubquiz achter het scherm is voor een keer leuk”, zegt Aarts, "maar het is niet echt een vervanging voor sociale interactie. Bij het sluiten van de horeca en culturele sector grijp je in op grote sociale structuren. Het is niet verstandig om ieder half jaar die te veranderen of plat te leggen. Daar moet de overheid goed over nadenken.”

Mensen zijn bovendien creatief in het opzoeken van wat nog net wel mag, of hoe de regels ontdoken kunnen worden. Want ’s avonds de horeca dicht? Dan houden studenten thuis een huisfeestje. “Je ziet dat mensen een behoefte hebben om te compenseren voor de opgelegde beperkingen. Niet iedereen houdt zich strikt aan wat de regering ons vertelt te doen. Achter de huisdeur houden sommige mensen zich bijvoorbeeld niet aan het maximaal aantal bezoekers, waardoor ze op die manier hun sociale gewoontes in stand kunnen houden.”

Jojo
De hoogleraar zegt dat het elke keer lastiger wordt om ons gedrag aan te passen aan weer nieuwe coronamaatregelen: andere gewoontes aanleren en nieuwe routines vinden om de week door te komen. Terwijl juist het gedrag van mensen, zoals het naleven van de basisregels, volgens het Outbreak Management Team cruciaal is in de bestrijding van het coronavirus.

“Het wordt haast onmogelijk voor mensen om steeds weer over die drempel te stappen en opnieuw te beginnen. Eerst mag iets helemaal niet, daarna wel om het vervolgens toch weer te verbieden. Mensen raken verward door het jojobeleid van de overheid. Ze zijn er op een gegeven moment wel klaar mee om elke keer te veranderen in denken en doen. Van dat wisselen word je ontzettend moe.”

Mensen hebben daarnaast een bepaalde omgeving nodig om keuzes te maken en routines vast te houden, aldus Aarts. Het is makkelijker om in de collegebanken je hoorcollege te volgen dan thuis: weggestopt achter je laptop met webcam uit. Je moet allerlei verleidingen om iets anders te gaan doen, weerstaan. “Als de context verandert, moet je je ook weer aanpassen. Studenten moesten eerst thuis hun lessen volgen. Vervolgens kunnen ze wel naar de campus komen. Het werkt ontregelend.”

Menselijke natuur
Een deel van ons sociale gewoontegedrag is “evolutionair ingebakken”, zegt de hoogleraar. We hebben de neiging om sociaal contact en genegenheid te zoeken en om bij anderen in de buurt te willen zijn. Soms is het ook vanwege praktische redenen moeilijk om uit de buurt van anderen te blijven. “Het is immers best druk in onze steden”, zegt Aarts.

Daarnaast zijn gewoontes sterk verankerd in onze cultuur. Handen schudden is bijvoorbeeld aangeleerd als een gebruik bij een ontmoeting, maar werkt bijna als een soort reflex. Zoals Mark Rutte, die kort na zijn persconferentie een hand gaf aan viroloog Jaap van Dissel terwijl hij net had meegedeeld dat Nederlanders geen handen meer mogen schudden.

Hoewel het tegen de menselijke natuur ingaat, is het wel aan te leren, blijkt uit een studie van Aarts en collega-onderzoekers. “Binnen twintig weken zagen we dat mensen het gedrag van de anderhalve meter afstand toepasten. Door vaak afstand te houden, hoefden mensen er op een gegeven moment minder over na te denken en werd het een gewoonte. Als je voor langere tijd het gedrag afdwingt, kunnen mensen zich aanpassen”, vertelt Aarts.

De looproutes en stickers met afstand houden verdwenen uit het straatbeeld, terwijl de 1,5-meterregel weer kort daarna werd ingevoerd. “Zodra je de noodzaak weghaalt en de omgeving weer verandert, springen mensen als een veer terug,” zegt hij. “Als we vandaag de dag kijken, zien we ook dat de 1,5 meter afstand weer weg is, terwijl we die weer wel in acht moeten nemen. Het is zo lastig om afstand te houden.”

Voor de continuïteit van gedrag zou het volgens Aarts beter zijn om sommige aanpassingen voor een langere tijd te houden. “Het zou niet verkeerd zijn om signalen zoals stickers en looproutes te laten zitten. Je hoeft de stickers niet te volgen, maar de stickers dwingen min of meer onbewust in je hoofd af om erover na te denken. Hierdoor is de kans groter dat mensen het toch doen. Nu heeft men die inrichting van de omgeving weggegooid, terwijl iedereen weet dat de coronacrisis nog lang niet voorbij is. Dat is zonde, nu moet je weer opnieuw beginnen.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail